Nederland. Opmars van rechts – verlies voor de SP
Voor Graham Watson, leider van het liberale blok in het Europees parlement was de boodschap van de kiezer in de Europese verkiezingen duidelijk: “De mensen willen niet terug naar het socialisme, dat is de reden waarom de meerderheid hier een centrum-rechtse zal zijn.” Maar is dat ook zo? We blikken terug op de Europese verkiezingen. Wat ging er mis voor links en wat gebeurde er met de SP?
De grote dagbladen stralen van geluk. De Trouw kopte gisteren “Europa zoekt toevlucht bij rechts” en stelt “Europa kiest in tijden van economische crisis voor rechts. Of ze nu deel uitmaken van de regering of juist in de oppositie zitten, de sociaal-democratische partijen leden bij de verkiezingen voor het Europarlement een daverende nederlaag”. Het NRC Handelsblad vult aan: “Hoezo crisis van het kapitalisme? Nadat Nederland dat donderdag al had gedaan, hielden vandaag de meeste andere landen van de Europese Unie verkiezingen voor het Europees Parlement. Wat bleek? Kiezers stemden vooral voor (centrum-) rechtse partijen. De partijen die de afgelopen jaren in Europa hebben gekozen voor méér markt”. De NRC Next vatte het bondig samen met de voorpagina kop “Europa blijft gewoon rechts”.
Voor de heersende kliek is het dus goed nieuws want Europa zal gewoon weer business as usual zijn de komende 5 jaar, zonder zich ook maar zorgen te hoeven maken over enige vorm van oppositie. Zelfs de sociaal-democraten, aan wie in het verleden wat symbolische toegevingen werden gedaan, kunnen nu veilig genegeerd worden aangezien de Christen-Democraten en Liberalen met samen 348 zetels bijna een absolute meerderheid hebben. Voor de laatste 21 zetels zijn er overigens vast wel PvdA, SPD of Labour mensen bereid om verder garant te staan voor neoliberaal beleid.
Sociaal-democratie
Het verval van de sociaal-democraten was vrijwel universeel. In Nederland werd de PvdA gehalveerd van 23,6% naar 12,1% van de stemmen. Labour in het Verenigd Koninkrijk ging van 21,9% naar 15,3%, de Spaanse PSOE ging van 43,5% naar 38,5%, de PS in Frankrijk van 29% naar 17% en de Duitse SPD van het toch al lage 21,5% naar 20,8%.
Deze lijn naar beneden weerspiegelt het faillisement van de sociaal-democraten als massa-arbeiderspartijen. Sinds de jaren tachtig maakte deze partijen, inclusief PvdA, een ruk naar rechts en omarmden de neoliberale logica. Als gevolg hiervan liepen ze volledig leeg. In 1980 had de PvdA nog 112.929 leden, nu zijn dat er nog maar 56.507 en dat daalt nu met 3000 per jaar. Het redden van de kapitalisten in deze crisis met honderden miljarden euro’s aan belastinggeld, het afwentelen dus van de crisis op de kleine man, is ze deze keer zwaar komen te staan.
Bij een gebrek aan een geloofwaardig links alternatief deed extreemrechts het in veel landen het schokkend goed. In Oostenrijk zouden drie zeer rechtse partijen samen goed zijn voor ruim 35 procent van de stemmen: de BZÖ van wijlen Jörg Haider, zijn oude partij FPÖ en een lijst van de ex-journalist Hans-Peter Martin. In Denemarken krijgt de uiterst rechtse Deense Volkspartij volgens een prognose ruim zestien procent van de stemmen. In de nieuwe (2005) lidstaat Hongarije won de extreem-rechtse partij Jubbik drie zetels. Finland kreeg een soortgelijke electorale schol te verwerken. Daar kwam de anti-immigratiepartij “Ware Finnen” uit op 10 procent van de stemmen. En in Vlaanderen is er ook een nieuwe partij die minder Europa wil, de Lijst Dedecker, opgericht door oud-judocoach Jean-Marie Dedecker en haalt 1 zetel.
En dan hebben we natuurlijk nog de PVV in Nederland. Met maarliefst 17% van de stemmen wist de partij van Wilders behoorlijk te incasseren op het asociale beleid van de regerende coalitie. Maar wacht eens. Hadden we niet in Nederland juist een links alternatief op de PvdA? Wat is er gebeurd met de SP?
SP
De partij plaatst zichzelf in “weer bij het rijtje aan winnaars”, zoals de lijstaanvoerder Dennis de Jong stelt: “Je hebt verliezers en winnaars en wij staan voor de zoveelste keer bij het rijtje winnaars. Helaas hebben maar 4 op de 10 mensen gestemd. Dus zes met wie Brussel zich wel bemoeit, maar die niet hun stem laten horen. Onze taak is het om ervoor te zorgen dat deze mensen over vijf jaar wel gaan stemmen, door te laten zien wat Brussel doet, en vooral niet moet doen”. Maar klopt dit wel? De SP heeft 7.1% van de stemmen behaalt, dit is slechts 0,1% meer ten opzichte van 2004. Bovendien zijn er in 2006 Tweede Kamer verkiezingen geweest waar de partij 16,6% van de stemmen haalde. Vertaald naar de Tweede Kamer zou deze score slechts krap 11 zetels opleveren, 14 minder dan wat de partij nu heeft! Dit komt overeen met de peilingen van Maurice de Hond die de partij consequent op minstens 10 zetels verlies zet. Het woord “winnaar” is dus wat dun.
Na het referendum in 2005, waar de Nee-campagne geleid door de SP als grote winnaar uit de bus kwam, had de partijleiding de conclusie getrokken dat we met z’n allen “minder Brussel” willen. “De gevestigde partijen, CDA, PvdA en VVD zijn afgestraft voor hun pro-Europese koers van de afgelopen jaren” aldus fractievoorzitter Agnes Kant en ook “Sinds de grondwetcampagne in 2005 zijn de partijen snel euro-kritisch geworden. Tot nu toe vooral in woorden. Wij zullen ze aan hun beloftes houden”. De SP voerde dus een nationalistische campagne. Er werd geen alternatief geboden op dat “grote boze Brussel” buiten het idee dat we het in Nederland allemaal zoveel beter en socialer kunnen.
Nationalisme
Is dat zo? Natuurlijk niet, maar dit nationalisme zit stevig verankerd in het denken van de partijleiding. In de campagne om te voorkomen dat Essent verkocht zou worden was een van de argumenten dat we het vooral niet zouden moeten verkopen aan de Duitsers. Doen de Nederlandse managers het dan zoveel beter? Zeker niet. Sterker, eerder voerde de SP nog (terecht) campagne tegen de exorbitante vergoedingen van acht ton voor de directeur, deheer Boersma. Maar tijdens de “Ze zijn NUTS!” campagne werd juist beweerd dat Essent een publiek bedrijf is en dat zo moet blijven. Kortom, geen klasse-alternatief in het voordeel van werkenden, jongeren en armen, maar een verdediging van de huidige toestand, dat wil zeggen, van Essent als bedrijf met aandeelhouders die winst moet maken waar wij de energierekening voor betalen.
Ook op andere thema’s kiest de SP al langer voor autochtone Nederlanders, in plaats van arbeiders ongeacht hun afkomst. In 2005 opende de partij een meldpunt waar “concurrentievervalsing door Polen” kon worden gemeld door mensen die hun baan waren kwijtgeraakt omdat migrantarbeiders een lager loon kregen dan de Nederlander. Niet de parasiterende kapitalist was de boosdoener, maar de migrantarbeider. Men pleitte er daarom voor om de grenzen toen nog maar tot 2007 gesloten te houden, het uiterste maximum. Pas later nam de partijleiding de slogan van de vakbonden over: Gelijk loon voor gelijk werk!
De “minder Brussel” campagne past in dit beeld en is een logisch vervolg op de Nee-campagne in 2005. Ook toen kwam er geen alternatief geluid naar voren op de EU, maar was het simpelweg tegen. De poster destijds laat ook niets aan onduidelijkheid over: Nederland is uitgegumd…
Deze strategie heeft jarenlang succesvol gewerkt maar geeft nu niet meer het gewenste resultaat (een verdere electorale groei). Dat is volledig te wijten aan het gegeven dat er naast het “softe” nationalisme van de SP nu een duidelijk rechts nationalistische partij staat: de PVV. Ze roepen nog net niet “eigen volk eerst”, maar ze is heel duidelijk in haar intenties.
De opmars van rechts in Europa, en dus ook in Nederland, schept vele problemen. Niet alleen krijgen nationalistische en racistische ideeën stevige voeten in de aarde, ook geeft het de extreem-rechtse scene veel meer zelfvertrouwen en lef. De neonazistische NVU marcheert steeds meer door Nederlandse steden en het lijkt een kwestie van tijd voor ze serieus aan leden gaat winnen. Het is zaak om hiertegen de strijd te blijven organiseren door massaal te mobiliseren tegen extreem-rechts.
Socialisten zijn internationalisten. We zijn van mening dat arbeiders, jongeren, armen en minderheidsgroepen in de samenleving absoluut geen belang hebben bij nationalisme. De Amerikaanse strijder voor de zwarte burgerrechtenbeweging, Malcolm X, stelde het dik 40 jaar geleden al correct: “there can be no capitalism without racism”. Racisme en nationalisme zijn veel gebruikte middelen van de heersende elite voor verdeel-en-heers politiek. Marx stelde in het Communistisch Manifest al dat arbeiders geen vaderland hebben. Het wereldkapitalisme heeft de arbeidersklasse verenigd in gemeenschappelijke belangen: we strijden allemaal tegen dezelfde onderdrukking en uitbuiting door een parasitair systeem!
Dat gezegd hebbende, de Europese Unie is een neoliberaal project. Een samenwerking van de heersende elites tussen verschillende landen om de arbeidersklasse beter uit te kunnen buiten. Hier zijn vele voorbeelden van. Migrantarbeiders te werk stellen tegen een lager loon is er één van. Racisme en nationalisme is een ander voorbeeld. Bovendien willen de bazen óns laten opdraaien voor de crisis, daarvoor komen hun lakeien in het Europees parlement goed van pas…
Als arbeiders hebben we dus een een duidelijk alternatief nodig tegen het EU van de bazen. Dit kunnen we uitbouwen op basis van internationalisme, solidariteit en een duidelijk socialistisch alternatief. De discussie hierover moet absoluut gevoerd worden. Lessen moeten worden getrokken. Laat het uitgangspunt voor deze discussie een Europese federatie van socialistische staten zijn!