Verenigde Staten: welke oppositie tegen Bush?
Interview met Philip Locker (Socialist Alternative)
Wat is momenteel het bewustzijn in de VS tegenover de oorlog in Irak? Is het karakter van de beweging tegen de bezetting veranderd?
Na het officiële einde van de oorlog in mei kwam de anti-oorlogsbeweging in een neergaande fase. De steun voor Bush en nationalistische gevoelens zaten in de lift. Het gevoel was dat het om een relatief pijnloze oorlog voor de VS ging. De laatste maanden is dat, als gevolg van de concrete ervaring met de bezetting, veranderd. Miljoenen arbeiders zien vandaag de concrete realiteit van de oorlog. De illusie van een snelle oorlog en een pijnloze bezetting is weggevallen. De leugens van Bush werden doorprikt: er werden geen massavernietigingswapens gevonden. Het groeiende aantal doden en de kost van de bezetting hebben de tegenstand doen groeien. De arbeiders zien dat zij betalen in de vorm van besparingen in de sociale voorzieningen en het onderwijs.
Wat de beweging tegen de bezetting betreft: die is kleiner geworden, maar begon in september-oktober terug op te leven. Voor velen was het echter eenvoudiger om je tegen een nakende oorlog te verzetten, dan een bezetting te bevechten. Bij progressieve intellectuelen en pacifisten is er veel verwarring over de bezetting. De redenering is dat een terugtrekking zou leiden tot een uiteenvallen van Irak, burgeroorlog en etnische zuivering. De conclusie bij sommigen is dat we niet kunnen ingaan tegen de bezetting, of dat dit via de VN moet gebeuren.
Wij moeten geduldig uitleggen dat er vandaag niet zoveel actie is door de logica van de situatie. We worden niet geconfronteerd met een nakende oorlog. Tegelijkertijd is er een enorme dorst naar een analyse, programma en strategie. Wij benadrukken vandaag meer het belang van publieke meetings, teach ins, etc. We verdedigen een consistente anti-oorlogspositie en leggen het karakter van het VS-imperialisme uit, beklemtonen het recht op zelfbeschikking van de Irakese bevolking, de noodzaak om de troepen terug te trekken,…
Eén van de best georganiseerde delen van de beweging is vandaag de soldaten en hun families. Er is een enorme woede onder de soldaten. Ze hebben het gevoel dat er tegen hen gelogen is: dat de oorlog helemaal niet ging om massavernietigingswapens. Ze werden niet verwelkomd als bevrijders. Elke dag worden ze beschoten en gedood. Er groeit een enorme oppositie onder de soldaten. Bush heeft ook geprobeerd om het salaris van de soldaten met 1/3 te verminderen, dat is er echter niet doorgekomen. De fondsen voor veteranen werden verminderd.
De Bush-administratie verwachtte dat ze slechts 60.000 soldaten zou nodig hebben. In realiteit zitten er nu 130.000 en zijn er nog meer nodig. Maar de VS zetten al veel soldaten in in de rest van de wereld. De lengte van het verblijf in Irak van de soldaten werd ook verlengd, wat bij velen tot woede heeft geleid. Veel soldaten zijn ondertussen moe en gedemoraliseerd.
Op de betoging tegen de bezetting van 25 oktober waren er grote contingenten van de campagnes "Military Families Speak Out" en "Bring The Troops Home". Een ander positief teken was dat er meer Afro-Amerikanen deelnamen dan op vroegere betogingen. De arbeiders-oppositie tegen de oorlog is gegroeid: 60% van de bevolking was bijvoorbeeld tegen de extra 87 miljard dollar die Bush vroeg voor zijn "oorlog tegen het terrorisme". Dit is verbonden met de economische crisis, de besparingen van de regering-Bush en de belastingverlaging die voornamelijk de rijken ten goede komt.
Is er vandaag meer een opening voor arbeidersstrijd?
Met de explosie van de anti-oorlogsbeweging veranderde de situatie. Daarvoor waren er de beursschandalen zoals bij Enron. De laatste maanden was er een reeks van stakingen. Het thema van de gezondheidszorg wordt belangrijker: die wordt betaald door de bedrijven zelf, maar ze proberen de kosten nu af te wentelen op de arbeiders. Er was bijvoorbeeld de staking bij de supermarkten.
Er is veel meer ruimte voor socialistische ideeën en een marxistisch programma. Het enorme vacuüm ter linkerzijde biedt mogelijkheden. Toch zijn er bij jongeren nog veel fundamentele vragen omwille van het gebrek aan politieke activiteit. Er is nog steeds een gebrek aan klassebewustzijn, onder meer door het ontbreken van een arbeiderspartij. Het politieke bewustzijn vertrekt van een lager niveau, hoewel dat ook in Europa het geval is. De vragen die we bediscussiëren zijn de rol van de arbeidersklasse, de potentiële macht van de arbeidersklasse in het veranderen van de maatschappij.
Er is een zeker scepticisme over de arbeidersklasse als revolutionaire kracht. Ze zou conservatief zijn en nog goed betaald, niet noodzakelijk het instrument voor radicale verandering in de maatschappij. Wij argumenteren dat het bewustzijn in laatste instantie wordt bepaald door de materiële omstandigheden en dat het kapitalisme die niet langer kan garanderen. We beklemtonen de nood van een revolutionaire partij, gebouwd met bolsjevistische methodes.
Vandaag is er ook discussie ter linkerzijde over de rol van de Democraten, hoe we Bush buiten kunnen krijgen. Wij wijzen op de banden van de Democraten met big business en de noodzaak van een onafhankelijke politieke stem voor arbeiders en jongeren.
Op welke vlakken is Socialist Alternative momenteel actief?
Wij bouwen de beweging tegen de bezetting mee op. In Boston voerden we campagne tegen ontslagen bij de Harvard-universiteit. Het is de rijkste universiteit ter wereld, maar we hebben er toch verschillende leden onder de studenten en het personeel. We voeren er campagne binnen de vakbonden opdat ze zich zouden verzetten tegen de ontslagen.
Ook in Minneapolis zijn de arbeiders van de universiteit in staking. Hierrond voeren we een solidariteitscampagne. We zijn nu ook bezig met een campagne tegen de hoge inschrijvingsgelden aan de universiteiten.
In Chicago keurde de vakbond AFSCME (met arbeiders uit de publieke sector) onder onze impuls een resolutie tegen de oorlog in Irak goed. Dit was ook het geval in een vakbond voor buschauffeurs waar we leden hadden.