22 miljard besparen tegen 2015
Eenheid onder de onderhandelaars over wie moet betalen – verdeeldheid over hoe ons dat op te leggen
Artikel door Anja Deschoemacker uit de zomereditie van ‘De Linkse Socialist’
Bij het schrijven van dit artikel weet niemand wat er in de nota van Elio Di Rupo zal staan. De te besparen som lijkt vast te liggen op 22 miljard euro tegen 2015, zo hebben topambtenaren van financiën en begroting voor de formateur berekend. Het enige wat deze laatste heeft laten vallen, is dat hij zoekt naar een 50/50 evenwicht tussen verhogingen van de inkomsten en verlagingen van de uitgaven. Voor de N-VA en de liberalen langs beide kanten van de taalgrens moet de inspanning groter zijn in de uitgaven. Zo komt Di Rupo “socialer” over, maar hij heeft niet gezegd bij welke delen van de bevolking hij die nieuwe inkomsten zoekt, noch op welke uitgaven hij wil besparen…
N-VA, Open VLD en MR willen van de crisis gebruik maken om het neoliberale beleid van de laatste 30 jaar in de hoogste versnelling te zetten. Het Duitse model met zijn enorme toename van de lage loonsector steekt hen de ogen uit. De kleine en middelgrote bazen van Unizo en Voka stellen al langer eisen in die richting en het is niet toevallig dat Bart De Wever bij zijn bezoek aan de Waalse patronale kring Cercle de Wallonie (30/11/2010) flink wat bijval oogstte.
Vooral dit stukje zal hen als muziek in de oren hebben geklonken: “Wanneer de Vlamingen (want zo spreekt De Wever, alsof het ACV en het ABVV in Vlaanderen niet bestaan, terwijl ze een lidmaatschap hebben dat veel en veel groter is dan alle partijen samen!) zeggen dat we een voorbeeld moeten nemen aan Duitsland, waar het interimwerk versoepeld is, waar de werkloosheidsuitkeringen hervormd zijn, waar maatregelen genomen zijn om de stijging van de arbeidskost tegen te gaan, steigert de meerderheid van Wallonië eens te meer en stelt ze sociale bloedbaden aan de kaak!”.
De liberale partijen volgen voor een groot deel in die fanfare. De andere partijen doen dat minder, maar het is wel grotendeels onder hun beleid dat de loonmatiging, de creatie van de lage loonsector, de afbouw van de sociale zekerheid en de privatisering en liberalisering van de openbare diensten zijn doorgevoerd. Deze partijen verkiezen een salamitechniek waarbij geleidelijk aan, maar wel structureel, de welvaartstaat wordt uitgehold en afgebouwd en anderzijds de winsten van de grote bedrijven worden verzekerd.
Ook de PS zal de daling van de patronale bijdragen aan de sociale zekerheid geenszins terugschroeven. De “alternatieve inkomsten” voor de sociale zekerheid die hierdoor nodig zullen zijn, zullen worden gezocht bij “iedereen”, ook en vooral in de nettolonen van de werkenden. De PS van Di Rupo en de CD&V van Leterme verdedigen in woorden de index en de huidige pensioenleeftijd. Maar van deze partijen kunnen we enkel verwachten dat ze op een bepaald ogenblik een verdere “aanpassing” van de index (lees: uitholling) zullen aanvaarden.
Er zijn twee hoofdstromen in de politiek: zij die een onmiddellijk sociaal bloedbad willen aanrichten en daar een harde confrontatie met de vakbonden voor over hebben en zij die eerder bloedzuigers aan het werk zetten die dagelijks hun werk doen, maar in het begin niet zo hard worden opgemerkt.
We moeten ons voorbereiden op een strijd tegen beide strategieën, in welk regeerverband dan ook. In de vakbonden moet wat dat betreft de discussie gevoerd worden waarom hun leiding banden blijft onderhouden met partijen die de werkenden en uitkeringsgerechtigden en hun gezinnen enkel verdere, zij het licht gemaskerde en geleidelijke, achteruitgang te bieden hebben.