Fons Verplaetse: Objectieve cijfers spreken Voka- en VBO- beweringen over loonkosten tegen

Goed nieuws voor syndicalisten in loonsonderhandelingen

Bij het VBO en Voka konden ze niet lachen met de jongste uitspraken van Fons Verplaetse, eregouverneur van de Nationale Bank. Die haalt immers vakkundig het sluitstuk van heel de patronale argumentatie onderuit, namelijk dat onze loonkosten moeten dalen als we onze economie in stand willen houden. Dat werd zoveel herhaald, dat zelfs doorwinterde syndicalisten het bijna geloofden. Maar kijk, heel af en toe, als alle carrièredoelstellingen zijn behaald, voelt zelfs een icoon van het establishment de behoefte om het ideologische discours dat hij zelf in de steigers heeft geholpen, aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Is het uit wroeging of gewoon uit intellectuele eerlijkheid, we weten het niet, maar dat een taboe is doorbroken, daarover bestaat geen twijfel.

Eric Byl

In tegenstelling tot de ideologische kwakzalverij van Voka en VBO is Verplaetse wetenschappelijk tewerk gegaan. Hij vergeleek de ontwikkeling van de uurloonkosten in de privésector in België met die in Duitsland, Frankrijk en Nederland. Hij baseerde zich daarvoor op de Technische Verslagen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), een bron waarvan de patroons de objectiviteit niet zullen betwisten. Bovendien gebruikte hij telkens driejaarlijkse gemiddelden om toevallige ontwikkelingen uit te zuiveren. Hij deed dat voor de periode sinds 1997. Die bevindingen vergeleek hij met de evolutie van het marktaandeel van België in de uitvoer. Daarvoor baseerde hij zich op het gemiddelde van de cijfers van de Oeso en van Eurostat. “Iedereen denkt spontaan dat onze uitvoerprestaties zwaar zullen achteruitgaan als onze loonkosten feller stijgen dan in die buurlanden, maar uit objectieve cijfers blijkt het tegendeel”, besluit hij.

“Vanaf 1999 tot 2004 nam het loonkostenverschil met onze buurlanden af (met 0,7% – EB), maar we zien dat we vanaf 2001 steeds meer marktaandeel verliezen (2,4% – EB). En vanaf 2004 stijgen onze loonkosten in vergelijking met onze buurlanden (4,2% – EB), maar daalt ons verlies aan marktaandeel (0,5% – EB). De cijfers tonen dus duidelijk aan dat er zeker geen positief verband bestaat tussen de loonkosten en het verlies aan marktaandeel.” Goed nieuws voor syndicalisten die betrokken zijn bij loonsonderhandelingen en alvast iets voor de vakbondstop om zich voortaan assertiever op te stellen bij het onderhandelen van interprofessionele akkoorden.

Wat verklaart volgens Verplaetse dan wel het verlies aan marktaandeel? Het is alvast veel complexer dan alleen het verhaal van loonkosten, zegt hij. Hij heeft het over andere kostenelementen van de verkoopprijsstrategie en meer structurele elementen als onderzoek en ontwikkeling, innovatie en ondernemerschap. Dat de Belgische patroons vooral geïnteresseerd zijn in wat ze liefst vandaag nog kunnen opstrijken en weinig of geen aandacht hebben voor de toekomst, uit zich in de lamentabele investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Heel wat patroons klagen liever over loonkosten dan na te gaan hoe ze “andere kostenelementen”, zoals de energiefactuur bijvoorbeeld door een beter geplande aankoop, kunnen reduceren.

Er zijn talloze zaken te bedenken over hoe zelfs een kapitalistische markteconomie op een rationelere manier zou kunnen functioneren, Verplaetse noemt dat “ondernemerschap”. Rationele ondernemers zouden bijvoorbeeld moeten inzien dat men gemakkelijker exporteert naar landen waaruit men zelf importeert, al was het maar omwille van de contactpunten waarover men beschikt. De eigen markt voortdurend doen krimpen om de productiekost te verminderen zal bijgevolg ook de exportpositie ondermijnen. Voor rationaliteit is er echter geen plaats in een systeem dat ervan uit gaat dat het algemeen belang het best gediend is als ieder zijn eigenbelang nastreeft. Dat leidt tot absurde conclusies in de trant van “het ergste dat armen kan overkomen, is dat er geen rijken meer zijn” (dixit NV-A’er Siegfried Bracke).

Voor de Linkse Socialistische Partij ondermijnt het eigenbelang van een handvol rijken het algemeen belang van de overgrote meerderheid. Wij zijn van oordeel dat crisissen onvermijdelijk zijn zolang de sleutelsectoren van de economie in handen van privaat winstbejag zijn. Een democratische gestructureerde gemeenschap zou de beschikbare talenten op een efficiëntere manier inzetten in het belang van de hele gemeenschap.