Tegen sluitingen en afdankingen is strijd nodig

Ook toeleveranciers van Ford kondigden sluiting aan

Op 17 december hebben de directies van verschillende toeleveranciers van de Ford kort op elkaar hun intentie bekend gemaakt dat ze willen sluiten. Dat zijn nog eens 1500 jobs die op de helling staan. Dit was hoegenaamd geen verrassing omdat de Ford zelf eerder aankondigde te gaan sluiten, maar de officiële aankondiging komt toch aan als een opdoffer. Sluitingen en afdankingen is nu wat de klok slaat. Hoe kan het tij gekeerd worden? Regels als de wet-Renault volstaan immers niet.

Door OK (LSP-Limburg)

Nadat Ford op 24 oktober bekend maakte een kwaliteitsvolle en performante fabriek te willen slachtofferen aan de winsthonger van de bazen, hebben een aantal toeleveranciers (SML, Lear, IAC, Syncreon, Zender) eveneens hun intentie tot sluiting bekend gemaakt. Het nieuws werd met gemengde gevoelens onthaald aan het piket. Sommigen waren “blij” eindelijk een zekerheid te hebben omdat ze het gevoel hadden in het ongewisse te blijven over de toekomst van hun bedrijf. Ook al beseft iedereen heel goed dat die ‘zekerheid’ er eentje is die iedereen naar de afgrond leidt.

Anderen beseffen heel goed dat de wet-Renault (die na de bekendmaking van een sluitingsintentie mogelijk in werking kan treden) in feite niets anders is dan een wettelijk geregelde afbraak van jobs en bedrijven. Het is een beetje zoals de regel “de vervuiler betaalt”, wat in de praktijk betekent dat diegene die wil (en kan) betalen de vrijheid heeft om te vervuilen. De wet-Renault biedt de mogelijkheid aan diegene die kan betalen om naar hartelust mensen af te danken. Op een recente meeting van de solidariteitscomité verwoordde Gaby Colebunders, een strijdbare ACV-delegee van Ford, het als volgt: “De wet-Renault is niet anders dan een uitgestippeld stappenplan om mensen af te danken zonder ruzie te krijgen met de vakbonden, de justitie en de politici.”

De vakbonden hebben deze aankondiging van sluiting, hoe raar het ook mag klinken, verwelkomd. Nu kunnen ze in het stramien komen van de wet-Renault wat hen de mogelijkheid geeft te werken aan een sociaal plan en te ijveren voor brugpensioen en zo hoog mogelijke ontslagpremies. In feite is dit het inslaan van de weg van de minste weerstand. De vakbondsleiding wil rap tastbare resultaat bereiken. Hiermee bakenen zo ook het terrein af. De strijdbare delegees die willen gaan voor jobbehoud en het openhouden van de fabrieken geraken zo op een zijlijn. Ze staan onder druk van hun secretarissen om ook te kiezen voor snelle tastbare resultaten. Uiteraard willen wij ook een degelijk sociaal plan voor alle arbeiders van Ford en toeleveranciers, maar als we ieder jobverlies blijven slikken is er geen toekomst de jongeren.

Voor het behoud van alle jobs is er nood aan strijd, niet aan stervensbegeleiding. Een offensieve strijd die gaat voor het behoud van alle jobs en voor het openhouden van de fabrieken zou ongetwijfeld op een brede solidariteit kunnen rekenen. Het zou een lange afmattende strijd kunnen zijn en garanties op succes zijn er niet. Maar wat is het alternatief? De aanhoudende neerwaartse spiraal inzake arbeidsvoorwaarden en jobs aanvaarden?

Op een bijeenkomst van het solidariteitscomité voor de arbeiders van Ford braken strijdbare delegees van ABVV en ACV bij Ford een lans om de wet-Renault te herzien. Ronny Mouton van de ABVV wees op tekortkomingen van deze wet en zei dat er nood is aan een “wet-Ford” om jobs te kunnen behouden. De tussenkomsten uit de zaal bevestigden de stelling dat de huidige wetten eigenlijk niet in ons voordeel zijn.

Een van de sprekers op de avond was Rudi Kennis, voormalige hoofddelegee van het ABVV bij het inmiddels gesloten Opel Antwerpen. Hij stelde dat we nood hebben aan wetten die sluitingen tegengaan, in plaats van wetten die sluitingen gecontroleerd laten plaatsvinden. Hij wees ook op de valstrikken van een sociaal plan: “het beste sociaal plan is nog altijd jobs. Dat moet op de eerste plaats staan”. Hij vertelde over zijn (toch wel pessimistische) ervaringen bij de strijd bij Opel: “Vanaf het moment dat het begon over de ontslagpremies, zakte de strijdvaardigheid als een pudding ineen. Als ik aan de fabriekspoorten kwam, riepen de arbeiders mij toe dat ik vanaf nu speelde met hun centen. Ze wilden het geld hebben.”

Een andere spreker, Gianmario Monachesi, stelde dat ontslagpremies geen einddoel mogen zijn. Een hele provincie dreigt werkloos te worden. Hij vertelde dat de vertrekpremies bij de mijnsluitingen zeer hoog waren maar het netto resultaat is nu wel dat de sociale cohesie in de mijncités verloren is gegaan. Er is een grote sociale achterstand. Er zijn daar enorm veel noden rond huisvesting en onderwijs. “Op zich biedt dit kansen voor tewerkstelling, maar dan moet het roer omgegooid worden”.

Jos Digneffe, de voormalige topman van ACOD-Spoor, stelde dat de antistakings- en antivakbondsgevoelens georkestreerd worden. Digneffe stelde dat er nochtans ook bij reizigers steun bestaat voor acties tegen de afbouw van de dienstverlening, de afgelopen 15 jaar is het aantal personeelsleden bij de NMBS gezakt van 52.000 tot 35.000 met alle gevolgen van dien. Dit gebeurde beetje bij beetje, maar het resultaat is eveneens rampzalig.

Op de meeting van het solidariteitscomité op 12 december werd gepleit voor een strijd voor het behoud van alle jobs. Maar amper een week later werd de aankondiging van de sluiting van de toeleveranciers bijna verwelkomd door de vakbondsleiding die hoopt om nog van de bestaande regels inzake brugpensioen gebruik te kunnen maken vooraleer die regels op 1 januari worden verstrengd. Maar bij de toeleveranciers werken veel jongere arbeiders die geen recht op brugpensioen hebben.

Terwijl er aan de basis een enorm ongenoegen is en een bereidheid om de strijd te voeren, sluit de top een akkoord met de directie om met een premie het werk te hervatten. Als er geen perspectief voor een ernstige strijd is, zullen velen wellicht eieren voor hun geld kiezen en de premies incasseren.

We hoeven ons echter niet te beperken tot begeleide sociale afbraak. Door samen met alle arbeiders van Ford en toeleveranciers de strijd te organiseren, kunnen we stappen vooruit zetten. Eenheid zal daarbij cruciaal zijn, zoniet zullen we bedrijf per bedrijf verliezen. Als we de strijd aangaan, kunnen we verliezen. Maar als we de strijd niet aangaan, zijn we op voorhand verloren.