Thailand. ‘Kloon’ van Thaksin verkozen, sociale conflicten zullen aanhouden

De zakenvrouw Yingluck Shinawatra, de zus van de controversiële voormalige premier en tycoon Thaksin Shinawatra, werd op 5 augustus door het parlement verkozen als de 28ste premier van het land. Zij wordt de eerste vrouwelijke premier van het land. Als 44-jarige is ze meteen ook de jongste vrouwelijke premier ter wereld. Op 3 juli won de Peu Thai Party (PTP) van de aanhangers van Thaksin een absolute meerderheid in het parlement. De partij was goed voor 265 van de 500 zetels en vormde allianties met kleinere partijen om aan 300 zetels te komen.

Analyse door CWI-leden uit Maleisië

Op papier is de regering erg stabiel. Ze beschikt over een meerderheid van 60% in het parlement, de beweging tegen Thaksin is verzwakt en het leger kan op weinig steun rekenen. Maar ondertussen blijven veel problemen van sociaal en economisch ongenoegen bestaan en dat kan leiden tot nieuwe conflicten. Thailand kende al vele militaire staatsgrepen, tussenkomsten door de monarchie en het afzetten van premiers door massale opstanden en protestbewegingen. Telkens werd geopteerd voor een verandering van regering om de belangen van de kapitalistische klasse te dienen, niet om de belangen van de arbeiders en de arme boeren te verdedigen.

Geen wittebroodsweken

De nieuwe premier zal op weinig respijt kunnen rekenen. De aanhangers van de ‘roodhemden’ en de mensen met lage inkomens die voor haar hebben gestemd, zullen eisen dat ze de ‘populistische’ verkiezingsbeloftes ook effectief nakomt. Zo werd een drastische verhoging van het minimumloon beloofd, de bouw van hogesnelheidslijnen voor de trein, gratis computers voor scholieren en een hervorming van het gezondheidsstelsel in het land. De armen op het platteland hopen dat Yingluck in het spoor van Thaksin zal treden. Thaksin was de eerste Thaise premier die leek tegemoet te komen aan de behoefte van miljoenen mensen op het platteland inzake gezondheidszorg en ontwikkeling. Bij de stedelijke bevolking stond Thaksin daarentegen voor corruptie en een autoritair regime met een neoliberale agenda die een gangsterkapitalisme moest ondersteunen.

De kapitalistische klasse in Thailand protesteerde al tegen de ‘populistische’ eisen van Yingluck. Ze denkt dat dit de internationale concurrentiepositie van het land zou ondermijnen en dat het een stijgende inflatie en een begrotingstekort met zich zou meebrengen. De beloofde maatregelen zouden immers 77 miljard dollar kosten op een periode van vijf jaar. Een aantal bedrijven dreigden er al mee om het land te verlaten indien de regering het minimumloon verhoogt. Om de bedrijven gerust te stellen, zal de regering wellicht overgaan tot een vermindering van de vennootschapsbelasting. Maar een toename van de overheidsschulden (er wordt verwacht dat de schuld zal toenemen tot 60% van het bbp) en een groeiende onzekerheid voor de wereldeconomie, kunnen de regering onder druk zetten om niet ‘te ver’ te gaan bij het doorvoeren van de verkiezingsbeloften en om de kapitalistische economie niet te schaden.

Yingluck zal het ook niet gemakkelijk hebben om de conflicten tussen de ‘roodhemden’, aanhangers van haar broer op het platteland, en de ‘geelhemden’, stedelijke aanhangers van het leger en de elite, te beperken. Beide groepen gingen meermaals in confrontatie sinds Thaksin in 2006 werd afgezet door een militaire staatsgreep. Die staatsgreep kwam er om de belangen van de zakenlui en de elite te verdedigen. Ze werd gesteund door de monarchie en het leger. Een deel van de elite voelde zich uitgesloten uit het gangsterkapitalisme van Thaksin. De conflicten tussen de ‘roden’ en ‘gelen’ hebben de vier vorige regeringen ondermijnd.

Vorig jaar hielden roodhemden enkele delen van Bangkok bezet. Zo werd het commerciële centrum geblokkeerd, wat leidde tot een militaire repressie door de ‘Democratische’ regering van Abhisit. Er vielen meer dan 90 doden en honderden gewonden. Yingluck werd omschreven als een ‘kloon’ van Thaksin en iedere stap die ze zet, zal nauwgezet worden gevolgd door de geelhemden en de Democratische partij. Als ze de aanhangers van Thaksin, de roodhemden, lijkt voor te trekken, kan dat leiden tot massale acties en bezettingen door geelhemden. Dat gebeurde eerder ook bij regeringen die met Thaksin waren verbonden.

De schaduw van Thaksin

Yingluck nam voorheen nooit een politieke functie in. Ze stond aan het hoofd van een vastgoedbedrijf dat in handen van de familie was. Enkele maanden geleden werd ze door Thaksin gevraagd om de Pheu Thai Party (PTP) te leiden. Daarmee werd gepoogd om een einde te maken aan het interne geruzie tussen verschillende fracties die de leiding over de partij wilden innemen. Het is algemeen bekend dat Thaksin achter de schermen, vanuit zijn ballingoord Dubai, de touwtjes in handen houdt. Door haar ‘vriendelijke en charmante karakter’ uit te spelen, haalde Yingluck niet alleen de stemmen van de roodhemden van Thaksin binnen maar ook veel sympathiestemmen van vrouwen en zelfs van delen van de stedelijke zakenlui. De aanhangers van de roodhemden gebruikten de verkiezingen om te protesteren tegen de militaire en traditionele elite die steun gaven aan de Democratische Partij van Abhisit.

Na de verkiezingen had Thaksin een ontmoeting met de kandidaten voor ministerfuncties. Die kandidaten trokken naar Dubai en Brunei om met Thaksin te spreken. Het maakt duidelijk hoe Thaksin zijn autoriteit in de partij zal blijven gebruiken om de regering van Yingluck van buitenaf te sturen. Yingluck kwam aan de macht dankzij haar broer, maar ze wil niet gezien worden als een marionet. Vooraleer Thaksin kan terugkeren naar Thailand, wil ze erg voorzichtig te werk gaan en ze wil vermijden dat de geelhemden haar regering problemen bezorgen.

Het feit dat Thaksin goede relaties onderhoudt met de premier van Cambodja, Hun Sen, en het verkiezingsresultaat kunnen het grensconflict tussen Thailand en Cambodja wat naar de achtergrond verdrijven. Maar iedere stap waardoor Thailand een schijnbaar nadeel lijdt of zelfs maar een compromis kan leiden tot woede onder de nationalisten die banden hebben met de monarchie en het leger.

Als Thaksin politieke amnestie krijgt en naar Thailand kan terugkeren, zou dit mogelijk leiden tot nieuw straatprotest vanwege de geelhemden. Thaksin werd door het Hooggerechtshof veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf omdat hij zijn ex-vrouw hielp om staatsgrond op te kopen in 2003, toen Thaksin premier was.

Een andere factor van onstabiliteit is de onzekerheid over de onvermijdelijke opvolgingscrisis als de oude koning komt te overlijden. Dat kan een politieke impact hebben voor Yingluck aangezien Thaksin niet bepaald op goede voet stond met het paleis.

Socialisten en populisme

Het rechtse populisme van Thaksin tijdens zijn regeerperiode van 2001 tot 2005 oefende een sterke aantrekkingskracht op de armen van het platteland uit. Dat was het resultaat van het ontbreken van een massale arbeidersorganisatie die banden aanging met de arme boeren om samen te bouwen aan een politiek alternatief. Op dat ogenblik gaven plattelandsorganisaties, zoals de ‘Vergadering van de Armen’, kritiekloze steun aan het populisme van Thaksin omdat hij een aantal eisen van de arme boeren inwilligde. Jammer genoeg kwam er geen duidelijk politiek antwoord van de leiding van de ‘Vergadering van de Armen’ op het kapitalistische karakter van het regime van Thaksin. In de leiding van die organisatie zitten nochtans heel wat voormalige leden van de Communistische Partij van Thailand die een oriëntatie had naar het maoïsme en NGO-activisme.

Op dat ogenblik was ook de stedelijke arbeidersklasse in Bangkok hard getroffen door de Aziatische financiële crisis van 1997 die het land in een diepe politieke crisis onderdompelde. De regering-Chavalit hield het amper een jaar vol als gevolg van de crisis. De nieuwe regering van de Democratische Partij onder leiding van Chuan Leekpai was van 1997 tot 2001 aan de macht en voerde een besparingsbeleid. Alle tegemoetkomingen aan de arme boeren werden teniet gedaan. Die tegemoetkomingen waren door massaal straatprotest in Bangkok afgedwongen van de regering-Chavalit.

Thaksin won de verkiezingen van 2001 omwille van zijn populistische agenda voor de armen op het platteland. De leiding van de ‘Vergadering van Armen’ ging een samenwerking aan met Thaksin en repte met geen woord over het pro-kapitalistische beleid waar Thaksin voor stond. Dat versterkte de mogelijkheden van Thaksin om op populistische basis steun te krijgen voor zijn poging om zich te verdedigen als het Grondwettelijk Hof hem aanviel wegens het opzettelijk verbergen van zijn rijkdom. Thaksin gebruikte bewust een populistisch beleid om in een periode van economische groei voort te bouwen aan zijn steun op het platteland en om zo de macht in handen te houden. Hij gebruikte zijn positie in de regering tevens om heel wat rijkdom te verzamelen voor zichzelf en enkele naasten. Hij hielp internationale en nationale kapitalisten om winsten te accumuleren door de uitbuiting van de arbeiders en de armen op te drijven. De hypocrisie van Thaksin maakte duidelijk dat hij niet aan de kant van de arbeiders en de armen stond, maar dat hij hen enkel gebruikte om zijn eigen macht te behouden en op die basis een kapitalistisch beleid te voeren.

Bij de recente verkiezingen waren er verschillende linkse groepen die kritiekloos steun gaven aan het populisme van Yingluck om de Democratische regering een nederlaag te bezorgen. Het klopt dat de Democraten banden hebben met de monarchie, het leger en de traditionele elite. Maar sommige linksen hebben illusies in de zogenaamde “progressieve burgerij” of “het minste kwaad”. Hebben ze dan niets geleerd van eerdere ervaringen van de linkerzijde in Thailand en andere Zuidoost-Aziatische landen? Daar werd al meermaals dezelfde fout gemaakt om kritiekloze steun te geven aan kapitalistische partijen die democratie beloofden. Het resultaat was zelden dat er meer democratie kwam, maar doorgaans was een latere aanval op de linkse krachten wel gegarandeerd. Onder de huidige economische omstandigheden zal het voor Yingluck overigens heel wat moeilijker zijn om toegevingen te doen aan de arbeiders en de armen. Ze zal onder grote druk staan om de winsten van het Thaise kapitalisme op peil te houden.

Economische en sociale onstabiliteit

De economische groeicijfers en de sociale voorwaarden in Thailand en de rest van de wereld zijn erg verschillend van die onder de regering-Thaksin. De onzekere economische situatie in de VS met de diepe kredietcrisis die in 2008 begon en de besmettelijke Europese schuldencrisis maken duidelijk dat de wereldwijde kapitalistische economie een van de meest ernstige crisissen uit haar geschiedenis kent. De mogelijkheid van herstel is bijzonder onzeker.

Thailand is voor haar economische groei, momenteel zowat 4% , erg afhankelijk van China en andere buurlanden. Het Chinese groeimodel wordt steeds meer inherent onstabiel omdat het gebaseerd is op een enorme overcapaciteit en overinvesteringen. De dreiging van een vertraging in China en een aanhoudende onzekerheid voor de wereldeconomie, maken Thailand en andere landen in de regio erg kwetsbaar. Een nieuwe ‘Aziatische Financiële Crisis’ valt niet uit te sluiten.

De meerderheid van de bevolking is nog steeds actief in de landbouwproductie, maar de industrie en de dienstensector in Bangkok en andere steden vormen wel de belangrijkste factor van de Thaise economie. Grootgrondbezit en de feodale economische verhoudingen werden zachtjes geïntegreerd in de kapitalistische economie met de snelle industrialisering vanaf de jaren 1980. Het Thaise kapitalisme heeft de rijkdom van nationale en multinationale kapitalisten vergroot en dit ten koste van de sociale en democratische behoeften van de arbeiders en arme boeren. De economische situatie vandaag toont ook het belang van de arbeidersklasse. Zelfs indien deze een minderheid vormt, draagt ze het meeste bij tot de winsten van de kapitalisten.

Dit bevestigt eens te meer de noodzaak van een onafhankelijke partij waarin de arbeidersklasse een leidinggevende rol speelt maar tegelijk ook banden aangaat met de arme boeren, jongeren en andere onderdrukten. Dat is noodzakelijk als antwoord op het pro-kapitalistische beleid en het politieke opportunisme en rechtse populisme van Thaksin Shinawatra en nu van Yingluck. Een dergelijke partij zou zich moeten baseren op democratisch socialisme als alternatief op de kapitalistische agenda. Deze partij zou perspectieven, een programma en tactieken naar voor moeten brengen voor de strijd van de arbeidersklasse, arme boeren en andere onderdrukten.

Enkel dan zal effectief een einde kunnen worden gemaakt aan de opeenvolging van regeringen die de winsten en de behoeften van de kapitalisten centraal stellen. Enkel dan kan een regering van arbeiders en arme boeren tot stand komen. Zo’n regering zou de grote bedrijven en banken nationaliseren om de behoeften van de meerderheid van de bevolking democratisch en planmatig aan te pakken. Deze regering zou solidariteitsbanden opbouwen met de strijd van de arbeiders en armen in de regio en de rest van de wereld vanuit het oogpunt om een wereldwijde democratisch socialistische samenleving op te bouwen.