Fysiek geweld tegen stakersposten

Een ooggetuigenverslag

Op zaterdag 8 november nam ik als militant van ACOD-onderwijs deel aan een stakerspost bij Carrefour in Sint-Pieters-Leeuw. Het piket bestond uit militanten van deze en andere Carrefour-vestigingen, en enkele militanten van buitenaf die hun solidariteit kwamen betuigen. De werknemers van Carrefour kregen voorafgaand aan deze actie dreigtelefoons om hen aan te manen toch te komen werken indien ze hun toekomst bij Carrefour niet in het gevaar wilden brengen.

Tim, militant van acod-onderwijs

Vooral bij tijdelijke werknemers maakte dit indruk, en dus was syndicale solidariteit welkom om tegen dit soort psychologische oorlogsvoering van de directie in te gaan.

Vanaf 6u stonden wij met een 50-tal militanten aan het piket. Ondanks de dreigtelefoons van de directie waren slechts 12 personeelsleden (van de 112) zich komen aanmelden om te werken. Het openen van de winkel was vooral symbolisch: de directie wou tonen dat ze desnoods bereid was geweld te gebruiken om een staking te breken.

Omstreeks 8u probeerde een deurwaarder een rechterlijke beslissing voor te lezen aan de vakbondsleden. Deze pogingen werden onthaald op uitbundig gefluit en de tonen van De Internationale, en dus besloot de deurwaarder een andere aanpak te proberen. Hij en de winkeldirecteur marcheerden recht op het piket af. Vooral de winkeldirecteur probeerde door duwen, slagen en stampen een doorgang te forceren, of toch een vechtpartij uit te lokken. De stakende arbeiders bleven gedisciplineerd, reageerden niet op deze provocaties, maar bleven staan waar ze stonden.

Toen de deurwaarder doorhad dat deze aanpak óók niet werkte, riep hij de politiecommissaris erbij, en gaf opdracht mijzelf en een andere militant, die toevallig voor de directeur stond, onmiddellijk op te pakken. Twee enthousiaste politieagenten sprongen ons in de rug, en sleepten ons hardhandig van het stakingspiket weg. Ondanks het feit dat wij op geen enkel ogenblik fysiek of verbaal geweld gebruikten, maakte één van de agenten er een spel van om mijn arm zo ver mogelijk krom te trekken tot ik pijnscheuten voelde over mijn hele lichaam. We werden een politiecombi ingeduwd, en naar het lokale politiebureau gereden. Onderweg negeerde de combi, zonder zwaailichten of sirenes een rood licht, maar we kregen geen antwoord toen we vroegen of rode lichten enkel voor “gewone” mensen gelden…

Vier uur zaten we in de cel en op geen enkel moment kregen we te horen waarom we precies werden opgepakt. Er werd ons enkel gezegd dat het om een “bestuurlijke aanhouding wegens verstoring van de openbare orde” ging. Waarin die verstoring dan wel bestond, kon niet worden verduidelijkt.

Toen we achteraf terug werden gereden naar de parking van Carrefour, waar de gerechtsdeurwaarder onze identiteit opnam, en ons op straffe van 1000 euro boete per inbreuk verbood nog deel te nemen aan syndicale acties bij Carrefour, konden we persoonlijk meemaken hoe ver dit soort verordeningen de syndicale vrijheden aan banden kon leggen. De deurwaarder vertelde ons smalend dat hij vanaf nu het recht had ons te laten oppakken en boetes op te leggen voor om het even welke reden: het dragen van een vakbondsvestje op de Carrefourparking zou daarvoor al voldoende zijn. Alsof hij wou bewijzen dat hij gelijk had gaf hij onmiddellijk daarop de opdracht aan enkele politieagenten om een vakbondsmilitante die enkel pamfletten uitdeelde op staande voet te arresteren. Vijf agenten wierpen zich op de verbijsterde dame, en sleepten haar over de grond een politiecombi in. Die vertrok richting politiebureau, melancholisch nagekeken door de winkeldirecteur, die een warm hart kreeg bij het zien van zoveel politie-ijver in dienste van het patronaat…