Internationale vrouwendag. De strijd tegen vrouwenonderdrukking in Latijns-Amerika

Seksisme, racisme,… Al deze vormen van onderdrukking vormen verschillende zijden van eenzelfde systeem. Het zorgt telkens op een kunstmatige wijze voor verdeeldheid onder de arbeiders. Naast de discriminatie van de indianen zijn vrouwen in Latijns-Amerika het grootste slachtoffer van de verdeel-en-heers politiek van het kapitalisme.

Verslag door Jonas Van Vossole van de discussie over vrouwenrechten op onze Latijns-Amerikaanse vormingsweek

[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]

Socialisme 2008 – 5 en 6 april

Zondag 6 april 14u30-16u30: In Latijns Amerika is reeds sinds een tiental jaar een beweging tegen het harde neoliberalisme.

Een continent in oproer is op zoek naar een politiek antwoord en kiest voor “linkse” presidenten. Maar wat houdt Chavez’ Socialisme voor de 21e eeuw juist in? Welke lessen kunnen we trekken uit de gelijkaardige bewegingen 25 jaar geleden? Jonas Van Vossole was recent op bezoek in Latijns Amerika en discussieerde er met socialisten uit Venezuela, Bolivia, Brazilië,… Jan Vlegels was vorige zomer op bezoek in Venezuela.

> Socialisme 2008
[/box]

Onderdrukking van vrouwen bestaat al langer dan het kapitalisme. Het werd niet uitgevonden door het kapitalisme, maar was wel steeds een beproefd middel voor de kapitalisten om de lonen te drukken en de winsten te laten stijgen. Een anti-kapitalist met zich ook verzetten tegen de verdeeldheid die het kapitalisme met zich meebrengt via bijvoorbeeld seksisme of racisme. De strijd voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen versterkt de strijd tegen het huidige systeem. Vandaar onze slogan “alles wat ons verdeelt, verzwakt ons”.

De democratische eis voor gelijke rechten is belangrijk, maar gaat niet ver genoeg. Ook het algemeen stemrecht of de emancipatie van de studentenbeweging volstonden niet om de onderdrukking uit de samenleving te bannen. De vrouwenbeweging staat voor een gelijkaardige uitdaging: de strijd voor gelijke rechten moet samengaan met een strijd voor een andere samenleving.

Het neoliberale beleid van regeringen en bedrijven heeft een directe impact op de leef- en arbeidsomstandigheden van vrouwen en andere werkenden. De condities van vrouwen vormen als het ware een soort thermometer van de graad van aanvallen en besparingen die voor een groeiende ongelijkheid zorgen. Zo verdient een zwarte vrouw in Brazilië gemiddeld zo’n 60% minder dan een blanke man.

De ongelijkheid creëert verdeeldheid tussen eersterangs en tweederangsarbeiders. Vrouwen vormen steeds meer een reserve arbeidsleger voor goedkope arbeidskrachten. Dat wordt ook gebruikt om de lonen van de mannelijke collega’s te drukken. Tegen deze ongelijkheid en poging om mannen en vrouwen uit de arbeidersklasse tegen elkaar op te zetten, eisen we als socialisten “gelijk loon voor gelijk werk”.

Maar daar stopt het uiteraard niet bij. We moeten ook de discussie voeren over de aard van het werk dat door vrouwen wordt gedaan. Vrouwen werken bijvoorbeeld, meer nog dan mannen, onder onzekere contracten.

De strijd voor gelijke arbeidscondities en lonen moet samengaan met een strijd voor emancipatie waarbij vrouwen zelf kunnen beslissen over hun eigen lichaam. Dat is zeker in Latijns-Amerika ook niet evident. Er zijn immense problemen met onder meer prostitutie (waarmee soms meer te verdienen valt dan met gewone arbeid) of het opdringen van schoonheidsidealen die vooral tot consumptie moeten aanzetten. Vrouwen zijn verder ook het eerste slachtoffer van de afbraak van sociale zekerheid. Het zorgt ervoor dat ze bij het grootbrengen van de kinderen en het zorgen voor het gezin steeds minder beroep kunnen doen op gemeenschapsmiddelen.

Wij denken dat het nodig is dat de gemeenschap voorziet in openbare diensten die de dubbele dagtaak van vrouwen verlichten. Vele taken zouden gemakkelijk publiek kunnen worden georganiseerd. Denk maar aan publieke crèches, goedkope volksrestaurants,… Uiteraard moet dit niet verplicht worden, maar het aanbieden van dergelijke openbare diensten is noodzakelijk om de druk op vrouwen weg te nemen.

Meer nog dan op andere continenten zijn vrouwen in Latijns-Amerika vaak het slachtoffer van een sterke macho-samenleving. Vrouwen worden gezien als een seksueel object en bovendien strekt dit probleem zich internationaal uit: Braziliaanse vrouwen komen vaak terecht in een netwerk van vrouwenhandel voor de seksindustrie in de VS of Europa.

Het is niet evident om dit te bestrijden, het wordt met de paplepel binnen gebracht bij de Latijns-Amerikaanse arbeiders. Het kan niet bestreden worden met een moralistische visie, maar vooral door samen te strijden voor maatschappijverandering. Door die gezamenlijke strijd zal ook de visie op de rol van vrouwen kunnen veranderen bij heel wat mannelijke arbeiders.

In Brazilië heeft de PT (Arbeiderspartij) de afgelopen decennia heel wat strijd gevoerd voor vrouwenrechten. De partij nam het ook op voor etnische minderheden. De degeneratie van de PT eind jaren 1990 en de afgelopen jaren heeft er echter voor gezorgd dat de PT vanuit de regering weinig heeft veranderd voor vrouwen of etnische minderheden. Het aanvaarden van de marktlogica en het voeren van een neoliberaal beleid door de PT heeft geleid tot het opzetten van een nieuwe linkse partij, de P-SOL. Die moet ook de verdediging van vrouwen en etnische minderheden opnemen. Daartoe moeten wij intern in de P-SOL oppositie voeren tegen een deel van de leiding, zoals rond Helena Heloisa, die zich verzet tegen het recht op abortus. Daartegenover stellen wij het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen.

Onze eisen op vlak van de vrouwenstrijd vormen een deel van het overgangsprogramma. In die zin dat we de participatie van vrouwen in de klassenstrijd moeten verdedigen, maar we tegelijk het perspectief van socialisme naar voor moeten schuiven. Zonder socialisme zal de vrouwenstrijd niet tot haar conclusie zal komen. En anderzijds vormen vrouwen vandaag de meerderheid in de arbeidersklasse. En die vrouwen zullen we nodig hebben om het kapitalisme omver te werpen en tot socialisme te komen.