Stakende migrantenarbeider in Guangdong (China) vermoord
Bij een aanval op stakende migrante arbeiders in de Chinese provincie Guangdong is een arbeider omgekomen en vielen er 11 gewonden. Zo’n 300 arbeiders gingen vorige vrijdag in staking en werden op maandag aangevallen door enkele honderden personen die daartoe werden ingehuurd door de directie.
De arbeiders waren aangeworven om een energiestation te bouwen op de rivier Dongjiang in de regio Dongyuan in de buurt van de stad Heyuan in Guangdong. De arbeiders werden vijf maanden lang niet betaald. Ze gingen hierop in staking, maar daar werd op gereageerd met brutale repressie door de directie.
Lei Mingzhong, een bouwvakker uit het district Kaixian in Chongqing werd daarbij dood geslagen. Dat stond alvast in het blad Chongqing Morning Post. Twee van zijn collega’s moesten van een hoge muur in de rivier springen om de aanvallers te ontwijken. De ingehuurde gangsters gooiden hierop nog stenen en rotsblokken in de rivier om de arbeiders te raken.
Het blad Chongqing Morning Post haalde Liu Gangqing aan, één van de migrante arbeiders. Die stelde: “De eerste groep van zo’n 50 gangsters kwamen met spades in hun handen, de tweede groep met beitels, stalen pijpen,… en dan kwamen er nog mensen achter hen.” Een andere arbeider stelde: “Ze bleven op ons los slaan, zelfs toen de politie aankwam”.
De bouwvakkers zijn allen migranten uit Chongqing en werden tewerkgesteld door Shenshen Qiutian Constructiebedrijf, dat een onderaannemer was van een ander bedrijf, Fuyuan Energy. Een woordvoerder van het bouwbedrijf, Liu Zhongcheng, bevestigde het incident en stelde dat de aanval op de stakers verder ging nadat de politie aankwam. Dit doet het vermoeden rijzen dat de eigenaars van de bouwwerf, Fuyuan Energy, samenwerkte met de politie om de staking te breken. Lokale kranten bevestigen dit.
Een vertegenwoordiger van de lokale autoriteiten ontkende dat er een massale aanval was of een betrokkenheid van buitenstaanders. Hij stelde enkel dat er een “gewelddadig conflict” was waarbij er zowel migrante arbeiders als andere werknemers van het bedrijf betrokken waren. Deze officiële versie wordt betwist in de meeste Chinese media, waarin bevestigd wordt dat Fuyuan honderden mannen inhuurde om op de stakers in te beuken om hen zo terug aan het werk te dwingen.
Een woordvoerder van de veiligheidsdiensten verklaarde aan Associated Press dat de politie “niets wist van de zaak”, maar het dagblad Guangzhou stelde dat er vier verdachten werden opgepakt door de politie.
Deze aanval maakt nog eens duidelijk wat het gewelddadige lot is van de 200 miljoen migrante arbeiders in China. Die hebben veelal de armste landelijke gebieden verlaten om werk te zoeken. Door de registratiesystemen (die in zekere zin doen denken aan de vroegere Zuidafrikaanse regels onder de apartheid) kunnen de Chinezen vanop het platteland niet in de steden gaan wonen of er een bescherming genieten. Minder dan één vijfde van de migranten die voltijds werken beschikt over een geschreven contract. Ze hebben bovendien geen toegang tot geneeskundige zorgen, onderwijs, pensioenen of andere vormen van sociale zekerheid.
Eerder was er reeds het schandaal van de slaven in de provincie Shanxi. Dit maakte duidelijk hoe migranten ten prooi vallen aan verschrikkelijke vormen van uitbuiting. Dit schandaal met mensenhandel en slavenhandel was slechts het topje van de ijsberg. Miljoenen migrante arbeiders werken in fabrieken en op bouwwerven, ook voor soms erg gekende internationale bedrijven. Er stellen zich daarbij immense problemen met de niet-betaling van lonen, gedwongen overuren en een werkregime dat aan werkkampen doet denken. Shanxi is één van de armste provincies van China, maar Guangdong (waar de aanval deze maandag plaatsvond), is de rijkste provincie van het land. Dit doorprikt het idee dat de ergste vormen van uitbuiting enkel in het binnenland plaatsvinden.
De baas van Fuyuan Energy is één van de rijkste Chinezen. Miao Shouliang is de 48ste rijkste Chinees volgens de lijst van Hurun. Zijn persoonlijke rijkdom werd vorig jaar op 470 miljoen Amerikaanse dollars geschat. Hij staat ook symbool voor de inhaligheid en de wreedheid van de Chinese kapitalisten. Zijn bedrijf had een achterstand van niet-betaalde lonen voor meer dan 5 miljoen Yuan (657.000 dollar) aan de migrante arbeiders in Dongyuan. Die som bedraagt slechts 0,1% van het fortuin van Miao.
Op vrijdag 29 juni, de dag dat ook de staking begon, kwam er een nieuwe hervorming van de arbeidswet in China. De woordvoerders van het regime stelden dat dit het resultaat was van twee jaar lang discussiëren. De wet zou verzacht zijn onder druk van buitenlandse bedrijven en zou de positie van de arbeiders moeten verbeteren. De timing van de wet (ook al wordt die pas van toepassing in januari 2008) was er duidelijk op gericht om te reageren op het schandaal van de slavenarbeid in Shanxi. De brutale aanval op de stakers in Donguyan tonen echter aan dat wetten op zich niet volstaan om in te gaan tegen het misbruik en de onderdrukking van alle arbeiders in China, migranten en niet-migranten. Deze staking was net zoals alle andere stakingen “illegaal”. Nogmaals heeft een arbeider de afwezigheid van onafhankelijke arbeidersorganisaties en vakbonden met zijn leven moeten bekopen. De noodzaak van massale, democratische en strijdbare vakbonden stelt zich bijzonder dringend tegenover de slavenarbeid, corruptie en anti-arbeidersmaatregelen.