Category: Op de werkvloer

  • Afdankingen bij Inbev. Machteloos tegen een multinational?

    Op vrijdag 14 april werd bekend dat de vakbonden bij Inbev geen actie meer zouden voeren, maar de onderhandelingen zouden aangaan over de sluiting van de vestiging in Hoegaarden. Dit kaderde in een consultatiefase van de Inbev-directie in de ondernemingsraden, waarbij op het moment van schrijven nog moest duidelijk worden wat er in de vestigingen van Jupille en Leuven zou gebeuren.

    Peter Delsing

    Op 30 november vorig jaar kondigde de Inbev-directie een herstructureringsplan aan dat aan 232 Inbev-werknemers hun job zou kosten. Dit terwijl de multinational enorme winsten boekt. Volgens de perverse logica van het kapitalisme, echter, "niet genoeg winst" in vergelijking met de directe concurrentie. De overplaatsing van Hoegaarden, en het verlies van 59 jobs, maakte deel uit van die herstructurering.

    De woede over de sluiting in Hoegaarden was groot. Er volgde een betoging in de stad met 3000 deelnemers. De vakbonden hadden op deze solidariteit kunnen verder bouwen door een actieplan voor alle Inbev-vestigingen naar voor te schuiven. Immers: alle vestigingen worden geraakt door ontslagen, geniepig ingevoerd in verschillende schijven om de arbeiders verdeeld te houden.

    Dezelfde tactiek past Inbev overigens op internationaal vlak toe. Op 28 maart was er een eerste reactie van de vakbonden. In Leuven betoogden 1500 mensen – met delegaties uit België, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Luxemburg – tegen de verschillende herstructureringen.

    De vakbonden uit de verschillende Europese vestigingen eisten er onder meer meer informatie over "toekomstige ontslagen". Wij denken dat die betoging had kunnen aangegrepen worden om op Europees vlak een plan voor stakingsactie met de verschillende vestigingen naar voor te brengen, bediscussieerd door het personeel, en gericht op het verdedigen van elke job. Wie zich enkel op overleg baseert, weet op voorhand dat hij – met een kapitalisme in crisis – gaat bloeden.

    Met de invoering van het Generatiepact is het nog maar de vraag hoe de onderhandelingen nu zullen uitdraaien. De vakbonden hopen zoveel mogelijk op de uitweg van brugpensioen. Maar kan je zo alle arbeiders, en hun families, verdedigen? Als het Pact wordt toegepast, wacht velen vanaf nu een C4 en werkloosheid.

    Arbeiders zijn niet machteloos tegen multinationals. Een strijdbare vakbondsleiding zou de solidariteit in de sector en de regio verder trachten te ontwikkelen. Enkel stakingsactie raakt de bazen waar het pijn doet: hun winsten. In Jupille werd er even ‘s ochtends gestaakt, maar de vakbonden in de verschillende vestigingen verbonden dit, jammer genoeg, niet met een gemeenschappelijk plan om in de tegenaanval te gaan.

    De ontwikkeling van een syndicale kracht zou moeten worden gekoppeld aan de uitbouw van een politiek alternatief. Een brede partij van werkende mensen zou strijdsyndicalisten kunnen samenbrengen. Ze zou ook de eis van nationalisatie van herstructurerende bedrijven op de agenda kunnen zetten. Elke overwinning in de strijd tegen de patroons en hun politici kan echter enkel definitief worden veilig gesteld in een socialistische maatschappij.

  • Peugeot wil vestiging in Coventry sluiten. Linkse socialisten protesteren

    Naar aanleiding van de aankondiging van de sluiting van de Peugeot-vestiging in Ryton (Coventry), roept de Socialist Party in Coventry op tot een actieplan om de 2.000 jobs te redden. Ons lokale gemeenteraadslid Dave Nellist legde ons standpunt uit in verschillende media. We publiceren het persbericht dat hij verstuurde.

    Dave Nellist

    Ik hoop dat de vakbondsleden in Ryton inspiratie zullen opdoen van de Franse arbeiders die de afgelopen weken hebben duidelijk gemaakt dat een sterk antwoord op de aanvallen van de regering inzake de jongerencontracten, tot resultaat kan leiden.

    12 maanden geleden werden bij Peugeot in Coventry zo’n 900 arbeiders afgedankt en we waarschuwden toen dat de gezamenlijke investering met Toyota voor 1 miljard pond in Tsjechië zou leiden tot het einde van de auto-industrie in onze stad.

    Het is niet zo dat Coventry plots duurder is geworden. De aandeelhouders van Peugeot willen hun winsten maximaliseren door de kosten te beperken. Dat is hun zakenlogica, ook al houdt het op sociaal vlak geen steek.

    Bovenop de 2.000 jobs die verloren gaan in Ryton, zullen honderden en misschien duizenden jobs verloren gaan bij onderaannemers of toeleveranciers. Er zal een groot gat geslagen worden in de lokale economie, wat enorme gevolgen zal hebben. Zowel winkels als scholen zullen de gevolgen zien van deze sluiting.

    Ik denk dat het noodzakelijk is dat de arbeiders van Ryton acties ondernemen, maar het is niet enkel aan hen om de strijd tegen de sluiting te voeren. De vakbonden moeten snel een datum naar voor schuiven voor een betoging doorheen de stad om heel de gemeenschap te mobiliseren achter de families die getroffen worden in Ryton. We hebben een dergelijke actie in de komende dagen nodig, er moet geen maanden gewacht worden.

    Naast de miljoen die verloren gaan door de sluiting, zullen de regering en de lokale overheden miljoenen nodig hebben om de sluiting op te vangen. Dat geld zou beter nu al geïnvesteerd worden in het openhouden van het autobedrijf.

    Publieke investeringen moeten leiden tot een publiek bezit van de fabriek. Peugeot heeft zichzelf het recht ontzegd om te beslissen over de toekomst van Ryton. De regering moet tussenkomen om de sluiting te vermijden, niet op basis van steun of subsidies voor een multinational, maar door het bedrijf in publieke handen te nemen.

    Dat is op zich geen moeilijke operatie. Zelfs een Tory-premier, Ted Heath, besloot in 1971 om Rolls-Royce te nationaliseren. Hij deed dat binnen de 24 uur na de aankondiging van de mogelijke sluiting van het bedrijf. Naast het publieke bezit van Ryton, is er volgens ons ook nood aan een debat over wat er geproduceerd wordt in Ryton waarbij ook rekening wordt gehouden met de transportbehoeften in de samenleving.

    Onze stad en deze regio hebben duizenden jobs zien verloren gaan in de industrie. De beperkte bescherming van arbeiders maakt ontslagen gemakkelijker. De vakbonden moeten de regering dwingen om dit een halt toe te roepen en om komaf te maken met het industriële vandalisme.

  • Regering wil vakbonden mee verantwoordelijk maken voor aanvallen op de lonen

    De regering organiseerde de afgelopen maanden een topoverleg met vakbonden en patronaat. De bedoeling was om tot afspraken te komen rond de lonen. Eigenlijk werd dus vooropgelopen op het loonoverleg van eind dit jaar. Dan moet er een nieuw Interprofessioneel Akkoord (IPA) komen.

    Karel Mortier

    Guy Verhofstadt verklaarde op 27 maart: "Bonden en werkgevers erkennen dat er een probleem is met de slagkracht van onze bedrijven. Ze pleiten ook voor de invoering van controlemechanismen, en dat is belangrijk wanneer er te veel inflatie dreigt. En de sociale partners willen ook niet dat lastenverlagingen in de toekomst zouden worden omgezet in loonsverhogingen."

    Liever dan de komende maanden het gevecht aan te gaan, stappen de vakbondsleiders vandaag al in het liberale schuitje. Dat was te verwach-ten, nadat ze toestonden dat er aan de index werd geprutst, waardoor de indexaanpassing een aantal maanden werd uitgesteld. In ruil voor de zoveelste loonmatiging krijgen de vakbonden de klassieke "belofte" dat er meer banen zullen komen en dat bedrijven meer geld zullen steken in innovatie.

    Er mag volgens Cortebeeck niet geraakt worden aan de index – wat hij recent dus wel degelijk heeft gedaan – en de loonbarema’s, maar voor de rest is er véél mogelijk om de lonen binnen de perken te houden. De boodschap die hij aan de verschillende sectoren geeft, is niet om uit te zoeken hoe men het best de koopkracht van de leden doet toenemen, neen, integendeel. Ze moeten rond de tafel gaan zitten met de werkgevers om te zien hoe ze de loonstijging binnen de perken kunnen houden.

    De werkgevers zullen weinig moeite hebben om met de nodige ideeën te komen. Dat de winsten en de lonen van de topmanagers de pan uitswingen, daar waar de koopkracht van de meerderheid van de bevolking is gedaald – ondanks de stijging van de productiviteit – doet blijkbaar niet ter zake.

    Neen. Op het moment dat een topeconoom van liberale stempel zegt dat de hoge lonen een fabeltje zijn en wellicht deel uitmaken van een verborgen agenda van het VBO, met als doel de winstmarges van de ondernemingen te vergroten, vindt de vakbondstop er niets beter op dan de agenda van het VBO en de regering grotendeels over te nemen en als kader te gebruiken voor de komende intersectoriële onderhandelingen.

    Dit is een herhaling van de strijd tegen het Generatiepact. Toen was Cortebeeck ook direct verkocht aan de noodzaak van dit pact, maar werd hij een aantal keer teruggefloten door de achterban. Het boekje "50 Grijze Leugens" van het hoofd van de studiedienst van het ACV, Gilbert De Swert, werd op geen enkel moment door de vakbond in de strijd geworpen, hoewel er in dit boek voldoende tegenargumenten stonden om in te gaan op de discussie.

    Vandaag volstaan blijkbaar de uitspraken van een liberale econoom, mét column in de Financial Times, niet meer om Cortebeeck te laten afstappen van het neoliberaal denkkader van de regering.

    Al meer dan een decennium wordt er ingeleverd door de werkenden in ruil voor meer banen en meer innovatie. Het enige wat we gezien hebben, is een toenemende werkloosheid en daling van de arbeidsvoorwaarden voor diegenen die nog werk hadden. Van meer geld voor innovatie en opleiding is ook al niet veel in huis gekomen. België scoort op dat vlak in alle internationale studies nog steeds zeer slecht. Het enige wat zeker is, is dat er opnieuw geld zal stromen van diegenen die de welvaart produceren in ons land naar diegenen die het kapitaal in handen hebben.

  • Van Den Bossche en Oosterlinck pleiten voor elite-universiteiten

    Voormalig onderwijsminister Luc Van Den Bossche (thans voorzitter van de associatie rond de Gentse universiteit) en zijn vroegere kompaan André Oosterlinck (ex-rector van deLeuvense universiteit) ondersteunen het beleid van onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Ze pleiten immers voor een harde besparingsronde in het hoger onderwijs. Slechts twee universiteiten mogen overblijven. Hùn universiteiten.

    Toen Luc Van Den Bossche nog onderwijsminister was, kon hij het al goed vinden met de toenmalige Leuvense rector Oosterlinck. Van Den Bossche had wel oren naar het pleidooi van Oosterlinck om fel te snoeien in het hoger onderwijs om op die manier uiteindelijk tot één of twee elite-universiteiten te komen. Oosterlinck was steeds van mening dat het hoger onderwijs nauwer moet aansluiten bij de noden van het bedrijfsleven. Bijgevolg moeten onderwijsinstellingen fabrieken worden waar toekomstige werkkrachten worden geproduceerd.

    Vandaag is Luc Van Den Bossche voorzitter van de associatie rond de Gentse universiteit. Vanuit die functie zal hij ook wel een grote invloed hebben op zijn partijgenoot en huidig onderwijsminister Frank Vandenbroucke. Ze delen alvast enkele gemeenschappelijke bekommernissen. Beiden willen het hoger onderwijs aanpakken en gaan uit van een concept waarbij vijf universitaire centra in Vlaanderen te veel is.

    Zowel Oosterlinck als Van Den Bossche stellen dat 5 associaties te veel is. "Mij lijkt het logisch dat er minder dan vijf associaties zullen zijn", aldus Van Den Bossche. De universitaire instellingen in Brussel (VUB), Antwerpen (UA) en Hasselt (LUC) liggen onder vuur. Volgens Oosterlinck moeten Hasselt en Antwerpen aansluiten bij andere associaties. De VUB kan wat hem betreft gewoon opgedoekt worden, "het is moeilijk om met minder dan de helft van het aantal professoren van Leuven evenveel opleidingen aan te bieden als Leuven en Gent."

    Onderwijsminister Frank Vandenbroucke wou niet officieel reageren op de uitlatingen van Oosterlinck en Van Den Bossche. Anderzijds blijkt nergens uit dat Vandenbroucke zijn partijgenoot Van Den Bossche intern zou teruggefloten hebben. Dat zou ons verbazen, want het voorstel tot financieringsdecreet dat Vandenbroucke heeft voorgelegd, gaat verdacht sterk in de richting van de wensen van Oosterlinck en Van Den Bossche. Alleen worden de bedoelingen door die laatsten iets openlijker naar voor gebracht.

    Om dit proces tegen te gaan, is verzet noodzakelijk. Na de succesvolle onderwijsbetogingen in Brussel en Antwerpen wordt komende donderdag in Gent betoogd. Wij roepen alvast op om massaal deel te nemen aan deze betoging!

  • Uitbuiting in Europees parlement… zwartwerk op NAVO-basis

    Ook de internationale instellingen ontsnappen niet aan sociale onrust tegenover slechte arbeidsvoorwaarden en lage lonen. In het Europees parlement blijkt er heel wat uitbuiting van medewerkers te zijn. Die krijgen vaak een nepstatuut en worden weinig betaald. Op de NAVO-basis in Bergen wordt nog een stap verder gegaan: daar blijkt er meer zwartwerk dan officieel werk te worden verricht…

    Uitbuiting in het Europees parlement

    In de krant van 13 april bracht De Morgen de extreme uitbuiting van personeel bij het Europees parlement aan het licht. Dat de EU neoliberaal was, wisten we al langer. Dat de parlementsleden zo grof omgaan met hun eigen personeel, is echter nieuw.

    Assistenten krijgen het ene stagairscontract na het andere voorgeschoteld, om zo sociale bijdragen voor bijvoorbeeld ziekte of ongevallen te omzeilen. Voorts liggen de lonen van het personeel uiterst laag: gemiddeld tussen de 1000 en 1200 euro. Tal van "medewerkers" worden tot een contract van zelfstandige gedwongen, om op die manier sociale bijdragen te ontlopen. Er werd inmiddels een nieuwe vakbond opgericht om de belangen van het personeel te verdedigen: de European Parliament Assistants’ Association. Deze EU is nogmaals de onze niet: moeten we van deze burgerlijke politici verwachten dat ze een "sociaal Europa" instellen, wat de vakbondstop blijkbaar verwacht, als ze hun personeel zo behandelen?

    Zwartwerk op NAVO-basis…

    De socialistische bediendenvakbond SETCa voerde op 23 maart actie aan de NAVO-basis SHAPE in Bergen om te protesteren tegen het zwartwerk op de basis. Met slogans als "Shame on Shape" en "167.000 uren in het zwart = 120 banen minder", werd geprotesteerd tegen de aanwezigheid van 250 zwartwerkers op Shape.

    In 2005 was het zwartwerk bij Shape belangrijker dan het officieel aangegeven aantal werkuren. Het gaat vooral om Oosteuropese arbeiders die 4 à 5 euro per uur betaald krijgen.

    Het is niet verwonderlijk dat de NAVO geen syndicale delegatie wil erkennen op Shape. Toen enkele jaren geleden het personeel van een supermarkt op de basis wou deelnemen aan een sectoriële staking, dreigde de commandant om iedere arbeider die staakte te ontslaan. De arbeiders hadden volgens hem geen recht om te staken…

  • "De CMB is één, ondeelbaar en solidair"

    Verdwijnt deze zin uit artikel 8 van de statuten van de CMB? Op 20 en 21 april wordt er op een buitengewoon congres beslist over de splitsing van de socialistische metaalvakbond CMB. Dit is de laatste ‘formaliteit’ die vervuld moet worden. De discussie over de verdeling van de inboedel (gebouwen, financiële middelen,…) is al een tijd aan de gang. Op het ogenblik van het schrijven van dit artikel is de uitkomst van het congres nog niet bekend. Of er nu al tot een splitsing wordt overgegaan of pas later onder druk van de basis, verandert niets aan ons standpunt. Wij zijn resoluut tegen die splitsing!

    Een ABVV-militante

    Bij een splitsing komt er een Vlaamse en een Waalse entiteit. Moeilijk punt is de afdeling Brussel, die zowel Nederlandstalige als Franstalige leden heeft. Wat zou de leiding van de metaalbond doen bij een herstructurering bij Volkswagen Vorst? Er zou een overkoepelend orgaan worden gecreëerd om in orde te zijn met de ABVV-statuten. Die bepalen immers dat er maar "1 federale centrale per nijverheid" wordt erkend.

    De economische, sociale en politieke verschillen tussen Wallonië en Vlaanderen worden aangehaald als rechtvaardiging voor een splitsing. We moeten ons bewust zijn van deze verschillen, alsook van de verschillen in vakbondstradities tussen de landsdelen, en tussen de verschillende centrales en afdelingen. Dit is echter niet de zwakte, maar juist de sterkte van de vakbonden.

    De echte reden is de machtstrijd binnen de vakbondsleiding. Dat leidde in het verleden ook al tot ‘regionale vleugels’ binnen het ACOD en zelfs tot een volledige splitsing van LBC-CNE.

    Talloze delegaties, delegees en vakbondsmilitanten van verschillende afdelingen en van verschillende centrales spraken zich uit tegen een splitsing van de CMB. Op de site www.splitsing.blogspot.com stemden 1000 mensen, daarvan waren er 84,7% tegen een mogelijke splitsing. Bovendien stonden er tientallen berichten tegen de splitsing.

    De peiling op deze website toont aan dat een groot deel van de basis tegen een splitsing is. Je moet geen genie zijn om de weten dat we samen sterker staan. Toch is het waarschijnlijk dat de splitsing op het congres aanvaard wordt. Een 400-tal afgevaardigden zal het congres mogen bijwonen. Helaas werden deze afgevaardigden niet verkozen op algemene ledenvergaderingen in de verschillende regio’s, om op het congres het standpunt van die algemene ledenvergadering te verdedigen. Meestal worden de afgevaardigden aangeduid door de vrijgestelden en vertegenwoordigen ze enkel zichzelf.

    Het echte probleem binnen ABVV-Metaal, en binnen de vakbonden in het algemeen (ABVV, ACV en ACLVB), is het gebrek aan democratie! Het gebrek aan inspraak van de basis laat ruimte voor de ontwikkeling van een bureaucratie die zichzelf in stand wil houden en enkel de eigen belangen verdedigt.

    Daartegenover stellen wij dat de secretarissen en vrijgestelden democratisch moeten verkozen worden en permanent afzetbaar zijn uit hun functie. Bovendien zouden ze niet meer mogen verdienen dan het gemiddelde loon van de leden die ze vertegenwoordigen.

    De 160.000 CMB-leden moeten zich kunnen uitspreken over de splitsing van hun vakbond. Door het organiseren van algemene ledenvergaderingen op de werkvloer tijdens de werkuren, moeten de leden geïnformeerd worden en nadien moet er gestemd worden.

    De leden moeten hun afvaardiging naar het nationaal congres verkiezen op algemene ledenvergaderingen per bedrijf of afdeling.

    Strijdbare delegees en militanten moeten zich verenigen om de strijd voor democratie binnen de vakbonden georganiseerd te voeren. Samen kunnen we strijd winnen tegen patronaat en regering, vanuit een verdeelde positie staan we zwakker.

  • Werkonderbreking bij NedCar: strijd voor behoud werkgelegenheid

    Afgelopen maandag vond bij NedCar, een productiebedrijf voor auto’s in het Nederlandse Born, een werkonderbreking plaats. Deze werkonderbreking volgde op een week waarin uit onvrede al een keer het werk tijdelijk was neergelegd en een spontane manifestatie georganiseerd op zaterdag.

    Bas De Ruiter

    Op de betoging van afgelopen maandag waren er op het hoogtepunt zowat 3.500 arbeiders van Nedcar en toeleveranciers. De actie werd gesteund door alle vakbonden, ook de Unie die eerder tegen acties had gepleit.

    Het jobverlies bij Nedcar (waar 1.000 jobs bedreigd zijn), zou ook leiden tot het verdwijnen van 500 jobs bij toeleveranciers. Een arbeider vertelde me dat er plannen zijn om van een tweeploegendienst naar een enkele ploegendienst te gaan. In totaal zouden dus 1.500 jobs verloren gaan.

    Onder de arbeiders is er een sterk gevoel van solidariteit, en tegelijk ook een enorme strijdbaarheid. De arbeiders met wie ik sprak, stelden dat ze de macht hebben om de productie volledig stil te leggen en dus de macht uit te oefenen over het bedrijf en de productie.

    De ontslagen komen volgens de directie van NedCar voort uit het feit dat Daimler Chrysler de productie bij Nedcar heeft stopgezet door tegenvallende verkoopsresultaten. Ook Mitsubishi, dat nog tot 2010 contracten met NedCar heeft lopen, zou met tegenvallende resultaten te kampen hebben. Dat argument kwam ook naar voor in de toespraak van de voorzitter van de vakbond FNV Bondgenoten, Henk van der Kolk. Nochtans kende Daimler Chrysler in 2005 een groei van haar omzet met 3,8%. In eerste vijf maanden van 2005 haalde Mitsubishi een omzetsstijging van 23,8%.

    De ontslagen hebben bijgevolg meer te maken met de wens van de directies van beide bedrijven om de winstpercentages te verhogen door de productie te verplaatsen (Daimer Chrysler) of minder arbeiders evenveel werk te laten verrichten (Mitsubishi). Bij de werkonderbreking kwam de woede naar boven. Zo was er op het podium een in midden gezaagde Smart-wagen te zien met een begeleidende spandoek: “Gedeelde Smart, is halve Smart“.

    De voorzitter van de Ondernemingsraad, Jean Wouters, zei dat er anderhalf jaar geleden reeds 1.600 ontslagen vielen. "Mitsubishi en Daimler Chrysler zeiden toen dat dit nodig was om NedCar te redden. We kunnen zien hoeveel daar van terecht is gekomen."

    Op het einde van de manifestatie werd er gestemd over de mogelijkheid om te gaan staken als er geen bevredigende overeenkomst zou komen uit het overleg tussen bonden, NedCar en Mitsubishi dat die dag zou plaatsvinden. De waarschuwing van Henk van der Kolk om vooral het resultaat van het overleg af te wachten en niet wild te gaan staken, werd erg lauw ontvangen. Daarentegen was er een enorme steun onder de arbeiders voor stakingsacties: bij de stemming stemden slechts vier arbeiders (van de eerder genoemde 3500) tegen, er waren geen onthoudingen en de rest stemde voor stakingsacties.

    Na afloop van de werkonderbreking sprak ik met Jean Wouters, voorzitter van de OR van NedCar.

    Kan u nog even de precieze aanleiding van het conflict schetsen?

    Jazeker, die aanleiding is dat er eerdere afspraken waren met Daimler Chrysler en Mitsubishi om bij NedCar 290.000 wagens te produceren. Door tegenvallende verkoopresultaten bij Smart (Daimler Chrysler) lijkt dat nu van de baan en dreigen er 1.000 arbeiders ontslagen te worden.

    De voorzitter van FNV-Bondgenoten, Henk van der Kolk, riep in zijn speech op vooral niet wild te gaan staken: wat vindt u daarvan?

    Ik heb daar met Henk over gesproken en hij heeft mij ervan weten te overtuigen dat we inderdaad die wettelijke termijn van 24 uur in acht moeten nemen. Ik kom persoonlijk uit België en daar breken wilde stakingen vaker uit, omdat die achteraf alsnog door de vakbond erkend worden. In Nederland schijnt dat niet mogelijk te zijn op basis van in het verleden gemaakte afspraken tussen vakbonden, werkgevers en regering. We komen hiermee ook tegemoet aan de wensen van de arbeiders.

    Er is duidelijk een enorme strijdbaarheid onder de arbeiders merkbaar. Als in de onderhandelingen nu niet het gewenste resultaat zou worden bereikt, aan wat voor vervolgacties denkt u dan?

    Dan is alles mogelijk van demonstraties, bijvoorbeeld in Den Haag, tot stakingen en bedrijfsbezettingen bij NedCar zelf.

  • Stop de vermarkting van ons onderwijs: welk programma verdedigen? (Deel 6)

    In het laatste deel van onze brochure over de geplande besparingen in het hoger onderwijs, gaan we in op het programma dat volgens ons de beweging tegen Vandenbroucke kan versterken. We leggen uit waarom wij meer middelen voor onderwijs eisen door middel van meer overheidsgeld. Ook andere eisen worden toegelicht.

    Tim J

    6. Welk programma voor het hoger onderwijs naar voren te brengen?

    Slechts één oplossing: meer overheidsgeld voor onderwijs!

    Vandenbroucke verdedigt zijn plan door te stellen dat hij het gebruik van overheidsmiddelen in het onderwijs wil rationaliseren. Doordat er in Vlaanderen heel veel kleine instellingen bestaan, gebeurt er zogezegd veel verspilling van middelen. Daar wil de minister dan ook paal en perk aan stellen.

    Op zich is dit natuurlijk een nobel streven. We zullen met de ALS ook in geen enkel geval een onderwijsfinanciering voorstellen die gebaseerd is op verspilling. Het probleem zit hem echter in wat Vandenbroucke eigenlijk bedoelt met modewoorden zoals rationalisering en efficiëntie. Hij bedoelt zeker en vast niet dat hij wil uitgaan van de belangen van de studenten en het personeel in het hoger onderwijs, en daaraan de financiering aanpassen. Zijn bedoeling is het hoger onderwijs zo veel mogelijk ten dienste stellen van de belangen van de patroons, de multinationals die op zoek zijn naar goedkope leveranciers van technologie en arbeidskrachten.

    Nemen we bijvoorbeeld de systematische onderfinanciering van het onderwijs. Die heeft ervoor gezorgd dat instellingen de voorbije jaren een personeelsstop hebben moeten invoeren, arbeidsomstandigheden zijn achteruitgegaan, sociale voorzieningen voor studenten zijn afgebroken en de studiedruk is toegenomen. Vooral in de hogescholen is deze situatie dramatisch. We zouden dan ook kunnen verwachten dat rationalisering een forse verhoging van het onderwijsbudget zou betekenen. Het tegendeel is echter waar.

    Het budget voor het hoger onderwijs wordt tussen 2007 en 2012 bevroren op 1,152 miljard euro. Dit is een stijging met 12,5 miljoen tegenover 2006. Nochtans is aan de hogescholen beloofd dat er een inhaaloperatie zou worden uitgevoerd om de systematische onderfinanciering teniet te doen. De 12,5 miljoen die hiervoor op tafel wordt gelegd is belachelijk weinig.

    Bovendien zorgt een bevriezing van het onderwijsbudget op lange termijn voor een verdere achteruitgang. Weliswaar zal de 1,152 miljard elk jaar worden “geïndexeerd”, maar de indexering die de Vlaamse overheid toepast loopt zelfs achter op de gezondheidsindex. De voorbije jaren werd de Vlaamse onderwijsbegroting jaarlijks met 1 tot 1,5% geïndexeerd, ver onder de reële stijging van de prijzen. Deze vorm van “creatief indexeren” is de belangrijkste reden waarom de voorbije 25 jaar het aandeel van de onderwijsuitgaven in de begroting systematisch is afgenomen.

    Daarenboven wordt er al helemaal geen rekening gehouden met de stijging van de welvaart en de productiviteit. In 2012 zal Vlaanderen dus een nog kleiner gedeelte van haar BRP uitgeven aan onderwijs dan nu, aangezien het BRP zal groeien. Maar ook de debatten over loonsverhogingen en andere personeelsuitgaven worden op deze manier al op voorhand gehypothekeerd: elke loonsverhoging boven de index is in de praktijk zo goed als onmogelijk, want dan eist het personeel een groter deel van de koek voor zich. In 2012 zal het personeel in onze instellingen van het hoger onderwijs er dus uiteindelijk nog slechter aan toe zijn dan vandaag al het geval is.

    Dit is toch wel een bijzonder vreemde houding vanwege de Vlaamse regering. In de media worden we om de oren geslagen met de hoge kwaliteit van het Vlaamse onderwijs als een belangrijke troef in Vlaanderen. Er wordt gezegd dat kennis een steeds belangrijkere rol speelt in de economie, dat het belangrijk is te investeren in hoogtechnologische industrieën en onderzoek. De Vlaamse regering doet in feite het tegengestelde: ze snoeit net in haar uitgaven voor onderzoek en onderwijs.

    Volgens het “Observatory on Borderless Higher Education”, een organisatie die studies maakt over de evoluties van de privatisering van het hoger onderwijs wereldwijd, behoort België tot nu toe tot die groep van landen die het meeste beperkingen oplegt aan private bedrijven om in het hoger onderwijs te investeren. Ook de Scandinavische landen behoren tot deze groep, maar ze verschillen met België in die zin dat de overheid hier een veel hoger percentage van het BNP gebruikt voor onderwijs. De Vlaamse regering heeft dus twee mogelijkheden: ofwel meer geld geven aan onderwijs, en op die manier het Vlaamse onderwijs kwaliteitsvoller, én toegankelijk voor iedereen maken, ofwel streven naar een privaat hoger onderwijssysteem, waar rijke elitestudenten aan topuniversiteiten zullen afstuderen, en de grote meerderheid van de bevolking geen of minderwaardig hoger onderwijs zal genieten. Vandenbroucke kiest blijkbaar voor de tweede optie…

    Het enige werkbare alternatief is het verhogen van de onderwijsfinanciering van overheidswege. Een goed streefdoel zou 7% van het BRP zijn, waarmee Vlaanderen opnieuw evenveel aan onderwijs zou uitgeven als in 1980. Met dit extra geld kan de kwaliteit van ons onderwijs sterk worden opgedreven.

    Met het extra geld zou kunnen geïnvesteerd worden in goed lesmateriaal, goede onderzoeksfaciliteiten, betere bibliotheken,… Ook zou extra personeel kunnen worden aangetrokken, om zo de hoge werkdruk in het hoger onderwijs te verlichten. Vandaag gaan assistenten, professoren en docenten gebukt onder een enorme prestatiedruk. Onderzoeksprojecten moeten steeds sneller worden afgewerkt om de benodigde beurzen en subsidies binnen te rijven, en lesopdrachten worden steeds zwaarder, waardoor de voorbereidingen voor deze lessen dikwijls de mist in gaan. Overuren worden bij veel onderzoekers beschouwd als normaal, en veel projectgebonden personeel werkt door tijdens weekends, vakanties,… Ook voor het administratief en technisch personeel gaan de werkomstandigheden er systematisch op achteruit. Door de besparingen uit het verleden moet steeds hetzelfde werk met steeds minder personeel worden geklaard, en veel diensten worden uitbesteed aan onderaannemers, die de klus veel goedkoper kunnen klaren, maar die barslechte werkomstandigheden bieden aan hun personeel. Door meer personeel aan te werven op alle niveaus, kan aan deze problemen worden verholpen. De kwaliteit van het onderzoek en onderwijs zullen ook stijgen, aangezien fouten en vergissingen ten gevolge van de te hoge tijdsdruk en gebrek aan voorbereiding op die manier worden vermeden.

    Het extra geld moet zeker en vast ook worden aangewend om het hoger onderwijs verder te democratiseren. Nog steeds is het percentage studenten die afkomstig zijn uit armere of klassieke arbeidersgezinnen bijzonder ondermaats. Dit kan enkel opgelost worden door te investeren in sociale voorzieningen zoals goede en goedkope koten, studentenrestaurants, medische dienst, sportfaciliteiten,… Bovendien moet er extra geld worden voorzien om de achterstand die hogescholen hebben op het gebied van de financiering van sociale voorzieningen weg te werken.

    Verder moet er ook een studieloon worden ingesteld, waar iedere student recht op heeft. Op die manier worden minder begoede studenten niet meer verplicht om te gaan bijklussen om hun studies te betalen en krijgt iedereen een echte kans op hoger onderwijs. Alle speciale studentencontracten, leercontracten,… moeten worden afgeschaft. Vandaag worden jongeren door hun zwakkere positie op de arbeidsmarkt voortdurend in de uitverkoop geplaatst. Patroons betalen lagere lonen, minder of geen sociale lasten, nemen studenten aan “in het zwart”,… Dit zet ook een neerwaartse druk op de andere lonen. Door een studieloon in te stellen, waarop iedere student recht heeft, vervalt de nood aan dit soort “speciale” arbeidsstatuten.

    Ook de manier van lesgeven, en over wàt er lesgegeven wordt, moet worden gewijzigd. Universitaire opleidingen blinken dikwijls uit door hun abstractheid, en staan dikwijls mijlenver verwijderd van de realiteit. Ook het onderscheid tussen de “wetenschappelijke” universiteiten en de meer “professionele” hogescholen is totaal achterhaald. ALS eist één enkel, pluralistisch hoger onderwijssysteem, waarbij de vorming van studenten tot kritische en onafhankelijk denkende mensen het hoofddoel is.

    Er moet meer ruimte worden gemaakt voor praktijkervaringen, en meer contacten met de maatschappij buiten de universiteit. Stages en praktijkopleidingen moeten ook verloond worden, om te vermijden dat stagairs als “gratis werkkrachten” worden gebruikt.

    Democratisering van het hoger onderwijs betekent verder ook meer inspraak en controle van studenten en personeel op hoe de universiteiten en hogescholen werken. Er moet een halt worden toegeroepen aan de baronieën en ondemocratische structuren die soms bestaan aan universiteiten en hogescholen. ALS eist werkelijke inspraak van personeel en studenten over de aanwending van de middelen in het hoger onderwijs.

    ALS is zich er van bewust dat dergelijke hervormingen enkel afdwingbaar zijn op basis van massale strijd. De komende maanden en jaren zal het er op aankomen om de studentenbeweging en de syndicale beweging in het hoger onderwijs terug op te bouwen. Ervaringen met dergelijke bewegingen tonen aan dat overwinningen op basis van strijd mogelijk zijn. In het verleden hebben de studentenvakbonden in landen als Italië, Spanje en Frankrijk meermaals dergelijke besparingsplannen kunnen tegengaan. De reden hiervoor waren de massale mobilisaties, en de voortdurende link tussen studenten en de vakbonden van het personeel. Elke sociale verworvenheid is verkregen op basis van strijd, en enkel door strijd kunnen we die verworvenheden ook verdedigen tegen de aanvallen die het patronaat en de regering uitvoeren.

    Socialisme?

    Zolang we leven in een kapitalistische maatschappij zal elke overwinning en verworvenheid op termijn opnieuw in vraag worden gesteld. Als dit plan Vandenbroucke wordt tegengehouden op basis van de strijd, zal dat natuurlijk een enorme overwinning betekenen. De Vlaamse regering zal onder druk van het patronaat echter elke verslapping van de beweging aangrijpen om het plan opnieuw op tafel te gooien. Onder het kapitalisme is geen enkele verworvenheid permanent. Vandaag zijn het immers de patroons van de grote multinationals die beslissen over wat er gebeurt met de rijkdom die wij allemaal samen produceren, en zij hebben er geen enkel belang bij die rijkdom aan te wenden om bijvoorbeeld gratis en degelijk onderwijs te voorzien voor iedereen.

    Daarom brengt ALS ook de noodzaak van een democratisch socialistische maatschappij naar voren. Een maatschappij waarin de sleutelsectoren van de economie worden genationaliseerd, en onder democratische controle geplaatst van de hele bevolking. Enkel zo kan de rijkdom die er is ook worden besteed aan zaken die prioritair zijn, zoals onderwijs. Een onderwijssysteem waarin de behoeften van studenten en scholieren centraal staan, en waar iedereen de mogelijkheden heeft om te studeren naar zijn/haar eigen interesses, en waar de ontplooiing van alle talenten van een individu centraal staan…

    En nu… ten strijde!

    Dit is het programma waarmee ALS ten strijde wil trekken tegen de besparingsmaatregelen van Vandenbroucke. We eisen niets anders dan de volledige terugtrekking van het huidige financieringsdecreet. Zolang er geen financieringsdecreet wordt voorgesteld, dat het hoger onderwijs kan doen vooruitgaan, zullen we elk voorstel verwerpen. Als de Vlaamse regering wil werk maken van een degelijk en gratis onderwijs, zal zij méér geld op tafel moeten leggen. Dat is de eerste discussie die nu moet worden gevoerd, voordat er gesproken wordt over de verdeling van de middelen. Geen enkel ander plan is aanvaardbaar dan een plan waarin een forse stijging van de uitgaven voor onderwijs wordt voorgesteld, om tegemoet te komen aan alle noden en behoeften van studenten, scholieren en personeel.

    Neem contact op met de ALS in jouw universiteit of hogeschool, en vecht met ons mee!

  • Stop de vermarkting van het onderwijs. Het plan Vandenbroucke (Deel 5)

    In het vierde deel van onze brochure over het onderwijs wordt specifiek ingegaan op de besparingsplannen van de Vlaamse minister van onderwijs Frank Vandenbroucke. We gaan na wat de voorgestelde hervormingen zouden betekenen voor zowel de studenten als het personeel aan de universiteiten en hogescholen.

    Tim J

    5. Het Plan Vandenbroucke

    (1)

    Overgang naar de Europese onderwijsmarkt

    De bedoeling van het plan is om tijdens de overgangsfase 2008-2012 het Vlaamse hoger onderwijs klaar te maken voor de aankomende Europese hoger onderwijsmarkt. In die fase wordt het onderwijs nog steeds voor het overgrote deel gefinancierd door de overheid, maar wordt er een concurrentiemechanisme ingevoerd die de universiteiten moet voorbereiden op de latere concurrentie op internationaal niveau. Dit moet het ook mogelijk maken dat op termijn private bedrijven kunnen investeren in het hoger onderwijs.

    Concurrentiemechanisme

    Dit is het belangrijkste doel van het Plan Vandenbroucke. Voor de allereerste keer zal de overheid bij de financiering van het onderwijs een concurrentiemechanisme invoeren. Het overheidsbudget voor onderwijs wordt tot 2012 vastgelegd, en de instellingen moeten nu met elkaar in concurrentie gaan om overheidsmiddelen te krijgen.

    Hoe gaat dit in zijn werk? Een groot deel van de inkomsten van de Vlaamse universiteiten en hogescholen komt uit de pot van 1,152 miljard overheidssubsidies, de “werkingsmiddelen”. Die pot wordt in 3 delen opgedeeld: 5% van het geld wordt verdeeld onder de verschillende associaties, naargelang hun grootte. Daarnaast is er nog een tweede pot van 5%: de “projectgebonden middelen”. De minister stelt een aantal prioriteiten vast voor het onderwijs (groepen in de maatschappij waar meer aandacht voor nodig is, studierichtingen of onderzoek dat belangrijk is), en universiteiten en hogescholen die een inspanning leveren om tegemoet te komen aan die prioriteiten zullen in ruil een deel van dit geld krijgen.

    Het overgrote deel van de middelen zit echter in een variabel gedeelte van 90%. Dit geld wordt verdeeld op basis van een aantal parameters die de minister heeft opgesteld. Instellingen die goed scoren op die parameters, krijgen meer geld. Elk jaar wordt de verdeling van de subsidies tussen de instellingen dus opnieuw berekend aan de hand van deze parameters.

    Tot nu toe werden de instellingen van het hoger onderwijs gefinancierd volgens het aantal studenten, en lagen de overheidsdotaties voor het overgrote deel vast. Met het geld dat ze kregen deden de instellingen dan wat ze wilden. Op die manier bestond er ook geen nood tot het beconcurreren van andere instellingen. Dit zal nu anders zijn. Universiteiten en hogescholen zullen vanaf nu moeten geleid worden als een commercieel bedrijf, dat zoveel mogelijk moet renderen om concurrentieel te blijven.

    Parameters

    Als we de concrete parameters er bij nemen, zien we dat de grotere instellingen en associaties systematisch worden bevooroordeeld tegenover de kleinere. Het is zelfs zo dat een instelling die niet genoeg studenten, onderzoekers en doctoraten kan voorleggen, op termijn zelfs helemaal géén geld meer zal krijgen, indien ze niet in associatie gaat met een andere instelling.

    Op zich is het stimuleren van samenwerking geen probleem, maar het geld dat instellingen krijgen ligt niet vast per instelling, maar per associatie. Door de enorme concurrentiedruk die zal heersen tussen de verschillende associaties, zullen de grotere partners worden verleid tot het bevoordelen van de grote instellingen tegenover de kleinere. Financieel gesproken wordt het bijzonder interessant om binnen de associatie één grote instelling in te richten, met veel studierichtingen- en keuzes, met daar rond een netwerk van minderwaardige instellingen, die hun beste studenten toeleveren aan de topinstelling.

    Bovendien wordt het behoud van kleine werkcolleges en direct contact tussen studenten en professoren ongelooflijk afgestraft. Nochtans hebben de visitatiecommissies die vandaag de kwaliteit van het onderwijs controleren juist de houding om deze manier van lesgeven aan te moedigen. Het is al veel langer een wijdverspreid idee dat de klassieke massacursus die ex-kathedra wordt afgedreund niet de pedagogisch meest verantwoorde manier is van lesgeven. Je hoeft geen onderwijsspecialist zijn om tot die vaststelling te komen.

    Het Plan Vandenbroucke wil nu echter komaf maken met lessen waarin slechts weinig leerlingen zitten. Studierichtingen, vakken of opties met kleine groepen studenten worden financieel zeer zwaar afgestraft door de invoering van een zogenaamde “concentratie-index”. De instellingen krijgen zelfs een financiële aanmoediging om deze kleine richtingen af te bouwen. Hiermee kiest minister Vandenbroucke dus een oriëntatie die door iedereen met ervaring in het onderwijs als compleet absurd en achterhaald wordt bestempeld, maar die wèl goedkoop is…

    Outputfinanciering

    Vanaf 2007 zullen de universiteiten en hogescholen niet meer gefinancierd worden naargelang het aantal studenten dat zij hebben (inputfinanciering), maar naargelang het halen van bepaalde streefdoelen en quota op het aantal afgestudeerden (outputfinanciering). Dit betekent dat studenten met studiemoeilijkheden, dikwijls ten gevolge van hun sociale achtergrond, sterk benadeeld zullen worden. Weliswaar wil Vandenbroucke meer geld op tafel leggen voor instellingen die veel beursstudenten hebben, welks op zich natuurlijk een goede zaak is, maar hij biedt natuurlijk geen mogelijkheden om die beursstudenten ook daadwerkelijk aan te trekken. Geld voor zelfstudiecentra waar professoren en pedagogen studenten met studiemoeilijkheden kunnen ondersteunen is er bijvoorbeeld niet, er zijn geen extra middelen voor betere sociale voorzieningen zoals studentenrestaurants, gesubsidieerde koten, medische diensten, goedkope sportinfrastructuur enz.

    De onderwijsinstellingen worden dus niet langer gefinancierd naargelang het aantal studenten die ze aantrekken, maar naargelang de successen op het gebied van doctoraten, geslaagde masters,… Opnieuw worden grote instellingen hierdoor sterk bevooroordeeld, door de economische schaalvoordelen die ze hebben. Een grote universiteit met goede laboratoria, veel professoren ed. zal sneller een betere outputscore hebben dan een kleinere instelling.

    Door de outputfinanciering zal de neiging sterk zijn om zich te richten op elitestudenten, en de anderen te verwaarlozen. We krijgen dus binnenkort een Amerikaans hoger onderwijsmodel, waarin topinstellingen mekaar bekampen om zoveel mogelijk goede studenten aan te trekken, en voor de rest enkel hun quota inzake studenten uit sociaal zwakkere milieus opvullen naargelang het hen goed uitkomt. Het is immers veel makkelijker om te proberen de “elitestudenten” aan te trekken, dan massaal veel geld te investeren in goede sociale voorzieningen, in de hoop extra beursstudenten aan te trekken.

    Wanneer we uiteindelijk de concrete financiële implicaties van dit decreet er bij nemen, wordt snel duidelijk wat de bedoeling is. In Vlaanderen zouden op termijn één of maximaal twee universiteiten ontwikkeld worden als topinstellingen, die op internationaal gebied kunnen concurreren, ten nadele van alle andere universiteiten en hogescholen. Een grote universiteit als de KULeuven scoort verrassend goed op alle parameters, en rijft dan ook een riante som aan extra middelen binnen. Kleinere universiteiten en de hogescholen starten met een enorme handicap, en men kan dus nauwelijks spreken van een “vrije concurrentie”. Maar zelfs voor een universiteit als de KUL is het niet enkel rozegeur en manenschijn. De nadruk op de commercialiseerbare aspecten van onderzoek en onderwijs zal nog veel sterker worden gelegd, en vooral de menswetenschappen zullen hiervan het slachtoffer zijn.

    Aanval op de rechten en belangen van studenten

    Het is duidelijk dat Vandenbroucke z’n financieringsplan niet geschreven heeft met in het achterhoofd een voortdurende aandacht voor de rechten en belangen van de studenten en het personeel in het hoger onderwijs.

    Voor studenten zijn we al ingegaan op een aantal concrete negatieve gevolgen van dit plan. De voorbije jaren is de studiedruk al spectaculair gestegen. Dit is vooral te wijten aan het gebrek aan onderwijzend personeel, waardoor het voor veel professoren veel eenvoudiger is een aantal taken te laten afwerken die de assistenten kunnen verbeteren, ipv effectief bezig te zijn met de begeleiding van de studenten. Doordat de concurrentiedruk tussen de verschillende instellingen enorm wordt opgedreven, zal ook de prestatiedruk op de studenten nog meer toenemen. Een universiteit of hogeschool zal niet voldoende geld meer krijgen voor een student als die student niet goed genoeg presteert.

    Vooral voor studenten uit financieel zwakkere milieus wordt dit dramatisch. Studenten die bijvoorbeeld werken voor om studies te kunnen financieren, kunnen nu éénmaal minder tijd besteden aan hun studie in vergelijking met andere studenten. Aangezien Vandenbroucke voor een aantal opleidingen, zoals de master-na-master, de financiering van overheidswege wil stopzetten, en in de plaats de universiteiten verplichten hoge inschrijvingsgelden te vragen, zal de financiële druk op de studenten alleen nog maar toenemen. Universiteiten mogen nu zoveel vragen als ze willen voor voortgezette opleidingen, wat de deur naar onbeperkte inschrijvingsgelden op alle niveaus op een kier zet. Vandenbroucke is echter een intelligent man: vandaag spreekt hij nog niet over de mogelijkheid om de inschrijvingsgelden te verhogen. Maar binnen een systeem van internationale concurrentie zullen de Vlaamse universiteiten en hogescholen veel meer middelen nodig hebben om op te boksen tegen buitenlandse instellingen. Het plan Vandenbroucke toont duidelijk aan dat de Vlaamse overheid niet van plan is om het onderwijs beter te gaan financieren. Als onze universiteiten de concurrentie met topinstellingen zoals Harvard, Yale en Oxford willen overleven, zullen ze dus vergelijkbare inschrijvingsgelden moeten gaan vragen die daar van toepassing zijn.

    Gevolgen voor het personeel

    Ook voor het personeel zal het nieuwe financieringsdecreet de bestaande problemen alleen nog maar vergroten. Ten eerste is er natuurlijk een directe aanval op de werkzekerheid. Als het plan Vandenbroucke wordt uitgevoerd zoals het nu wordt voorgesteld, zal dat in een groot deel van de instellingen tot massale ontslagen leiden door de forse vermindering van de financiering. Bovendien zal het concurrentiemechanisme de werkzekerheid in het hoger onderwijs nog verder in gevaar brengen. De voorbije jaren is de stijging van het personeelseffectief in het hoger onderwijs vooral te wijten aan een stijging van “projectgerelateerde” jobs. Onderzoekers worden aangenomen op een tijdelijk project, en moeten op zoek naar een nieuwe job als het project afgelopen is. Heel weinig personeelsleden stoten door naar een vaste benoeming. Doordat universiteiten en hogescholen vanaf nu nog veel minder zeker kunnen zijn van hun financiering op lange termijn, zullen ze nog minder geneigd zijn om mensen vast te benoemen, en zal het aantal flexibele en tijdelijke jobs alleen maar toenemen. Ook voor die personeelsleden die de voorbije jaren in onderaannemingen zijn geplaatst, tegen slechtere arbeidscondities dan voorheen, is er enkel een verslechtering mogelijk. De instellingen zullen nog meer gepushed worden om te besparen op restaurants, onderhoud, kuisploegen enz., wat de mogelijkheid voor contracten met “piratenfirma’s” in deze sectoren alleen nog maar zal vergroten.

    Bovendien zorgt het concurrentiemechanisme ervoor dat geen enkele universiteit of hogeschool nog op lange termijn zeker is van haar financiering. De personeelsleden die van deze financiering afhangen zullen dan ook in voortdurende onzekerheid over hun job moeten leven. Als onderwijsinstellingen als bedrijven moeten geleid worden, zal er een constante druk komen op de lonen en arbeidsvoorwaarden.


    (1) Het hele financieringsdecreet van Vandenbroucke (de zogenaamde vervolgnota), en de concrete financiële implicaties ervan zijn vrij te raadplegen op de website van het ministerie van onderwijs. http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs/Vervolgnota9-12-05.htm

  • Nieuwe poging om de beweging te verdelen een antwoord, solidariteit en eenheid!

    Minister van hoger onderwijs M-D Simonet heeft een nieuw decreet voorgesteld dat het aantal « niet-residentiele » (buitenlandse) studenten wil beperken tot 30%. Sommige hogescholen in de regio van Doornik tellen er nu meer dan 70%. In deze scholen is nooit een Belg geweigerd. Men kan dus gemakkelijk besluiten dat voor diegenen die nu uitgesloten zullen worden, niemand in de plaats zal komen. Op termijn moet dat leiden tot afdankingen en de sluiting van sommige sites.

    Lucas Gillis

    De minister baseert haar argumentatie op het voorbeeld van de faculteit dierengeneeskunde, waar Belgische studenten effectief geweigerd werden. Wat ze er echter niet bij vertelt, is dat dit voorbeeld bijlange niet representatief is voor het geheel van disciplines die door het decreet geraakt worden. Bovendien laat ze na erop te wijzen dat in de dierengeneeskunde een numerus clausus geldt, de belangrijkste reden voor het uitsluiten van jongeren in deze discipline. Deze nieuwe tegenhervorming zal bovendien ook van toepassing zijn op kinesisten, opvoeders en andere beroepen in het onderwijs en in de paramedische. Het is eigenlijk een nieuwe frontale aanval op het recht op onderwijs, voor ons een basisrecht.

    De jongste weken werd door de vakbonden en de studentenorganisaties betoogd, meer dan 6500 namen deel. De strijd mag echter niet beperkt worden tot de intrekking van het decreet, maar moet uitgebreid worden naar een volledige herfinanciering van het onderwijs!

    Bezoek ook de website van de Actief Linkse Studenten!

0
    0
    Your Cart
    Your cart is emptyReturn to Shop