Geen middelen voor koopkracht, wel voor nieuwe cadeaus aan patronaat?
Als het van Open VLD afhangt, volstonden de cadeaus aan het patronaat van de afgelopen jaren nog niet. De 3,5 miljard euro die ze via de notionele intrestaftrek kregen waren nog niet genoeg. Eerder dit jaar verklaarde de regering, toen nog onder leiding van VLD’er Verhofstadt, dat er geen middelen waren voor onze koopkracht. Nu meent deze partij dat er wel voldoende ruimte is om 4,2 miljard euro nieuwe lastenverlagingen te eisen.
Reeds voor de verkiezingen beloofden Open VLD en MR dat ze wilden opkomen voor 3 tot 4 miljard euro lastenverlagingen. Het is niet bekend of de plannen daartoe door Reynders werden becijferd. Als dat het geval is, kan de kost wel eens snel oplopen tot enkele tientallen miljarden. Het was ook Reynders die, wellicht doelbewust, de impact van de notionele intrestaftrek erg laag had ingeschat. Nu heeft Open VLD-voorzitter Bart Somers het plan op tafel gelegd om voor 4,2 miljard euro lasten te verlagen. Binnenkort moeten de grote bedrijven en grote aandeelhouders helemaal geen belastingen meer betalen en komen alle lasten bij de gewone werkenden terecht.
Om de communautaire knoop makkelijker te maken, stelt Somers voor om op verschillende niveaus cadeaus te geven aan het patronaat: 2,8 miljard via de federale regering, 1,42 miljard via het Vlaamse niveau. Tegelijk stelt hij in één trek voor om de fiscale autonomie van de regio’s te vergroten. De lastenverlagingen zouden onder meer betrekking hebben op lagere bijdragen op nacht- en ploegenarbeid (om flexibel werk nog interessanter te maken voor het patronaat), het verlagen van de hogere belastingstarieven in de personenbelasting, belastingsverlagingen voor de vennootschapsbelasting en voor onderzoek en ontwikkeling,…
Kortom, een klassiek liberaal voorstel dat om de paar maanden wordt gedaan en nu voor de verandering ook eens wat communautair werd ingekleed. Voor de Open VLD is dat laatste aspect echter bijkomstig: voor de liberalen doet het er niet toe op welk niveau er cadeaus aan het patronaat worden gegeven, als het maar grote cadeaus zijn.
Zo was er eerder de notionele intrestaftrek die de gemeenschap ruim 3 miljard euro kost of makkelijk tot 600 euro per gezin! Dat laatste bedrag zou al een aardig begin van antwoord zijn op de ondermijning van de koopkracht moest het effectief aan de gewone werkenden of uitkeringstrekkers worden uitbetaald in plaats van aan de grote bedrijven. Nu wil Somers nog eens 4,2 miljard euro uitdelen, en cynisch genoeg doet hij dit zelfs in naam van de koopkracht. Door de concurrentiepositie van de bedrijven op te krikken, zal de koopkracht volgen. Dat is de redenering van de blauwen. Nochtans moeten ook zij erkennen dat de notionele intrestaftrek niet heeft geleid tot nieuwe jobs.
De liberale plannen van Open VLD konden rekenen op instemming van onder meer werkgeversorganisatie Voka, maar ook van coalitiepartner CD&V. Er valt niet veel te merken van de invloed van de zogenaamde “ACW’ers” in deze regering. Enkele dagen voor de actieweek rond koopkracht, mee georganiseerd door het ACV, pleit CD&V in de praktijk voor een verdere ondermijning van de koopkracht door het leegplunderen van de gemeenschapsmiddelen ten voordele van de grote aandeelhouders en topmanagers. Als we daar oppositie tegen willen voeren, kunnen we overigens ook niet rekenen op figuren als Dedecker. Zijn partij meent dat er teveel belooft wordt en te weinig gerealiseerd, maar dan heeft hij het wel systematisch over de beloften aan het patronaat (dat niet toevallig ook mee in de financiering van het politieke project van Dedecker voorziet).
De actieweek voor koopkracht zal leiden tot discussie over een politiek verlengstuk dat in staat is om antwoorden te bieden op de neoliberale eenheidsworst die ons nu wordt aangeboden. Als we een politieke vertaling willen van onze bekommernissen en eisen inzake koopkracht, zullen we de politiek niet mogen overlaten aan de politiekers. We zullen er zelf iets aan moeten doen en bouwen aan een alternatief.