Interview met een linkse socialist uit Israël. Verzet tegen oorlog, bezetting en kapitalisme
Na het einde van het Israëlisch offensief in de Gazastrook en vlak voor de verkiezingen, spraken we met Yasha, een lid van de Beweging voor Socialistische Strijd (onze Israëlische zusterorganisatie). In het interview komen we terug op de gruwel in de Gazastrook en de anti-oorlogsbeweging in Israël zelf.
Wat is jouw mening over het bloedbad in Gaza?
“Op 22 dagen tijd werden meer dan 1.300 mensen omgebracht, waarvan een derde kinderen. Meer dan 5.000 Palestijnen raakten gewond, velen zullen voor de rest van hun leven invalide zijn. Het pas nu, na de wapenstilstand, dat de intensiteit van het offensief en de vernielingen duidelijk wordt. Dat werd versterkt door de weigering van het Israëlische leger om medische hulp voor de gewonden toe te laten. Op de eerste dag van de wapenstilstand werden nog eens 70 nieuwe lijken gevonden. Het aantal scholen, huizen en gebouwen dat werd vernield, is indrukwekkend. Het zijn volledige straten en wijken die letterlijk met de grond gelijk gemaakt werden. De omvang van de aanval is groter dan bij de oorlog tegen Libanon in 2006. Het is de meest bloedige aanval tegen de Palestijnen sinds 1967.”
Hoe reageert de Israëlische media op dit conflict?
“Alle televisiezenders en de kranten zijn onderworpen aan een enorme censuur door het Israëlische leger. Het leger liet niet toe dat de media toegang zou krijgen tot Gaza, zelfs buitenlandse media werd de toegang ontzegd. Er waren arrestaties, onder meer van correspondenten van Al-Jazeera en een fotograaf van Reuters die “te dicht” bij de grens met Gaza kwamen.
”Door deze aanpak kwam er geen enkel beeld over wat er in Gaza gebeurde op de Israëlische televisie. Nog erger is de wijze waarop de officiële propaganda inspeelde op de angst onder Joodse Israëli’s die niet ver van de Gazastrook wonen en die potentiële slachtoffers waren van raketaanvallen door Hamas. Het klopt dat die raketten de onzekerheid onder arbeiders en arme families in het zuiden van Israël versterken, maar dit werd plots het centrum van alle media-aandacht en dat enkel en alleen om de oorlog te rechtvaardigen. Zelfs de minste poging om de reële doelstellingen van de oorlog naar voor te brengen of er kritische vragen over te stellen, werd door de media afgedaan als verraad.”
Denk je dat er aan het conflict een einde komt met de terugtrekking van de Israëlische troepen ? Staat de wapenstilstand sterk? Wat gaat er volgens jou gebeuren?
“De nationale kwestie in de regio is zeker nog niet opgelost, de dieper liggende oorzaken zijn immers nog steeds aanwezig. Het Israëlische regime zal blijven proberen om Hamas uit de regering en van de macht te verdrijven door een collectieve afstraffing van de bevolking op Gaza verder te zetten met verschillende sancties en militaire aanvallen.
“De aanval op Gaza komt ten einde met een zogenaamde eenzijdige wapenstilstand van het Israëlische regime. De regering verkiest die optie om zo haar “recht” op hernieuwde aanvallen te behouden indien ze daartoe wenst over te gaan. Het is belangrijk om vast te stellen dat de aanvallen misschien wel gestopt zijn, maar de belegering nog steeds wordt verder gezet. Ook de grens met Egypte blijft dicht. Er is een druk op Hamas en de andere Palestijnse organisaties om de eenzijdige overwinningsverklaring van het Israëlische regime te nuanceren. Maar het is duidelijk dat dit enkel zal leiden tot nieuwe raketaanvallen om het Israëlische regime te vernederen. Dit zal op zijn beurt gebruikt worden in de regeringspropaganda in Israël. Op deze manier kan het Israëlische regime haar repressieve politiek tegen de Palestijnse bevolking verder zetten.”
Er waren grote anti-oorlogsbetogingen in Israël. Wat is er daar aan de hand?
“Vanaf de eerste dag van deze bloedige oorlog waren er spontane betogingen in de centrale regio’s van Israël waar ook veel Palestijnen wonen. Er waren betogingen met zowat duizend joden en Arabieren in Tel Aviv. Sindsdien waren er quasi dagelijks betogingen met vooral Palestijnse Israëli’s, maar ook een aantal Joodse Israëli’s. Er waren anti-oorlogsbetogingen in de drie belangrijkste steden van het land en aan alle belangrijke universiteiten. Die betogers wilden ook reageren tegen het sterke nationalisme en tegen de provocaties van de media tegenover de betogers. De grootste betoging was in de stad Skhnin waar er zowat 100.000 mensen op straat kwamen. De volgende dag was er een gemeenschappelijke betoging van Joden en Arabieren in Tel Aviv met 10.000 aanwezigen. Zelfs in dorpen die geraakt werden door raketaanvallen, waren er kleine betogingen.
“De meeste slogans in de anti-oorlogsacties richtten zich tegen de oorlog, de bezetting, racisme en extreem-rechts. De islamitische beweging en andere nationalistische partijen hadden de beweging in de Palestijnse regio’s onder controle. Hun ordewoorden en slogans lieten jammer genoeg niet toe om de beweging uit te breiden naar andere delen van de bevolking in Israël, ook al waren die in beperkte mate aanwezig op de acties. Met onze organisatie legden we sterk de nadruk op correcte eisen om de anti-oorlogsbeweging te kunnen uitbreiden en ontwikkelen. Onze centrale slogans waren: “Joden en Arabieren weigeren om vijanden te zijn”, “Samen strijd tegen de racisten”, “Geen muren of kampen, gesprekken tussen de bewoners”, “Massastrijd tegen het racistische regime, massastrijd tegen de racistische rechterzijde.”
Wat was de houding van de heersende klasse in Israël tegenover de betogingen?
“Het antwoord van het Israëlische regime op de betogingen was er één van repressie. De politie en de oproerpolitie waren telkens aanwezig, ook aan de universiteiten. Ze werden vaak begeleid door militanten van extreem-rechts. Bij de acties werden meer dan 700 betogers opgepakt, vooral Israëlische Palestijnen. De geheime politie heeft vele anderen bedreigd, onder meer de organisatoren van lokale partijen of organisaties van Palestijnen. In de media werden de betogers geridiculiseerd of omschreven als een gevaar voor de openbare orde, soms zelfs als verraders. Dat was slechts één deel van de anti-Arabische campagne van de heersende klasse tijdens de oorlog. Het hoogtepunt van die campagne was de beslissing om de Arabische partijen een verbod op te leggen om deel te nemen aan de verkiezingen. Die beslissing werd nadien vernietigd door het Hooggerechtshof omdat er angst was voor een revolte onder de Palestijnse bevolking in Israël, maar de beslissing gaf wel aan hoe ver het regime gaat met haar racistische opstelling.”
Hoe staan de Joodse arbeiders tegenover het conflict?
“Op dit ogenblik volgen de meeste arbeiders het opkomende nationalisme, die opkomst wordt ook na de oorlog verder gezet. Het is duidelijk dat de oorlog geen veiligheid heeft gebracht voor de inwoners van het zuiden van Israël, maar veel arbeiders denken dat deze oorlog een noodzakelijk kwaad was om de veiligheid te garanderen. In de toekomst zal een groeiend deel van de samenleving beseffen dat dit niet de doelstelling van de regering was en dat de belofte van veiligheid niet wordt gerealiseerd. Eén van de moeilijkheden is het gebrek aan een belangrijke socialistische kracht in Israël. Dat geeft ruimte aan de rechtse populisten en aan extreem-rechts om terrein te winnen op basis van een gevoel van ontgoocheling rond de oorlog.”
“Anderzijds moeten we ook benadrukken dat sociale strijd, stakingen en protestacties tegen het neoliberalisme in Israël gewoon verder gaan. Dat is belangrijk omdat de acties gericht zijn tegen de gevolgen van de wereldwijde kapitalistische crisis. Er is een grote golf van ontslagen en besparingen die soms rechtstreeks verbonden zijn met de kost van de oorlog. De Israëlische arbeiders moeten eens te meer betalen voor de oorlog door nieuwe aanvallen op hun sociale diensten. De toename van de armoede en de tegenstelling tussen arm en rijk zal leiden tot nieuwe strijdbewegingen en zullen een mogelijkheid bieden om de Joodse en Arabische arbeiders en jongere te verenigen in de opbouw van een massale politieke kracht die in staat is om de strijd tegen het Israëlische kapitalisme aan te gaan langs beide kanten van de nationale verdeeldheid.”
Hoe kan een verergering van de conflicten in de regio worden vermeden en hoe kan een sterkere anti-oorlogsbeweging worden opgebouwd?
“Deze oorlog toont aan hoe het Israëlische kapitalisme, de imperialistische machten en de Arabische regimes niet in staat zijn om het bloedbad in het Midden-Oosten te stoppen. De Verenigde Naties bleken ook niet in staat te zijn om het Israëlische regime te stoppen. De grootste successen die ooit werden geboekt in de Palestijnse strijd waren het resultaat van massastrijd, vooral met de eerste Intifada (1987-1991). In die periode waren er massale betogingen en stakingen die werden opgezet door strijdcomités die democratisch werden verkozen. Op verschillende ogenblikken probeerde die beweging, onder een linkse leiding, een oproep te doen naar de Joodse bevolking en vooral naar de arbeiders. De eerste Intifada was een goed voorbeeld voor de huidige anti-oorlogsbeweging. In zekere zin biedt de crisis van het kapitalistische systeem een goede gelegenheid om een dergelijke beweging uit te bouwen en te ontwikkelen, zeker indien het gebeurt op basis van sociale strijd voor werk en onderwijs.”
Binnen de Europese linkerzijde was er discussie over de kwestie van onvoorwaardelijke steun aan ieder verzet tegen de politiek van Israël. Wat denk jij daarvan?
“Er is nood aan verzet tegen de bezetting en de belegering, ook aan gewapend verzet door de Palestijnse bevolking. De vraag is echter welke strategie toelaat om de beweging uit te breiden naar bredere lagen van de samenleving. De strijd tegen de acties van het Israëlische leger moet op een grotere en massalere schaal worden georganiseerd door democratisch verkozen comités die zich indien nodig bewapenen om de lokale bevolking te verdedigen. De tactieken van Hamas, zoals zelfmoordaanslagen of raketaanvallen op Israëlische dorpen, zullen dat doel niet bereiken. Het zal het Israëlische leger of de regering niet raken. Integendeel, het establishment maakt er gebruik van om de Israëlische publieke opinie achter de oorlog te krijgen.”
Wat denk je van een eis als een boycot van Israëlische producten?
“We moeten ons afvragen of zo’n opstelling de strijd zal versterken of niet. Sommigen maken de vergelijking met de boycot van Zuid-Afrikaanse producten ten tijde van de apartheid om zo de druk te vergroten om het regime ten val te brengen. Een boycot dreigt nu echter de regering niet echt sterk te raken omdat er nog steeds erg nauwe banden zijn met de imperialistische machten, maar het zou wel een invloed kunnen hebben op de Joodse arbeiders die dit zien als een actie die tegen hen gericht is en hen in de armen van hun ergste vijanden drijft, de Israëlische heersende klasse.”
Hoe wordt onder de bevolking gereageerd op onze standpunten?
“De Socialistische Strijdbeweging was aanwezig op zowat alle grote betogingen en ook op heel wat kleine acties tegen de oorlog. Tegelijk verspreidden we onze standpunten tegen de oorlog ook in het centrum van Tel-Aviv en in verschillende regio’s van Jaffa. Het sterke nationalistische sentiment onder de Joodse bevolking leidde daarbij vaak tot verbale verwijten en soms zelfs fysieke aanvallen. Dat gebeurde ook bij een protestactie in Sapir, in een regio die getroffen wordt door Quassam-raketten. Maar we hebben toch regelmatig een impact gehad met ons materiaal dat werd verspreid in het Arabisch, Hebreeuws, Engels en Russisch. Er kwamen heel wat mensen met ons discussiëren over de opbouw van socialistische krachten in de regio.”
Hoe kan de anti-oorlogsbeweging zich verder ontwikkelen na de wapenstilstand?
“Dat zal niet eenvoudig zijn. De strijd tegen de bezetting en de belegering zal sowieso verder gaan en er zullen betogingen zijn in Israël. Er is een politieke opening en een radicalisering onder de Palestijnen die in Israël wonen. Een nieuwe massale revolte is niet uitgesloten. Het zal echter noodzakelijk zijn om een actieve socialistische kracht op het terrein uit te bouwen die kan tussenkomen in de beweging tegen de bezetting en tegen het asociale beleid. Een dergelijke kracht moet zich richten op een bredere laag van arbeiders en jongeren, zowel Joden als Arabieren, om samen te strijden tegen het Israëlische kapitalisme, de bezetting, de armoede en alle mogelijke vormen van nationale onderdrukking.”