Opel. Nood aan internationale vakbondsstrategie

Het kwam bij velen als een donderslag bij heldere hemel: op 3 november kondigde de raad van bestuur van GM aan dat het Opel/Vauxhall dan toch niet aan de Oostenrijks-Canadees-Russische groep rond Magna en Sberbank zou verkopen. De reacties waren verdeeld. “Onaanvaardbaar”, foeterde de Duitse minister van Economie Brüderle. De Russische premier Poetin dreigde meteen met een rechtszaak tegen GM. “Verrassend. Laten we het hoofd koel houden”, klonk het bij Vlaams minister-president Peeters, die zoals steeds uitblonk in machteloosheid.

Artikel door Jan (Antwerpen) uit de decembereditie van Socialistisch Links

Het internationaal vakbondsfront bleek in een wip uit elkaar gespeeld: woede bij de vakbondsleiders uit Duitsland en België, hoopvolle reacties uit Groot-Brittannië en Polen, gemengde gevoelens in Spanje.

En wie dreigen andermaal het slachtoffer te worden van deze nieuwe wending? Juist ja, de Opel-werknemers en hun collega’s bij de onderaannemingen.

GM stelt concurrentiepositie veilig op kap van arbeiders

Dat de verkoop van Opel aan Magna een nieuwe concurrent zou creëren en dat waardevolle technologie in Russische handen zou terechtkomen, was van het begin af aan een doorn in het oog van de GM-top en de Amerikaanse regering. Maar door in juni van dit jaar bescherming te zoeken tegen een faillissement met de aanvraag van Chapter 11 waren ze wel verplicht om een overnemer voor o.a. Opel te zoeken. Zo beschikten ze over een uitweg indien de toestand nog zou verergeren. De verkoop aan Magna was dus slechts een plan B, de onderhandelingen een poging om tijd te kopen. In verschillende schijven werd maar liefst 57,6 miljard euro aan Amerikaans belastinggeld in GM gepompt. Ondertussen zwengelde men met schrootpremies de autoverkoop aan. Dit creëerde ademruimte voor GM waardoor men Opel alsnog onder de GM-paraplu kan houden.

Verschillende topmannen van GM lieten zich uit over het sociaal bloedblad dat ze van plan zijn aan te richten. Nick Reilly, interim-voorzitter van GM-Europe, stelde dat de productie binnen Europa met 20 tot 25 procent omlaag moet als onderdeel van een uitgebreid herstructureringsplan, waar 3,3 miljard euro voor is uitgetrokken en dat de kosten met 30% zou moeten drukken. 9000 à 10.000 Opel-arbeiders zullen daarbij hun job verliezen, 1 arbeider op 5 dus. Het sluitingsscenario van Opel-Antwerpen komt opnieuw dichterbij. GM’s nummer 2, John Smith, zei recent over de fabriek in Antwerpen: “ze zou waarschijnlijk ook gesloten worden in de plannen van de anderen. Dat is zelfs gezegd op een persconferentie.”

De overproductiecrisis in de autosector zal dus op de Opel-arbeiders en hun gezinnen verhaald worden. Net als de belastingbetaler, die mee zal mogen opdraaien voor de herstructureringsplannen van GM. Voor minstens één derde van de benodigde 3,3 miljard euro zal aangeklopt worden bij de Europese overheden. En dan nog blijft de toekomst onzeker. Reilly zei dat GM met de huidige reserves kan overleven tot “ergens ver in het eerste kwartaal van 2010”. Daarnaast becijferde het kredietwaardigheidsbureau Moody’s dat de sanering van Opel zeker 5,6 miljard euro zal kosten, ruim 2 miljard meer dan waar GM van uit gaat. Bovendien verwachten verschillende analisten dat de automarkt in 2010, wanneer de steunmaatregelen in de Europese landen uitdoven, verder zal krimpen. Kortom, de aandeelhouders worden uit de wind gezet, maar de Opel-arbeiders en de belastingbetaler zullen zich nog lange tijd in het oog van de storm bevinden.

Vakbondsfront uit elkaar gespeeld – nationalisme haalt bovenhand

Als de recente ontwikkelingen één ding aantonen, dan is het wel dat de huidige strategie van de vakbondsleiding geen uitweg biedt. Toen op 23 september enkele duizenden Duitse Opel-arbeiders naar Antwerpen kwamen afgezakt, hadden de vakbondsleiders hun mond vol over internationale solidariteit. Maar wanneer Klaus Franz, topman van het Duitse IG Metall, na de aankondiging van GM’s U-bocht, opriep om manifestaties in heel Europa te houden, bleken buiten Duitsland uiteindelijk enkel de Belgische bonden, met een korte werkonderbreking, bereid om hieraan enigszins gevolg te geven.

In Groot-Brittannië aasden de vakbonden al op nieuwe onderhandelingen met GM, in de hoop dat er nu voor de Britse Opel-arbeiders meer te rapen zou vallen, weliswaar ten koste van de Duitse collega’s. En ook in Polen zagen de vakbondsleiders hun kansen stijgen nu de dreiging dat de Poolse fabriek onder Magna naar Rusland zou overgeplaatst worden, verdwijnt. Op het vlak van internationale solidariteit blijft het voor de vakbondsleiders bij woorden, terwijl de huidige nationalistische strategie als netto-resultaat heeft dat de werknemers van de ene vestiging door GM tegen de andere worden opgezet, opdat het maximum aan inleveringen kan bereikt worden.

Voor internationale solidariteit in daden – Opel in publieke handen!

Het zou nochtans anders kunnen. De betogingen op 19 september in Zaragoza, waar 15.000 arbeiders op straat kwamen, en op 5 november in Rüsselsheim waar de Duitse Opel-arbeiders met 10.000 betoogden, tonen aan dat er een strijdbaarheid bestaat aan de basis. In de discussies rond het akkoord met Magna zagen we het potentieel van arbeidersacties. De Spaanse bonden dreigden met een staking van vier dagen. Uiteindelijk werd het aantal ontslagen in Zaragoza verminderd van 1700 tot 900 en werd de staking afgeblazen. De arbeiders in Bochum weigerden in te stemmen met de vermindering van hun vakantiegeld die werd overeengekomen door de vakbondsleiding van IG Metall. Ze voerden actie en slaagden er in om hun vakantiegeld te behouden.

We roepen de vakbonden op om zich te bezinnen over de door hen gevolgde strategie in de voorbije periode. Daarbij is het nodig dat alle Opel-arbeiders uit alle vestigingen en onderaannemingen betrokken worden in de discussies. Er is niet enkel internationale solidariteit in woorden nodig, maar ook in daden. De vakbonden moeten verhinderen dat werknemers in de verschillende landen tegen elkaar uitgespeeld worden, en dienen op te komen voor het behoud van alle jobs én alle vestigingen.

Sociale achteruitgang, zoals het plan dat door de vakbondsleiders met Magna onderhandeld werd en waar het personeel tot 265 miljoen euro moest inleveren, mag niet aanvaard worden. De discussie binnen de vakbonden over de nationalisering van de Opel-fabrieken, onder democratische controle van de arbeiders en de gemeenschap, moet opgestart worden.