Voor de nationalisatie van Opel
De verkoop van Opel in Europa zal leiden tot een sociaal bloedbad. Los van de beslissing wie er het bedrijf zal overnemen, is dat een vaststaand feit. De belangrijkste kanshebbers voor de overname zijn Magna en Fiat die respectievelijk 10.000 en 12.000 jobs willen schrappen. Daarbij is nu reeds een verdeel-en-heerspolitiek opgestart om de verschillende afdelingen tegen elkaar op te zetten. De enige vraag daarbij is wie het ergste zal bloeden in het sociaal bloedbad. Wij verzetten ons tegen het sociaal bloedbad en pleiten voor de nationalisatie van de volledige automobielsector.
Opel: verdeel-en-heers bij sociaal bloedbad
Er zijn verschillende opties voor de overname van GM-Europa. Er is het bod van Magna-Steyr, dat onder meer beroep doet op middelen van de Russische bank Sberbank. Magna ligt voorop met een aanbod dat uitgaat van het schrappen van 10.000 jobs, waarvan 2.000 in Duitsland. In realiteit betekent het dat er weinig toekomst is voor Antwerpen of Luton. Magna wil die vestigingen aanbieden aan concurrenten. Alsof veel automobielbedrijven vandaag een nieuwe productielijn willen openen… Fiat beweerde dat er voor Antwerpen een toekomst is, maar bleef wel erg vaag over hoe die toekomst er dan wel zou uitzien.
Het aanbod van Fiat lag een beetje achterop door de arrogante houding van de directie van Fiat, maar na enkele aanpassingen ligt het niet zo ver af van wat Magna voorstelt. Ook Fiat wil zwaar snoeien in het personeelbestand en had het aanvankelijk over 12.000 jobs die moeten verdwijnen. Dat aantal werd naar beneden herzien door het aantal Duitse jobs dat moet verdwijnen te beperken tot 2.000.
Beide voorstellen gaan dus uit van een sociaal bloedbad waarbij zowat 10.000 jobs weg moeten en waarbij zowat enkel de Duitse vestigingen overeind blijven, de Duitse regering moet immers met staatswaarborgen over de brug komen. Er werken momenteel 25.000 arbeiders voor Opel in Duitsland. Het opbod leidt tot een sterke concurrentie waarbij de verschillende vestigingen tegenover elkaar worden uitgespeeld. In één van de scenario’s wordt bijvoorbeeld voorgesteld om de Astra in Rüsselsheim te produceren en de Zafira in Bochum, wat bij ABVV-woordvoerder Rudi Kennes meteen leidde tot de reactie dat de Zafira beter in Antwerpen wordt geproduceerd want “wij kunnen die 18% goedkoper bouwen dan Bochum.” En nog: “Bovendien ligt hier in Vlaanderen 500 miljoen op de tafel voor de toekomst van Opel, terwijl dat in Bochum slechts 150 miljoen is.”
Geen antwoorden op overproductiecrisis
Het grootste probleem in de automobielsector is de overproductie. Het opdrijven van de productiviteit de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat een minimaal aantal arbeiders steeds meer auto’s kan bouwen. Dat heeft al geleid tot sociale bloedbaden, maar als de vraag afneemt, wordt het nog moeilijker.
De crisis in de automobielsector heeft niets te maken met de zogenaamd “hoge loonkosten”. Rudi Kennes geeft dat ook toe als hij beweert dat de Zafira in Antwerpen 18% goedkoper kan gebouwd worden dan in Bochum. Zelfs met Oost-Europa zijn de verschillen niet zo heel groot. Het centrale probleem is de overproductiecapaciteit die ontstaan is door het opdrijven van de flexibiliteit en de productiviteit.
De overname van Opel door Magna of Fiat zal daar geen antwoord op bieden. Het zal enkel leiden tot een beperkte afname van de productie door te snoeien in het aantal fabrieken en arbeiders. Na enige tijd zal hetzelfde probleem van overproductie echter opnieuw de kop opsteken en zullen nieuwe besparingen volgen. In een sector waar er al teveel wordt geproduceerd, zal er bovendien niet snel gezocht worden naar alternatieven.
Nationalisatie onder arbeiderscontrole
LSP pleit voor de volledige nationalisatie van de automobielsector om transport en vervoer onder gemeenschapscontrole te plaatsen. We pleiten niet voor een nationalisatie die van bovenaf wordt opgelegd om met de overheid zelf een sociaal bloedbad te organiseren als voorbode op een privatisering. Dat zou geen enkele oplossing bieden.
Door vanuit de arbeidersbeweging in de verschillende landen een nationalisatie af te dwingen, zou het mogelijk worden om met de gemeenschap effectief gebruik te maken van de kennis en technische mogelijkheden die vandaag aanwezig zijn in de sector om te werken aan veilig en milieuvriendelijk transport en mobiliteit.
Het opdrijven van de productiviteit heeft het werkritme onhoudbaar gemaakt. Op een ogenblik van sterke toename van de werkloosheid, is het voor iedereen duidelijk dat het niet opgaat om een kleiner wordende groep steeds harder en meer te laten werken terwijl een groeiende groep geen werk vindt. In de plaats van de werkloosheid onder een groter wordende groep te verdelen, moet het beschikbare werk verdeeld worden. Nationalisatie kan gepaard gaan met arbeidsduurvermindering. En dat zonder loonverlies, we willen immers niet dat arbeiders om hun inkomen aan te vullen overuren moeten presteren of bijklussen in het zwart.
Een gemeenschapscontrole van de mobiliteit kan leiden tot investeringen in alternatieven en een verdere uitbouw van het openbaar vervoer. Bij het spoor gebeuren er ongevallen omdat treinen met een open deur moeten vertrekken als er geen personeel meer is om vanop het perron signaal te geven aan de bestuurder. Bij De Lijn werd gestaakt omdat het uitbreiden van de dienstverlening niet gepaard gaat met voldoende personeel dat vergoed wordt voor de flexibiliteit die wordt gevraagd. Voor het goederentransport is er dringend nood aan investeringen in alternatieven zodat de wegen niet volledig vast slibben. In de automobielsector is er nood aan investeringen naar milieuvriendelijke maatregelen.
Terwijl alternatieven nodig zijn, komt het huidige systeem niet verder dan een afbraaklogica waarbij wij moeten betalen voor hun crisis. Vandaag wordt bij Opel geschermd met overheidsgaranties voor wie het beste een sociaal bloedbad kan aanrichten. Wij verwerpen die opties en pleiten voor een nationalisatie onder arbeiderscontrole om jobs te redden en te werken aan oplossingen voor de mobiliteit van ons allemaal in de toekomst.