Loonoverleg: cadeaus aan het patronaat, verdere inleveringen voor de arbeiders?

Loonoverleg: cadeaus aan het patronaat, verdere inleveringen voor de arbeiders?

Als we de “State of the union” van Verhofstadt mogen geloven, dan hebben de mensen vandaag meer geld in hun zakken dan vroeger. Hij stelt dat dit geen belofte is, maar een feit. Met wie zijn voeten speelt hij eigenlijk? Het zou immers correcter zijn om te zeggen dat een kleine minderheid van de bevolking meer geld bezit en dat de meerderheid van de bevolking daarvoor heeft moeten opdraaien.

Cédric Gérôme

“De economie doet het goed”, stelt de premier. Vanuit het perspectief van het patronaat is dit uiteraard waar. De winsten van de grote ondernemingen zijn fors toegenomen. In vergelijking met het eerste kwartaal van 2005 zijn de winsten van de 20 belangrijkste beursgenoteerde bedrijven in het eerste kwartaal van 2006 met 56% gestegen.

In tegenstelling tot wat Verhofstadt echter zegt, daalt onze koopkracht jaar na jaar. De laatste 25 jaar is de koopkracht van onze lonen en uitkeringen in reële termen naar schatting met zowat 20% gedaald.

In plaats van daar iets aan te doen, komen er enkel nieuwe cadeaus voor het patronaat. De patroonsfederatie Agoria stelde dat het tevreden was met de verdubbeling van de lastenverlagingen op ploegen- en nachtarbeid. Ze voegde er echter onmiddellijk aan toe dat die maatregel geen garantie biedt voor het behoud van arbeidsplaatsen. Dat is niet nieuw: de cadeaus worden gretig in ontvangst genomen door het patronaat, maar daar staat niets tegenover.

Ook voor de loonsonderhandeling dit najaar lijkt de inzet opnieuw te bestaan uit verdere dalingen van de loonkosten voor het patronaat, tegenover een uiterst beperkte stijging van onze lonen. Of die er – door de uitholling van de index – reëel komt, valt nog af te wachten. Dit wordt met de stilzwijgende steun van de vakbondsleidingen naar voor gebracht in de discussie rond een nieuw interprofessioneel akkoord.

Het ongenoegen zit nochtans diep. Verhofstadt stelde in het parlement: “Er bestaan twee manieren om aan politiek te doen: of men kan zich mee laten leiden met de stroom, of men kan de rol van kapitein opnemen en het schip in een bepaalde richting sturen, zelfs al moet men soms een storm trotseren om daar te geraken.” De storm van oktober vorig jaar staat nog vers in het geheugen gegrift. Er waren toen twee actiedagen tegen het Generatiepact.

Door die beweging tegen het Generatiepact was de ruimte voor toegevingen door de vakbondsleidingen beperkter. Daarenboven komen er verkiezingen aan in 2007, waardoor een harde algemene aanval niet op een goed moment zou komen voor de politici.

De politici, het patronaat en de vakbondsleidingen willen geen herhaling van de beweging tegen het Generatiepact of van de betoging tegen de voorstellen voor het vorige IPA. Dat leidde immers tot een betoging met 50.000 deelnemers in Brussel in december 2004.

Jean-Claude Daoust, voorzitter van het VBO, verklaarde reeds: “Ik nodig mijn vakbondscollega’s uit om het sereen onderhandelingsklimaat van de afgelopen maanden te behouden.” De leiders van de vakbonden hebben deze boodschap begrepen. Het is alleen nog de vraag of de militanten het op dezelfde manier zullen begrijpen.

Er zal geprobeerd worden om ons te laten betalen voor de recordwinsten. “Herstel van de competitiviteit”, noemen ze dat. Om tegen die logica in te gaan, zal er strijd nodig zijn. Zowel op syndicaal als op politiek vlak. Nadat de beweging tegen het Generatiepact door geen enkele grote partij werd gesteund, zal hetzelfde gebeuren met de verdediging van onze lonen. Daarom is er meer dan ooit nood aan een nieuwe formatie, die wel opkomt voor de verdediging van onze levensstandaard!