Startlonen met 2,4% gedaald sinds 2019 – strijd voor hogere lonen opvoeren!

Elke crisis biedt een opportuniteit, zo denken ook de bazen. De Corona-crisis werd niet gebruikt om de helden van de zorg en andere sectoren extra te belonen voor hun essentiële werk. Neen, de bazen misbruiken de crisis om zowel de prijzen te verhogen als de lonen te drukken. Dat zou concurrentieel zijn voor de economie, zeggen ze. Als wij minder verdienen en alles duurder moeten betalen, betekent het vooral verlies aan koopkracht.
De cijfers zijn hallucinant: SD Worx onderzocht de mediane brutolonen van nieuwe werknemers bij 70.000 bedrijven waarvoor het werkt. Daaruit blijkt dat wie nu start gemiddeld 2,4% minder verdient dan wie in 2019 begon. De horeca is de koploper met een daling van het brutoloon met 9,3%, onder meer omdat meer jongeren worden aangetrokken en er meer flexibele dagcontracten zijn. De horeca werd hard geraakt door de beperkende maatregelen in het kader van de pandemie. Maar dat kan onmogelijk als enige reden voor de dalende lonen worden aangehaald. Ook in de industrie was er een daling van de startlonen met 4,6%. Enkel in de logistiek (vervoer en opslag) en ITC zijn er beperkte stijgingen met respectief 1,4% en 1,1%.
Als de bazen zeggen dat dit de bedrijven concurrentieel maakt, bedoelen ze dat het de winsten voor de aandeelhouders de hoogte in stuwt. Vorige week werden cijfers gepubliceerd over de nettowinst van de Belgische beursbedrijven. Die gingen in het tweede kwartaal met gemiddeld 160% omhoog! Bij de Bel20-bedrijven ging het om een stijging met 87%. De forse toename wordt toegeschreven aan de afbouw van de beperkende maatregelen in het kader van de pandemie, maar ook aan de hogere prijzen voor producten en de lagere kosten voor bedrijven. Die lagere kosten hebben betrekking op ons, de werkenden. Thuiswerk drukt kosten, maar ook de lagere startlonen spelen mee. Het resultaat is een gemiddelde brutowinstmarge van 18% in de Bel20-bedrijven. Voor de winsten van dit najaar wordt onder meer op het Europese herstelfonds gerekend.
Samengevat betekent dit voor de werkenden dat zij minder verdienen en meer betalen voor alle producten. Dat is nog zonder de sterke stijgingen van onder meer vastgoedprijzen, brandstof en energie. Onze lonen volgen de prijsstijgingen slechts gedeeltelijk door de jarenlange ondermijning van de index. Onze koopkracht en levensstandaard liggen onder vuur. De loonnorm van 0,4% volstaat uiteraard niet als compensatie. Strijd hiertegen en tegen de hele loonwet blijft meer dan noodzakelijk. In het voorjaar waren er succesvolle acties en stakingen tegen het schandaal van die 0,4%. Daar moet op verder gebouwd worden. De betoging van 24 september, waarvoor voorlopig enkel het ABVV oproept, is een goed vertrekpunt. Zeker indien het geen eenmalige wandeling is, maar het begin van acties die groter worden. Eisen als meer loon, minimum 14 euro per uur en herstel van de index zijn daarbij essentieel.
De dalende starterslonen en stijgende prijzen zijn in alle sectoren voelbaar. Dit moet aangegrepen worden om de mobilisatie naar 24 september op te voeren!