LSP-standpunt over het eenheidsstatuut arbeiders-bedienden
De bediendenvakbonden vroegen alle democratische partijen naar hun standpunt over het eenheidsstatuut van arbeiders en bedienden, een belangrijk onderwerp van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers op dit ogenblik. LSP heeft steeds een duidelijk standpunt ingenomen: voor een eenheidsstatuut met een harmonisatie naar boven. We publiceren het antwoord dat we naar de bediendenbonden stuurden.
Beste bediendebonden,
De Linkse Socialistische Partij heeft geen enkele twijfel over de representativiteit van de bediendenvakbonden. Wij stellen bijgevolg het initiatief om uw leden te informeren over de standpunten van de partijen over de eenmaking van het statuut van arbeiders en bedienden bijzonder op prijs.
De indeling in handenarbeid en intellectuele arbeid is totaal achterhaald. Door de ontwikkeling van wetenschap en technologie vergt de complexiteit van het productieproces van iedere werknemer, ongeacht of die nu werkt onder een bediendestatuut of een arbeiderstatuut, bijzondere vaardigheden waartegenover een vergoeding zou moeten staan. Zuivere repetitieve handenarbeid die geen bijzondere vaardigheid vereist, bestaat haast in geen enkele sector meer. We werken allemaal met ingewikkelde machines die een zekere graad van scholing eisen.
Wij denken dat de gelijkschakeling van beide statuten een nivellering naar boven vereist. Kortom dat het nieuwe eenheidsstatuut de meest gunstige regimes van beide bestaande statuten moet combineren en niet mag leiden tot een afbouw van eerder toegestane rechten voor de werknemers. De opzegtermijnen voor bedienden mogen niet ingekort. Integendeel, die van arbeiders moeten verlengd tot op gelijke hoogte met de bedienden.
Zelfs zonder de complexiteit van de productie zou de Linkse Socialistische Partij elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden ondersteunen om de eenvoudige reden dat het de werknemers zijn die alle rijkdom in de maatschappij produceren. De fabel dat de productie slechts mogelijk is doordat twee "vrije partners" met elkaar "overeenkomen" om hun kapitaal en arbeidskracht samen te brengen en gezamenlijk goederen en diensten te produceren, klopt al geen kanten. Het zijn de werknemers die alles bijdragen en de patroons die zich alles toe-eigenen op een miezerig loon voor de werknemers na.
Er is echter nog een bijkomend argument om het nieuwe eenheidsstatuut te baseren op de meest gunstige condities van de bestaande statuten. Het is niet de bijdrage van intellectuele arbeid aan de productie die is afgenomen ten voordele van repetitieve handenarbeid, maar net andersom. We zijn allemaal "intellectuele" arbeid gaan verrichten en hebben het recht daarvoor de vereiste waardering te krijgen.
De patroons balen van overheidsinmenging. Ze willen totale vrijheid voor privé-initiatief… tot zolang het in hun kraam past. Als het erom gaat stakingen te breken, zijn ze de eersten om de hulp van rechtbanken en politie in te roepen. Als het erom gaat mensen op straat te gooien, willen ze maar al te graag de kosten ervan afwentelen op de collectiviteit. In dat geval zijn ze plots grote voorstanders van sociale zekerheid.
Het eenheidsstatuut mag geen voorwendsel worden om nog meer lasten door te schuiven naar de gemeenschap, bijvoorbeeld door de opzegvergoedingen voortaan niet meer door de patroon, maar door de sociale zekerheid te laten dragen. Een politiek waarbij de patroons enkel de baten opstrijken en de "collectiviteit" alle lasten draagt, willen we kost wat kost vermijden.
We zijn er ons van bewust dat elke politieke en/of gerechterlijke inmenging in sociale dossiers in het verleden telkens een inmening is geweest om de arbeiders en bedienden het standpunt van de patroons door de strot te rammen. Als dit de tussenkomst is van politici, dan kunnen ze inderdaad de discussie beter in handen laten van de sociale partners, die zoals u schrijft het terrein kennen en de materie beheersen. Sociale wetten worden echter vastgesteld op het politieke terrein en dat heeft een onmiddellijke impact op de marge waarover we beschikken in de bedrijven en de sectoren. Wij zien niet in waarom politieke vertegenwoordifgers die echt de werknemers vertegenwoordigen in deze discussie niet zouden tussenkomen om de positie van de vakbonden te versterken. We geven echter grif toe dat met de huidige club gekozenen niets vanuit die hoek te verwachten valt en dat werknemers er in die situatie beter mee gediend zijn om dit soort politici buiten de discussie te houden.
> Lees ook ons eerder gepubliceerd standpunt over het eenheidsstatuut