Wereldwijd verzet tegen stijgende voedselprijzen
In Burkina Faso wordt twee dagen gestaakt tegen de stijgende levensduurte en vooral de stijgende voedselprijzen. In Haïti kwam het tot een bestorming van het presidentieel paleis. Er waren ook acties en stakingen in onder meer Ivoorkust, Egypte, Senegal, Mexico,… De globale voedselprijs is volgens de Wereldbank sinds 2000 met 75% gestegen.
Eén op zes heeft onvoldoende eten. Het gaat om 854 miljoen mensen en hun aantal is aan het toenemen volgens de VN. Ondanks de recente groei van de wereldeconomie blijft het aantal hongerlijders toenemen. De ontwikkelende crisis in de wereldeconomie samen met snelle stijging van de voedselprijzen leiden tot een ramp voor de arbeiders en armen. Sinds 2000 stegen de prijzen met 75%. Dat is problematisch voor de 2 miljard mensen die het met minder dan 2 dollar per dag moeten stellen.
Vorig jaar stegen de prijzen voor eieren en vlees in China met bijna 50%. De gemiddelde voedselprijs in Sri Lanka steeg met 17%, in Pakistan en Indonesië met 16% en in Rusland en Latijns-Amerika met 10%. We kennen nu de hoogste voedselprijzen ooit en ze blijven maar stijgen. Dat leidt steeds meer tot verzet en acties.
Er worden vier centrale redenen aangegeven voor de prijsstijgingen. Het slechte weer is een belangrijke factor met droogtes in India, Australië, Brazilië en delen van China die de oogst van graan en soja hebben aangetast. De varkensproductie werd in andere delen van China geteisterd door overdadige regenval. Overstromingen hebben in 2007 57 landen getroffen waarbij de oogst werd geraakt in Mozambique, Zambia en Malawi.
De stijgende vraag naar olie, grondstoffen en voeding als gevolg van de economische groei in India en zeker ook China was eveneens een factor. De lage productiekosten en lage inflatie in China hielpen de prijzen wereldwijd drukken, maar de inflatie in China neemt sterk toe. In februari bedroeg de inflatie er 7,1% wat leidde tot onrust onder economen in China.
De stijgende olieprijzen hebben een invloed op een stijging van de productieprijs, onder meer omwille van het transport. De pogingen om meer biobrandstoffen te produceren leiden bovendien tot een versterking van het tekort aan graan. In de VS nam de productie van bio-ethanol toe van 1,6 miljard gallon in 2000 tot 5 miljard in 2006. Het doel is om 35 miljard te halen tegen 2017.
Daartoe worden momenteel grote stukken van het regenwoud in Brazilië en Indonesië omgehakt. Dit leidt bovendien tot een hogere graanprijs waardoor ook de productieprijs voor de veestapel toeneemt.
“We zien een nieuw aspect van honger in de wereld met mensen die uit de voedselmarkt worden geprijsd”, stelde een vertegenwoordiger van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. De organisatie houdt crisisvergaderingen om een antwoord te bieden op de toenemende vragen voor voedselhulp op een ogenblik dat de kosten daarvoor sterk toenemen.
Neo-kolonialisme
De prijsstijgingen zijn catastrofaal voor arbeiders en armen. Maar het omvat ook gevaren voor de kapitalistische regeringen en de imperialistische machten die zich steeds als volgzame dienaren van de multinationals hebben opgesteld. De grote bedrijven die zich sterk konden opwerken onder het neoliberalisme werd de afgelopen jaren geen strobreed in de weg gelegd.
Nationale regeringen, zeker in de neokoloniale landen, worden nog steeds gedomineerd door de Westerse machten. Ze hebben weinig macht tegenover de multinationals of zijn niet bereid om in te gaan tegen de enorme uitbuiting waar die bedrijven voor verantwoordelijk zijn. In een poging om aan de ergste gevolgen te ontkomen, werden rantsoeneringen doorgevoerd in Pakistan en Egypte. Mugabe probeerde in Zimbabwe de inflatie tegen te houden door van bovenaf prijslimieten op te leggen, maar dat leidde enkel tot het leeghalen van de winkels waarbij niets meer werd aangeboden.
Verschillende landen zijn nu hun reserves van de afgelopen jaren aan het opgebruiken. De voedselreserves zijn nu op hun laagste niveau in 35 jaar. Van boterbergen en melkplassen is geen sprake meer. Maar het opgebruiken van de reserves zal niet volstaan, volgens het Amerikaans ministerie van landbouw zullen de hoge prijzen minstens nog een aantal jaar aangehouden worden.
Zelfs in Venezuela zijn er immense problemen. Er waren radicale maatregelen om de prijzen van basisproducten laag te houden, maar president Chavez ging niet over tot de nationalisatie van de voedselproductie. Dit liet de Venezolaanse kapitalisten toe om kunstmatige tekorten te creëren met soms moeilijke toegang tot voedsel. Dit speelde een rol in het resultaat bij het referendum over de grondwetswijzigingen, een referendum dat nipt werd verloren door Chavez en de regering. 75% van de Venezolanen dacht dat de werkgevers achter de tekorten zaten, maar een meerderheid verweet de regering een gebrek aan efficiëntie en ook tegen de aanwezigheid van corruptie was er een sterke afkeer.
Onder druk van bewegingen kunnen regeringen onder druk komen te staan om vaste voedselprijzen door te voeren en zelfs om een deel van de voedselproductie te nationaliseren. Er waren al grote acties in onder meer Mexico, Jemen, West Bengalen (in India), Senegal, Marokko, Egypte,…
Productie voor de behoeften
De gevolgen worden ook steeds meer gevoeld in de ontwikkelde landen. Zo was er een betoging van Britse varkensboeren voor subsidies omdat het anders verlieslatend wordt om varkens te kweken. Ook zorgen de prijsstijgingen ervoor dat arbeiders steeds meer opkomen voor loonsverhogingen om de koopkracht te behouden.
De centrale banken staan voor een dilemma. Normaal gezien proberen ze de inflatie te controleren door de rentevoeten aan te passen, maar ze staan onder druk van de kredietcrisis en de ontwikkelende recessie. Dat maakt dat ze nu eerder lenen goedkoper maken, maar dat riskeert een versterking van de inflatie.
Onder het kapitalisme is er geen oplossing op lange termijn. De voedselbedrijven hebben maar één doel: winst maken. Ook de Europese Unie probeert de Afrikaanse markten te openen voor Europese producten door middel van Europese Partnerschapsakkoorden (EPA). Dat bedreigt de lokale productie en zorgt er samen met de prijsstijgingen voor dat veel producten onbetaalbaar worden voor de gewone bevolking.
De voedselcrisis wordt gebruikt door speculanten om te investeren in voedselbedrijven, de stijgende prijzen leiden immers tot extra winsten. Ook bedrijven die genetisch aangepaste producten maken, willen een graantje meepikken van deze crisis.
Uiteindelijk wil de burgerij de arbeiders en armen laten opdraaien voor de kapitalistische crisis. Er is nochtans genoeg voedsel in de wereld opdat iedereen genoeg te eten zou hebben. De zoektocht naar winst zorgt ervoor dat er honger wordt geleden. Om daar een antwoord op te bieden, is er nood aan een democratisch bezit en controle op de grote landbouw- en voedselmultinationals, naast een democratisch plan voor de productie en distributie zodat iedereen voedzaam en gezond eten ter beschikking zou hebben.