Tunesië. Ghannouchi neemt ontslag. Revolutie en contrarevolutie op straat

Afgelopen zondag kondigde premier Ghannouchi in Tunesië aan dat hij ontslag neemt. Dat gebeurde na drie dagen van massaal protest en harde repressie. Er werd traangas ingezet, er werd op de betogers geschoten en daarbij vielen vijf doden. Er waren in heel wat steden en regio’s van het land betogingen, maar velen besloten om naar Tunis te trekken om daar deel te nemen aan de bezetting van het Kasbah-plein en om mee te stappen in de massale betoging van afgelopen vrijdag. Toen kwamen er 100.000 mensen op straat tijdens de “dag van de woede”. Het was het grootste protest sinds het vertrek van dictator Ben Ali op 14 januari.

Verslag vanuit Tunesië

De betogers trokken de militaire zone binnen en begonnen een bestorming van het ministerie van binnenlandse zaken, een belangrijk symbool van de dictatuur. De politie trad hardhandig op. Er werd de avond voordien een 18-jarige betoger neergeschoten. Dat leidde tot een uitbarsting van woede onder de duizenden betogers de volgende dag. Toen betogers weg renden omdat er met scherp werd geschoten op hen, zagen we hoe een agent in burger zijn revolver op een aantal betogers richtte toen ze probeerden te vluchten in een steegje.

De overheidsmedia en de minister van binnenlandse zaken stellen dat het geweld van afgelopen weekend aan de betogers zelf is toe te schrijven. Die worden afgedaan als hooligans en plunderaars. Er wordt geprobeerd om de betogers te isoleren en steun te verwerven onder kleine winkeliers en andere delen van de middenklasse. Dat gebeurt onder het mom van een “terugkeer van de orde”. Het klopt dat een aantal winkelruiten er aan moesten geloven en dat er materiële schade was. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij extreme provocaties van de politie die de vreedzame betogers tot geweld hebben aangezet. Ongetwijfeld waren er ook heel wat provocateurs. De ongewapende betogers probeerden zich te beschermen door barricades op te werpen.

Het geweld van afgelopen weekend is een belangrijke waarschuwing voor de revolutionaire beweging. Massale acties en betogingen moeten op een ernstige wijze worden verdedigd. De georganiseerde arbeidersbeweging kan een centrale rol spelen in het organiseren van de eigen zelfverdediging, desnoods gewapend. Dat zou niet alleen de betogers beschermen, maar het zou ook helpen om te vermijden dat de meest wanhopige delen van de betoging overgaan tot rellen en individueel geweld. Het zou ook belangrijk zijn om de steun van de middenklasse voor de revolutie te verzekeren. Er moeten duidelijke oproepen worden gedaan aan de gewone soldaten om hen over te winnen naar de kant van de revolutie en een actieve rol te laten spelen in het neutraliseren van de krachten van de reactie.

De nieuwe premier, Béji Caïd Essebsi, is een oude politicus die sleutelposities innam in regeringen onder Bourguiba. Hij is minder direct verbonden met de directe kliek rond Ben Ali. Het regime hoopt hiermee de beweging te verdelen. Op het Kasbah-plein wordt echter voortgegaan met de acties. Zolang er zoveel figuren van het oude regime aan de macht blijven, hebben de werkende en armen geen uitzicht op een toekomst zonder armoede, werkloosheid en een gebrek aan onderwijs.

Het is essentieel dat de eisen voor economische en sociale verandering een integraal deel van de strijd worden en dat dit wordt opgenomen door de vakbonden en de arbeidersbeweging. De leiding van de vakbondsfederatie UGTT heeft nu opgeroepen tot het onmiddellijke ontslag van de huidige regering om een regering van “technocraten” te vormen tot aan de volgende verkiezingen. Dat is absoluut onvoldoende. We mogen niet vergeten dat de UGTT-leiders ook steun hebben gegeven aan het vormen van de huidige regering onder leiding van Ghannouchi.

Voor de arbeiders en jongeren is er weinig veranderd. Er is een grote kuis nodig met vrije verkiezingen. De arbeiders en jongeren willen een regering die hen echt vertegenwoordigt. Ze hebben geen vertrouwen in de huidige kliek aan de macht.

De revolutie moet vooruit worden geduwd om een regering van arbeiders, jongeren, arme boeren en kleine handelaars te vormen, waarbij deze regering wordt verkozen vanuit de comités op de werkvloer en in de wijken alsook vanuit de comités van gewone soldaten. Zo’n regering zou het proces van het verdrijven van de oude machthebbers en kapitalisten vervolledigen door de controle over de sleutelsectoren van de economie zelf in handen te nemen en aan een echte democratische planning te onderwerpen. Dat is hoe radicale verandering mogelijk is.