Category: Op de werkvloer

  • Koopkracht onder vuur in de supermarkten

    Alle supermarkten spelen in op de koopkrachtcrisis. Ze doen allemaal beloften om onze koopkracht te beschermen, ook al betalen we vandaag een pak meer voor onze winkelkar dan een jaar geleden. Voor de supermarktketens is koopkracht een thema om zich rond te profileren in reclame. Zo kondigde Delhaize aan dat het zal “inzetten op koopkracht” omdat het weet dat “de klant daar vragende partij voor is”.

    Op de Nederlandse website van Albert Heijn kan je het salaris berekenen. In dit voorbeeld verdient een jobstudent van 16 jaar 4,5 euro per uur.

    Als het personeel van de supermarkten opkomt voor koopkracht, zetten de directies daar echter helemaal niet op in. Bij Albert Heijn bijvoorbeeld wordt dan verklaard dat de keten naar België gekomen is om winst te maken. Dat gebeurt onder meer door de lonen zo laag mogelijk te houden. 

    In Nederland worden jobstudenten vanaf 13 jaar tewerkgesteld aan lonen van soms minder dan 5 euro per uur. In heel wat supermarkten in ons land duurt het jaren vooraleer het personeel aan een uurloon van 14 euro komt.

    Gezien hun job weten ze maar al te goed hoe snel de prijzen van de winkelkar stijgen. Het supermarktpersoneel heeft groot gelijk als het van de directies eist dat die eindelijk echt inzetten op koopkracht en dus de lonen van het eigen personeel verhogen!  

  • NMBS: Samen actieplan opstellen om meer middelen af te dwingen

    De onmogelijkheid om vakantie te nemen, het helse tempo, het gebrek aan uitrusting, de contraproductieve hervormingen, de onzekere toekomst … Iedereen is het erover eens dat de situatie van de spoorwegen rampzalig is. Als we onze toekomst niet in de handen van wereldvreemde managers willen leggen, moeten we collectief handelen. Daarom staken we op 5 oktober.

    Pamflet van Libre Parcours. PDF

    De staking zet druk op de regering tijdens het begrotingsconclaaf. De budgettaire situatie van de spoorwegen is catastrofaal. Aan het begin van zijn mandaat wist de Minister van Mobiliteit een illusie te creëren door een reeks investeringen aan te kondigen, voornamelijk in infrastructuur. Maar deze regering heeft de besparingen van vorige regeringen nooit teruggedraaid. Budgetten zijn opgevreten door de COVID-crisis, en nu door de energiecrisis. De voorstellen van de minister in zijn “Visie 2040” vergen veel meer investeringen, terwijl het niet eens zeker is dat de NMBS haar opdrachten van openbare dienst zal blijven uitvoeren.

    De bazen van de NMBS en Infrabel schatten dat zij de komende 10 jaar 3,4 miljard euro extra nodig hebben. Maar dit cijfer omvat geen enveloppe voor het personeel, waarvan de lonen sinds 2008 niet zijn verhoogd en waarvan de arbeidsomstandigheden alleen maar zijn verslechterd. Zozeer zelfs dat het aantal collega’s dat zelf ontslag neemt sterk toeneemt.

    Voor een echt eisenpakket

    Het gemeenschappelijke vakbondsfront vraagt terecht om meer personeel, maar het heeft geen zin om personeel aan te werven als men onmiddellijk terug vertrekt. De arbeidsomstandigheden moeten veel beter. Een staking kan niet zonder een duidelijk eisenpakket, met concrete doelen voor alle spoorwegarbeiders en voor elke bedrijfstak:

    • Een fundamentele loonsverhoging.
    • Een termijn waarin een verlofaanvraag automatisch moet worden aanvaard.
    • Nieuwe maatregelen voor een gezond evenwicht tussen werk en privé.
    • Fundamentele investeringen in infrastructuur en personeel om het beloofde aanbod te kunnen realiseren en verder uit te breiden.

    Door op democratische en transparante wijze een dergelijke lijst van eisen op te stellen, zouden we meer collega’s kunnen overtuigen om in actie te komen. Het moet gezegd dat de drie vakbonden lang hebben gewacht om dan plots te mobiliseren… De vaagheid van het huidige plan leidt tot wantrouwen en maakt dat sommige collega’s enkel oog hebben voor de problemen van de eigen beroepscategorie. Ook om die specifieke kwesties aan te pakken, staan we samen sterker. Ons eisenpakket stellen we best samen op, met een eenheidsbenadering om verdeeldheid te bestrijden. Ons actieplan moet gericht zijn op het behalen van overwinningen.

    Voor een echt actieplan

    Veel collega’s zijn bang dat het plan bij de geringste concessie van de regering overboord wordt gegooid. Gezien de budgettaire situatie zal het niet gemakkelijk zijn om middelen te bekomen voor een ambitieus sociaal protocol. Dit terwijl er geld is! De miljarden euro’s die aan aandeelhouders worden uitbetaald, kunnen ingezet worden om onze eisen te realiseren. Het volstaat niet om gewoon de druk op te voeren, er is nood aan een actieplan dat verder bouwt aan een krachtsverhouding om ons eisenpakket af te dwingen.

    Op 9 november is er een algemene staking van alle sectoren om de energieprijzen uit de klauwen van de markt te halen en om betere lonen te eisen. We kunnen die staking voorbereiden met tussentijdse acties. Bijvoorbeeld met algemene personeelsvergaderingen die openstaan voor alle collega’s, of ze nu lid zijn van een vakbond of niet, gekoppeld aan werkonderbrekingen.

    Enkele dagen geleden publiceerde de Franstalige vereniging Navetteurs.be het volgende persbericht: “[…] wij zijn het volledig eens met de eisen van alle vakbonden. Als gebruikers in goede omstandigheden willen reizen, hebben ze betrouwbaar materieel, een degelijke infrastructuur en voldoende personeel nodig […]”. Het contrast tussen de beloften van de ministers en de realiteit op het terrein is alleen maar groter geworden, zowel voor het spoorwegpersoneel als voor de gebruikers.

    De explosie van de energieprijzen toont de rampzalige gevolgen van een beleid dat alles ‘aan de markt’ overlaat. We moeten de projecten van liberalisering en privatisering stoppen en opkomen voor massale publieke investeringen in een openbare spoorwegdienst. Laten we de staking van 5 oktober gebruiken als uitgangspunt voor een nieuwe strategie om de middelen te krijgen die het openbaar vervoer zo hard nodig heeft.

  • Reizigers: steun de spoorstaking!

    Meer en beter openbaar vervoer door samen op te komen voor meer personeel, betere arbeidsvoorwaarden en meer middelen

    De regering wil meer volk op de trein, maar weigert de nodige middelen te voorzien. Meer treinverkeer zou goed zijn voor zowel het milieu als de mobiliteit. Dat kan enkel mits investeringen in meer personeel, betere arbeidsvoorwaarden en infrastructuur. Het spoorpersoneel staakt om dat te eisen. De strijd van het personeel en de belangen van de reizigers zijn dezelfde: meer en beter openbaar vervoer. 

    Investeer in personeel

    De afgelopen 20 jaar is het aantal reizigers met 60% gestegen. In dezelfde tijd verdwenen er 10.000 jobs. Er is zo hard bespaard op het personeel dat de job niet meer aantrekkelijk is. Vrije dagen kan je niet opnemen, de flexibiliteit en werkdruk worden opgevoerd. Personeel valt hierdoor uit, sommigen zoeken ander werk. Zelfs indien de spoorwegen vandaag willen aanwerven, blijft de uitstroom groter dan de instroom.

    De traditionele partijen en de gevestigde media stellen het op stakingsdagen voor alsof de acties van het personeel het probleem zijn. Ze gingen zelfs over tot beperkingen van het stakingsrecht. De rampzalige situatie op het Belgisch spoor vandaag is echter net waartegen al jarenlang geprotesteerd wordt. Het stakende personeel had gelijk, de directie en de regering zijn verantwoordelijk voor wat fout loopt.

    Hoe uit de vicieuze cirkel geraken? Door massaal te investeren in personeel en ervoor te zorgen dat het personeel ook blijft. Dat betekent goede arbeids- en loonvoorwaarden, de mogelijkheid om rust waar er recht op is effectief op te nemen, geen onmogelijke uurroosters die een sociaal leven onmogelijk maken (de zogenaamde ‘buiten reeks’ waarbij het personeel maar enkele dagen op voorhand weet welke shift het moet doen). Vandaag is er niet genoeg personeel om alle treinen te laten rijden. Er is nood aan een dringende en massale investering in nieuwe personeelsleden om het huidige beloofde aanbod effectief te kunnen realiseren en het aanbod uit te breiden.

    Om de uitstroom van personeel te stoppen, moet er iets aan de werkdruk gedaan worden. Daarnaast ook aan de lonen. De laatste opslag dateert van 2008! De index compenseert een groot deel van de inflatie, maar niet alles en altijd met vertraging. Ons wordt begrip gevraagd voor die vertraging, maar het gaat ten koste van onze levensstandaard. De volledige index moet hersteld worden en daarnaast is er voor het spoorpersoneel een volwaardige baremaverhoging nodig. 

    Liberaliseren is ‘zot’ en ‘irrationeel’, ook voor het spoor

    Met het oog op de liberalisering werden de Belgische spoorwegen in 2005 opgedeeld in Infrabel en de NMBS, waar later HR Rail bijkwam. Dit ging gepaard met allerhande managementpraktijken uit de privé en een aangroei van het bijhorende waterhoofd van managers. Het personeel en de reizigers zijn van geen tel in dit model. De aandacht gaat vooral naar lijnen met veel ‘klanten’. Van openbare dienstverlening is er geen sprake meer.

    De waanzinnig energieprijzen tonen dat de markt faalt. Zelfs premier De Croo zegt dat de markt ‘zot’ is en de werkgeversfederatie VBO omschrijft de markt als ‘irrationeel’. Om de energieprijzen onder controle te krijgen, dringt een nationalisatie van de volledige energiesector zich op. 

    Nu het falen van liberaliseringen zo duidelijk is, zullen we het spoor er toch niet verder aan onderwerpen? Vanaf 1 januari 2023 is het binnenlands reizigersverkeer geliberaliseerd, waarbij de dienstverlening voor 10 jaar aan de NMBS is toegewezen. De liberaliseringen moeten ingetrokken worden, het reizigers- en goederenverkeer moeten terug openbare diensten worden die gecontroleerd en beheerd worden door het personeel, de gebruikers en de gemeenschap. 

    Meer middelen nu!

    Elke onderhandeling bij het spoor de afgelopen jaren begon met de boodschap dat het resultaat ‘budgetneutraal’ moest zijn. Er kan enkel geïnvesteerd worden wat elders geknipt wordt. Daar kwamen meerdere besparingen bovenop. Zonder extra publieke middelen loopt het spoor enkel nog meer vast. Het personeel is dit beu, de reizigers raken gefrustreerd door de aftakeling.

    Tijdens de coronapandemie werd duidelijk dat de regeringen heel snel middelen kunnen mobiliseren. Als het is om bedrijven te ondersteunen, zijn er miljardensubsidies. Voor iets essentieel als het openbaar vervoer daarentegen is er nooit geld. Dit moet stoppen. Door de acties op te voeren, kan het personeel meer middelen afdwingen. Het staat daarbij sterker als het actief gesteund wordt door de reizigers. 

    Actieplan

    De werkgevers en hun politici organiseren een collectieve verarming van de werkenden en hun gezinnen. Straks dreigt tot 40% van de bevolking onder de armoedegrens te vallen! Het protest groeit overal aan. In Groot-Brittannië is er een stakingsgolf die mee op gang getrokken is door het spoorpersoneel. In Nederland was er in september een spoorstaking. De eisen klinken steeds bekend in de oren: meer loon, meer collega’s, meer respect.

    Een 24-urenstaking zal wellicht niet volstaan om het beleid te veranderen. Op 9 november is er de algemene staking tegen de hoge prijzen en voor koopkracht. Ook het spoorpersoneel kan daaraan deelnemen. Tegelijk kunnen de reizigers op de klimaatacties, zoals de betoging van 23 oktober, eisen verdedigen rond meer en beter openbaar vervoer. Er is nood aan een actieplan dat verder bouwt aan een krachtsverhouding. We mogen niet plooien zonder een echte loonsverhoging en een nationalisatie van de hele energiesector onder controle van de werkenden!

  • Voor het klimaat en het personeel: staken voor meer en beter openbaar vervoer!

    Het gemeenschappelijk vakbondsfront kondigde een spoorstaking aan voor 5 oktober. In het kader van de besprekingen over de federale begroting eisen de vakbonden meer middelen voor het spoor. Dit is belangrijk om het personeel te organiseren en het biedt een kans om het klimaatprotest te concretiseren. 

    Door Eugenio (Brussel) en een spoorwegarbeider uit maandblad De Linkse Socialist

    “Stakende spoormensen zijn de klimaatactivisten van de 21e eeuw”

    Dat zei Naomi Klein, de bekende schrijfster en antikapitalistische activiste. Door zich te verzetten tegen de afbraak van diensten verdedigt het stakend spoorpersoneel milieuvriendelijke oplossingen. Vervoer is verantwoordelijk voor meer dan 16% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, waarvan het merendeel afkomstig is van het wegvervoer (auto’s, vrachtwagens …). Betaalbaar en kwaliteitsvol openbaar vervoer is cruciaal om de uitstoot te verminderen. Dit bleek deze zomer opnieuw met de historische hittegolven in grote delen van de wereld. 

    In Duitsland leidde de invoering van een ‘klimaatticket’ van 9 euro per maand voor al het openbaar vervoer tijdens de zomerperiode tot een aanzienlijke toename van het aantal gebruikers. Eén op de vijf reizigers maakte voor het eerst gebruik van het openbaar vervoer. Naar schatting zou 10% van de treinreizen van deze zomer anders met de auto zijn gemaakt. Hierdoor werd de uitstoot van 1,8 miljoen ton CO2 voorkomen, wat overeenkomt met het van de weg halen van 1,5 miljoen auto’s of het planten van bijna 30 miljoen bomen. 

    In Spanje worden verschillende treinlijnen vanaf september tot het einde van het jaar gratis gemaakt om de druk van de stijgende kosten van levensonderhoud te verlichten. In het Groothertogdom Luxemburg is het openbaar vervoer sinds 2020 volledig gratis. Dit zijn goede stappen, maar ze moeten gepaard gaan met massale investeringen in de kwaliteit en de uitbreiding van de diensten. 

    Ellende bij de Belgische spoorwegen

    De Belgische spoorwegen lijden onder de gevolgen van meer dan 20 jaar besparingen. De regering heeft aan het begin van de legislatuur investeringen vrijgemaakt, maar de besparingen van de regering-Michel zijn nooit teruggedraaid. Er is een aanhoudend tekort aan personeel, zeker in vergelijking met het toenemend aantal reizigers. Op 20 jaar zijn er meer dan 10.000 voltijdse jobs verdwenen, terwijl het aantal reizigers met 60% steeg! Pierre Lejeune, voorzitter van ACOD Spoor, verklaarde: “We hebben niet genoeg middelen. Op negen maanden is het aantal personeelsleden nog eens met 600 afgenomen. De dienstverlening en de arbeidsomstandigheden gaan erop achteruit. Er kan geen openbare dienst meer geleverd worden.”

    Momenteel worden 3,7% van de geplande treinen afgeschaft, vooral door personeelsgebrek. De regering kondigde aan dat het aanbod met 10% moet uitgebreid worden, dat het aandeel van het spoor in het personenverkeer tegen 2040 moet verdubbelen van 8% naar 15% en dat het aandeel van het spoor in het goederenverkeer tegen 2030 moet verdubbelen. Om deze ambitie waar te maken vragen de directies van Infrabel en de NMBS een investering van 3,4 miljard euro voor de komende tien jaar. In dezelfde periode dreigen ze tegelijk om 2.000 jobs te schrappen in vergelijking met het huidige personeelsbestand. Bovendien wordt de NMBS zwaar getroffen door de energiecrisis, als grootste elektriciteitsverbruiker van het land.

    Er worden geen middelen voorzien voor een sociaal protocol, een collectief akkoord dat onder meer de lonen regelt. Het laatste sociaal protocol dateert van 2012. De onderhandelingen over het volgende beheerscontract tussen de NMBS/Infrabel en de regering lopen vast. Het personeel moet de strijd aangaan om de nodige middelen op te eisen. 

    De staking van 5 oktober valt midden in het begrotingsoverleg van de federale regering. Om het effect van de staking te maximaliseren, moet het protest zich verbinden met bredere bewegingen in de samenleving rond sociale en ecologische noodeisen in het belang van de werkende klasse, zoals de nationalisatie van de energiesector. 

    Spoorpersoneel vooraan in de klassenstrijd

    Het spoorpersoneel speelt een belangrijke rol in het sociaal protest. Ze zijn niet de numeriek grootste groep binnen de arbeidersklasse, maar ze hebben wel een sleutelrol in de werking van de economie. In België en internationaal behoren de spoormensen traditioneel tot de meest dynamische elementen van de vakbeweging en nemen ze actief deel aan bewegingen in de samenleving. 

    In het Verenigd Koninkrijk is er de grootste golf van spoorstakingen in meer dan 30 jaar. Hun eisen voor meer middelen en loon vinden een grote weerklank bij brede lagen van de arbeidersklasse. Bovendien konden ze hun strijd verbreden met de campagne ‘Enough is Enough’ en wordt er solidariteit met de klimaatbeweging opgebouwd. De strijd voor meer publieke middelen voor openbaar vervoer is dan ook een centraal onderdeel van het verzet tegen de dalende levensstandaard en tegen de klimaatcrisis. 

    De staking van 5 oktober is belangrijk om de eisen van het spoorpersoneel kracht bij te zetten. Deze staking mag geen eenmalige gebeurtenis zijn. De druk moet opgevoerd worden met een actieplan dat toewerkt naar de algemene staking van 9 november. De nationale klimaatbetoging van 23 oktober kan gebruikt worden om de banden tussen de vakbonden en de klimaatbeweging te versterken. Samen kunnen we een krachtsverhouding opbouwen om echte overwinningen te behalen op de kapitalisten die grote winsten boeken op onze kap en op hun politici die onze levensstandaard en onze openbare diensten veroordelen tot ellende.

  • Solvay in Italië in opspraak voor grootschalig PFAS-schandaal

    De vervuiling door Solvay in Livorno haalde alle kranten. Het PFAS-schandaal in Spinetta Marengo nog niet.

    In 2021 raakte algemeen bekend hoe het Amerikaanse bedrijf 3M de bodem in de buurt van zijn fabriek in Zwijndrecht op grote schaal had verontreinigd met PFAS. In een straal van 15 kilometer rond de fabriek werden hoge waarden in de ondergrond gemeten. Dat is een gebied waar 1,5 miljoen mensen wonen. Het is geen alleenstaand geval. Het schandaal van industriële vervuiling door Solvay is één van de ergste.

    Door een vakbondsafgevaardigde

    In een dossier over industriële vervuiling schreef de RTBF: “Het is geen verassing dat 3M vaak voorkomt in de Europese top 5 of zelfs op het Europese podium [inzake bodemverontreiniging]. Maar van 2007 tot 2015 is er één fabriek die boven alle andere uitsteekt. Het stoot 6 tot 7 keer meer perfluorhoudende gassen uit in de lucht dan 3M in Zwijndrecht. Ongeveer 200 ton per jaar. Het is eigendom van Solvay en is gevestigd in Spinetta Marengo, Italië, op een uur rijden van Milaan.”

    Deze fabriek was al sterk vervuilend voor het opgekocht werd door de Belgische multinational Solvay. Dit neemt niet weg dat Solvay medeplichtig is. Het bedrijf hield bewust informatie achter voor de overheid en is al vijftien jaar op de hoogte. De gevolgen voor de bevolking in de regio zijn rampzalig: een groter aantal levertumoren, nierkanker, hoge bloeddruk en aandoeningen van de luchtwegen dan in de rest van het land. PFAS vormen de kern van het probleem. ‘Forever chemicals’ vormen een essentieel onderdeel van de omzet van Solvay (goed voor een omzet van meer dan 2 miljard euro in 2021).

    Onder het kapitalisme is de chemische industrie enkel gericht op de winsten. Gezondheid komt pas ver daarna, en vooral als schandalen publiek bekend raken. De gevolgen voor mens en natuur zijn groot. De beperkte boetes zijn niet van die aard dat er verandering komt. De chemische sector moet onder controle van de gemeenschap worden geplaatst zodat de rijkdom kan worden gebruikt om de slachtoffers te vergoeden en een biomedisch onderzoek in het gebied rond de fabriek uit te voeren om de schade op te meten en maatregelen te nemen.

    Zodra de vaccins tegen Covid-19 waren ontwikkeld, vond een groot deel van de productie plaats in België. Om geen cent winst te verliezen, bleven de patenten in handen van een handjevol multinationals. Dit was een enorme rem om de pandemie sneller te bestrijden. Een farmaceutische industrie onder publieke controle zou geen tijd verspild hebben met het tellen van euro’s, maar zo het mogelijk gemaakt hebben om alle middelen te mobiliseren in de strijd tegen de pandemie.

    In de zomer van 2021 werd ons land getroffen door vreselijke overstromingen. Zelfs in normale tijden hebben we geen zekerheid over de gevolgen van de chemische industrie voor het milieu. De toename van extreme weersomstandigheden kan de tol alleen maar verhogen. Dit was al aan de orde met de tsunami in Fukushima in 2011. De chemische en farmaceutische industrie moeten in publieke handen komen zodat er onder controle van de gemeenschap geïnvesteerd wordt in veiligheid, onder meer in het kader van de klimaatcrisis.

  • De indexering van de lonen en uitkeringen: afgedwongen door arbeidersstrijd

    België is één van de enige landen ter wereld dat nog een systeem van automatische indexering van de lonen en uitkeringen kent. Dit systeem houdt in dat de lonen van de meeste werknemers in de private sector, alsmede de lonen van de ambtenaren, de uitkeringen en de pensioenen, worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumptieprijzen. Dit is een belangrijke sociale verworvenheid van de werkende klasse die in 2020 haar 100ste verjaardag vierde. De index lag voortdurend onder vuur van de bazen en hun bondgenoten. Een terugblik op hoe de arbeidersbeweging de index afdwong, is een essentieel onderdeel van onze verdediging ervan.

    door Nicolas Croes

    Ook toen: oorlog en inflatie

    Naast de vreselijke menselijke tol van de grote slachting van de Eerste Wereldoorlog, was er een fenomenale explosie van de prijzen. Tegen 1917 waren de voedselprijzen met 100 tot 300% gestegen in vergelijking met 1914 voor producten die door de publieke bevoorradingswinkels werden geleverd. De tekorten voedden ook de zwarte markt, waar de prijzen 1.500% hoger lagen. Toen de oorlog voorbij was, bleven de prijzen aanzienlijk hoger. Zo bedroeg het indexcijfer van de kleinhandelsprijzen in Brussel (met de prijzen van 1914 als index 100) gemiddeld 350 in 1919, 450 in 1920 en 400 in 1921. In de strijd van de arbeidersbeweging werd veel nadruk gelegd op de eis van loonsverhogingen in overeenstemming met de stijgende kosten van levensonderhoud. Een andere centrale eis was de invoering van de achturige werkdag, die in 1921 werd verkregen.

    Soms wordt het voorgesteld alsof de index en de achturige werkdag, net als het algemeen enkelvoudig stemrecht (‘algemeen’ voor mannen vanaf 1919) ‘cadeaus’ waren van de burgerij om de arbeiders te bedanken voor hun inspanningen tijdens de Grote Oorlog. Dat is niet waar. De bazen gaven ons nooit zomaar iets.

    Oorlog als geboorteplaats van revolutie

    Karl Marx merkte in zijn tijd al op dat oorlog kan fungeren als de “vroedvrouw van revolutie.” Dit werd bevestigd in de Eerste Wereldoorlog, die niet langer vol te houden was door de Russische Revolutie van 1917 en helemaal stopte na de Duitse Revolutie van 1918. De Russische revolutie maakte een einde aan de tsaristische dictatuur en vestigde in oktober de eerste arbeidersstaat ter wereld, de republiek van de sovjets (raden).

    Ook in ons land was er een golf van opstand en protest. Het was een echte revolutionaire opleving die het land overspoelde met stakingen en opstanden gevoed door de afwijzing van de verschrikkingen van de oorlog en geïnspireerd door de overwinning van de bolsjewieken in Rusland. De burgerij had geen keuze: als ze niet toegaf, dreigde ze alles te verliezen.

    In 1919 registreerde de arbeidsinspectie in België niet minder dan 733 stakingen. De eisen waren vooral gericht op een loonsverhoging met 100%, een achturige werkdag, de invoering van een minimumloon en de erkenning van vakbonden. Voor de burgerij was het ergste dat de werkende klasse meer vertrouwen kreeg.

    Er waren dat jaar voor het eerst verkiezingen volgens het principe “één man, één stem” (met uitzondering van oorlogsweduwen, moesten vrouwen nog tot 1947 wachten om te stemmen). Voor het eerst sinds 1884 verloren de katholieken hun absolute meerderheid. De socialistische Belgische Werkliedenpartij (BWP) verdubbelde haar score en werd de tweede politieke kracht van het land met 24% van de stemmen. In Wallonië en Brussel werd ze met 36% zelfs de eerste kracht.

    De steun van de BWP-leiders aan de stakingen was echter zeer terughoudend. De leiding was geschrokken door de gang van zaken. In 1916 besloot de BWP deel te nemen aan een burgerlijke regering. Partijvoorzitter Emile Vandervelde werd minister van staat. Hij trok in 1917 naar Rusland om de uitgehongerde Russische soldaten ervan te overtuigen het bloedbad in de loopgraven voort te zetten! De burgerij moest de BWP in een ‘nationale eenheid’ trekken in de hoop zo een zekere controle op de sociale onrust te krijgen.

    Krachtsverhoudingen, krachtsverhoudingen en nog eens krachtsverhoudingen

    De arbeidersstrijd na de Eerste Wereldoorlog vestigde het massakarakter van de Belgische vakbonden. De strijd leverde overwinningen op met algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen, de achturige werkdag en de erkenning van de vakbonden. Er werd tevens een commissie voor de kosten van levensonderhoud opgericht. Bij gebrek aan nauwkeurige gegevens over de uitgaven van gezinnen, ontwikkelde de commissie een index van kleinhandelsprijzen. Deze index werd in verschillende sectoren meteen aangegrepen door de arbeidersbeweging om een loonsverhoging af te dwingen die met deze index overeenkwam.

    In juli 1920 sloten de mijnwerkers de eerste sectorale collectieve arbeidsovereenkomst waarmee de lonen aan de index gekoppeld werden. Aan het eind van dat jaar voorzagen 13% van de collectieve arbeidsovereenkomsten in een systeem van automatische indexering. In 1924, slechts vier jaar later, was dat al in 73% van de cao’s het geval. Vanaf 1935 werd de index ook gebruikt voor de aanpassing van de kinderbijslag en de pensioenen (nog niet voor de werkloosheidsuitkeringen). De koopkracht van de Belgische werkenden ging erop vooruit tot aan de grote depressie vanaf 1929.

    Het invoeren van collectieve arbeidsovereenkomsten betekende in de praktijk dat de vakbonden in de bedrijven erkend werden. Dit opende de deur voor de overwinningen van de achturige werkdag en de 48-urenweek in de mijnen, de metaal en de steengroeven. Die maatregel werd in 1921 uitgebreid naar alle sectoren.

    De opbouw van een krachtsverhouding op het terrein, gebaseerd op strijd, was beslissend en van fundamenteel belang om zowel de indexering als de collectieve arbeidsduurvermindering binnen te halen. In de context van een fors oplopende inflatie en onhoudbare werkdruk, wordt de aandacht opnieuw op deze eisen gevestigd. We kunnen vandaag inspiratie halen uit de moedige strijd van onze overgrootouders meer dan een eeuw geleden. Het was hun vastberaden opstelling en de dreiging van revolutie waarmee de index en werkbaarder werk werden afgedwongen.

  • Startschot voor hete herfst

    De militantenconcentratie en betoging van de vakbonden waren een succes. Zowel de politie als de vakbondsleiding sprak over 10.000 aanwezigen. Wellicht waren we met meer, alleszins was de opkomst hoger dan verwacht. In de toespraken en in de discussies stonden de onbetaalbare energiefacturen centraal en werd er gewezen op het feit dat de regeringsmaatregelen niet volstaan. In discussies met aanwezigen viel de erg brede steun voor de eis van nationalisatie van de energiesector op. Het grootste applaus kreeg ABVV-voorzitter Bodson met zijn oproep om van de algemene staking op 9 november een succes te maken.

    Met deze bijeenkomst werd het startschot gegeven voor een hete herfst. De eerstvolgende concrete afspraak is de algemene staking van 9 november. De grote opkomst vandaag en de sterke woede tegen de hoge energie- en voedselprijzen maken dat zelfs de meest twijfelende vakbondsleiders die staking moeilijk nog in vraag kunnen stellen. Langs de andere kant is 9 november nog redelijk ver af en is er de roep om sneller in actie te gaan. In de wandelgangen circuleert het idee van een nationale betoging gevolgd door provinciale betogingen in oktober. Een uitstekend idee om op te bouwen naar de algemene staking van 9 november, maar de militantenconcentratie was toch het best mogelijke ogenblik om die acties aan te kondigen? Eén van de sterktes van het actieplan in 2014 was dat de opbouw voor iedereen duidelijk was.

    LSP had een pamflet met als titel: “Algemene staking van 9 november NU voorbereiden”, gekoppeld aan de eisen van nationalisatie van de energiesector en de verhoging van de lonen. Er was ook veel interesse in onze krant, onder meer voor het dossier over hoe we een krachtsverhouding kunnen opbouwen. “Als we onze woede niet organiseren, zal de verarming verder doorzetten,” schreven we in ons pamflet. Dat is nu de uitdaging: de woede organiseren in opbouw naar de algemene staking, waarbij er nood is aan een actieplan zodat het geen eenmalige staking is.

    Doorheen deze opbouw van onze strijd staan we sterker met offensieve eisen die vertrekken van wat nodig is en niet van wat de werkgevers en hun politici aanvaardbaar vinden. Zij vinden enkel een massale verarming van de werkende klasse aanvaardbaar. Het volstaat niet om te schermen met de aanwezigheid van de liberalen in de regering om de verantwoordelijkheid van de andere regeringspartijen te minimaliseren. Een uitbreiding van het sociaal tarief en het belasten van de grote winsten van de energiebedrijven zou een belangrijke stap vooruit zijn. Maar we moeten tegelijk bouwen aan een krachtsverhouding om de nationalisatie van de hele sector af te dwingen zodat de gemeenschap op democratische wijze controle heeft op de productie, distributie en investeringen.

    De toespraken van de vakbondsleiders vandaag en eerder dit weekend van Raoul Hedebouw (PVDA) gaan voorzichtig in de richting van energie in publieke handen. Op een ogenblik dat zowat het volledige politieke establishment en de werkgevers moeten toegeven dat de markt niet werkt, moeten wij offensief durven spreken over de nationalisatie van de sector en daar een centrale eis van maken. Deze militantenconcentratie en betoging toonden dat de druk van onderuit toeneemt. Om de opbouw van de acties en de eisen verder te verfijnen, moet de basis zich zo sterk mogelijk organiseren op elke werkplek en met alle medestanders van de arbeidersbeweging (gepensioneerden, jongeren, werklozen …). Dat zou ons tevens voorbereiden op de onvermijdelijke chantage van de werkgevers die met de ontwikkelende recessie gepaard zal gaan.

    Zoals het LSP-pamflet concludeerde: “We leven niet om te werken, we werken om te leven. Wij willen resultaat: een beter, betaalbaar leven voor iedereen! Dat is niet mogelijk binnen het kapitalisme dat ons van de ene crisis in de andere sleurt.”

    Fotoreportage door Liesbeth:
    [embed-google-photos-album https://photos.app.goo.gl/vMbpi2bkxJiccCbcA]

  • Algemene staking van 9 november NU voorbereiden. Nationaliseer de energiesector! Verhoog de lonen!

    Volgens de werkgevers en hun regering moeten we kiezen: maatregelen tegen hoge energieprijzen of looneisen. We laten ons niet chanteren: beiden zijn nodig. De woede onder de bevolking is groot. Voor meer dan de helft van ons dreigt energie-armoede. De winkelkar is onbetaalbaar geworden. Als we onze woede niet organiseren, zal de verarming verder doorzetten. De algemene staking van 9 november moet NU voorbereid worden!

    LSP-pamflet. Download hier de PDF

    Met personeelsvergaderingen en organisatie op de werkvloer kunnen we van die staking een succes maken. Het kan ook de druk opvoeren op die vakbondsleiders die nog twijfelen of die bereid zijn om in ruil voor maatregelen rond de energieprijzen de loonstrijd te begraven. De situatie is te ernstig om ons te laten bedriegen zoals met de taxshift in 2015 die enkel goed was voor de bedrijven. Elk teken van zwakte zal tegen ons gebruikt worden. We laten ons niet chanteren, maar bouwen acties op tot we winnen!

    Handen af van de index! Verhoog alle lonen met €2/uur (€330/maand)!

    Het kraakt! Premier De Croo waarschuwt voor vijf tot tien moeilijke winters. Moeilijk voor ons, niet voor politici, patroons en speculanten. Vooral energie en voedsel duwen de inflatie boven de 10%. Dat zijn uitgaven die zwaar wegen bij werkende gezinnen, bij die met de laagste inkomens nog het zwaarst.

    Gelukkig hebben we nog de index, maar zelfs die wordt in vraag gesteld door de werkgevers. Om de verarming te stoppen, mag niet geraakt worden aan de index en moeten alle ondermijningen ervan ingetrokken worden. Nu al vindt 7 op de 10 dat de index niet volstaat om de hogere kosten te dragen.

    We staan sterker als we allemaal samen strijden. De eis van een algemene loonsverhoging van €2/uur of €330 per maand kan ons verenigen. Een onmiddellijke verhoging van alle lonen, ook de laagste, is nodig om de koopkracht te herstellen.

    Kunnen de werkgevers dit niet betalen? Ze boeken al jarenlang recordwinsten. Engie kwam aan 5,2 miljard euro in de eerste jaarhelft en kreeg nog eens 600.000 euro Vlaamse subsidies cadeau. Niet-financiële bedrijven hebben een gemiddelde bruto winstmarge van 46%. Dat is 10% meer dan 20 jaar geleden en een pak meer dan in de buurlanden. De dividenden aan de aandeelhouders van 1200 grote bedrijven stegen dit jaar met 11,3% tot 545 miljard dollar, in België zelfs met 25%.

    In plaats van rechtstreeks te investeren in productie, wordt de door ons geproduceerde rijkdom uitgedeeld aan aandeelhouders. Dus er is voldoende geld voor een volwaardige index en loonsverhoging!

    Voor de bedrijven die door de hoge prijzen voor grondstoffen en energie in de problemen komen, moet de oplossing niet in de zakken van de kleintjes, maar in de koffers van de grote gezocht worden! Als bedrijven zeggen dat het water hen aan de lippen staat en dreigen met jobverlies, moeten hun boeken op tafel gelegd worden zodat de werkenden kunnen nagaan of dat wel klopt. Ze mogen uitleggen waarom de recordwinsten niet gebruikt werden als reserve voor moeilijker tijden. Desnoods moeten bedrijven genationaliseerd worden om jobs te redden.

    Blokkeer de prijzen: nationaliseer de energiesector!

    Premier De Croo zegt dat de energiemarkt “zot” is. Timmermans (VBO) moet toegeven dat de markt irrationeel werkt. Toch willen zij niet raken aan de markt en vragen de werkgevers nogmaals extra steun van de gemeenschap om hun winsten veilig te stellen.

    Prijsplafonds, afromen van de winsten of een publieke pool zijn goede voorstellen, maar te beperkt: ze laten de macht aan de markt. Zolang de markt het voor het zeggen heeft, kan die tekorten organiseren, speculatie opvoeren en de gemeenschap chanteren.

    Om de prijsstijgingen en verdere uitbuiting te stoppen, moet de volledige energiesector genationaliseerd worden onder controle van het personeel en de gemeenschap. Dan kunnen we democratisch beslissen over de productie, distributie en investeringen in duurzame en betaalbare energie.

    Opbouwen naar een sterke algemene staking op 9 november !

    Er mag geen twijfel bestaan over de nood van een algemene staking op 9 november. We mogen ons hierbij niet laten verdelen, tussen landsdelen of tussen vakbonden, we hebben dezelfde belangen. We zullen onze eisen maar kunnen afdwingen door een krachtsverhouding op te bouwen.

    1. Breng de waarheid aan het licht

    Wist je dat de stijging van de Belgische lonen sinds 1996 12% lager ligt dan de productiviteitsgroei? Iedereen heeft recht op de waarheid om te oordelen wat er nodig is. De vakbonden zouden een koopkrachtkrant kunnen uitbrengen die voor iedereen beschikbaar is. Informeren is het startpunt.

    1. Elke werkplek betrekken

    Vakbondsdelegaties hebben een centrale rol in het ontwikkelen van een dynamiek op de werkvloer. Zij kunnen bijvoorbeeld infosessies en personeelsvergaderingen organiseren. Zo kunnen ook sectorspecifieke eisen opgesteld worden om alle collega’s volop te betrekken en mobiliseren. Vakbonden kunnen daarenboven werkenden uit verschillende sectoren samenbrengen.

    1. Verenig alle onderdrukten in de samenleving

    Een echte krachtsverhouding opbouwen t.a.v. de bedrijfsleiders en kapitalisten vraagt om steun en betrokkenheid van de mensen in de straat. Denk maar aan de jongeren, die steeds moeilijker een toekomst kunnen uitbouwen, of gepensioneerden, die een groot deel van de mensen in armoede uitmaken. We laten niemand achter. We zijn solidair met elkaar!

    Wij stellen het volgende noodprogramma voor:

    • Betalen om te gaan werken? Geen denken aan! Volledige vergoeding van de vervoerskosten.
    • Volledig herstel van de index met controle van de werkende klasse over de berekening en samenstelling ervan. Telkens wanneer de index wordt overschreden, moeten alle lonen en uitkeringen onmiddellijk worden verhoogd.
    • Breek de loonwet! Verhoog alle lonen met 2 euro per uur (330 euro per maand)!
    • Verhoging van het minimumloon tot €15 per uur of €2.470 bruto per maand en het minimumpensioen op €1.700.
    • Gelijk loon voor gelijk werk! Voor een individualisering van sociale uitkeringen en de herwaardering ervan boven de armoedegrens.
    • Tegen de onhoudbare werkdruk en voor werkgelegenheid: de 30-urige werkweek zonder loonverlies, met compenserende aanwerving.
    • We hebben een massaal investeringsplan nodig om openbare diensten zoals openbaar vervoer, kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg uit te breiden en gratis te maken …
    • Voor onze portemonnee en voor een groene transitie: nationalisering van de hele energiesector!
    • Bevries alle huurprijzen. Voor de massale bouw van sociale woningen, zodat de vastgoedmarkt niet wordt overgelaten aan de grillen van huisbazen en speculanten.
    • Belast de grote fortuinen.
    • De financiële sector nationaliseren onder democratische controle om kapitaalvlucht te vermijden en zodat de gemeenschap een overzicht heeft van alle geldstromen en de beschikbare middelen worden geïnvesteerd in wat sociaal noodzakelijk is.
    • Stop de oorlog in Oekraïne! Een einde aan alle imperialistische conflicten.
    • Voor een democratisch geplande economie, democratisch socialisme.
    1. Een actieplan om te winnen

    Het opbouwend actieplan met geslaagde acties in het najaar van 2014 deed de regering-Michel wankelen en toonde onze gezamenlijke slagkracht. De regering bleef toen enkel overeind omdat er geen tweede, krachtiger actieplan kwam met bv. een reeks algemene stakingen van 24, 48 of 72 uur. Zo’n fout kunnen we ons niet meer permitteren.

    Het grote gevaar is dat ze ons nu laten aanvaarden dat de lonen niet stijgen en de loonnormwet blijft bestaan. De recessie zal gebruikt worden om ons te chanteren. We leven niet om te werken, we werken om te leven. Wij willen resultaat: een beter, betaalbaar leven voor iedereen! Dat is niet mogelijk binnen het kapitalisme dat ons van de ene crisis in de andere sleurt.

  • De prijzen gaan door het dak, onze woede ook! Actie aan het Brugmann-ziekenhuis in Brussel: ‘Allemaal samen, algemene staking!’

    Foto door ACOD LRB / CGSP ALR

    Deze middag verzamelden ruim honderd mensen aan het Brugmann-ziekenhuis in Brussel. Ze protesteerden tegen de explosie van prijzen. Het personeel eist een loonsverhoging en een bevriezing van de prijzen van energie en van eerste levensbehoeften.

    Het was een strijdbare bijeenkomst met slogans als: “Allemaal samen: algemene staking!”, “Verhoog de lonen, liquideer de aandeelhouders”, “We aanvaarden de wetten van de bazen niet, echte democratie is hier” en nog: “Haal het geld uit de rijke zakken, bij ons valt niets te pakken.” Verschillende mensen namen het woord om te spreken over de rampzalige situatie in het ziekenhuis, zowel als gevolg van de prijsstijgingen als door de IFIC-hervorming, een herziening van de loonschalen waardoor veel collega’s geen loonsverhoging kregen ondanks beloften en mooie woorden.

    De actie eindigde met een oproep tot strijd in alle sectoren en onderstreepte de noodzaak van serieuze mobilisatie voor de algemene staking op 9 november.

    Er waren enkele erg sterke punten aan deze uitstekende actie. Ten eerste werd de actie georganiseerd op de werkplek, tijdens de middagpauze. Het werd voorbereid met affiches en pamfletten, naast een fysieke rondgang langs de verschillende afdelingen op de dag zelf om alle collega’s te herinneren aan de actie. Daarnaast werden specifieke eisen rond de loonschalen gecombineerd met meer algemene eisen rond prijsbevriezing en algemene loonsverhoging. Dat maakt het mogelijk om de beweging op de werkplek te verankeren en te versterken.

    Een lokale actie is een goede manier om de actiebereidheid en de woede aan de basis te uiten. Op deze manier wordt opgebouwd naar de volgende acties, in het bijzonder de algemene staking van 9 november. Bovendien wordt de druk opgevoerd op die vakbondsleiders die mogelijk nog twijfelen over de noodzaak van een algemene staking in november. Dit soort acties op de werkplek kan een inspiratie zijn voor andere werkplekken ter voorbereiding van de staking in november en als onderdeel van een ernstig actieplan om een stevige krachtsverhouding op te bouwen tegenover de werkgevers en hun regering.

    De eisen van het protest vandaag zijn een manier om de collega’s te verenigen. Een bevriezing van de prijzen is een evidente eis. Maar om echt doeltreffend te zijn, moet het volgens ons (en ook volgens ACOD LRB) gekoppeld worden aan de nationalisatie van de hele energiesector onder democratische controle en beheer van de werkenden. Dan kunnen we democratisch beslissen over de productie, distributie en investeringen in betaalbare groene energie.

    Lees ons artikel:

    https://nl.socialisme.be/90954/om-de-prijzen-te-blokkeren-moeten-we-de-productie-controleren

    Wat de loonsverhoging betreft, pleiten wij voor een algemene loonsverhoging van 2 euro per uur of 330 euro per maand. Ook dit is een eis die alle werkenden kan verenigen. Dat is nodig: verenigd in de strijd zijn we het sterkst.

    Als we onze woede niet organiseren, zitten we in een eeuwigdurende neerwaartse spiraal. Daarom juichen we het initiatief van deze actie toe en roepen we op om soortgelijke acties te ondernemen met andere strijdbare delegaties. Dit zal de nationale mobilisaties, zoals de concentratie en betoging van 21 september en de algemene staking van 9 november, versterken.

    Foto’s van ACOD LRB:
    [embed-google-photos-album https://photos.app.goo.gl/SN6FwmkJpuGb2uD58]

  • Hete herfst om ijskoude winter te voorkomen

    “De loonstrijd is nog maar begonnen,” verklaarde journalist Bertrand Henne in juli tijdens een nieuwsuitzending van La Première. Enkele weken eerder betoogden 80.000 mensen in gemeenschappelijk vakbondsfront door Brussel, als voorlopige afsluiter van een reeks acties die sinds februari gevoerd werden voor koopkracht, meer personeel en ook voor meer middelen voor de openbare diensten met de staking van 31 mei. De volgende stap is een algemene staking die voorbereid wordt met de aangekondigde militantenconcentratie op 21 september (10u Muntplein).

    “Als de werkgevers en de regering doof blijven, komt er in november een algemene staking,” verklaarde ABVV-voorzitter Thierry Bodson. Om ervoor te zorgen dat het niet bij een aankondiging blijft, moeten we van onderuit de mobilisatie opstarten naar een algemene 24-urenstaking. Het mag ook niet bij een symbolische eenmalige staking blijven want dat zal niet volstaan om onze eisen af te dwingen.

    Deze winter kan de energierekening voor een gemiddeld gezin immers oplopen tot 7 à 10.000 euro per jaar. Wie kan dat nog betalen?! Achter deze hallucinante cijfers gaan ontelbare menselijke drama’s schuil.

    De loonwet van 1996 is een dwangbuis voor onze lonen. Wat valt er te onderhandelen over een nieuw interprofessioneel akkoord met een loonnorm voor de komende twee jaar (het percentage waarmee de lonen maximaal mogen stijgen boven de index) als er helemaal niets inzit? Dat is wat ons willen doen slikken ‘in ruil’ voor het behoud van de index. Het liefst zouden ze ook die bescherming van onze levensstandaard afschaffen, maar vandaag zwijgen zelfs de liberalen over een nieuwe indexsprong. Ze weten dat er beter geen extra olie op het vuur wordt gegoten.

    Zonder maatregelen gaan we erop achteruit. De inzet is te groot om te wachten. We moeten de algemene staking vanaf nu voorbereiden. Hier enkele voorstellen om daar een succes van te maken.

    1/Een ‘operatie waarheid’ om de patronale propaganda van antwoord te dienen

    De grote staking in de winter van 1960-61, de ‘staking van de eeuw’, werd voorafgegaan door een propagandacampagne onder de noemer ‘operatie waarheid’. Daarmee werden de besparingsplannen van de regering van antwoord gediend. Vandaag vertellen de werkgevers, de traditionele politici en de gevestigde media heel wat leugens, niet de winsten, maar onze lonen – die nochthans een matigend effect hebben op de inflatie, zouden de prijzen doen stijgen. Een campagne met openbare meetings, personeelsvergaderingen … op de werkplaatsen en in de wijken kan daarop antwoorden.

    Dit kan aangevuld worden met een ‘koopkrachtkrant’, naar het model van de ‘pensioenkrant’ van het gemeenschappelijk vakbondsfront in de protestbeweging waarmee we het puntenpensioen in 2018 tegenhielden. Dit moet uiteraard gepaard gaan met gebruikelijke mobilisatiemiddelen zoals pamfletten, het ophangen van affiches op het werk, specifieke oproepen van de delegatie zelf (bvb met de winstcijfers van het eigen bedrijf of sector) of het verspreiden van interessante artikelen uit de media om de aandacht van de collega’s vast te houden.

    Wist je bijvoorbeeld dat de stijging van de Belgische lonen sinds 1996 12% lager ligt dan de productiviteitsgroei? Of dat de loonsubsidies in België verhoudingsgewijs dubbel zo hoog zijn als in Frankrijk, zes maal zo hoog als in Nederland en zelfs 44 maal zo hoog als in Duitsland?

    Dat soort gegevens mag niet beperkt blijven tot persberichten. Het moet deel uitmaken van een brede campagne zodat het ideologische argumenten worden waarmee de patronale leugens meteen afgeblokt worden. Wil dat nu zeggen dat er geen patroons zijn die door de stijging van grondstoffen en energieprijzen in moeilijkheden komen? Uiteraard niet. De grote slokken de kleintjes op, en dat zal met een aanstormende economische crisis niet verbeteren. De oplossing daarvoor vindt men echter niet in de zakken van de kleintjes, maar in de koffers van de grote.

    2/Op elke werkplek een dynamiek opbouwen

    De beste respons op zo’n campagne zullen we uiteraard niet krijgen van de traditionele media die eigendom zijn van de grote aandeelhouders. We moeten mikken op de collega’s. Via de syndicale delegaties en de militanten kunnen we een maximaal aantal collega’s bereiken. Dat kan het best met een gemeenschappelijk vakbondsfront aan de basis.

    De acties van de laatste jaren toonden dat onze mobilisatie sterker is na informatiebijeenkomsten en personeelsvergaderingen, zeker als alle aanwezigen hun zeg kunnen doen. Zulke bijeenkomsten laten ook toe om met collega’s te spreken die je anders niet veel ziet, de situatie op het bedrijf te bespreken, eisen op te stellen, beslissingen te nemen over volgende stappen in het actieplan of nog om concreet materiaal voor te bereiden (spandoeken, protestborden, specifieke slogans …).

    3/De samenleving achter het protest scharen

    In Groot-Brittannië lanceerden militante vakbondsleiders en andere activisten de campagne ‘Enough is Enough’ om het verzet tegen de stijgende prijzen te coördineren. Meer dan 450.000 mensen hebben hun steun aan het initiatief toegezegd. Tijdens het actieplan van 2014 slaagden we er ook in om jongeren, gepensioneerden, werklozen, de cultuursector en andere lagen mee te krijgen in onze acties. Samen staan we sterker!

    De hoge prijzen worden door iedereen gevoeld, de tekorten stapelen zich overal op. De voorbije jaren deden jongeren actie-ervaring op met o.a. de klimaatstakingen. Diezelfde jongeren gaan vandaag gebukt onder enorme kosten om te studeren. Door de handen in elkaar te slaan, kunnen jongeren het vakbondsprotest versterken en kunnen syndicalisten invulling geven aan de rechtvaardige groene transitie die nodig is voor ons klimaat.

    4/ Een duidelijk programma ontwikkelen en populariseren

    De situatie is ernstig, ons antwoord erop moet dat ook zijn. We hebben eisen nodig die vertrekken van de noden van de werkende klasse. In de oproep voor 21 september stelt het ABVV: “Wij eisen nogmaals: een indicatieve loonmarge en vrijheid om te onderhandelen; het behoud van de automatische indexering van lonen en uitkeringen.”

    Het afschaffen van het indicatief karakter van de loonnorm onder de regering-Michel droeg inderdaad bij toe een verdere stijging van de bedrijfswinsten ten koste van onze lonen. Daarop terugkomen, zou een stap vooruit zijn. De loonwet van 1996 houdt onze lonen in een dwangbuis. Om de loonnorm te breken, moet de loonwet weg.

    Het behoud van de index is absoluut noodzakelijk. Dankzij de index neemt onze koopkracht niet zo snel af als in de buurlanden. De korf van producten die de index bepaalt, stemt echter niet overeen met de reële uitgaven van een doorsnee gezin. Zo zit motorbrandstof er niet in en wordt het aandeel van het inkomen dat naar huisvesting gaat onderschat. Bovendien loopt de indexering achter op de prijsstijgingen. In sommige sectoren is er maar één keer per jaar een indexaanpassing. We kunnen beter een volledig herstel van de index eisen met controle van de werkende klasse over de berekening en samenstelling ervan. Telkens wanneer de index wordt overschreden, moeten alle lonen en uitkeringen onmiddellijk worden verhoogd.

    De koopkrachtcrisis is bijzonder urgent, in het bijzonder voor de lage lonen. Bovenop de index en vrije loononderhandelingen, kan een eis voor een algemene loonsverhoging met 2 euro per uur, tegemoet komen aan die dringende nood. Met lonen lager dan 15 euro per uur kom je vandaag helemaal niet meer rond. Hoog tijd om ook de eis van een hoger minimumloon centraal te stellen.

    Is er hier allemaal geen geld voor? Tussen 1996 en 2017 stegen de lonen en sociale uitkeringen in ons land met 98%, het bruto exploitatieoverschot steeg echter met 151%. Dat is de toegevoegde waarde verminderd met de lonen en belastingen en vermeerderd met subsidies. De dividenden namen zelfs met 216% toe. Geld is er dus duidelijk wel genoeg.

    In de campagne “Omhoog met de lonen” eist het ABVV een definitieve verlaging van de BTW op elektriciteit en aardgas tot 6% en andere maatregelen zoals het afromen van de overwinsten van de energiebedrijven. Met de huidige prijzen is dat niet genoeg. Het recente ABVV-congres was ambitieuzer met een pleidooi om de energiesector in publieke handen te nemen. Die eis mag dus niet tot een congresresolutie beperkt blijven, maar moet een echt strijdpunt worden.

    We moeten vertrekken van onze behoeften en de strijd voorbereiden die nodig is om onze eisen af te dwingen. Als het kapitalisme ons zelfs dat niet kan bieden, dan kunnen wij ons het kapitalisme niet permitteren.

     

     +€2/u = €330/maand.

    Een eis om samen voor te strijden In 2008 was er een koopkrachtbeweging in ons land die opkwam voor een algemene loonsverhoging met 1 euro per uur. We kunnen die eis hernemen: een algemene verhoging van de lonen met 2 euro per uur bovenop de index en de sectorale en bedrijfsverhogingen. Een verhoging met 2 euro per uur komt neer op 330 euro per maand. Deze eis kan verenigend werken en vaak niet bij vakbonden betrokken personeel uit de lageloonsectoren meetrekken in onze beweging.

    5/ Een actieplan om de strijd op te bouwen

    We moeten tonen dat we het ernstig menen. Dat kan met een opbouwend actieplan met data die ruim van tevoren bekend zijn en waarnaar actief wordt opgebouwd. Het volstaat niet om data te lanceren en er vervolgens niet veel mee te doen – zoals deze zomer met de stakingsoproep voor 7 november. De kracht van een opbouwend actieplan zagen we in het najaar van 2014 toen ons protest de regering-Michel deed wankelen. Die rechtse regering bleef enkel overeind omdat er geen tweede, krachtiger, actieplan kwam met bijvoorbeeld een reeks algemene stakingen van 24, 48 of 72 uur.

    De militantenconcentratie van 21 september is een ideaal moment om de mobilisatie naar de algemene staking in november te lanceren. Die mobilisatie zou versterkt worden met acties in de aanloop ernaar en met een plan na de staking van november.

0
    0
    Your Cart
    Your cart is emptyReturn to Shop