Als wij niet willen opdraaien voor hun crisis: tijd om op straat te komen
Even leek enkel de optie van vervroegde verkiezingen nog een uitweg te kunnen bieden voor de impasse die de politieke partijen voor zichzelf hadden gecreëerd. Maandenlang onderhandelen leek geen negatieve impact te hebben op het land. In die periode steeg de groei van de Belgische economie van 0,4% (verwacht bij de begrotingsopmaak eind 2009) naar 2,1%. Het begrotingstekort daalde van 6% in 2009 tot 4,8% in 2010. Je zou voor minder nog een rondje communautair onderhandelen. Deze ‘gunstige’ situatie was slechts een tijdelijke pauze in de crisis, die België liet meesurfen op de sterkere economische groei in Duitsland, waarnaar vanuit België veel wordt geëxporteerd.
Artikel door Bart Vandersteene uit de februari-editie van De Linkse Socialist
‘De markten’ regeren het land
‘De markten’ hebben België in het vizier en deze externe druk zou De Wever en co terug rond de onderhandelingstafel hebben gebracht. “We moeten de markten geruststellen,” wordt overal herhaald. De koning vroeg uittredend premier Leterme om dit jaar 4 miljard euro, meer dan gepland, te besparen om ‘de markten’ te bewijzen dat België ook zonder nieuwe regering wel degelijk kan besparen.
Niet de werkloosheid of stijgende armoede bezorgen ‘de markten’ en onze politici slapeloze nachten, wel de vraag of België dezelfde superwinsten aan de rijken kan blijven garanderen. En dus moet er bespaard worden. Dat creëert rust bij ‘de markten’. De markten worden soms voorgesteld als een anoniem, neutraal gegeven. In de realiteit gaat het om kapitalistische aasgieren op zoek naar zwakke prooien om op hun rug nog grotere winsten te boeken. Gehoorzamen aan ‘de markten’ betekent hun dictatuur aanvaarden. Geen enkele van de huidige partijen in het parlement is van plan daar iets tegen te doen. Maar dit betekent niet dat het onmogelijk is.
“You can’t buck the market” (Je kan niets doen tegen de markt), verkondigde Margaret Thatcher 30 jaar geleden. Als premier in Groot Brittanië stond ze mee aan de wieg van een belangrijke politieke koerswijziging. Alles wat in handen van de overheid was, werd geprivatiseerd. De vrije markt zou zonder beperkingen heersen. Een gigantische transfer van arm naar rijk was het gevolg. Het uitkleden van de welvaartstaat ging gepaard met ongelimiteerde winsten en bonussen voor de rijken. Deze politiek lag mee aan de basis van de huidige crisis, waarvan wordt gezegd dat ze ons jarenlang zal opzadelen met gigantische besparingen en ons dus zal achterlaten met een fundamenteel andere samenleving.
De straat op!
Vakbonden, sociale bewegingen, actiegroepen en consequent links moeten zich verzamelen rond een duidelijk actieplatform: wij betalen hun crisis niet, haal de financiële sector uit de handen van de kapitalistische haaien, handen af van onze sociale zekerheid, voor een mininumloon van 2000 euro bruto/maand, voor de afschaffing van de notionele intrest, voor de invoering van een vermogenbelasting (voor vermogens boven de 1 miljoen euro), …
Zo’n strijdbaar programma zou op heel wat enthousiasme kunnen rekenen onder de bevolking. Eindelijk zou de communautaire discussie tot haar juiste proporties worden herleid. Voka, Unizo, VBO en hun vrienden van ‘de markten’ zouden van antwoord worden gediend met een sociaal tegenoffensief.
Enkel als de straat zich begint te roeren, kunnen de gewone werkenden en hun gezinnen, de overgrote meerderheid van de bevolking, hun gewicht in de schaal werpen. De 4 miljard euro die men dit jaar wil besparen, is slechts een voorsmaakje van wat ons nog te wachten staat. We moeten niet aanvaarden dat ze dit in onze zakken komen zoeken. Alleen al het afschaffen van enkele cadeau’s aan de grote patroons, zoals de notionele intrestaftrek, zou volstaan om 4 miljard euro te vinden. Maar dat is niet het soort beleid waar de traditionele partijen voor staan.
We mogen ons niet laten doen. Verzet is nodig zodat duidelijk wordt dat we het menen: wij willen hun crisis niet betalen!