Naar een nieuwe aanval op de index?
Als het van de voorzitter van de Europese Centrale Bank, Trichet, afhangt, moet er onmiddellijk komaf gemaakt worden met de loonindexering in ons land. De ECB-voorzitter stelde dat gelijk welk indexatiesysteem van de lonen aan de prijzen moet verdwijnen. De boodschap was niet specifiek aan ons land gericht, maar België is alvast één van de weinige landen waar er een automatische loonindexering bestaat.
Trichet formuleerde eerder ook al kritiek op de index, maar hij blijft er nu mee aandringen. De reden is duidelijk: als de prijzen sterk stijgen (wat momenteel het geval is), dan volgen de lonen eveneens als de index stijgt (zelfs met de huidige ondermijnde index die niet overeenstemt met de reële stijging van de levensduurte). Dat is niet interessant voor het patronaat dat liever heeft dat de prijzen stijgen zonder dat de lonen stijgen. Wie dan nog alle producten kan opkopen, is een andere vraag. De kredietbedrijven mogen zich wellicht in de handen wrijven met een vooruitzicht van meer aankopen op afbetaling.
De kritiek van Trichet heeft ertoe geleid dat de gouverneur van de Nationale Bank, Guy Quaden, bij de ECB een studie heeft aangevraagd over de effecten van de indexering van de lonen. Welke richting Quaden daarmee wil uitgaan, is onduidelijk. Maar een studie aanvragen over de index bij een instelling waarvan de voorzitter zich meermaals heeft uitgesproken tegen de index, laat weinig twijfel bestaan over wat het resultaat van de studie zal zijn.
Quaden stelde dat een koppeling aan de index de bedrijven minder competitief maakt en dat deze indexering ook bijna nergens meer bestaat in Europa. De ondermijnde index in ons land omvat onder meer niet langer olieproducten. Vanuit het patronaat komt er steeds meer de eis om de index af te romen door all-in akkoorden te sluiten waarbij loonsstijgingen worden afgetopt indien de index te snel stijgt. Dat kan zowel gebeuren door een algemene bovennorm voor de stijging van de lonen (zelfs indien de index meer stijgt) of door het opgeven van het saldo tussen de indexstijging en de afgesproken loonnorm.
De druk om dergelijke all-in akkoorden te veralgemenen is heel groot. Zo legde ook het VBO reeds meermaals de nadruk op deze akkoorden. In de aanloop naar de besprekingen over een Interprofessioneel Akkoord in het najaar (waarbij een algemene loonnorm zal worden vastgelegd), worden de argumenten nu reeds uitgetest en verscherpt. Voor het patronaat is het duidelijk: alle mogelijkheden om de index te ondermijnen, zullen worden aangegrepen. De studie die Quaden nu bij de ECB heeft besteld, zal wellicht ook in dat kader passen.
Anderzijds is het opmerkelijk dat de gouverneur van de Nationale Bank met zijn argumentatie rond de indexering eigenlijk toegeeft dat er geen volledige en automatische loonkoppeling meer bestaat. Eigenlijk geeft hij toe dat de lonen niet de stijgende prijzen volgen. Dat is natuurlijk net een argument om net wel reële loonsverhogingen te eisen en vast te stellen dat de index daarbij niet volstaat.
De index volstaat niet, dus zullen loonsverhogingen moeten worden afgedwongen. Wij denken niet dat belastingsverminderingen daarbij een syndicale eis zijn. Het versterken van de koopkracht zal via de lonen moeten gebeuren om zo te vermijden dat maatregelen voor onze koopkracht gewoon in de zakken van het patronaat verdwijnen. Daar zit al genoeg, kijk maar naar de recordwinsten.