VS. Ford-arbeiders weigeren verdere toegevingen
In een historische stemming hebben de 41.000 Amerikaanse Ford-arbeiders de voorstellen om de arbeidscondities en –lonen aan te passen, verworpen. De voorstellen werden eerder voorgesteld door de directie en kregen de steun van de leiding van de vakbond UAW (United Auto Workers). De voorstellen zouden vooral de lonen onder druk hebben gezet.
De directie stelde voor om het aantal arbeiders met een startcontract volledig vrij te laten. Arbeiders met een startcontract verdienen ongeveer 14 dollar bruto per uur, dat is de helft van de lonen van arbeiders met een volledige anciënniteit. Door meer arbeiders langer aan lagere lonen te laten werken, zouden uiteraard alle lonen ter discussie worden gesteld. Het loon voor een startcontract zou zes jaar worden bevroren. Verder stelde de directie ook beperkingen van het stakingsrecht voor.
De voorstellen van de directie werden door 70% van de arbeiders verworpen, in bepaalde vakbondsafdelingen verwierp meer dan 90% het plan. Dit was de eerste keer sinds 1976 dat een nationaal voorstel tot akkoord (wat wij een CAO zouden noemen: collectieve arbeidersovereenkomst) werd verworpen door de leden van UAW.
De dag nadat het resultaat van de stemming bekend raakte, publiceerde Ford haar winstcijfers voor het derde kwartaal. Ford maakte bijna 1 miljard euro winst! Dat maakt het moeilijker om te doen alsof Ford een bedrijf is dat amper kan overleven. Dat argument werd nochtans ingeroepen om de besparingen op te dringen.
Het verzet tegen de voorstellen kwam vooral van lokale groepen en individuele activisten in verschillende fabrieken. Het momentum van deze succesvolle oppositie zou moeten aangegrepen worden om een bredere campagne op te zetten om nieuwe aanvallen af te wenden en om in de UAW discussie te voeren over een strijdbare koers.
Druk om ja te stemmen
Om de voorstellen te verwerpen, moesten de Ford-arbeiders ingaan tegen druk van de directie, maar ook van hun vakbondsleiding. In de maand voor de stemming, moesten alle arbeiders een toespraak van Ford-topman Joe Hinrichs bekijken. Die toespraak noemde “Stand van zaken” en beweerde dat het bedrijf ondanks winsten en een groter marktaandeel in 2009 nog steeds in een moeilijke positie zit waardoor er een “obsessieve focus” nodig is op kostenbesparingen. Ford stelde ook dat het mogelijk failliet zou gaan indien het niet eenzelfde loonkost kan bereiken als GM of Chrysler.
Er was ook een campagne van de vakbond UAW dat vertegenwoordigers stuurde naar verschillende fabrieken om daar de discussie aan te gaan. Bij die bijeenkomsten bleken de eerste tekenen van verzet.
In de truck-fabriek Dearborn in Michigan slaagde vice-voorzitter Bob King van de UAW er niet in om te pleiten voor de voorstellen. Het werk was neergelegd voor een personeelsvergadering en er waren honderden aanwezigen, maar King slaagde er niet in om het personeel toe te spreken. Een vakbondsmilitant stelde hierover: “Toen [Bob King] vroeg: ‘Kunnen jullie me horen?’, antwoordden een aantal mensen ‘neen’. Het leek alsof iedereen besefte wat er gezegd werd en de hele zaal pikte in. ‘Nee!’, ‘Nee!’ ‘Nee!’ werd er geroepen terwijl met de handen werd geklapt en met de voeten gestampt.”
Een gelijkaardig scenario deed zich voor in Kansas City waar King meermaals werd uitgejouwd toen hij voor de toegevingen pleitte. In Dearborn en Kansas City werd het plan weg gestemd door respectievelijk 92% en 93% van de arbeiders.
Genoeg is genoeg
De voorstellen in deze collectieve arbeidsovereenkomst vormden dit jaar alleen al de tweede golf van aanvallen. In maart werd de aanpassing van de lonen aan de levensduurte opgegeven en werden verschillende bonussen ingetrokken. Toen werd gezegd dat dit “tijdelijke” maatregelen waren om het bedrijf overeind te houden. Heel wat arbeiders waren bang van de toenemende werkloosheid en waren bereid om deze besparingen te aanvaarden.
Toen GM en Chrysler nog meer toegevingen van de arbeiders afdwongen in het kader van hun faillissement, begon ook de Ford-directie na te denken over nieuwe maatregelen. In naam van de concurrentie wil Ford de voordelen van een faillissement zonder failliet te gaan. Tegelijk probeert het bedrijf echter haar imago te versterken door erop te wijzen dat ze geen overheidsgeld heeft gebruikt. Er werd ingespeeld op de brede woede tegenover de reddingsoperaties waarbij gemeenschapsmiddelen werden gegeven aan de grote bedrijven en de financiële sector.
In het derde kwartaal ging het marktaandeel van Ford in de VS met 2,2% vooruit en de verkoop in China ging er in dezelfde periode met 63% op vooruit. Samen met de besparingen op het personeel en de kosten, verklaart dit waarom Ford de afgelopen drie maanden 1 miljard dollar winst kon maken.
Ford wilde de onderhandelingen en stemming over de loon- en arbeidsvoorwaarden volledig afgerond hebben voor het bekendmaken van de winstcijfers op 2 november. De arbeiders van het bedrijf zijn niet in die val getrapt. De grote meerderheid die neen stemde, zou voor de arbeiders van GM en Chrysler een inspiratie moeten vormen om na jaren van toegeven terug te vechten. Genoeg is genoeg geweest!
Wat nu?
Dit is een eerste teken van verzet tegen de gevolgen van de economische crisis in de industriële sector die het eerste en het hardste wordt geraakt door die crisis. Wat nu zal volgen, is van groot belang voor alle arbeiders. De automobielsector speelt immers nog steeds een grote rol in de Amerikaanse eocnomie.
Deze stemming biedt een unieke kans voor strijdbare militanten in de UAW. We moeten deze stemming en de overwinning aangrijpen om te bouwen aan een beweging die van onze vakbond een strijdbare organisatie maakt.
Er werden minstens 17 verschillende pamfletten van basismilitanten opgemaakt om voor een neen-stem op te roepen. Het is inspirerend dat er zoveel semi-spontane initiatieven waren tegen de directie en de vakbondsleiding in. Dit zal echter niet volstaan om de vakbond te veranderen, daartoe is een georganiseerde syndicale oppositie nodig.
De militanten die de overwinning van het neen-kamp mogelijk maakten, moeten een conferentie organiseren die open staat voor alle automobielarbeiders en onze bondgenoten in de arbeidersbeweging om daar de discussie te voeren over hoe we verder kunnen gaan. Daarbij is er onder meer nood aan een gezamenlijk programma waarmee we onze strijd kunnen organiseren.
In dit proces kan een belangrijke rol worden gespeeld door “Soldiers of Solidarity”, een netwerk van militanten uit de sector dat tot stand kwam in de strijd bij onderdelenfabrikant Delphi in 2005. De website en mailinglijst van SOS waren een belangrijk instrument om informatie ui te wisselen, pamfletten te verspreiden en de oppositie tegen de collectieve arbeidsovereenkomst te organiseren.
De heropbouw van een strijdbare automobielvakbond moet gebeuren op basis van een programma waarin we ons verzetten tegen verdere toegevingen. Er moet ook een antwoord komen op de vraag wat er moet gebeuren met fabrieken die dreigen te sluiten, zoals het assemblagebedrijf van Ford waar ik werk. Deze fabriek dreigt te sluiten in 2011.
We moeten de arbeiders en de gemeenschap mobiliseren tegen afdankingen en sluitingen. Met de huidige explosie van de werkloosheid en de groeiende ecologische crisis, is er nood aan een massaal publiek programma van investeringen en creatie van jobs. Als de grote automobielbedrijven blijven afdanken en sluiten, moeten we deze fabrieken in publiek bezit nemen om de jobs en de productie aan te wenden voor ecologisch verantwoord transport. Daartoe moeten de volledige automobielsector en de energiesector in publieke handen komen.
Dit zou niet vergelijkbaar zijn met de semi-nationalisering van General Motors waarbij de regering-Obama overging tot nog hardere aanvallen op de arbeiders om GM nadien terug over te dragen aan de private sector die met de winsten gaat lopen. Een echte gemeenschapscontrole zou betekenen dat de bedrijven worden beheerd en gecontroleerd met het oog op de belangen van de meerderheid van de bevolking. Daartoe is er in genationaliseerde bedrijven nood aan democratisch beheer door verkozen vertegenwoordigers van de arbeiders en de gemeenschap.
Het afwijzen van dit contract was een belangrijke stap vooruit voor de automobielarbeiders. Maar het is slechts een eerste stap in de strijd voor de verdediging van onze jobs en lonen. Deze overwinning moet aangegrepen worden om de strijdbare tradities van de UAW opnieuw te vestigen.