Het mistgordijn van Barack Obama: wat schuilt achter de slogans van “hoop” en “verandering”?

Voor het eerst in de geschiedenis van de VS maakt een zwarte ernstige kans om de volgende tijdelijke eigenaar van het Witte Huis te worden. Barack Obama won de Democratische voorverkiezing in Iowa en eindigde tweede na Hillary Clinton in New Hampshire. Obama probeert zichzelf voor te stellen als de kandidaat van de “hoop” en “verandering” tegenover de gevestigde waarde Hillary Clinton. Nu Clinton won in New Hampshire lijkt de Democratische strijd er één te worden met de keuze tussen de eerste zwarte of de eerste vrouwelijke president.

Theodros Shibabaw, Socialist Alternative, Minneapolis

Obama heeft zichzelf voorgesteld als een kandidaat die de raciale grenzen overschrijdt. Dankzij een immense propagandamachine heeft hij heel wat hoop opgewekt onder miljoenen kiezers, vooral onder nieuwe lagen van gepolitiseerde jongeren. In Iowa haalde hij 57% van de stemmen van de 18 tot 29-jarigen. In New Hampshire was dat 60%. (CNN exit poll, 8 januari). Obama legde nadruk op zijn oppositie tegen de oorlog in Irak, nog voor de oorlog begon, en distantieerde zich daarmee van Clinton. Ondanks de retoriek biedt Obama echter geen echte verandering tegenover de politiek van de afgelopen jaren.

Net zoals Clinton en Edwards weigert Obama om zich uit te spreken voor een terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak voor 2013. In de senaat stemde hij telkens voor de begroting die de verdere oorlog in Irak moest financieren. Hij stemde ook voor de Patriot Act (een beperking van de democratische rechten in de VS). Hij dreigde met een eenzijdige inval in Pakistan. Op binnenlands vlak weigert Obama steun te geven aan het idee van een algemene publieke gezondheidszorg. Hij telt niet toevallig heel wat financiële donoren in Wall Street, waar hij wordt gezien als een kandidaat die in staat is om alles te laten zoals het is.

Kandidaat van de grote bedrijven

De waarheid achter de retoriek van Obama is minder aantrekkelijk dan het beeld dat hij probeert te scheppen. Het concrete programma, de wijze waarop Obama steeds heeft gestemd en de financiële bronnen van zijn campagne, maken allemaal duidelijk dat Obama een trouwe marionet van de grote bedrijven is. Hij vertegenwoordigt een wanhopige poging van de heersende klasse in de VS om een nieuw gezicht te plakken op haar binnenlandse en buitenlandse dominantie.

De campagne van Obama krijgt financiële steun uit hoge middens. De lijst van zijn belangrijkste donateurs biedt een beeld van wie iets voorstelt op Wall Street met Goldman Sachs op kop. Hoe kan Obama beweren dat hij geen geld aanneemt van lobbyisten, maar tegelijk wel meer dan 80 miljoen dollar ophalen? Het antwoord bestaat uit de magie van de vermenigvuldiging: topmanagers en invloedrijke figuren laten hun medewerkers telkens het maximumbedrag storten (2.300 dollar voor zowel de primaries als de verkiezingen). Op 29 oktober kwam 46% van de middelen van Obama van superrijke donoren die telkens 2300 dollar hadden gestort.

Het “anti-oorlogsimago” van Obama wordt niet gesteund op een duidelijk verzet in het parlement. Toen in de Senaat werd gestemd over een mogelijke invasie in Irak in 2002, was Obama gewoon afwezig. In 2003 zou hij een toespraak hebben gehouden waarin hij stelde dat de oorlog in Irak de “foute oorlog op het foute moment” was. Dat wordt nu gebruikt om te stellen dat Obama steeds tegen de oorlog is geweest. Zijn stemgedrag in de Senaat spreekt dat nochtans tegen. Bij iedere stemming over de begroting en de financiering van de oorlog in Irak, stemde Obama gewoon voor. Hij verklaarde ook voorstander te zijn van het sturen van meer troepen naar Afghanistan en is volledig voorstander van de zogenaamde “oorlog tegen het terrorisme”. Obama steunde het voorstel om het leger met 100.000 militairen uit te breiden en het budget voor defensie te verhogen.

De stelling dat Obama de kandidaat voor de gezondheidszorg zou zijn, houdt evenmin steek. Zijn plannen zouden, net zoals die van Clinton, enkel leiden tot een hervorming van het actuele private gezondheidsstelsel. Dat biedt geen garanties op een algemene gezondheidszorg en het zorgt vooral voor grote inkomsten voor de private gezondheidsindustrie die verzekeringen verkoopt. Zolang de private winsten centraal staan, vormt de retoriek over universele gezondheidszorg een mistgordijn.

De raciale verschillen overbruggen?

Obama zou de eerste zwarte president kunnen worden. Zelf beweert hij dat de raciale verschillen tot het verleden behoren. Hij verklaarde dat de zwarten al zowat 90% van de weg naar gelijkheid hebben afgelegd. Daarmee wil hij suggereren dat zijn verkiezing de laatste 10% moet binnenhalen. In werkelijkheid zijn de verschillen echter heel wat groter.

Het mediane inkomen voor zwarte gezinnen bedroeg in 2005 30.939 dollar tegenover 50.622 dollar in blanke gezinnen (Washington Post, 14 november 06). De zwarten vormen zowat 12% van de totale bevolking in de VS, maar van de 2,2 miljoen gevangenen zijn er 900.000 zwart. Er is een immens structureel racisme op het vlak van infrastructuur, onderwijs en huisvesting.

Na de Orkaan Katrina (waarbij grote delen van New Orleans werden verwoest), probeerde Obama de woede onder de zwarte bevolking van New Oreleans te temperen door te stellen dat de “incompetentie kleurenblind was”. Hij moest onder druk gezet worden om zelfs maar iets te zeggen over de dubbele houding in de vervolging van de Jen 6 in Louisiana (lees meer hierover op de site van Socialist Alternative).

De retoriek van Barack Obama over verandering komt niet uit de lucht gevallen. De meeste gewone Amerikanen willen een einde maken aan de reeds acht jaar durende termijn van een extreem-rechtse militaristische president George W. Bush die geholpen werd door medeplichtigen van de Democratische Partij. Miljoenen arbeiders en jongeren zijn gefrustreerd omdat hun inkomen erop achteruit gaat, de gezondheidszorg te duur is en te weinig diensten omvat en ook omwille van de aanhoudende militaire bezetting van Irak. De campagnestrategen van Obama hebben met heel veel talent dit gevoel voor verandering in de samenleving aangesproken.

Arbeiders, jongeren en kleurlingen moeten Obama en de Democratische Partij verwerpen. We hebben geen partij van de grote bedrijven nodig die beweert op te komen voor de belangen van de gewone bevolking. We hebben geen traditionele politici nodig die onze weg naar een eigen onafhankelijke politieke formatie verwarren of moeilijker maken. We hebben nood aan een principiële formatie die zich verzet tegen de oorlog, tegen de grote bedrijven en hun megawinsten en voor de belangen van de arbeiders en hun gezinnen.