Dag aan dag verslag van de “staking van de eeuw.” 23 december 1960

Vandaag gaat het spoor volledig plat en wordt de roep naar een “Mars op Brussel” luider op de betogingen. De algemene staking wordt groter en dat terwijl het kerstweekend voor de deur staat. De regering hoopt misschien dat er vanaf zaterdag 24 december wat sleet op de beweging zal komen. Maar de vastberadenheid aan de vooravond van het kerstweekend laat uitschijnen dat dit ijdele hoop zal zijn.

Deze rubriek op socialisme.be is gebaseerd op het boek “De opstandige en revolutionaire algemene staking van 60-61” door Gustave Dache. Meer achtergrond vind je hier.

[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]

Dag aan dag verslag:

  • 19 december
  • 20 december
  • 21 december
  • 22 december

[/box]

Vandaag gaat het spoorverkeer volledig plat. In het station van Aken moeten de reizigers op de internationale express naar België afstappen.

Tegenover de uitbreiding van de staking doet de heersende klasse beroep op alle troepen waarover ze beschikt. Kardinaal Van Roy doet een oproep aan “onze landgenoten”. In die oproep vraagt hij om de staking te breken: “De onbeteugelde en onredelijke stakingen die we vandaag meemaken moeten verworpen en veroordeeld worden door alle eerlijke mensen.” Daarmee was de positie van de kerkleiding meteen duidelijk. Verrassend was dit niet, in 1950 werd door de katholieke leiding nog campagne gevoerd voor de terugkeer van Leopold. De houding van Van Roy werd na het kerstweekend op de korrel genomen door het socialistische dagblad ‘Le Peuple’: “Het was in de lente van 1944. De luchtaanvallen waren volop aan gang. Mgr Van Roy achtte het toen wenselijk om [in de dagbladen van de bezetter] een pastorale brief te publiceren om zonder pardon de Anglo-Amerikaanse bombardementen te veroordelen.”

De oproep van de kardinaal leidt tot protest onder katholieke arbeiders. In Charleroi en Luik protesteren de ACV-leden publiekelijk. Zelfs ACV-voorzitter Cool moet reageren en dreigt zowaar met ontslag, een dreigement dat uiteraard niet wordt waar gemaakt. Maar Cool moest reageren. In La Libre Belgique van 24 december staat dat hij aan de regering zou hebben verklaard: “Ik heb mijn troepen niet meer in de hand. Ondanks mijn richtlijnen verbroederen de christelijke gesyndiceerden steeds meer met hun socialistische collega’s. U moet toegevingen doen, onder andere de twee periodes van werkloosheid laten varen en u voor het bestrijden van overdrijvingen beperken tot de bestaande wetgeving, zoniet sta ik niet in voor wat er kan gebeuren.”

De staking kent vandaag een sterke uitbreiding in Vlaanderen. Daar begint het gemeenschappelijk front aan de basis vorm te krijgen bij de spoormannen, de post, de Antwerpse haven,… In Brugge en Kortrijk zijn er grote betogingen van stakende arbeiders. Omdat de nationale leiding van het ABVV de beslissing over de algemene staking aan de regionale afdelingen overlaat, is langs Franstalige kant onder voorzitterschap van Renard een Coördinatiecomité van de Waalse gewesten van het ABVV opgezet. Dit comité komt vandaag voor het eerst bijeen in de hoop alsnog de leiding van de spontane stakingsbeweging te kunnen overnemen van de basis. Dat gebeurt met het argument dat de acties toch moeten gecoördineerd worden.

Stilaan komt de vraag naar hoe de beweging verder kan ontwikkelen. Vanuit het ABVV en de BSP komt daar geen antwoord op. Ook de KPB weet het niet, de communistische partij beperkt zich tot een oproep aan de parlementsleden om “rekening te houden met de wil van het volk”. Aan de basis is er wel duidelijkheid. Daar wordt gepleit voor een Mars op Brussel, een totale confrontatie met alle instellingen van de gevestigde orde. Dat kan door de stakerscomités te organiseren en regionaal en nationaal te coördineren.

In zijn boek schrijft Gustave Dachte over de stakerscomités: “Een algemene staking breekt radicaal met de heersende ideologie van het conservatisme, van onderwerping aan de burgerlijke orde, van fatalisme en scepticisme. De stakerscomités zijn het embryo van de arbeidersmacht, ze doorbreken de routine ongeacht hun oorspronkelijke samenstelling. Wat ook de omstandigheden zijn waarin ze ontstaan, de stakerscomités, de actiecomités en de stakerspiketten zijn de meest krachtige motor in elke strijd van het proletariaat. Ze gedragen zich in de loop van de strijd als revolutionaire organen en krijgen een steeds grotere autoriteit. Al die stakerscomités oefenen een macht uit die in concurrentie treedt met die van de burgerlijke staat en de regering. Een tweede macht ontstaat, die zich steunt op de revolutionaire capaciteit en de wil van de arbeidersklasse in haar strijd om zich de macht toe te eigenen.”