Waarom fundamenteel veranderen? Waarom niet hervormen, als strategie?

Revolutieweek op socialisme.be

  • Deel 1. Revolutie: wat het is en hoe het te bekomen

Artikel door Peter Delsing

Omdat het kapitalisme niet meer beetje bij beetje in sociale zin kan worden hervormd. Marxisten noemen deze benadering “reformisme”. Het reformisme van sociaaldemocratische partijen – zoals de vroegere SP.a en PS in België – is sinds de crisis van de jaren ‘70 achterhaald. In de jaren ‘50 en ‘60 zorgden de veel sterkere economische groei, arbeidersstrijd en de druk van een ander model (het stalinistische blok) ervoor dat de lonen nog reëel stegen, en dat sociale rechten werden afgedwongen.

Maar de wetmatigheden van het kapitalisme staken stokken in de wielen. De winstvoet van de kapitalisten was reeds onder druk komen te staan voor de oliecrisis van 1973. Marx stelde dat het kapitaal geneigd is om sneller te investeren in nieuwe technologie en machines dan in arbeidskrachten. Terwijl enkel de uitbuiting van arbeid, het niet betalen van de werkenden voor een deel van de productie, aan de basis ligt van hun winsten. Dit fenomeen zorgde eind jaren ‘60 reeds voor een dalende tendens van de winstvoet. 

Toegenomen arbeidersstrijd tussen 1968 en 1974 zette verder druk op de winsten. Maar de achterliggende realiteit was dat, zoals Marx in “Het Kapitaal” uitlegde, de productiecapaciteit sterker was gegroeid dan wat de markten konden opnemen. Het kapitalisme kampt, uitgerokken over meer dan 30 jaar, met een langdurige crisis van overaccumulatie, en het feit dat – in de reële economie – steeds meer kapitaal nodig is om dezelfde winst per product binnen te halen. Het neoliberalisme (de structurele besparingen in sociale zekerheid, dalende koopkracht voor werkenden, privatiseringen,…) kon deels de winstvoet herstellen, sinds de jaren ‘80. Maar ten koste van grotere ongelijkheid, en dus nieuwe overaccumulatie – teveel aan fabrieken, producten, etc. – op een door uitbuiting en neoliberale aanvallen ondermijnde markt. 

Burgerlijke economen klagen dat de economische cyclus niet meer is wat hij ooit is geweest. Crisissen duren steeds langer, de groei wordt zwakker en duurt korter. Maar dat is precies een uitdrukking van wat marxisten als een “depressieve fase” van het kapitalisme beschouwen. 

Het zich richten op snelle speculatieve winst op de beurs; het asociale neoliberalisme; de enorme opbouw van schulden sinds drie decennia… Het waren allemaal pogingen om de gevolgen van een dalende tendens van de winstvoet in de basisindustrieën te omzeilen. Tijdelijk probeerde men dat via diensten en een groeiende financiële sector (steunend op “fictief kapitaal” of krediet) op te vangen. De groei verzwakte echter en werd kunstmatig. Maar veel mensen bleven toch denken dat economisch herstel daardoor – zelfs met een veralgemeende ondermijning van de lonen en de levensstandaard – een “natuurgegeven” was.

Vandaag zien we dat dit niet noodzakelijk zo is. De crisis zit ingebakken in het systeem. Door de elastiek van de schulden zover uit te rekken, met de banken als giftige spin in het web, dreigt nu het failliet van landen. Er dreigt, als dit systeem blijft bestaan, een terugkeer naar de meer openlijk barbaarse levenscondities van het vroege, “ongetemde” kapitalisme. Maar dit systeem valt niet te temmen. Enkel het stopzetten van het private winstmotief van een kleine elite van grote aandeelhouders, en de overgang naar democratische en rationale planning van de economie biedt een oplossing.

Daarvoor is een revolutionaire massabeweging, gedragen door de meerderheid van de bevolking, nodig die de bedrijven en de rijkdom in publiek bezit neemt en beheert als een arbeidersdemocratie. Met de werkenden en hun gezinnen die zelf op elk niveau de economie en de samenleving beheren, via hun democratisch verkozen en permanent afzetbare vertegenwoordigers.


Lees ook: