Kenia: verkiezingsfraude leidt tot uitbarsting van woede en bloedbad

Bij politiek en etnisch geweld in Kenia vielen minstens 600 en wellicht meer dan 1000 doden. Dit geweld kwam er na de vervalste presidentsverkiezingen van 27 december. De ‘herverkozen’ president Mwai Kibaki werd daarbij door zijn tegenstander Raila Odinga verweten dat hij de stembusslag had vervalst om zijn herverkiezing te garanderen.

Dave Carr

Waarnemers van de Europese Unie stelden vast dat de cijfers in een aantal kiesdistricten opmerkelijk waren. In Juja bijvoorbeeld steeg het aantal stemmen voor Kibaki van 48.293 tot 100.390. Bij de gelijktijdige parlementsverkiezingen verloren minstens 16 van de 32 parlementsleden uit de regering van Kibaki hun zetel, dat maakt het resultaat voor de presidentsverkiezingen nog meer betwijfelbaar. De aanhangers van Kibaki haalden slechts 35 van de 210 zetels in het parlement.

Binnen een uur na de aankondiging van het resultaat (door een verkiezingscommissie met 21 leden, waarvan 19 aangesteld door Kibaki), kon Kibaki de eed afleggen als nieuwe president. Dat werd snel gevolgd door felicitaties van George Bush.

Een vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering stelde: “We roepen de bevolking van Kenia op om de resultaten van de verkiezingen te aanvaarden en om vooruit te gaan met het democratisch proces.” Na de bijzonder opvallende en massale verkiezingsfraude en het verzet daartegen, moest de VS snel een bocht maken en trok het haar felicitaties in.

Aanhangers van Odinga kwamen op straat in de regio’s waar zij het sterkst staan, maar ook veel tegenstanders van Kibaki in de sloppenwijken van Nairobi en andere steden trokken de straat op om hun woede over deze verkiezingen te tonen. “Deze verkiezingen werden gestolen. We stemden voor verandering”, verklaarde een jongere uit Nairobi op televisie.

Woedende betogers werden geconfronteerd met gewapende paramilitairen van de regering. Deze troepen hadden traangas en waterkanonnen. Ze aarzelden niet om de betogers aan te vallen. Twee pogingen om een oppositiebijeenkomst te houden in het Uhuru park (vrijheidspark) in Nairobi werden verboden door de autoriteiten die honderden agenten inzetten om de bijeenkomst tegen te gaan. Kibaki verbood bovendien live verslaggeving op televisie en radio. Terwijl de dodentol aan het stijgen was, vertoonde de lokale televisiezender KTN de film “The Sound of Music”.

Politiek alternatief

Het gebrek aan een politiek alternatief voor de arbeidersklasse zorgde ervoor dat het geweld snel ontaardde in etnische confrontaties tussen gewapende groepen jonge mannen, de stoottroepen van beide presidentskandidaten. Zo’n 250.000 mensen, zowel van de Kikuyu als de Luo stammen, moesten hun huizen ontvluchten om geweld van rivaliserende politieke aanhangers en de politie te ontlopen.

Het geweld concentreerde zich in de armste gebieden. De media stelde dat de rijkste wijken van Nairobi amper werden getroffen door geweld. In een gemengde Kikuyu-Luo sloppenwijk kwamen honderden bewoners op straat voor eenheid en werden zowel Kibaki als Odinga verantwoordelijk gesteld voor het geweld. Een betoger stelde: “Laat Kibaki en Odinga maar vechten. Zij zijn presidenten, wij zijn maar gewoon volk.” Volgens de International Herald Tribune (2 januari) kreeg die verklaring een immens positieve echo onder de betogers.

Onder druk van Gordon Brown en de VS, die beseften dat een politiek onstabiel Kenia recht tegenover de belangen van het imperialisme staat, werd beslist tot een onafhankelijk onderzoek naar de betwiste verkiezingen. Brown riep Kibaki en Odinga op om te onderhandelen over een politiek compromis. Na een gesprek met een vertegenwoordiger va de VS verklaarde Kibaki zelfs voorstander te zijn van een regering van ‘nationale eenheid’. Dat idee werd echter verworpen door Odinga die nieuwe verkiezingen wil.

Zowel Kibaki als Odinga hebben dienst gedaan onder de dictatuur van de voormalige president Daniel Arap Moi (die aan de macht was van 1978 tot 2002). Kibaki was minister van financiën en vice-president. Odinga was algemeen secretaris van de Kanu-partij van Moi. In 2002 maakte Odinga deel uit van de coalitie die de verkiezingen won, maar hij verliet de regering in 2005 toen Kibaki weigerde om een akkoord over de machtsdeling na te komen.

De regimes van zowel Moi als Kibaki stonden bekend als corrupt. De meerderheid van de Kenianen daarentegen leeft onder de armoedegrens. De veel geprezen economische groei van de afgelopen jaren heeft niet kunnen vermijden dat het aantal armen (die van minder dan een dollar per dag moeten overleven) is toegenomen van 48% van de bevolking in 1990 tot 55% vandaag.