Lonen en uitkeringen: strijd verder opvoeren!

Staking van 29 maart in Brussel.

De sociale partners van de “Groep van 10” onderhandelen elke twee jaar in de privésector over loon- en arbeidsvoorwaarden. Dat resulteert in een Interprofessioneel Akkoord (IPA). De magere loonmarge van 0,4% maximale loonstijging voor de komende twee jaar werd in januari al afgeschoten door de vakbonden, maar wordt nu brutaal opgelegd door de federale regering-De Croo, een regering die volgens sommigen beschouwd wordt als “de best mogelijke” en alleszins beter dan Michel, want zonder N-VA.

door Tina (Denderstreek) uit maandblad De Linkse Socialist – geschreven voor het akkoord van afgelopen nacht

0,4%? No way!

Na het rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) met de “berekening” van de loonnorm van 0,4% op 14 januari 2021, volgden al snel drie vakbondsacties die duidelijk maakten dat die norm voor de gewone werkmens onaanvaardbaar is. De pandemie toonde aan dat arbeiders essentieel zijn, dat zij de motor van de economie zijn. Het waren diezelfde arbeiders die grote risico’s namen door te blijven doorwerken. Nu een loonnorm opgelegd krijgen, terwijl CEO’s en aandeelhouders ongebreideld kunnen genieten van de welvaart die door die arbeid gecreëerd werd, is onaanvaardbaar.

De IPA-onderhandelingen, een decennialange traditie in België, worden sinds 1996 gegijzeld door de loonnormwet (die onder Michel in 2017 nog strenger werd). Daardoor worden vakbonden systematisch geconfronteerd met een plafond voor loonstijgingen, berekend aan de hand van de verwachte stijging van de lonen in onze buurlanden, zogezegd om onze concurrentiepositie niet in gevaar te brengen. De vakbonden zouden de krachten moeten bundelen om definitief komaf te maken met de loonnorm en vrij te kunnen onderhandelen over de lonen.

Voor dividenden en CEO-lonen geldt ondertussen geen enkele beperking. Die beperking kan wél ingeroepen worden volgens diezelfde loonnormwet. Wanneer ‘King Connah’ dit vermeldde op 1 mei, was dat echter puur populisme. Het was slechts communicatie, zonder enig plan om het ook effectief te realiseren. Het wetsvoorstel van de PVDA en PS’er Marc Goblet stelt een indicatieve loonnorm voor in plaats van een bindende norm. Dat zou een stap vooruit zijn, maar ook daarvoor zal actieve strijd nodig zijn. Bovendien moet verder gegaan worden: de loonnormwet moet weg!

Eerste overwinning na stakingsdag

Een eerste overwinning na de nationale stakingsactie op 29 maart, was de toegeving dat de 9 miljoen euro die reeds in september 2020 was toegezegd om de uitkeringen (van ziekte, werkloosheid …) te verhogen, ook effectief naar de sociale zekerheid zou gaan, al was er nog steeds geen IPA. Heel lang werd deze enveloppe om de welvaartsvastheid van de uitkeringen te garanderen door de patroons als pasmunt gebruikt om eigen eisen te verwezenlijken binnen een IPA.

Wanneer de sociale partners er binnen de twee maanden na het rapport van het CRB niet uit geraken, is de regering normaal gezien aan zet. De regering-De Croo, met PS-minister van werkgelegenheid Dermagne op kop, probeerde nog lang de hete aardappel wéér bij de sociale partners te leggen, maar kwam begin mei (nadat bleek dat het water echt veel te diep was) dan toch met een eigen voorstel. Het VBO was onmiddellijk zeer positief. Dat maakt nogmaals duidelijk uit wiens hand de regering eet. Het voorstel legt terug de 0,4% op als plafond, met als enige nuancering een schamele éénmalige netto premie van maximaal 500 euro (met beperkte patronale lasten van 16,5%) voor bedrijven die goed boerden het afgelopen jaar. Deze premie zou op ondernemingsniveau onderhandeld worden.

Rond de andere kwesties kregen de sociale partners een maand om te onderhandelen. Zo is er vanuit de vakbonden de meer en meer gezamenlijke roep om een hoger minimumloon. Het minimumloon in België volgde immers jarenlang niet de stijging van de levenskost, waardoor het flirt met de armoedegrens. Het voorstel is nu dat de sociale partners afspraken maken over een zeer geleidelijke optrekking van het minimumloon, die pas na de Corona-periode zou starten. Ook hier zullen de vakbonden verder moeten mobiliseren en blijven gaan voor minstens 14 euro per uur, of méér, aangezien die eis binnenkort voorbijgestreefd is door de reële levenskost.

De regering, die meer de patroons tegemoet komt dan de vakbonden, stelt ook voor om de harmonisering van aanvullende pensioenen tussen arbeiders en bedienden nogmaals uit te stellen, en extra overuren mogelijk te maken in 2021.

Een laatste luik gaat over de besprekingen rond landingsbanen: de mogelijkheid voor oudere mensen om de arbeidstijd te verminderen met 1/5de of de helft. Momenteel is er geen regeling meer: de vorige liep af op 31 december 2020. Hierdoor kan niemand nog zijn loopbaan verminderen met een uitkering van de RVA als bijpassing. Dit is nochtans nodig, zeker in een context van moeilijke Corona-tijden, hoge werkdruk en een brede verspreiding van burn-outs. Landingsbanen zijn noodzakelijk, maar er is meer nodig: algemene arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met compenserende aanwervingen. Dat zou niet alleen een antwoord bieden op de werkdruk, maar ook op de vermindering van het werk in een aantal sectoren.

Tot slot heeft de regering in haar voorstel met geen woord gerept over de SWT, het vroegere brugpensioen. De mogelijkheid om vroeger op pensioen te gaan (met een bijpassing van de werkgever bovenop de werkloosheidsuitkering en gelijkstelling voor het pensioen), is een eis die de vakbonden moeten blijven opnemen. Dat is immers noodzakelijk om de ouderen te ontlasten en jongeren een kans te geven op degelijke contracten van onbepaalde duur.

De besprekingen rond deze punten moeten half juni rond zijn, maar verwacht wordt dat de regering zal doorvoeren wat de patroons hen influisteren. Midden mei was er een beperkte actie van de vakbonden in Brussel. Er zal in navolging van de stakingsdagen voor hogere lonen een massalere strijd nodig zijn om rond alle eisen vooruitgang te boeken.