Reclamebureau SP.a en haar personeelsbeleid
De heisa rond de uitgelekte e-mails in SP.a-kringen was enerzijds pijnlijk maar anderzijds ook verhelderen. Het personeelsbeleid aan de top van de partij gebeurt niet bepaald transparant. In reacties hierop nemen partijkopstukken termen als “people management” in de mond. Wie er nog aan twijfelde: ook bij SP.a gelden de regels van de top van het bedrijfsleven.
Het feit dat Caroline Gennez als voorzitster beslist over wie minister wordt en wie niet, maakt duidelijk hoe weinig de partijleden zelf in de pap te brokken hebben. Analisten en commentatoren hebben zich de afgelopen periode steeds meer eenzijdig uitgesproken tegen een rol voor partijleden en –militanten in de beslissingsvorming van traditionele partijen. Ook in SP.a was militant zijn steeds meer een nadeel voor een carrièreplanning. Enkel buitenstaanders en kinderen van maakten nog een kans.
Bij de aanstelling van de Vlaamse ministers keken verschillende partijen uit naar buitenstaanders. Dat dit eenzijdig in patronale kringen gebeurde, zal wel toeval zijn? N-VA trok voormalig VOKA-voorzitter Muyters aan, SP.a haalde haar vrouw bij de top van De Lijn naar de regering. Als Ingrid Lieten vandaag in De Standaard verklaart dat SP.a en N-VA “wel vaker dicht bij elkaar staan”, heeft dat wellicht vooral te maken met de patronale koers die beiden volgen.
De SP.a-top ziet partijleden als een noodzakelijk kwaad, een gegeven dat enkel praktisch is om bij verkiezingen campagne te voeren ook al ligt zelfs bij verkiezingen de nadruk op mediatieke optredens van de top zelf. Een commentator maakte de vergelijking tussen een partij en een bedrijf: de leden zijn de verkopers, de kiezers zijn de kopers. En uiteraard is het de marktpositie die telt. Het feit dat voor een vergelijking naar een gewoon bedrijf wordt gekeken, is geen toeval. De traditionele partijen hebben steeds meer de vorm van een bedrijf aangenomen, een kiesmachine geleid als een reclamebureau dat op zoek gaat naar een groter marktaandeel.
Dit is uiteraard geen “partij” meer in de zin van een groep mensen die over politiek discussiëren en op basis van die collectieve ervaringen en inzichten acties ondernemen om standpunten naar voor te brengen en af te dwingen. Het collectieve gegeven van een partij is vervangen door reclamebureaus. Het logische resultaat is natuurlijk ook dat er een personeelsbeleid wordt gevoerd dat aangepast is aan de reclamestrategie, zowel op kortere als op langere termijn.
Vandaag beperkt de kritiek van figuren als Tobback zich tot de toon van de uitgelekte mails. Tobback kan zelf niet verdacht worden van veel subtiliteit in zijn omgang met andersdenkenden binnen zijn partij, alleen heeft het orakel uit Leuven zijn meningen nooit op mail gezet (daarvoor zou hij zelf wellicht eerst een cursus internet moeten volgen). Ook andere critici hebben het over het feit dat het uitlekken van de mails een probleem was en dat het vreemd is dat buitenstaanders mee discussiëren over de verdeling van de postjes. Maar over de kern van de zaak zwegen ze: het afschrijven van de partijbasis en de bijhorende klakkeloze aanvaarding van de neoliberale politiek van het patronaat (zoals het een reclamebureau betaamt).
Een ontslag van Gennez zou daar weinig aan veranderen. De werkwijzen die vandaag de norm zijn aan de top van de SP.a zijn het resultaat van de politieke koers die werd uitgezet door voormalige partijleiders als Vandenbroucke en Tobback. Zij hebben de SP.a begeleid in het proces van verburgerlijking waardoor de partij er één als alle andere werd. Een partij die vandaag wordt gezien als verantwoordelijk voor de besparingen die er aan komen bij onder meer het onderwijs (met minister Smet), de openbare omroep (minister Lieten) of het openbaar vervoer (dat steeds een SP.a-bastion was). Commentator Marc Hooghe merkte in de Standaard op: “De zwakke positie van de voorzitter zal er voor zorgen dat de verzamelde socialisten opnieuw niet toekomen aan wat de hoofdvraag zou moeten zijn: wat doet onze partij eigenlijk in de Vlaamse regering? De SP.a-excellenties worden tot nu toe vooral geassocieerd met harde bezuinigingen (…). Voor de SP.a wenkt daarom het SPD-scenario.” Dat laatste uiteraard met dit verschil dat de SP.a moeilijk nog eens meer dan 10% kan verliezen.
Wie vandaag vanuit de arbeidersbeweging aan politiek wil doen, verdoet zijn tijd in een dergelijke partij. Er is nood aan een nieuwe en brede arbeiderspartij die de eisen en bekommernissen van syndicalisten, gepensioneerden, jongeren, werklozen,… politiek verdedigt. Zo’n partij zal niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar zal het resultaat moeten zijn van bewuste en geduldige stappen in deze richting door delen van de arbeidersbeweging. LSP wil daaraan meewerken en propageert de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij. Een eerste stap daartoe zou alvast kunnen bestaan uit een volledige breuk tussen de vakbondsleiding en de traditionele partijen.