Dringend programma van sociale woningbouw nodig
Dringend programma van sociale woningbouw nodig
De laatste jaren treedt een aloud fenomeen steeds meer terug op de voorgrond in de grote steden: woningnood. Terwijl verschillende steden reclamecampagnes voeren over wonen in de stad, zien we tegelijkertijd steeds meer daklozen en zwervers in het straatbeeld. Een gevolg van de economische crisis, denken we dan al snel – niet onterecht – maar dat betekent niet dat het huisvestingsbeleid geen schuld treft. Door een politiek te voeren die erop gericht is om rijke tweeverdieners aan te trekken, en door het achterwege blijven van nieuwe sociale woningen die een milderend effect zouden hebben op die prijzen, rijzen de kosten voor een woning de pan uit.
Dramatische cijfers
De cijfers zijn dramatisch: vandaag wachten 22.386 mensen in Antwerpen op een sociale woning. Tegelijkertijd zijn de gemiddelde woningprijzen in Antwerpen gestegen van 99.204 euro in 2003 tot gemiddeld 215.414 euro in 2010. Dat is meer dan een verdubbeling; bovendien stijgen de prijzen in Antwerpen aan een veel sneller tempo dan het gemiddelde in België.
Ook Gent behoort tot de top drie van steden waar de woningprijzen het sterkst stegen in de afgelopen tien jaar. De prijzen stegen er sinds 2000 met 260%, met ook alle gevolgen van dien voor de huurprijzen. Van de reeds lang beloofde sociale woningen wordt geen werk gemaakt. MAar liefst 17.427 mensen staan op wachtlijsten. Dat wachten duurt steeds langer, gemiddeld bijna twee jaar in Gent.
Waar in Gent en Antwerpen iets meer dan 10% van de woningen sociale huisvesting is, ligt dat cijfer in Brussel met 7,7% beduidend lager. In Brussel was er begin 2010 een wachtlijst met 37.825 huishoudens! Met een ritme van nog geen 100 extra sociale woningen per jaar, zal die wachtlijst niet snel afnemen.
Dringend programma van sociale woningbouw nodig!
De mogelijkheden om iedereen degelijk onderdak te bieden, zijn er vandaag niet. In België bestaat slechts 7% van de woningmarkt uit sociale huisvesting. Dat is weinig, in Nederland bedraagt dat 32%, in Frankrijk 17% en in Groot-Brittannië 18%. Er is een dringend programma van sociale woningbouw nodig om in de noden te voorzien. Tevens zou dit een milderende invloed hebben op de huisprijzen op de privémarkt, wat een goede manier zou zijn om de woningnood te bestrijden.
Bovendien is de kwaliteit van het wonen in de sociale woningblokken vaak niet optimaal. Veel blokken zijn oud en verkeren in slechte kwaliteit. Ze worden beheerd door publiek-private sociale huisvestingsmaatschappijen die onderhevig zijn aan de wetten van de markt. Er is met andere woorden geen enkele drijfveer om de blokken te onderhouden. Bovendien wordt er ook nog eens fraude gepleegd: huisjesmelkers kopen verschillende sociale woningen om ze dan door te verhuren aan hulpbehoevenden tegen woekerprijzen.
De enige maatregelen die genomen worden op vlak van woningnood, zijn discriminerend: het instellen van taaleisen voor sociale woningen, bijvoorbeeld, om de cijfers in te perken en de realiteit te verdoezelen. Begin trouwens maar eens Nederlands te leren op het moment dat je zelfs nog geen onderdak kunt krijgen. In plaats van bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten om de tekorten te verdelen, zou een programma van sociale woningbouw de tekorten wegwerken.
Overheid moet rol spelen
We mogen een belangrijke kwestie als huisvesting niet aan de private speculanten overlaten. De overheid moet zelf een actieve rol spelen met huisvestingsmaatschappijen die volledig in publieke handen zijn. De gevestigde partijen zullen niet voor verandering zorgen. Zij herhalen in het beste geval de beloften die ze ook al bij vorige verkiezingen maakten en nooit uitvoerden. Anderen, zoals de N-VA, zeggen dat er al genoeg sociale woningen zijn.
Vandaag is er geen woonbeleid maar een wanbeleid. Er is een radicale koerswijziging nodig waarbij de sociale noden worden aangepakt.