Syndicale vertegenwoordiging ook nodig in kleine bedrijven!

Het Europees Hof van Justitie dreigt Belgie te veroordelen omdat ons land geen aanstalten maakt om de EU-richtlijn uit te voeren die werknemers recht geeft op (bedrijfs)informatie en -overleg. Ook in kleine bedrijven.

Door een ABVV-delegee in een groot bedrijf

Regels worden niet nageleefd

België loopt nu al meer dan 2 jaar achter met het invoeren van de Europese richtlijn. In ondernemingen met meer dan 50 werknemers wordt om de 4 jaar een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) verkozen en in bedrijven van meer dan 100 werknemers ook nog eens een Ondernemingsraad.

Maar in KMO’s met minder dan 50 werknemers is er geen CPBW en geen Ondernemingsraad. Op die manier hebben meer dan 1 miljoen werknemers geen recht op zelfs maar de geringste financiële en economische situatie over het bedrijf waar men dagelijks werkt. De vakbonden willen dan ook dat er een vakbondsvertegenwoordiging komt in bedrijven vanaf 20 werknemers. In ons land werken meer dan 405.000 mensen in bedrijven met tussen 20 en 50 werknemers. Het gaat om een fundamenteel democratisch recht dat ook al deze werknemers hun vertegenwoordigers kunnen verkiezen of aanduiden.

De Raad van State heeft trouwens op 19 februari 2007 geoordeeld dat de Wet van 1948 tot oprichting van de Ondernemingsraden, waarbij een KB de drempel op 100 werknemers legde in plaats van de in de wet voorziene 50 werknemers onwettelijk is. Enkel een wet en niet een KB had deze drempel mogen wijzigen. Eigenlijk ligt de lat voor de ondernemingsraden dus al 59 jaar te hoog!

Veiligheid in gevaar

Ook op gebied van de arbeidsveiligheid schort er duidelijk iets in de KMO’s. In 2005 vonden bijna 56% van alle dodelijke arbeidsongevallen plaats in een KMO. Daarbovenop komen ook nog eens 44% van alle arbeidsongevallen met blijvende arbeidsongeschiktheid. Vele KMO’s zijn werkzaam in sectoren met een verhoogd risico, o.a. de bouwsector. De vele rapporten van Inspectiediensten over werken in onveilige situaties en nalatigheid in KMO’s spreken voor zich.

Voor veel arbeiders in KMO’s is werken in onveilige situaties en met onvoldoende persoonlijke beschermingsmiddelen een ‘gewoonte’ geworden. Ook de inzet van interim-krachten en onderaannnemers zonder enige vorm van syndicale controle, leidt tot situaties met een verhoogd risico op arbeidsongevallen.

De vele ongevallen in KMO’s bewijzen dat wat patroons roemen als het ‘informeel overleg’ en de ‘familiale sfeer’ duidelijk niet werken op het gebied van de arbeidsveiligheid. De Welzijnswet van 1994 voorziet in een beleid inzake arbeidsveiligheid waarin een belangrijke rol is weggelegd voor het Comité en de syndicale delegatie. Een preventiebeleid dat enkel steunt op patronale willekeur en hier en daar wat informeel overleg leidt tot ongevallen.

Syndicale vertegenwoordiging is nodig!

De problemen in de KMO’s beperken zich niet tot de arbeidsveiligheid. De juridische diensten van de vakbonden hebben de handen vol met het behandelen van klachten van werknemers in de kleinere bedrijven. Meer dan 2/3 van alle procedures voor de arbeidsrechtbanken betreffen KMO’s. Het gaat daarbij vooral om problemen rond het niet naleven van loonbarema’s, uitbetaling en opname van overuren, vakantieplanning,… Vaak gaat het om problemen die in bedrijven met een syndicale vertegenwoordiging in het bedrijf zelf worden rechtgezet en opgelost.

De vakbonden voeren een terechte strijd voor het invoeren van een syndicale vertegenwoordiging in bedrijven vanaf 20 werknemers. Deze strijd moet ook gekoppeld worden aan eisen rond een sluitende bescherming voor delegees. Vakbondsafgevaardigden in kleinere bedrijven zullen, meer nog dan hun collega afgevaardigden in grotere bedrijven, onder druk van de patroons komen te staan. Een sluitende bescherming voor afgevaardigden zowel in kleine als grote bedrijven moet een fundamentele eis en strijdpunt zijn voor de vakbonden.