Leidt de overwinning van Bush tot een nieuwe wereldwanorde? (deel 5)

In het vijfde deel van een uitgebreid document over de wereldsituatie na de nieuwe verkiezingsoverwinning van Bush, gaan we dieper in op de situatie in China en Rusland. China wordt door velen gezien als de mogelijke nieuwe motor van de wereldeconomie. De sterke groei de afgelopen jaren versterkt dat standpunt. Maar is de groei in China stabiel?

Analyse van het CWI

> Lees hier het eerste deel

> Lees hier het tweede deel

> Lees hier het derde deel

> Lees hier het vierde deel

De rol van China en Taiwan

De economische groei in China was essentieel om Japan gedeeltelijk en tijdelijk uit haar jarenlange economische malaise te halen. De Japanse boot is voortgestuwd op de Chinese golf, maar zal wellicht ook zware averij oplopen als de Chinese groei sputtert. India heeft zich ook opgeworpen als belangrijke speler, de economische ontwikkeling daar werd gesteund op de sterk ontwikkelende software industrie en de dienstverlenende bedrijven die verbonden zijn aan de VS of andere ontwikkelde economieën. De Zuidoostaziatische landen zijn bezig met het integreren van hun economie in een uitgebreid netwerk van handels- en investeringsakkoorden. De leden van de Vereniging van Zuidoostaziatische Naties (ASEAN) stelt “ernstig te overwegen” om over te gaan tot het opzetten van een monetaire unie. Dat zou kunnen leiden tot de vorming van een enorm handelsblok dat in staat voor het grootste deel van de economische groei in Azië en in heel de wereld. Maar dit scenario wordt bedreigd door de mogelijkheid van en nieuwe economische crisis. China staat daarbij centraal, meer dan Japan of de VS (dat de komende periode nochtans de belangrijkste economische speler zal blijven).

De opkomst van China, en in mindere mate ook India, heeft enorme gevolgen in de regio. Historisch gezien zijn China en Japan rivalen en ze zijn nooit in staat geweest om tegelijk in beide landen machtige regimes te vestigen. In het verleden was China sterk terwijl Japan moest afrekenen met armoede, maar de voorbije 200 jaar is Japan uitgegroeid tot een belangrijke macht die er in slaagde China voorbij te steken. Tegelijk waren er recent nog spanningen tussen beide landen, o.a. omwille van een aanhoudend grensgeschil dat al 42 jaar oud is. Beide regimes wantrouwen elkaar en er is een concurrentie op economisch vlak en op vlak van controle in de regio met pogingen om de toegang tot grondstoffen te verwerven, zeeroutes veilig te stellen en de controle te verkrijgen over de eilanden in het zuidelijke deel van de Chinese Zee.

Er zijn heel wat potentieel explosieve territoriale conflicten in de regio. Taiwan is daarvan het meest gevaarlijke voorbeeld. Er dreigt een “destabiliserende” wapenwedloop tussen China en Taiwan. De Taiwanese regering heeft het conflict versterkt toen het probeerde om een wapenprogramma op te zetten waarbij het voor 18 miljard dollar wapens zou kopen van de VS. De Taiwanese premier riep op voor de ontwikkeling van een offensief rakettensysteem en waarschuwde China daarbij: “Als jullie 100 raketten afvuren op ons, dan stuur ik er 50 terug. Als jullie Taipei en Kao-hsiung raken, zal ik minstens Shanghai raken.” Deze verklaring zorgde voor verontwaardiging bij de Chinese elite. Het Chinese leger werd door de Chinese president Hu Jin Tao aangemoedigd om “van de gelegenheid gebruik te maken om zich goed voor te bereiden op een militaire strijd.” China heeft naar schatting 610 raketten die op Taiwan gericht staan, dat is een toename met 100 op één jaar. Het zou genoeg zijn om op 10 uur zowat de volledige defensie van Taiwan uit te schakelen, dus vooraleer een “bondgenoot” van Taiwan zou kunnen reageren. Taiwan heeft de spanningen opnieuw verscherpt nadat gesuggereerd werd door de president dat er mogelijks een referendum zou komen over Taiwanese onafhankelijkheid. Dat standpunt kwam er na een periode van een zachtere houding tegenover China. De toegenomen spanning kwam tot uiting toen de Taiwanese minister van buitenlandse zaken zwaar uitviel naar de regering van Singapore. Na een zachte kritiek van Singapore op de houding van Taiwan, verklaarde die minister dat Singapore “aan het gat van China likt” en “een land is dat maar een snottebel groot is”.

De houding van de VS over deze kwestie en in verband met China is tegenstrijdig. Gedurende 30 jaar stelden de VS-regeringen dat de erkenning van een ééngemaakt China moest gekoppeld worden aan de oproep voor een vreedzame oplossing voor de kwestie van Taiwan. Maar de kwestie werd niet geregeld, waarop de VS zich ertoe verbond om in te staan voor de veiligheid van Taiwan en het land gesofistikeerd militair materieel bezorgde. Er wordt gevreesd dat indien Taiwan verder gaat dan de huidige “provisionele autonomie” en kiest voor onafhankelijk, of indien China het geduld zou verliezen, dat de regio wel eens in een gewapend conflict zou kunnen terechtkomen. De houding van de VS tegenover de opkomst van China is daarbij belangrijk. Door de heersende klasse wordt gediscussieerd over de vraag of de reus een “strategische concurrent” is of een “mogelijke toekomstige partner”. Gedurende 50 jaar na het einde van WO2 was de VS de belangrijkste stabiliserende factor in de regio van de Stille Zuidzee en dat onder meer op basis van haar sterke militaire aanwezigheid en allianties met Japan en Zuid-Korea. De heersende klasse in de VS vreest dat die dominantie mogelijk zou overgaan naar bijvoorbeeld een nieuwe strategische alliantie tussen China en Japan.

Japan wordt anderzijds geconfronteerd met een opkomend China, Noord-Korea dat over nucleaire wapens bezit waarmee geregeld tegenover Japan gedreigd wordt, en toegenomen spanningen inzake Taiwan. Japan wil daarom een nieuw rakettensysteem uitbouwen met hulp van de VS. Daarnaast wil de Japanese burgerij een einde maken aan de grondwettelijke beperkingen inzake de ontwikkeling en het inzetten van haar militaire krachten. Het Amerikaans beleid lijkt er anderzijds op gericht te zijn om een “zachtere houding” in te nemen tegenover China terwijl het tegelijk een intensievere samenwerking, inclusief militaire samenwerking, aangaat met India als mogelijk tegengewicht tegenover China. China wil haar militaire krachten moderniseren met een nieuwe militaire doctrine gericht op het counteren van de VS, vooral op vlak van hoogtechnologische apparatuur, luchtmacht, afweergeschut, precisiebommen,… De VS staat wantrouwig tegenover de beslissing van China om het militaire budget op te drijven, en ziet dat als een poging van Peking om te raken aan de invloed van de VS in Oost-Azië. Zolang de economie groeit, wat ten goede komt aan zowel China, de VS als India, is een samenwerking tussen die landen mogelijk. Maar de mogelijkheid van (ernstige) militaire conflicten is gebaseerd op de situatie die ontwikkelt in Azië. We zullen op de economische en politieke perspectieven voor China ingaan in een afzonderlijke tekst.

Rusland

Rusland is onder Poetin ook een meer assertieve rol gaan spelen bij het verdedigen van haar belangen, en dat voornamelijk in de landen nabij Rusland, de vroegere satellieten van het Sovjet “imperium”. Haar belangrijkste economische troef is olie, zeker nu de voorbije vijf jaar de olieprijs zowat verdriedubbeld is. Dit heeft het regime van Poetin toegelaten om illusies te creëren op vlak van “welvaart”, maar in werkelijkheid is de stijgende olieprijs vooral een klein groepje gangsterkapitalisten ten goede gekomen in een aantal stedelijke gebieden zoals Moskou waar tegenwoordig meer miljardairs wonen dan in New York. Terwijl een aantal geprivilegieerde lagen een deel van de koek heeft kunnen krijgen, leeft de grote meerderheid van de bevolking in Rusland en het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten, de vroegere Sovjetunie) in diepe armoede. Het plunderen van de overheidsbezittingen door de gangsterkapitalisten leidt echter tot problemen en doet wat denken aan de dief die bij het dragen van gestolen juwelen tot de vaststelling komt dat die juwelen zijn huid aantasten.

De Russische burgerij wordt zenuwachtig en wil een “sterke man” die bereid is om dictatoriale methoden te gebruiken om de “orde” te herstellen na de chaos en de desintegratie die plaats vond na de val van de Sovjetunie en nog versterkt werd onder het beleid van president Jeltsin. Bij gebrek aan een massale revolutionaire socialistische organisatie, heeft de illusie dat Poetin zou kunnen optreden als “redder” versterkt. Die illusie krijgt een zekere echo onder de massa’s. Poetin heeft zichzelf goed voorbereid op deze rol en komt zelf vanuit de KGB (geheime dienst). In feite hebben Jeltsin en vooral Poetin gebruik gemaakt van de overblijfselen van het oude stalinistische dictatoriale staatsapparaat om het in te zetten onder een zwak kapitalisme. Poetins regime is slechts een parodie van regimes als dat van Bismarck in het 19e eeuwse Duitsland dat door de socialistische leider Liebknecht omschreven werd als een autocratie verborgen onder het schaamlapje van de Reichstag (parlement). De Russische Doema (parlement) heeft nog minder invloed nu Poetin meer en meer macht naar zich toe trekt. Hij maakt zelfs gebruik van de Tsjetsjeense tragedie om kleinere partijen te verbieden, waardoor er “aanvaardbare” parlementaire blokken zijn die grotendeels afhankelijk zijn van Poetin.

De “liberale” burgerlijke critici en hun Westerse tegenhangers bekritiseren Poetin niet omwille van het feit dat hij een meer “normaal” kapitalisme wil vestigen met een “rechtstaat”. Nochtans zijn dat illusies tegenover de onderliggende fragiele economische situatie samen met de toegenomen nationale problemen die ook tot uiting kwamen bij de gijzelingsactie in Beslan en de daaropvolgende slachtpartij waarbij veel onschuldige slachtoffers vielen. Dit was een gevolg van de incompetentie van de Russische veiligheidsdiensten en het gestoord karakter van de islamitische terroristen geleid door Shamil Basayev.

Beslan was een hel met kinderen die gebruikt werden als gijzelaars en waarbij door beide kanten een brutale slachtpartij werd aangericht. Wij hebben de verantwoordelijken hiervoor ten stelligste veroordeeld, maar de bron voor dit alles waren de twee brutale beestachtige oorlogen die door Rusland gevoerd werden tegen Tsjetsjenië gedurende de afgelopen 15 jaar. We hebben elders reeds uitgelegd hoe het Tsjetsjeense volk het slachtoffer is van brutaliteiten, zelfs in ergere mate dan de Irakezen vandaag. Woordvoerders van het imperialisme en kapitalisme lieten enkel krokodillentranen voor de kinderen van Beslan. In Tsjetsjenië zijn er reeds minstens 40.000 kinderen omgekomen en we moeten er ook aan herinneren dat Madeleine Albright, minister in de regering-Clinton, de dood van een half miljoen Irakese kinderen goedpraatte omdat het nu eenmaal “de prijs was die we moeten betalen.” De westerse regimes blijven blind voor de situatie in Tsjetsjenië omdat ze afhankelijk zijn van Russische olie.

Het regime van Poetin regeert met harde hand, deels omwille van haar instinct om te onderdrukken in plaats van te onderhandelen, de methode die veelal gebruikt wordt door de meer gesofisticeerde Westerse machten. De methoden van het huidige regime zijn in zekere zin overgeërfd van het vorige stalinistische bewind. Poetin gaf reeds aan dat de eis van Tsjetsjenië voor onafhankelijkheid moet onderdrukt worden omdat er minstens “2.000 gelijkaardige situaties” bestaan binnen het GOS. Er is wellicht geen enkele andere plaats ter wereld waar het nationale probleem – de onderdrukking van legitieme nationale aspiraties van verschillende volkeren of etnische groepen – zo groot is als vandaag in Rusland. Vandaag is een correcte houding tegenover het nationale vraagstuk voor marxisten en socialisten nog belangrijker dan ten tijde van Lenin en Trotski. Zo’n houding is noodzakelijk om het vertrouwen van onderdrukte nationaliteiten te winnen en een alliantie te kunnen vormen van de arbeidersklasse over de nationale grenzen heen. Het enige antwoord van het Russische kapitalisme bestaat uit onderdrukking wat leidt tot bloedbaden.

In een poging om Israël te kopiëren met een echo van de “preventieve aanvallen” van Bush, beloofde Poetin in de nasleep van Beslan om alle Tsjetsjeense “terroristen” in heel de wereld “op te zoeken en uit te roeien”. Maar meer nog dan het geval is in de VS – dat economisch onmetelijk sterker is dan Rusland vandaag – brengt het grotere militaire budget het regime van Poetin al snel in de problemen. Een opstand tegen de hernieuwde opkomst van het Russische imperialisme, kan enorme gevolgen hebben in heel de regio van het GOS. Zelfs indien de olieprijs stand houdt of zelfs nog stijgt, zal dit slechts ten goede komen van een kleine laag van de bevolking. De Russische massa’s zullen tot het besef komen dat de “redder” niets aan te bieden heeft naast verdere oproepen voor “orde”. Poetin zal geconfronteerd worden met een sterker wordende oppositie.

Het regime van Poetin is meer nog dan dat van Jeltsin een uitdrukking van de imperialistische belangen en doelstellingen van de nieuwe Russische burgerij. Een nieuwe “koude oorlog” wordt voorbereid, zo is het aantal spionnen van de FSB (de voormalige KGB) verdubbeld waardoor er nu in een aantal landen dubbel zoveel spionnen actief zijn als onder het stalinisme. Poetin heeft ook Ruslands recht op een aanwezigheid in het “naburige buitenland” bevestigd met de bouw van militaire bases in Centraal-Azië en de Kaukasus. Daarmee wil hij een tegengewicht bieden voor de aanwezige bases van het VS-imperialisme. Poetins beleid blijft een mengeling van goede relaties met de VS – hij prees Bush en stelde dat hij hoopte dat Bush in 2004 zou herverkozen worden – terwijl hij tegelijk probeert in te gaan tegen de pogingen van de VS om voet aan grond te krijgen in regio’s zoals Georgië of elders. Het is mogelijk dat het Tsjetsjeense conflict, samen met de nationale conflicten in de Kaukasus, leiden tot een oorlog, bvb. tussen Georgië en Ossetië wat op zijn beurt kan leiden tot een verdere escalatie.