Over onverantwoordelijkheid: regering en patronaat gijzelen onze koopkracht

De betoging van 15 december was succesvol. Maar dat een nationale betoging geen eindpunt mag zijn in de strijd voor meer koopkracht, wordt ook steeds meer duidelijk. De acties bij Ford Genk volgden erg snel op de acties bij de toeleveranciers. Ook elders wordt uitgekeken naar de acties in Genk. De koopkracht wordt immers steeds verder ondermijnd.

De prijzen voor gas en elektriciteit zullen dit jaar gemiddeld met 300 euro stijgen. Dat is een zoveelste prijsstijging die er bovenop komt. Eerder werd reeds duidelijk dat de voedingsprijzen en energieprijzen de afgelopen maanden reeds in belangrijke mate de koopkracht hebben ondermijnd. Tegelijk ontstaat discussie onder het patronaat over hoe de reeds ondermijnde index nog verder kan worden uitgehold.

De indexering van de lonen volstaat niet om de prijzen te volgen. Zelfs Guy Quaden, gouverneur van de Nationale Bank, moet toegeven dat de index niet meer in staat is om de prijzen te volgen. In een reactie aan de Europese Centrale Bank (dat de afschaffing van de index eist) stelde Quaden dat de gezondheidsindex en de concurrentiepositie met de buurlanden er voor zorgt dat de indexering niet tot “misbruik” kan leiden. Lees: de index is nog slechts een schaamlapje. Toch pleit ook hij voor all-in akkoorden die ervoor zorgen dat een te sterke stijging van de prijzen niet wordt gevolgd door de lonen.

De woede is groot. Dat bleek bij de acties in Genk waar na de arbeiders van de toeleveranciers ook de arbeiders van Ford zelf het werk neerlegden. De bonden erkenden de actie, maar organiseerden ze niet. ACV-voorzitter Cortebeeck verklaarde: “We doen zeker geen oproep voor sociale acties. We hopen dat die er niet komen. Maar als maatregelen uitblijven, dan zal de druk enkel toenemen. Ook het ACV zal dan die acties erkennen.” ABVV-voorzitter De Leeuw zei: “Als er niet snel maatregelen worden genomen, dan zullen de mensen dat niet langer pikken. Als vakbond zullen we onze basis dan niet in de steek laten.”

Dat is al een positieve evolutie nadat er nog quasi ronduit negatieve reacties kwamen van de vakbondsleidingen op de acties bij de toeleveranciers van Ford. Die reacties blijven nog een echo vinden, maar blijkbaar groeit het besef dat de druk van de basis te algemeen is om er zomaar tegen in te gaan. Vlak voor de sociale verkiezingen kan geen enkele bond zich dat permitteren.

Maar natuurlijk hebben we daarmee nog geen actieplan om gecoördineerd de strijd voor meer koopkracht aan te gaan. Als het geïsoleerd blijft tot enkele spontane acties in sommige bedrijven, zullen we niet veel afdwingen. De houding van de vakbondsleiding volstaat niet, in plaats van het passief (en tegen de goesting) tolereren van acties, moet gewerkt worden aan een actieplan dat aan de basis wordt voorgelegd om samen actief in verzet te gaan tegen de ondermijning van de koopkracht.

Daarbij zal de vraag van een politiek verlengstuk zich stellen. De verschillende traditionele partijen proberen zich plots sociaal voor te doen. Dat is nogal hypocriet. De PS beweert dat er geen middelen zijn omwille van “rechtse maatregelen” zoals de notionele intrestaftrek. Dat klopt natuurlijk deels, maar wie heeft voor die notionele intrestaftrek gestemd? De PS is laat met haar verzet… CD&V-voorzitter Schouppe trok op de nieuwjaarsreceptie van zijn partij de sociale kaart en zei dat er geen ruimte mag zijn voor een vierde wereld in Vlaanderen. Mooie uitspraak, maar wat dacht de CD&V concreet te doen? De recordwinsten van Electrabel worden niet in vraag gesteld, de toplonen van managers evenmin (was het niet Schouppe die ooit verklaarde dat je topmanagers geen “peanuts” als loon mag geven, omdat je anders “monkeys” krijgt?).

Om de breed verspreide eisen rond koopkracht een politieke vertaling te geven, zullen we zelf moeten bouwen aan een politiek instrument. Het idee van een arbeiderspartij vestigen, kan een stap in die richting betekenen. Maar dat kan enkel succesvol zijn indien er een actieve betrokkenheid komt van onderuit.

Wij steunen de stakingsacties bij de toeleveranciers van Ford en bij Ford zelf. Die arbeiders hebben gelijk dat ze protesteren tegen het onverantwoorde beleid van zowel de directie (met onder meer een onhoudbare werkdruk) als van regering en patronaat die op onverantwoorde wijze onze koopkracht gijzelen om zo nieuwe recordwinsten bij de grote bedrijven te boeken.