Opmars LDD. Na de economische zeepbellen, nu ook een politieke
Volgens de opiniepeilingen wordt Lijst Dedecker de tweede partij van Vlaanderen. Dedecker is na oud-premier Verhofstadt en huidig minister-president Peeters de populairste politicus in Vlaanderen. Op een ogenblik dat het neoliberaal model in vraag wordt gesteld, lijkt het tegenstrijdig te zijn dat een partij met een wel erg neoliberaal programma zo sterk kan groeien. Is dit omdat Vlaanderen opschuift naar rechts of is er meer aan de hand?
Uit een recent onderzoek van het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (ISPO) van de KULeuven blijkt dat 60% van de Vlamingen zich ethisch progressief beschouwt, slechts 16% beschouwt zich ethisch conservatief. Hetzelfde instituut deed eerder onderzoek naar de communautaire standpunten en stelde vast dat er geen radicalisering is in Vlaanderen: het aantal separatisten bedraagt nog steeds minder dan 10%. De staatshervorming komt slechts op de 11de plaats als gevraagd werd naar een rangorde van thema’s die het stemgedrag bepalen.
Op economisch vlak staat LDD uitdrukkelijk voor een hard liberalisme. Nochtans blijkt dat de Vlamingen ook op economisch vlak niet zo rechts zijn als hun politieke vertegenwoordigers. Terwijl geen enkel Vlaams parlementslid tegen het Generatiepact stemde, vindt 47% van de Vlamingen dat dit Generatiepact geen goede zaak was: 37,8% kan zich vinden in het standpunt van alle toenmalige parlementsleden en is voor het Generatiepact (of vindt dat het niet ver genoeg ging). Er zijn onder de bevolking dus meer tegenstanders dan voorstanders, alleen wordt dit standpunt politiek niet vertegenwoordigd.
De onderzoeken maken duidelijk dat een meerderheid ethisch progressief is, niet meestapt in het communautaire opbod en op veel punten economisch linkse standpunten inneemt. En toch zien we dat er vooral gestemd wordt op partijen die voor een liberaal programma van sociale afbraak staan en/of zich nationalistisch profileren. Bij gebrek aan fundamentele meningsverschillen tussen de traditionele partijen, kan een formatie als LDD zich op basis van een populair klinkende retoriek voorstellen als “anders” dan de anderen.
Onder het kiespubliek van LDD zijn er volgens het onderzoek van ISPO grote tegenstellingen, vooral op sociaal-economisch vlak. Professor Swyngedouw: “Gegeven de kleine aantallen waarop deze vaststelling gebaseerd is, moet men voorzichtig zijn, maar het heeft er alle schijn van dat Lijst Dedecker zowel economisch rechtse als economisch linkse kiezers aantrekt” en “Wanneer LDD duidelijkheid zou moeten geven in concrete sociale kwesties, zou dit kunnen leiden tot de vervreemding van één van beide groepen.” Twee keer raden welke groep dat zou zijn…
Terwijl LDD-kopstuk (en toekomstig parlementslid) Boudewijn Bouckaert in een opiniestuk uithaalde naar alle overheidsinterventies in de economie (een standpunt waarvan de consequentie zou zijn dat Fortis, Dexia,… maar failliet moesten gaan), lijfde Dedecker de acteur Karel Deruwe in voor zijn partij. Deruwe werd in de media gevraagd wat hem ergerde in ons land: “Het activeringsbeleid van de werklozen. De RVA maakt jacht op acteurs en actrices die tussen twee producties in afhankelijk worden van een uitkering.” Vreemde motivatie om lid te worden van een partij die veel verder wil gaan dan de huidige jacht op de werklozen.
Dedecker slaagt er voorlopig nog in om beide kampen met elkaar te verzoenen door een populistische methode te hanteren en alle aandacht te vestigen op de externe vijanden: de (andere) traditionele politici of de Franstaligen. Dedecker speelt in op het gebrek aan – en de zoektocht naar – een alternatief op de traditionele partijen om een politieke zeepbel te blazen waarmee geen antwoorden worden geboden. Een syndicale partij zou als een naald deze zeepbel doorprikken.