Gezamenlijk verzet nodig voor het stakingsrecht

De afgelopen weken en maanden lag het stakingsrecht in ons land steeds meer onder vuur. Verschillende acties bij Carrefour kregen af te rekenen met deurwaarders en zelfs fysiek geweld van de ordediensten om de stakersposten te breken. Ook elders werd het stakingsrecht ondermijnd. Open VLD diende zelfs een wetsvoorstel in om het stakingsrecht in de openbare sector wettelijk te ondermijnen (via minimale dienstverlening in gevangenissen, luchthavens en bij het spoor). Straks mag staken enkel nog als niemand het merkt…

Geert Cool

Waar komt het stakingsrecht vandaan?

Het is op basis van arbeidersstrijd dat het stakingsrecht werd afgedwongen. Bij de opkomst van het industriële kapitalisme werd alles eraan gedaan om de organisatie van arbeiders te verbieden. De vrijheid van ondernemen werd centraal gesteld en stond tegenover het recht van de arbeiders om zich te organiseren.

De wet Le Chapelier uit 1791 stelde dat iedere samenscholing van arbeiders was verboden omdat dit inging tegen de “vrije uitoefening van nijverheid en arbeid”. Dat is exact de redenering die door Carrefour werd gevolgd en de steun kreeg van onder meer een Brusselse rechter. De directie van Carrefour vroeg een verbod op “daden die de werkgever beletten zich de toegang tot de onderneming te verschaffen” omdat deze “feitelijkheden [vormen] die het recht op vrijheid van onderneming aantasten.”

De wet Le Chapelier uit 1791 ging samen met het Decreet D’Allarde uit hetzelfde jaar (bij ons ingevoerd in 1795) waarin de vrijheid van ondernemen algemeen werd vastgelegd. De directie van Carrefour baseerde zich in essentie op het decreet D’Allarde om dwangsommen op te leggen tegen de stakers. We gaan met andere woorden niet terug naar de negentiende, maar naar de achttiende eeuw.

Eind negentiende eeuw werd de wet Le Chapelier omgevormd tot het artikel 310 van het strafwetboek dat samenscholingen op het bedrijf verbood. Dat artikel werd in 1921 afgeschaft onder druk van de arbeidersbeweging die in actie kwam om haar rechten op te eisen: algemeen stemrecht, het recht om zich te organiseren,… De bewegingen op het einde van de Eerste Wereldoorlog kenden hoogtepunten met de Russische Revolutie van 1917 en de mislukte Duitse revolutie van 1918. De burgerij had schrik voor de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging en moest toegevingen doen.

Het stakingsrecht werd afgedwongen door arbeidersstrijd en werd meermaals juridisch erkend (onder meer in het Europees Sociaal Handvest). Stakersposten en wegblokkades vormen een onderdeel van het stakingsrecht en het recht om zich te organiseren. Dat werd in België bevestigd door verschillende rechtbanken (onder meer Cassatie in 1997 en het Hof van Beroep in Antwerpen in 2004).

Het recht op collectieve actie mag niet zomaar worden beperkt. Het Europees Comité van Sociale Rechten oordeelde enkele jaren geleden in een verslag over België dat vreedzame stakersposten een onderdeel zijn van het gewaarborgd recht op collectieve actie, waardoor dwangsommen tegen zo’n stakerspost niet aanvaardbaar zijn.

Het opzetten van stakingspiketten en zelfs van wegblokkades vormt een onderdeel van de vrije meningsuiting. Het Europees Hof van Justitie, dat niet bekend staat omwille van links-socialistische sympathieën, stelde dat de vrijheid van betogen (inclusief een wegblokkade) slechts uitzonderlijk kan beperkt worden (Schmidberger arrest van 2.8.2003).

Een antwoord op de juridische argumentatie

Op verschillende acties van personeelsleden van Carrefour en sympathisanten werden eenzijdige verzoekschriften betekend aan actievoerders. Er werd preventief een algemene rechterlijke tussenkomst gevraagd (en bekomen). Eerder werd de wettelijkheid daarvan betwist door onder meer professor Gilbert Demez van de UCL die het had over een overschrijding van de rechterlijke macht.

Wij namen zo’n eenzijdig verzoekschrift door en zochten naar de inhoudelijke argumenten. We vonden er drie: het eigendomsrecht, de vrijheid van ondernemen en het recht op arbeid.

Het recht van arbeiders om zich te organiseren op de werkvloer wordt ondermijnd omdat het in tegenspraak zou zijn met het “eigendomsrecht” van de patroon. Nochtans betwisten stakersposten niet de eigendom van het bedrijf. Neen, de stakersposten moeten weg om werkwilligen aan te voeren – het liefst interimmers die niet zeker zijn of ze kunnen blijven. Blijkbaar wordt de arbeidskracht van interimmers door het patronaat ook als haar eigendom gezien.

Het tweede argument van Carrefour was het recht op arbeid en loon van de niet-stakende werknemers. De directie baseert zich daarvoor op artikel 23 van de Grondwet waarin staat dat iedereen het recht heeft om “een menswaardig leven te leiden” en daartoe recht heeft “op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen.”

Collectieve onderhandelingen en het recht op degelijke arbeids- en loonsvoorwaarden staan dus even goed in de Grondwet. Het is geen toeval dat de liberalen dit artikel van de grondwet willen veranderen om er het principe van de “vrijheid van ondernemen” aan toe te voegen en het decreet D’Allarde in de Grondwet te verankeren. Nu hadden verschillende rechters geen dergelijke grondwetswijziging nodig om de directie van Carrefour te volgen in de toepassing van de “vrijheid van ondernemen”.

Samengevat wordt de juridische basis dus gevormd door een algemeen principe uit 1791 en een wel erg eenzijdige interpretatie van artikel 23 van de Grondwet. Wat hiervoor moet wijken, is het stakingsrecht en het recht op collectieve actie.

De advocaten van Carrefour vroegen (en verkregen) een rechterlijke beslissing waarin de “opdracht van de openbare macht” werd gepreciseerd: de politie moest “gevolg geven aan de opdrachten die de gerechtsdeurwaarder haar zal geven, desnoods door fysieke dwang te gebruiken om de vreedzame toegang tot de gebouwen te verzekeren.” Wie besliste over de opdrachten van de politie? Het patronaat!

Hoe het stakingsrecht verdedigen?

Er zijn juridische argumenten voor het stakingsrecht dat werd afgedwongen door arbeidersstrijd. De basis voor de stakingsbrekers blijkt erg beperkt te zijn, maar toch lijken zij steeds meer gelijk te krijgen bij de rechters. Er zijn gelukkig uitzonderingen zoals een Mechelse rechter die verklaarde dat het stakingsrecht een grondrecht is. Maar de meeste rechters laten het patronaat beslissen en geven hen middelen om deurwaarders te kunnen inzetten die bovendien beroep kunnen doen op de politie als eigen privé-militie.

Het gebruik van dwangsommen bij stakingen leidde reeds meermaals tot protest. In 2002 haalde een syndicale petitie 80.000 handtekeningen op en werd er onderhandeld tussen vakbonden en patronaat om een “herenakkoord” te sluiten, een niet afdwingbaar akkoord. Daarin werd door het patronaat beloofd om bij stakingen een gerechtelijke tussenkomst te vermijden. Van dit herenakkoord blijft niets meer over.

Voor de verdediging van het stakingsrecht kunnen we niet rekenen op het gerecht, het patronaat of de traditionele politici. Terwijl we uiteraard iedere stap voor de verdediging van het stakingsrecht steunen, zal het nodig zijn om een krachtsverhouding uit te bouwen waarmee in de praktijk afgedwongen wordt dat de patroons niet langer durven over te gaan tot het gebruik van eenzijdige verzoekschriften. Dat is hoe het stakingsrecht is afgedwongen en hoe het zal moeten worden verdedigd.

Uiteraard is het belangrijk om alle werknemers te overtuigen om aan de staking deel te nemen: als er geen werkwilligen zijn, kunnen de deurwaarders zelf aan de kassa van de Carrefour gaan zitten of de post gaan ronddragen. Daarnaast is de kracht van het aantal belangrijk: 50 of 100 mensen een bevelschrift betekenen is nog haalbaar voor een deurwaarder. Maar wat indien er 1.000 of meer militanten aan het stakingspiket staan? Na de precedenten van de afgelopen weken zullen er nieuwe volgen. Om ons recht op collectieve actie te behouden, zullen we er steeds opnieuw voor moeten strijden.


Oproep delegaties Total en Agfa

De ABVV-delegaties van Total en Agfa lanceerden een oproep tegen de tussenkomst van deurwaarders aan de stakersposten. Deze oproep werd reeds ondertekend door tientallen delegaties en militanten.

“Al jaren kennen we deze problematiek. En telkens worden er solidariteitsacties in elkaar gestoken. En telkens worden er oproepen verspreid om de getroffen kameraden te steunen. Ook de afgelopen week was dit thema weer brandend actueel. We hebben allemaal gehoord van Beaulieu, Carrefour, de rechtszaak van de kameraden van het Rode Kruis om er maar enkele op te noemen. De ondertekenende delegaties eisen dan ook dat er dringend werk wordt gemaakt van deze problematiek over de grenzen van de centrales heen. Vandaag zijn zij het en morgen wij.

“Het hart van de vakbond zijn de militanten die zich, dag in dag uit, inzetten voor anderen. Laat hen dan ook niet in de kou staan wanneer zij problemen hebben en zorg ervoor dat ze hun kameraden kunnen blijven verdedigen.”

> Meer info: bloggen.be/syndicalevrijheden