Schotland. Labour verliest, nationalisten rukken op. Noodzaak van een socialistisch alternatief!

Labour verloor voor het eerst bij de lokale verkiezingen in Schotland sinds 1955. De Scottish Nationalist Party (SNP) maakte geschiedenis door voor het eerst de grootste partij in het regionale parlement te worden. De SNP haalde 33% van de stemmen bij de parlementsverkiezingen en 29% voor haar regionale lijsten bij de parlementsverkiezingen. Radicaal-links verloor haar zetels.

Philip Stott, CWI-Schotland

De SNP heeft nu 47 zetels in het Schotse parlement tegenover 46 voor Labour, 17 voor de Tories, 16 voor de Liberaal-Democraten, 2 voor de Groenen en één voor de onafhankelijke kandidate Margo McDonald.

Dit resultaat betekent dat geen enkele partij over een meerderheid beschikt in het parlement. Zelfs een coalitie van twee partijen zal niet volstaan om een werkbare meerderheid te bekomen, er wordt uitgekeken naar een coalitie van drie partijen. Dit resultaat zal ertoe leiden dat het dagen en mogelijk weken kan duren vooraleer er een akkoord zal zijn over de samenstelling van de regionale regering.

Er was een reële woede tegenover het beleid van de gevestigde partijen en de verwarring rond de kiessystemen (die verschillend waren voor verschillende verkiezingen op dezelfde dag) zorgde er mee voor dat er een record aantal ongeldige stemmen. Meer dan 100.000 stemmen gingen zo verloren, zeker in arbeidersbuurten was dat het geval.

Polarisatie

De verkiezingen waren bijzonder gepolariseerd met heel wat kiezers die voor de SNP kozen om zo New Labour af te straffen omwille van het beleid van privatiseringen, toenemende ongelijkheid en oorlog. In de aanloop naar de verkiezingen was het duidelijk dat de confrontatie tussen SNP en Labour dominant was. Voor velen was deze verkiezing dan ook meer dan een loutere parlementsverkiezing, het was ook een referendum over het beleid van Blair, Gordon Brown en New Labour met inbegrip van het falen van de Irak-politiek.

De SNP vormde de grote winnaar van deze verkiezingen en zag haar aantal parlementsleden met 20 toenemen tot 47. Labour verloor 4 zetels, de Liberaal-Democraten en de Tories elk 1. Vooral de kleine partijen verloren heel wat terrein. De Groenen verloren 5 van hun 7 zetels en de linkerzijde was niet in staat om haar zes zetels te behouden. De SSP en Solidarity zijn niet langer vertegenwoordigd in het parlement. De SNP haalde in vergelijking met 2003 9% meer in de districten (waar telkens één kandidaat werd verkozen) en 10% meer met haar regionale lijsten (waarvoor er een representatieve vertegenwoordiging is). Labour verloor respectievelijk 3% en 5%.

Deze vooruitgang voor de SNP en de wil om Labour een slag toe te brengen, heeft een impact gehad op de kleinere partijen. De SNP probeerde zich voor te stellen als anti-oorlogspartij en gebruikt haar tegenkanting tegen een nieuw defensieproject (Trident) om zichzelf links voor te doen. Nochans profileerde de SNP zich af en toe minder links. De partij leek ook bijzonder actief in het binnenhalen van steun van gekende ondernemers, miljonairs,… De SNP zette haar positie over een onafhankelijk Schotland even opzij met de belofte om er in 2010 een nieuw referendum over te organiseren. Hiermee werden de waarschuwingen van New Labour over een mogelijk opbreken van Groot-Brittannië naar de achtergrond gebracht.

Wat zal er nu gebeuren?

Alex Salmond en de SNP zullen proberen een regering te vormen, maar ze zullen daartoe de steun van de Liberaal-Democraten en de Groenen nodig hebben om over een meerderheid in het parlement te beschikken. Voor de verkiezingen stelden de Liberaal-Democraten dat het niet zou onderhandelen indien de SNP haar plannen zou uitvoeren om in 2010 een referendum te houden over onafhankelijkheid. Salmond stelde dat het mogelijk moet zijn om een referendum met meerdere vragen op te maken, ook met de vraag naar meer Schotse macht. Dat werd verworpen door de Liberaal-Democraten. De liberale partijleider stelde dat zijn partij tegen een referendum is indien onafhankelijkheid daarbij één van de opties is. Het is dus duidelijk dat ofwel de SNP ofwel de Liberaal-Democraten toegevingen zullen moeten doen. Het is ook mogelijk dat er een regering komt zonder akkoord hierover, met nadien een vrije stemming in het parlement over de voorstellen van de SNP.

Een andere mogelijkheid is een regering van de verliezers: Labour en de Liberaal-Democraten met de steun van de conservatieve Tories. Een dergelijke coalitie zou over een meerderheid beschikken, maar zou toch aanzien worden als niet legitiem omdat er geen rekening wordt gehouden met de SNP. De andere optie is een minderheidsregering van de SNP. Wat ook de samenstelling van de regering zal zijn, het is nu reeds duidelijk dat ze voor een neoliberaal beleid zal staan. Daartegenover zal het nodig zijn om te bouwen aan een socialistisch alternatief.

Solidarity en de SSP

De afwezigheid van socialistische parlementsleden in het Schotse parlement is een stap achteruit. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de acties en het beleid van de SSP-leiding. Dat heeft geleid tot een splitsing en de vorming van een nieuwe socialistische partij: Solidarity in september 2006. De SSP-leiding steunde het roddelblad News of the World van Rupert Murdoch in haar kruistocht tegen Tommy Sheridan en nu betaalt die SSP-leiding er een zware prijs voor bij de verkiezingen. Niet alleen verdwenen de verkozen posities voor de SSP, maar bovendien was het Solidarity dat sterker naar voor kwam en 70% van de socialistische stemmen naar zich toe trok. Alan McCombes, woordvoerder van de SSP, stelde dat dit resultaat voor de SSP een “bloedbad” was.

Solidarity haalde overal in Schotland meer stemmen dan de SSP. De partij haalde 31.066 stemmen (1,6%) tegenover 12.831 voor de SSP (0,6%). In Glasgow kwam Tommy Sheridan op en haalde Solidarity 4,15% (8.525 stemmen) tegenover 2.579 of 1,25% voor de SSP. Tommy kwam zo’n 2.000 stemmen tekort om opnieuw verkozen te zijn. Het was bovendien duidelijk dat Solidarity disproportioneel zal geleden hebben onder het aantal ongeldig uitgebrachte stemmen in Glasgow.

De SSP kwam achter het extreem-rechtse BNP terecht en ook de Socialist Labour Party van Arthur Scargill scoorde beter. Zelfs de Scottish Christian Party deed het beter. Zelfs waar parlementsleden van de SSP opnieuw opkwamen voor de gemeenteraad, slaagden ze er niet in om verkozen te raken. Het voormalige parlementslid Rosie Kane eindigde laatste voor de gemeenteraadszetel waarvoor ze opkwam in Glasgow. Solidarity daarentegen haalde een verkozene in de gemeenteraad. In Glasgow Craigton werd Ruth Black verkozen. De SSP verloor haar enige gemeenteraadslid in Glasgow. In het Westen van Schotland haalde Solidarity (met bovenaan de lijst CWI-lid Jim Halfpenny) 4.774 stemmen of 1,8%. In de Central Region haalde Solidarity meer dan 5.000 stemmen (1,8%), en in het zuiden 3.400 stemmen (2,3%) wat jammer genoeg onvoldoende was om Rosemary Byrne opnieuw te laten verkiezen.

Een combinatie van druk op de kleinere partijen en de onvermijdelijke ontgoocheling door de splitsing in de socialistische beweging, hebben ertoe geleid dat Solidarity nipt naast een parlementszetel heeft gegrepen. Maar zoals Tommy Sheridan stelde na de verkiezingen: “Sinds de oprichting van Solidarity 8 maanden geleden nu reeds de grootste socialistische partij in Schotland worden, is niet minnetjes.” De beslissing om Solidarity op te zetten in een poging om een nieuwe levensvatbare socialistische formatie te hebben in Schotland, werd bevestigd bij deze verkiezingen. De SSP heeft afgedaan als ernstige kracht in Schotland en nu komt het er voor Solidarity op aan om een grotere invloed en basis te verwerven als socialistische partij die het opneemt voor de thema’s die de arbeiders en hun gezinnen aanbelangen. Het CWI in Schotland, de International Socialists, zullen meebouwen aan Solidarity en zullen bouwen aan een sterke marxistische kracht. Wat ook de samenstelling van de volgende regering zal zijn, de noodzaak van een strijdbare socialistische partij voor de arbeiders zal aan de orde zijn.