De nota van De Wever: een aanval op alle arbeiders en uitkeringstrekkers in dit land

De traditionele politici zijn al maandenlang bezig met politieke spelletjes en communicatie-oorlogjes. De nota van ‘verduidelijker’ De Wever zorgde voor een nieuw hoogtepunt. Het bracht de standpunten niet dichter bij elkaar en werd afgedaan als een poging om een Vlaams front te vormen. De dramatische Franstalige kritiek droeg daar toe bij en zorgde voor het einde van de eenheid tussen Ecolo en Groen. De nota is een provocatie voor alle arbeiders en uitkeringstrekkers in dit land, los van hun taal.

Artikel door Geert Cool uit maandblad De Linkse Socialist

Van sociale zekerheid naar regionale liefddadigheid

De nota bevat een lange opsomming van te regionaliseren bevoegdheden. Maar er wordt ook een tipje van de neoliberale besparingssluier gelicht. De Wever pleit voor een “zuiniger en meer responsabiliserend beleid”. Dat gaat niet over de fiscale cadeaus zoals de notionele intrestaftrek, maar over onze sociale zekerheid.

De nota wil “een sociale zekerheid voor de armen en niet van de armen”. Kortom: geen sociale zekerheid op basis van bijdragen van onze lonen, maar een grotendeels geregionaliseerd liefdadigheidssysteem. Met de Vlaamse liefdadigheid in handen van de VOKA-aanhangers van de N-VA zullen uitkeringstrekkers zich geen stoofvleessaus op de frieten kunnen permitteren.

De sociale zekerheid omvat verschillende aspecten: gezondheidszorg, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslag, arbeidsongevallen en beroepsziekten en tenslotte de jaarlijkse vakantie. Deze elementen worden vandaag gefinancierd door bijdragen van onze lonen. Een deel wordt werknemersbijdrage genoemd, een ander deel werkgeversbijdrage, maar het komt allemaal van onze lonen. Die band wil N-VA doorbreken, onder meer voor kinderbijslag en gezondheidszorg. Wij zouden er wel nog voor betalen, maar het zou minder direct gebeuren zodat we het vooral niet moeten wagen om er inspraak in te eisen.

Een aantal elementen van de sociale zekerheid zijn nu al gesplitst, maar De Wever wil verder gaan en de sociale zekerheid opdelen om verschillende grote brokken te regionaliseren: grote delen van de gezondheidszorg, arbeidsmarktbeleid, kinderbijslag en zelfs de betaling van een deel van de sociale zekerheidsbijdragen.

De middelen en de bevoedheid over de kinderbijslag wil De Wever aan de gemeenschappen toekennen en in Brussel aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Dit betekent dat er verschillen kunnen zijn tussen de Vlaamse en de Waalse kinderbijslag en dat de Vlaamse en Waalse ministers mee zouden moeten beslissen over de Brusselse kinderbijslag. Dat is meteen een handige poging om een versterking van het Brusselse gewest te vermijden.

Regionale lageloonsector uitbouwen

In Duitsland werkt 20% aan minder dan 10 euro per uur. Door de regio’s in ons land onderling te laten concurreren, moet de achterstand worden ingehaald. De Wever stelt onder meer voor om “categorale RSZ-kortingen” (jongeren, 50-plussers, werklozen) te regionaliseren. Loonlastenverlagingen en de activering van zowel werklozen als leefloners zouden eveneens worden geregionaliseerd.

Dit betekent dat niet alleen de toekenning van wat tot vandaag sociale zekerheidsrechten zijn, maar ook de financiering regionaal verschillend zou worden. Voor verminderingen van RSZ-bijdragen zou de werkplaats het criterium worden met bijgevolg concurrentie tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

De activering van werklozen en leefloners is volgens het N-VA-programma nodig om te diegenen “die zich wentelen in de hangmat van de sociale zekerheid” hard aan te pakken. De nota van De Wever had het niet over een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Dat wordt meteen als een “toegeving” voorgesteld. Maar het blijft mogelijk om dat in het kader van de zogenaamde responsabilisering op regionaal vlak in de praktijk door te voeren.

Nog zo’n toegeving: de vennootschapsbelasting wordt niet geregionaliseerd, maar de regio’s kunnen wel verminderingen op de vennootschapsbelasting invoeren. In een volgende fase kan dan een “harmonisatie” van bevoegdheden worden voorgesteld om alles te regionaliseren.

Alles regionaliseren. Wat met Brussel?

[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]

De cijferdans: De Wever had ons bijna beet

Tot nog toe int de federale overheid de personenbelasting volgens een progressief tarief waarbij de bijdragen toenemen met het inkomen. De gemeenschappen en gewesten ontvangen daaruit dotaties. De nota De Wever wil dat anders: 45% van de inning zou gebeuren via de gewesten via een “dubbel tarief”. Wie vandaag 40% personenbelasting betaalt op zijn jaarinkomen, zou volgens de nota voortaan 22% aan de federale overheid betalen en 18% rechtstreeks aan het gewest. Wie 30% betaalt zou dat dan 16,5% federaal betalen en 13,5% in het gewest. Volgens De Wever zou Vlaanderen daarbij 5 miljoen winnen, Brussel 80 miljoen en Wallonië zou 90 miljoen verliezen. Maar De Wever vergat dat de inkomens en dus ook de gemiddelde aanslagvoet in Vlaanderen hoger ligt dan in Wallonië. Zodat in werkelijkheid Wallonië honderden miljoenen zou verliezen.
[/box]

De lijst van bevoegdheden die De Wever wil regionaliseren, is lang. Onder meer op het vlak van justitie, jeugdsanctierecht, economisch beleid, woninghuurwet, ruimtelijke ordening,… zouden grote stappen worden gezet. De nota van De Wever heeft het daarbij meermaals over “deelstaten”, een nieuw begrip in ons land.

De voorstellen leiden tot ingewikkelde situaties. Wie als Nederlandstalige in Brussel woont, moet bij de Vlaamse Gemeenschap een rijopleiding volgen om vervolgens een federaal rijbewijs te krijgen waarna het Brusselse Gewest de technische controle van de wagen uitvoert.

Of wat met de erkenning van de officiële feestdag van iedere gemeenschap als wettelijke feestdag? De Brusselaars zullen daarbij moeten kiezen waardoor er in Brussel een vorm van “ondernationaliteit” zou komen. Een onbeantwoorde vraag: als er een wettelijke feestdag bijkomt, welke andere feestdag valt dan weg? Of zijn de patronaalgezinde N-VA’ers bereid om vanuit hun Vlaams-nationalisme toch één cadeau te doen aan de werknemers in de vorm van een extra betaalde feestdag?

Brussel en haar rand zijn een onoplosbaar probleem voor de Vlaams-nationalisten. Er worden forse verklaringen afgelegd over het Vlaamse karakter van de rand, ook al wordt in bepaalde gemeenten door 80% op Franstaligen gestemd. Probeer daar maar eens een voor Vlaams-nationalisten aanvaardbare burgemeester te vinden. De nota schuift het probleem van de niet-benoemde burgemeesters naar de Raad van State door om te vermijden dat een Vlaamse N-VA-minister een Franstalige burgemeester moet benoemen.

De N-VA stelt voor om BHV onverwijld te splitsen met de mogelijkheid voor inwoners van de zes faciliteitengemeenten om voor lijsten uit het Brussels Gewest te stemmen. De faciliteiten worden minimaal geïnterpreteerd: Franstaligen moeten bij elk contact uitdrukkelijk verzoeken om in het Frans te communiceren. In Brussel daarentegen wil de N-VA de tweetaligheid sterker promoten en wordt gezocht naar dubbele meerderheden. Verder wordt niet ingegaan op de financiële behoeften van de hoofdstad.


Achter communautaire ruzie schuilt neoliberale eenheid

De PS haalde met de gebruikelijke dramatiek uit naar de nota van De Wever, ook al stelde Magnette (PS) nadien dat 90% van deze nota gebaseerd was op de ongeschreven notities van préformateur Di Rupo. Wat aanvankelijk als een onaanvaardbare provocatie werd bestempeld, werd even later recht gezet met een 20-tal amendementen.

Zowel SP.a als Groen stappen samen met CD&V volledig mee in de logica van N-VA. Maar ook de Franstalige partijen hebben het niet over de miljardenbesparingen die eraan komen. Alle partijen zijn het eens om een besparingsbeleid in een staatshervorming te verpakken. Het resultaat daarvan: alle werkenden en uitkeringstrekkers in alle delen van het land worden getroffen. “We zullen allemaal zweten”, erkende Vandenbroucke.

De aanhoudende politieke crisis en het totaal gebrek aan vertrouwen tussen de verschillende partijen is niet nieuw. We zitten al sinds 2007 in een politieke crisis. Het verschil met 2007 is dat ons land vandaag geen uitzondering meer vormt. De traditionele politieke instrumenten van de burgerij zijn ondermijnd en moeten het terrein delen met kleinburgerlijke en populistische krachten, wat de onstabiliteit versterkt.

Deze regimecrisis kan leiden tot een verdere polarisatie en radicalisering, zeker indien er geen antwoord van de arbeidersbeweging komt. De crisis kan nog een tijd aanslepen, maar uiteindelijk zal de burgerij een regering willen die het harde besparingsbeleid van de buurlanden doorvoert.

Een akkoord blijft mogelijk. Ondanks de theatrale reacties van de PS en de even dramatische replieken van De Wever, is het voor beiden duidelijk dat er op neoliberaal vlak ver kan worden gegaan met alle partners. Indien het niet tot een akkoord komt, zijn nieuwe verkiezingen aan de orde. Maar daarmee wordt de regimecrisis niet opgelost.

Het grootste verschil met de regimecrisis in Frankrijk bestaat uit de actieve rol van de Franse arbeidersbeweging. Bij ons houden de vakbondsleidingen het op een discreet stilzwijgen alsof de discussie los staat van de arbeidersbeweging terwijl onze hard bevochten sociale zekerheid onder vuur wordt genomen. Er is dringend nood aan een syndicaal antwoord op de neoliberale eenheid die achter het communautaire geruzie schuilt. En daaraan gekoppeld stelt de nood van een politiek verlengstuk zich.