Iraanse presidentsverkiezingen: verschillende kandidaten maar geen keuze
Volgende week wordt een nieuwe Iraanse president verkozen. Meer dan 40 miljoen mensen kunnen deelnemen aan de stemming die op een cruciaal ogenblik komt voor het regime. 30 jaar na de mislukte revolutie van 1979 staan verschillen de kandidaten van het regime tegen elkaar. Tegelijk is er een opgang van oppositie omwille van de economische crisis, de scherpe toename van armoede, de opgang van arbeidersstrijd,… Het regime beantwoordt dit met repressie: het straffen van arbeidersleiders, vrouwenactivisten, linkse studenten, progressieve advocaten,… De islamitische staat is bang van de woede onder de bevolking. Bovendien heeft het geen antwoord op de economische en financiële crisis.
Het Iraanse regime staat onder druk omwille van de internationale situatie. Het enige antwoord op de economische crisis bestaat uit ondemocratische maatregelen, het inzetten van de doodstraf en de politie tegen arbeiders en jongeren die durven te protesteren. De val van de olieprijs zorgt ervoor dat de economische crisis hard voelbaar is in Iran. Dat probleem wordt gecombineerd met gespannen verhoudingen met Europese regimes en de VS.
De dreiging van een oorlog, omwille van het nucleair programma en in het kader van de oorlog tegen het terrorisme, is voorlopig iets minder geworden door het falen van de oorlogen in Irak en Afghanistan, onderlinge tegenstellingen tussen imperialistische machten en het aan de macht komen van Obama. De nieuwe Amerikaanse president probeert een andere tactiek tegenover Iran waarbij hij toenadering zoekt tot bepaalde onderdelen van het regime die eventueel meer betrouwbaar zijn voor het VS-imperialisme. Obama probeert bewust de steun te krijgen van een aantal islamitische landen om de positie van het VS-imperialisme te versterken. Daarmee ontwapent hij het Iraanse regime dat zoekt naar een kandidaat die in staat is om aansluiting te vinden bij Obama.
Binnen de heersende klasse zijn deze verkiezingen belangrijk om hun politiek voor een aantal jaren vast te leggen. Veel keuze is er niet, alle kandidaten zijn onderdeel van het establishment en delen hun afkeer tegenover de arbeidersbeweging. Ze verdedigen allemaal een religieus standpunt met onder meer discriminatie tussen mannen en vrouwen. Voor arbeiders en arme boeren is er geen echte keuze, zij kunnen zich best onthouden van deze verkiezing. Daarmee moet worden opgepast omdat de veiligheidsdiensten uiteraard een oogje in het zeil houden en proberen na te gaan wie opkomt voor andere standpunten. Dat kan activisten op een zwarte lijst brengen, tot ontslag leiden of de toegang beperken tot de universiteit of zelfs het recht op een paspoort.
Een mogelijke optie voor het regime bestaat uit steun aan de zogenaamd nationaal-religieuzen die steeds voor meer samenwerking met de Westerse machten waren. Ze vormen bovendien een veilige uitlaatklep voor ongenoegen in de samenleving. De aandacht voor deze zogenaamde hervormers neemt opnieuw toe. In 1999 kwamen ze met Khatami aan de macht tegen de achtergrond van een beweging van studenten en arbeiders. Ook nu zullen ze mogelijk de rol spelen om verzet te kanaliseren in een voor het regime veilige weg. Spijtig genoeg beperken een aantal linkse organisaties, die vooral in het buitenland bestaan, zich tot steun aan de hervormers. De zogenaamd “communistische” Fedaii meerderheid en Tudeh-partij zijn daar voorbeelden van.
Een aantal punten in de politieke retoriek in Iran zijn vandaag anders. Er wordt gesproken over een beperking van de veiligheidsmaatregelen op straat, de controle op vrouwen, de vrijheid van organisatie, meer rechten voor vrouwen, het opbouwen van vakbonden, het verdedigen van sociale zekerheid,… Zelfs de officiële kandidaten verdedigen soms dergelijke standpunten (in woorden althans).
Er zijn vier kandidaten van het regime:
- Mahmoud Ahmadinejad: de huidige president
- Mirhossein Mousavi: premier in het begin van de jaren 80 tot 1988 (periode van oorlog met Irak)
- Mohsen Rezaii: commandant van de Garde van de islamitische revolutie “Sepah Pasdaran” tot 1998
- Mehdi Karoubi: tweemaal parlementsvoorzitter
Alle kandidaten namen in de loop van de voorbije 30 jaar een belangrijke functie in voor het regime. Ze waren allen prominente leden van de enige partij die Iran in de jaren 80 en 90 kende, de “partij van de islamitische republiek”. Ahmadinejad en Rezaii waren de jongste leden in de hoogste regionen van het regime. Mousavi en Karoubi waren belangrijke organisatoren van de partij en het regime.
De politieke positie van Ahmadinejad blijkt voldoende uit zijn beleid van de afgelopen jaren. Op vier jaar tijd werden meer dan 2500 arbeiders gevangen gezet wegens hun betrokkenheid bij acties. Hij stuurde speciale politie naar de fabrieken en universiteiten. Om het interne asociale beleid naar de achtergrond te duwen, kiest hij voor provocaties op internationaal vlak. Zo haalt Ahmadinejad uit naar Israël, lacht hij met de genocide van de nazi’s in de concentratiekampen, stelt hij dat Iran een atoombom nodig heeft om zich tegen Israël te beschermen,…
Mousavi was in de jaren 1970 professor aan de universiteit. Hij was premier ten tijde van de oorlog met Irak. Hij werkte meermaals samen met de VS, onder meer in het kader van de steun aan de contra’s in El Salvador. Hij was in eigen land verantwoordelijk voor massamoorden en een bloedige onderdrukking van linkse revolutionairen in het land. Hij betrok zijn vrouw, Zagra Rahnavard, in het doorvoeren van discriminerende maatregelen van apartheid tegen vrouwen. Nu stelt hij dat er geen reden is voor een conflict met de VS en Israël, dat er geen speciale politie naar de fabrieken en universiteiten moet en dat er nood is aan vrije vakbonden. Gelet op zijn verleden komt dat weinig geloofwaardig over, door toedoen van Mousavi werden in de jaren 1980 meer dan 15.000 linkse militanten vermoord.
Mohsen Rezaii was een belangrijke ingenieur voor de revolutie. Hij was een lid van de islamitische groep Almansoron en had contact met Khomeini. Deze groep verzette zich harder tegen de linkse militanten dan het regime van de Sjah. Dat verklaart wellicht waarom de groep perfect legaal kon werken. Na de revolutie werd hij commandant van de Sepah (leger van de islamitische revolutie). Hij werd bekend met zijn repressieve aanpak tegen linkse militanten in Turkmensahra, het noorden van het land, in de oliebedrijven, in Koerdisch gebied,… In Koerdistan staat Rezaii nog steeds bekend als militaire leider die 15.000 militairen naar het gebied stuurde waarbij deze jarenlang onbeperkt overgingen tot moorden, verkrachtingen,… Rezaii wordt ook gezien als verantwoordelijke voor het organiseren van een terreuraanslag op een Joods centrum in Argentinië. Hij wordt nu gesteund vanuit de olie-industrie.
Mehdi Karoubi is een religieuze figuur die erg machtig was in de eerste jaren van het regime en in de periode van Khatami. Hij werkte mee aan verschillende wettelijke bepalingen waarmee de onderdrukking van vrouwen in het onderwijs, administratie, jobs,… werd opgedreven. Hij was eveneens betrokken bij de massamoorden van 1988-89. Eind jaren 1990 lag hij mee aan de basis van de repressie tegen de studenten in Teheran. Na Khatami organiseerde hij een islamitische partij: “Nationaal vertrouwen” Etemad Melli). Hij houdt zich ook bezig met televisie en radio in Dubai en China.
In een volgend artikel over de Iraanse presidentsverkiezingen zullen we dieper ingaan op de oppositie.