Egypte. Het regime van Moebarak slaat terug. Massabeweging moet in offensief gaan
De situatie op en rond het Tahrirplein was deze morgen (3 februari) nog erg gespannen en gevaarlijk. Er weerklonken schoten. Er zijn groepen betogers op de straten, maar het is niet altijd duidelijk of het voor- of tegenstanders van Moebarak zijn. Verschillende straten zijn geblokkeerd. De Egyptische kranten waren vandaag erg verdeeld over wat er gisteren gebeurde. De regeringsgezinde kranten stellen het voor alsof het regime niets te maken had met de provocateurs, een oppositieblad had het over de mogelijkheid van burgeroorlog.
De gebeurtenissen ontwikkelen met een ongelofelijke snelheid. Op 1 februari kondigde president Hosni Moebarak op de televisie nog aan dat hij geen kandidaat zou zijn bij de komende verkiezingen in september. Dat volstond niet voor de betogers op het Tahrirplein die eisten dat Moebarak onmiddellijk zou vertrekken. Toen de betogers gisteren opnieuw naar het plein trokken, werd al snel duidelijk dat aanhangers van Moebarak eveneens aan het verzamelen waren.
De aanhangers van het regime kwamen in kleine groepen. Ik was verbaasd dat ze zo dicht bij de betogers durfden te komen. Maar toen werd duidelijk dat er nog meer van deze groepjes op weg waren en van langs alle kanten naar het plein trokken om een soort ketting rond het plein te vormen. Er waren verschillende auto’s met aanhangers van Moebarak, anderen kwamen met paarden of kamelen. Toen de confrontaties scherper werden, kwam het tot charges door de Moebarak-gezinden die met paard of kameel ter plaatse waren. Dit moest chaos, terreur en verwarring creëren.
Ik probeerde het plein opnieuw te betreden toen er verschillende confrontaties waren, op een bepaald ogenblik geraakte ik vast tussen aanhangers van Moebarak. Sommigen vertelden me dat ze zogezegd vreedzaam kwamen betogen maar niet op het plein mochten. Ze waren gewapend met ijzeren staven en buizen, ze beweerden dat ze dit in de buurt hadden “gevonden”. Uiteraard lieten de betogers niet toe dat de aanhangers zomaar met wapens op het plein zouden komen.
Rond de middag was het plein volledig omsingeld en gingen de stoottroepen van Moebarak over tot de aanval. Er werd geprobeerd om de betogers van het plein te verjagen aangezien dit plein een symbool van hun strijd is geworden. Er werden straatstenen opgebroken om deze naar de betogers te gooien. Dit was een waanzinnige situatie, de stenen vlogen door de lucht waarbij er veel gewonden vielen. De aanvallers traden gedisciplineerd op, ze haalden er doelwitten uit, gingen bewust over tot het opdelen van groepen betogers waarna kleinere groepjes werden omsingeld om deze betogers een rammeling te geven. Dit duurde twee uur lang. De groepen aanhangers van de president vielen aan en trokken zich vervolgens even terug om nadien terug aan te vallen.
Het is duidelijk dat het geweld gepland was. Er werd een gunstig moment uitgekozen om tot de aanval over te gaan: op een ogenblik dat er niet zoveel betogers op het plein waren. Een dag eerder waren er honderdduizenden betogers op het plein. De aanwezigen op het plein waren daar al de hele week en velen waren vermoeid. Dat is waarom het regime dit ogenblik uitkoos om de aanval in te zetten. Ik begrijp nog altijd niet hoe de anti-Moebarak actievoerders het zo lang hebben volgehouden met hun verzet tegen het georkestreerde geweld.
De betogers dachten dat veel aanvallers georganiseerd waren door de veiligheidsdiensten, heel wat aanvallers hadden identiteitskaarten van de politie. Op de radio was er het bericht dat een van de pro-Moebarak betogingen werd geleid door de minister van arbeid, een figuur die algemeen gekend is voor zijn asociale opstelling tegen de arbeiders. Het was duidelijk dat de functionarissen van de partij van Moebarak een actieve rol speelden. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Er waren niet alleen agenten en partijbureaucraten, naast huurlingen die betaald werden om te komen vechten. Het regime slaagde er echter ook in om verwarring te creëren onder een deel van de bevolking. Ik zag hoe gewone mensen mee vochten. Sommige van die mensen stelden dat de beweging tegen Moebarak ver genoeg was gegaan, dat de regering is herschikt en dat de president zou vertrekken. Ze stelden dat het daarom tijd is geworden om de chaos te beëindigen. Deze groepen riepen slogans als: “Moebarak, ja. Onstabiliteit en verwarring, neen”, of nog “Moebarak ja, corruptie nee.” Dit versterkte natuurlijk de chaos. Wat er op het plein gebeurde, was een dag eerder nog onvoorstelbaar.
Bewuste tactiek van de autoriteiten
De aanhangers van Moebarak riepen veel slogans tegen Al-Baradei. Ze riepen: “Baradei is een lafaard en een Amerikaanse agent.” Dat is uiteraard ironisch aangezien Moebarak de afgelopen dertig jaar zowat de meest trouwe dienaar van het Amerikaanse imperialisme is geweest. Maar deze slogans tegen Al-Baradei waren er vooral op gericht om actievoerders over te winnen, vooral diegenen die terecht kritisch en sceptisch staan tegenover de zogenaamde “leiders” van de oppositie.
Wat er nu gebeurde, was het resultaat van een bewuste tactiek van de autoriteiten. Van bij het begin werd een avondklok ingesteld en werd het transport van voedsel en andere levensmiddelen moeilijk gemaakt. Dat heeft de spanningen opgedreven en het leidt tot woede. Moebarak wil naar een situatie gaan waarbij de bevolking zegt: “Laat hem nog maar even blijven, anders wordt het alleen maar erger. De situatie een week geleden was dan toch beter.” Dit soort standpunten vindt een zekere ingang bij delen van de Egyptische samenleving en het regime speelt daar uiteraard verder op in. Moebarak hoopt dat anderen zullen slagen waarin de politie en het leger niet slaagden.
Als Moebarak er in slaagt om het verzet op het Tahrirplein te breken, zou dit een zware nederlaag zijn voor de beweging. Dinsdag dachten veel betogers dat het regime aan het vallen was, het is mogelijk dat de krachtsverhoudingen nu wat gewijzigd zijn. Het is moeilijk om te voorspellen wat er nu zal gebeuren, het is onmogelijk om een volledig beeld te hebben van wat in de rest van het land gebeurt. Maar de oppositie heeft het over een nieuw massaal protest op vrijdag.
Op de massale betoging van dinsdag waren er wel elementen van de middenklasse, maar vooral veel arbeiders en jongeren. Het potentieel van de beweging om het regime van de kaart te vegen, werd duidelijk op deze betoging. Maar de arbeidersklasse was niet op een georganiseerde wijze aanwezig. Ik zag geen spandoeken met een duidelijke klassenbenadering of met linkse en socialistische slogans. De arbeidersklasse moet haar stempel op de gebeurtenissen drukken en heeft daartoe nood aan een massale eigen partij die een onafhankelijk klassenprogramma heeft en die opkomt voor een socialistisch alternatief.
Dinsdag was er bijwijlen een karnavaleske sfeer en soms zelfs een gevoel van euforie. Er werd aangenomen dat het omverwerpen van Moebarak zo goed als gerealiseerd was. Moebarak kondigde aan dat hij in september zou aftreden, maar het regime dat al decennialang aan de macht is zal niet zomaar verdwijnen zonder voor haar positie te vechten.
Het leger heeft de confrontaties op het plein gisteren mee mogelijk gemaakt. De staatsmachine is dooreen geschud door de massabeweging, maar in essentie blijft het staatsapparaat intact. De massabeweging mag daar niet passief tegenover blijven, we moeten in het offensief gaan. We moeten oproepen doen naar de basis van het leger, de dienstplichtigen, om de kant van de massa’s te kiezen naast hun vaders, moeders, broers en zussen. Ook de dienstplichtigen worden geconfronteerd met de hoge prijzen en de strijd voor een leefbaar inkomen. Het leger kan worden geneutraliseerd indien een klassenoproep wordt gedaan waarmee het leger wordt verdeeld en waarna het mogelijk wordt om de reactionaire top aan de kant te schuiven.
De vechtersbazen van het regime hebben chaos en terreur gecreëerd, maar ze slaagden er niet in om het plein over te nemen. De situatie is nu erg verward, er zijn allerhande geruchten die de ronde doen. Mogelijk zal het regime gewoon voort doen met de repressieve aanpak met mogelijk een tussenkomst van het leger om de “orde te herstellen.” De gebeurtenissen gisteren kunnen ook leiden tot een vernieuwd verzet onder de massa’s. De betogingen op vrijdag kunnen een belangrijk keerpunt vormen.
Misschien zal het regime Moebarak opofferen om een nieuwe regering van ‘nationale redding’ onder leiding van het leger te vestigen. Vandaag heeft de premier zich “verontschuldigd” voor het geweld van gisteren, hij noemde het een “fatale fout”. Er wordt gezegd dat het leger nu voertuigen inzet om de “twee kampen” van elkaar te scheiden in de straten van Cairo.
Zelfverdediging tegen de straatvechters van Moebarak
De arbeiders moeten zichzelf verdedigen tegen de contrarevolutionaire straatvechters. Ze moeten gewapende milities vormen die op democratische wijze worden beheerd en gecontroleerd. Massale actiecomités op de werkvloer, in de wijken, op school en lokaal, regionaal en nationaal met elkaar verbonden. Dat kan een verschil maken in het verzet.
De voedseltekorten worden stilaan onhoudbaar, de prijzen blijven maar stijgen. Groothandelaars profiteren van de crisis. Een linkse activist stelde dat Moebarak een poging doet om de volledige bevolking op de knieën te krijgen door een ‘lock-out’ te organiseren. De arbeiders moeten de voedselproductie overnemen alsook de distributie en handel. Ze moeten op democratische wijze een eigen distributie en bevoorrading van de massa’s organiseren. Dat zou ook een impact hebben op diegenen die nu door het regime werden gemobiliseerd tegen de ontwikkelende revolutie.
De massa’s moeten in het offensief gaan, arbeidersacties organiseren waaronder een algemene staking. Dat kan een einde maken aan Moebarak en zijn volledige regime. Een opstandige beweging van de massa’s onder leiding van de arbeidersklasse en met een oproep aan de dienstplichtigen om de beweging te vervoegen, zou naar het presidentieel paleis kunnen marcheren en ook andere centrale instellingen van de macht neerhalen om zelf de macht over te nemen. Moebarak en co moeten worden berecht voor volksrechtbanken zodat ze verantwoording moeten afleggen voor hun misdaden tegen de Egyptische bevolking. De obscene rijkdom van de heersende elite moet uit de inhalige handen van deze elite worden gehaald om ze te verdelen onder de meerderheid van de bevolking. Socialisten eisen de nationalisatie van de grote bedrijven in het land, de banken en de grote landbouwbedrijven. We komen op voor een democratische planning om te voldoen aan de behoeften van de overgrote meerderheid van de bevolking.
Er mag geen enkel vertrouwen worden gesteld in een nieuw regime van ‘nationale redding’ dat enkel de belangen van de heersende klasse en het imperialisme voor ogen heeft. Het gaat er niet enkel om dat Moebarak en zijn directe omgeving van het toneel verdwijnen, het volledige regime moet weg. De massabeweging mag geen illusies hebben in de manoeuvres die er enkel op gericht zijn om de democratische en sociale eisen op een zijspoor te zetten. Het imperialisme zoekt een vorm van “eenheid” of “overgang” waarbij de nieuwe regering de beweging aan banden legt en de toekomst van het kapitalisme in Egypte veilig stelt.
Om een duidelijke breuk met het regime te bekomen, is er nood aan een regering die de massa’s van de arbeiders en armen vertegenwoordigt. Zo’n regering zou de eisen van de beweging centraal stellen en vrije verkiezingen organiseren alsook maatregelen nemen om de levensstandaard op te krikken.
Socialisten staan voor een revolutionaire democratische grondwetgevende vergadering en een regering van arbeiders en kleine boeren. Dat is de enige manier waarop democratische rechten blijvend kunnen worden afgedwongen. We komen op voor het recht om actie te voeren, te staken en democratische onafhankelijke vakbonden te organiseren. Dat is nodig om een degelijk minimumloon, goede banen en leefbare huisvesting te bekomen alsook onderwijs en gezondheidszorg die toegankelijk zijn voor iedereen. De revolutie moet zich regionaal uitbreiden in het kader van een socialistisch programma. Voor een socialistisch Egypte en een socialistische confederatie van de regio op een gelijkwaardige en vrijwillige basis.