Bolivië: politieke spanningen nemen weer toe
De rechtse oppositie tegen de linkse Boliviaanse president Evo Morales en diens regerende partij (de Beweging naar het Socialisme, MAS), is de afgelopen week sterk toegenomen. Een aantal conflicten die reeds maandenlang opborrelden, kwamen tot een kookpunt.
Adam Ziemkowski, CWI-lid in Cochabamba, Bolivië
Twee thema’s speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van de rechtse oppositie in Bolivië. Enerzijds was er een stemming in de Grondwetgevende vergadering (die een nieuwe grondwet moet opstellen) waardoor het mogelijk wordt om voorstellen voor de nieuwe grondwet met een gewone meerderheid goed te keuren in plaats van een twee derden meerderheid die vandaag vereist is. Aangezien de MAS van Morales 54% van de stemmen behaalde, kan zijn partij dus de bepalingen van de Grondwet gaan opmaken. Het uiteindelijke geheel van de Grondwet moet wel een twee derden meerderheid behalen.
Een ander controversieel punt werd gevormd door de aanpassing van de wetgeving inzake landhervorming in Bolivië. Hierdoor kan de regering overgaan tot de nationalisatie van grond die geen economisch productieve of sociale functie heeft. Die grond kan verdeeld worden onder de indigene bevolking. Deze aanpassingen werden goedgekeurd in de door de MAS gecontroleerde Kamer, maar moet nog naar de Senaat waar er een meerderheid is van de neoliberale Sociaal-Democratische partij (Podemos).
De veranderingen waren wettelijk en vrij beperkt in vergelijking met wat geëist wordt door de sociale bewegingen die Morales minder dan een jaar geleden aan de macht hebben gebracht. Toch heeft de rechterzijde in Bolivië fel gereageerd de afgelopen dagen.
De neoliberale senatoren van Podemos en de Nationale Eenheidspartij (UN) beschikken over een kleine meerderheid en besloten die te gebruiken om een zitting van de senaat te boycotten waardoor deze niet kon vergaderen. Dat kan de verdere werking van de regering stilleggen.
Zes van de negen regionale departementsverantwoordelijk (een soort deelstaatgouverneurs), hebben alle banden met de regering gebroken en riepen op om een nationale vergadering te houden in Cochabamba “om te discussiëren over de gevaren aan de democratie die bestaat in Bolivië en om op te komen voor de instellingen, de wetten en de eenheid van Bolivië” (Los Tiempos, 19 november).
Zeven parlementsleden van de UN zijn in hongerstaking gegaan en betaalden grote advertenties in de belangrijkste kranten met een oproep om mee te doen aan deze actie. Podemos steunt de hongerstaking en stelde dat het een formele klacht zal indienen bij de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de EU.
Toplui van de Boliviaanse agro-industrie hebben een noodtoestand uitgeroepen en deden een oproep voor betogingen. Ze dreigen ermee niet langer goederen naar het westelijke gedeelte van het land te sturen indien de hervormingen effectief worden doorgevoerd.
De oppositie stelt Morales voor als een grote bedreiging voor de Boliviaanse democratie. Podemos stelde dat het zal over gaan tot “regionale, juridische en internationale maatregelen zodat ze [Morales en de MAS] onze democratie niet kunnen bedreigen en zodat we de eenheid kunnen bewaren” (Los Tiempos, 21 november). De grootgrondbezitters in het land hebben aangekondigd dat ze hard zullen strijden tegen “de totalitaire maatregelen van de heersende partij” (Los Tiempos, 17 november).
Morales reageerde vastberaden op de oppositie. Hij stelde: “Ze mogen zeggen wat ze willen en doen wat ze kunnen om het parlement tegen te houden, maar de meerderheid houdt stand en tegen 6 augustus 2007 komt er een nieuwe grondwet, met of zonder de oppositie.”
De afgelopen weken waren er acties van duizenden boeren en leden van de indigene bevolking. Er was een mars van Santa Cruz naar La Paz (over een afstand van 851 kilometer!) waarbij onderweg heel wat mensen aansloten bij de betoging. De betogers stelden dat ze de Senaat zouden sluiten indien het de hervormingen niet zou goedkeuren. Morales steunt de acties voorzichtig en gebruikt het om de rechtse parlementsleden onder druk te zetten.
Het is niet duidelijk wat er nu zal gebeuren, maar de actuele strategie van Morales om beperkte hervormingen door te voeren zonder in confrontatie te gaan met de multinationals en de Boliviaanse elite, komt tot een einde. Door die strategie te volgen, heeft Morales extra tijd gegeven aan de reactionaire krachten om zich te organiseren en zich voor te bereiden op een confrontatie met de arbeiders en de armen.
Toen de bewegingen in Bolivië eerder in 2003 en 2005 reeds komaf maakten met twee neoliberale presidenten en na verkiezingen Morales aan de macht brachten, hadden ze drie centrale eisen. Eén was de nationalisatie van de energiesector zodat de bevolking de vruchten kan plukken van haar natuurrijkdommen. Ten tweede werd opgekomen voor het instellen van een Grondwetgevende vergadering om te komen tot een grondwet die de steun krijgt van een meerderheid van de bevolking. En tenslotte werd geëist dat er komaf zou gemaakt worden met het grootgrondbezit van de latifundios. De bewegingen eisten een verdeling van de grond onder de boeren en in het bijzonder de indigene meerderheid (62% van de bevolking is van indigene afkomst).
Morales heeft tot nu toe slechts kleine stapjes gezet in het uitvoeren van deze drie eisen. In plaats van tot nationalisaties over te gaan, kwamen er joint ventures met de internationale oliebedrijven. De Boliviaanse bevolking krijgt enkel op papier enige controle over de olie en de bedrijven moeten meer belastingen betalen. De bevolking krijgt echter niet de volledige controle die ze hadden geëist.
Morales heeft een Grondwetgevende vergadering bijeengeroepen en kwam ervoor op dat een gewone meerderheid een artikel kan voorstellen. Hij moest wel aanvaarden dat het uiteindelijke resultaat een twee derden meerderheid moet krijgen. Hierdoor heeft de MAS-meerderheid de controle overgedragen aan een minderheid van 1/3 die nooit haar steun zal verlenen aan de radicale veranderingen die geëist worden door een meerderheid van de bevolking.
De aanpassingen aan de landhervormingswetten, bieden een begin van antwoord op de ergste onrechtvaardigheden van het latifundio-systeem. Maar het biedt geen fundamentele oplossing voor het probleem dat 90% van de bevolking slechts 7% van de landbouwgrond bezit. Morales probeerde de grootgrondbezitters gerust te stellen door te stellen dat productieve grond beschermd wordt en niet zal overgenomen worden.
De gebeurtenissen van de afgelopen weken hebben duidelijk gemaakt wat de sociale bewegingen reeds lang weten, maar wat de regering van Morales leek te ontkennen, namelijk dat de belangen van de grote bedrijven en de elite tegengesteld zijn aan de belangen van de overgrote meerderheid van arbeiders en boeren in het land.
Diegenen die zich de afgelopen 20 jaar hebben verrijkt door de rijkdommen en de industrie in het land uit te verkopen tegen crimineel lage prijzen, en de multinationals die daarvan gebruik hebben gemaakt op basis van corruptie, zullen hun belangen verdedigen. Ook al betekent dit dat ze moeten overgaan tot politieke en economische sabotage en zelfs militaire interventie.
Zolang de sociale bewegingen Morales toelaten om zich te beperken tot halfzachte voorstellen die geen oplossingen bieden, zolang zal de rechtse oppositie zich verder blijven organiseren om beter te kunnen ingaan tegen de regering. De elite is bang voor de arbeiders en de boeren die Morales steunen. Daarom willen ze er alles aan doen om de regering ten val te brengen.Met hun sabotage-acties willen ze de bevolking demoraliseren en verdeeldheid zaaien onder de bevolking. De beperkte elite kan samen met enkele multinationals de economie in het land controleren. De militaire leiding valt ook niet te vertrouwen, enkele jaren geleden nog werden actievoerders in het land zonder enig mededogen afgeschoten door het leger.
De Bolivaanse elite is verzwakt door een reeks nederlagen die het opliep onder druk van sociale bewegingen in het land. Maar haar krachten en haar bereidheid om tussen te komen, blijven intact. Het VS-imperialisme is bereid om tussen te komen, ook al worden die mogelijkheden beperkt door de crisis in Irak en het gevaar van een snelle verspreiding van anti-neoliberale strijd op heel het Latijns-Amerikaanse continent. Iedere poging tot buitenlandse interventie kan leiden tot een regionale explosie van protest. Dat zou kunnen leiden tot revolutionaire bewegingen.
Het is echter ook mogelijk dat de VS eerder steun geeft aan de rechtse krachten en haar paramilitaire groepen in het land zelf. Als de elite genoeg zelfvertrouwen heeft, zal het overgaan tot het opdelen van Bolivië, wat tot een burgeroorlog kan leiden. De rechtse oppositie heeft er echter veel voor over om te komen tot een repressief beleid met een brutaal neoliberaal programma.
De sociale bewegingen zijn zich nooit zo bewust geweest van hun macht om de samenleving te veranderen door georganiseerde strijd. Die krachtsverhouding zal echter niet blijven duren als ze niet wordt gebruikt.
Er moeten stappen gezet worden voor de verdediging van wat reeds werd afgedwongen. In de provincies waar de gouverneurs de banden met de centrale regering hebben gebroken, is het belangrijk dat de sociale bewegingen en vakbonden verkozen actiecomités opzetten in iedere werkplaats en iedere wijk, met banden op regionaal en nationaal vlak. Deze comités kunnen zich dan verder verspreiden in de rest van het land.
Ze kunnen zich organiseren op basis van een reeks eisen, zoals:
- Tegen de pogingen van de rechtse oppositie om hervormingen tegen te houden en te saboteren
- Voor het behoud van de eenheid van het land en tegen de dreiging van burgeroorlog
- Voor de overname en het bezetten van bedrijven en van de grond van grootgrondbezitters als eerste stap naar de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder de democratische controle en het democratische beheer van de arbeidersklasse
- Voor een revolutionaire grondwetgevende vergadering van de bevolking die een grondwet opstelt die voorziet in het opzetten van een socialistisch Bolivië als eerste stap in de richting van een socialistische confederatie van Latijns-Amerikaanse staten.
Zo’n ontwikkeling zou de strijd op een hoger niveau kunnen brengen, waarbij regionale en nationale algemene stakingen worden gebruikt om deze eisen af te dwingen. Zo’n beweging zou van Morales eisen dat hij de bevolking bewapend tegenover het gevaar van paramilitaire groepen en om de meerderheid van de bevolking zichzelf te kunnen laten verdedigen. Het zou ook eisen dat de MAS-regering breekt met het kapitalisme, zoniet zouden de massa’s daar zelf toe overgaan.
Zonder een socialistisch antwoord die de economische en militaire macht uit de handen van de kapitalisten neemt, zullen alle verworvenheden die door strijd zijn afgedwongen slechts tijdelijk zijn en steeds opnieuw bedreigd worden.
De gebeurtenissen van de afgelopen weken tonen aan dat de Boliviaanse elite zelfs niet de minste toegevingen op haar macht zal dulden. De noodzaak van een revolutionaire socialistische organisatie die de beweging van de bevolking kan verbinden met de noodzaak van socialistische verandering, is nog nooit zo groot geweest.