De zorgsector is ziek

Na de staking in Waalse en Brusselse ziekenhuizen: dit was pas het begin!
Door een verpleegkundige
De situatie in ziekenhuizen was voor de pandemie al lang moeilijk. Er is overal een tekort aan personeel, de werkdruk is alleen maar toegenomen, verpleegkundigen brengen steeds meer tijd door achter een dossier in plaats van aan het bed, en de lonen zijn zeer mager in verhouding tot de verantwoordelijkheid en de zwaarte van het werk. De vermoeidheid van het personeel is chronisch, dagelijks overwerk is de norm, het absenteïsme neemt toe (36% meer, wat soms neerkomt op 45% absenteïsme in dezelfde afdeling) en collega’s worden niet vervangen. Voeg bij dit alles het gebrek aan erkenning van de zwaarte van het beroep van verzorger. Het resultaat? Het werk is helemaal niet aantrekkelijk. In 2019 verklaarde Thierry Amouroux, woordvoerder van de Nationale Vakbond van Verpleegkundigen SNPI CFE-CGC, dat 30% van de jonge afgestudeerden het beroep van verpleegkundige binnen 5 jaar na het afstuderen verlaat.
De pandemie heeft de druk op de gezondheidszorg opgevoerd, maar heeft ook meer aandacht gevestigd op de rampzalige situatie in de sector. Het zorgt voor meer debat in de samenleving over de rol van zorg, de financiering ervan en de nefaste kapitalistische logica erachter.
Dankzij de mobilisatie van de witte woede werd een fonds van 402 miljoen euro per jaar bekomen voor de opleiding en aanwerving van personeel. De realiteit is echter dat er zeer weinig jobs bijkwamen die werkelijk nuttig zijn voor een structurele verbetering van de arbeidsomstandigheden. De directies waren niet voorbereid om effectief personeel aan te werven.
Ook het budget van 600 miljoen euro voor de verbetering van de zorg is ontoereikend. Enerzijds zal 500 miljoen euro van de enveloppe worden besteed aan de tenuitvoerlegging van de nieuwe IFIC-schaal, een overeenkomst die jaren geleden werd ondertekend om de openbare en de particuliere sector te harmoniseren, waarbij 6% toegevoegd wordt bij de totale loonmassa. Het loonmodel herschrijft de loonevolutie over de hele loopbaan maar is géén loonsverhoging an sich. Deze overeenkomst is overigens niet voor iedereen gunstig. De 100 miljoen die bestemd is voor betere arbeidsomstandigheden (organisatie van de vakanties, opleidingsplannen, organisatie van de werktijden …) volstaat niet. De werkgeversfederaties blokkeren al drie jaar het sluiten van een sociaal akkoord over de ziekenhuisnetwerken, ze zetten netwerken op zonder enig overleg. Kortom, de extra middelen zijn welkom maar onvoldoende om de structurele problemen in de sector op te lossen.
Om al deze redenen werd op 17 juni in de Waalse en Brusselse ziekenhuizen gestaakt. De oproep werd massaal opgevolgd. Collega’s die nog nooit staakten, deden dit nu wel. Er waren hele afdelingen gesloten terwijl andere werkten op zondagsbezetting. De actiebereidheid was nog nooit zo groot. Het maakte dat directies personeel moesten opvorderen om aan een minimumbezetting te komen. In enkele ziekenhuizen en in bepaalde diensten (oncologie, spoed …) kon niemand staken omdat er al in minimumbezetting werd gewerkt. Het hield de collega’s niet tegen om het werk te onderbreken om het protest te steunen. Stakers en soms ook enkele patiënten verzamelden voor de ziekenhuizen om actie te voeren.
De stakingsaanzegging werd voor 15 dagen opgeschort in afwachting van een collectieve arbeidsovereenkomst die uiterlijk op 12 juli moet rond zijn. We mogen nu niet stoppen. Het zorgpersoneel toonde haar kracht. De onhoudbare situatie in de ziekenhuizen zorgt voor onrust onder het personeel, maar ook tot veel solidariteit onder de collega’s. We kunnen dit momentum gebruiken om een sterke en verenigde beweging op te bouwen die in staat is om toegevingen af te dwingen. Het fundamentele probleem van de zorg is de steeds grotere nadruk op de marktwerking. Dat moet stoppen! Akkoorden om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren en de sector aantrekkelijker te maken, zijn noodzakelijk maar niet genoeg. Er is een massale publieke investering in de sector nodig. Zorg moet toegankelijk zijn voor iedereen. Dat kan het best in een nationale gezondheidsdienst gecontroleerd door het personeel en de gemeenschap.