Nederland. Coalitie of oppositie: Waarheen met de SP?
In een tijd waarin het meer dan ooit nodig is om de politieke stem te worden van het verzet tegen het kabinet Rutte en de politiek van VVD, CDA en PVV om de miljardenkosten van de crisis bij de arbeiders neer te leggen, heeft de SP in de provincies Brabant en Zuid-Holland een bestuurscoalitie gevormd met VVD en CDA en in het geval van Zuid-Holland, ook met D’66.
Artikel door Gerbrand Visser, Socialistisch Alternatief, Nederland
Marxisten zijn niet onder alle omstandigheden tegen het aangaan van coalities. Maar dan moet wel absoluut duidelijk zijn wat het programma van de samenwerking is voor de arbeidersbeweging. Samenwerken met partijen die bezig zijn de werkende bevolking van 18 miljard Euro te beroven, onder andere via allerlei bezuinigingen op provincies en gemeenten, kan niet aan de orde zijn. Het aangaan van coalities met regeringspartijen onder het motto van een beetje geven en nemen, verzwakt de strijd. Helaas heeft de SP-leiding de verwarring extra groot gemaakt door verklaringen af te leggen dat de SP “een nieuwe fase in haar bestaan ingaat” (Roemer) en “op naar de regering” (Marijnissen, zonder duidelijk te maken met welke partijen en op welk programma). Ziet de partijleiding dit soort coalities als de weg naar de toekomst? Waar blijft dan de rol van de SP als actiepartij, als strijdorganisatie?
Bedenkelijk is dat deze coalities op provinciaal niveau zonder oppositie vanuit de partij tot stand zijn gekomen. Er is uitsluitend officiëel feestelijke commentaar vanuit de partijleiding geuit. Gezien de tradities van de partij lijkt het uitgesloten dat iedereen in de SP deze vorm van samenwerking met de regeringspartijen klakkeloos accepteert, maar oppositiegeluiden of vraagtekens ontbreken tot nu toe geheel…
In de komende periode zal de strijd opkomen tegen het kabinetsbeleid. We hadden al de “Schreeuw voor cultuur” de studentendemonstraties en de acties van de AbvaKabo. Intussen zijn daar de stakingen in het openbaar vervoer in de grote steden bij gekomen, de acties in de thuiszorg. Als de bezuinigingen van de provincies en de gemeentes doorkomen, zal het verzet daartegen ook groeien. Het blijft nog altijd mogelijk dat de SP een bindende en leidende rol bij dit gevechten tegen de bezuinigingen gaat spelen, maar dat is sterk afhankelijk van haar opstelling in de toekomst. De deelname aan provinciale bestuurscoalities zal daarbij een handicap zijn en naarmate de partij daar meer energie in investeert, zal het moeilijker worden om geloofwaardig leiding te geven aan het verzet tegen de neoliberale politiek van de regering.
Het valt niet te beweren dat de SP op provinciaal niveau zoveel gewicht in de schaal legt dat daar geen sprake meer kan zijn van de neoliberale aanpak van VVD en CDA. Die enkele SP’ers onder de gedeputeerden in de colleges van Brabant en Zuid-Holland gaan geen einde maken aan de neoliberale vloedgolf die ons te wachten staat. Net zoals het voortdurend in de achterkamers onderhandelen door de FNV-top de strijd om de pensioenen en tegen de bezuinigingen ondermijnt, zo ondermijnt deze bestuursdeelname de rol van de SP als strijdorganisatie. De toekomst van de SP zal uiteindelijk door de in verzet komende arbeidersklasse worden beslist: coalitievorming met regeringspartijen en een gebrek aan interne discussie over dit soort onderwerpen vormen geen aanbeveling voor een positieve uitslag.