Corruptie bij het gerecht – gebrek aan democratische controle

Het majestueuze gerechtsgebouw op het Poelaertplein in Brussel steekt boven de rest van de binnenstad uit. Voor de vaste bewoners van dit gerechtsgebouw vat dit ook de verhouding samen met de rest van de bevolking. Vanuit hun ivoren toren menen bepaalde topmagistraten dat ze boven alles staan. Aangezien rechters bovendien geen enkele democratische verantwoording verschuldigd zijn aan de gemeenschap, komen ze daar nog mee weg ook.

Blijkbaar was al jaren geweten dat er zich een ernstig probleem stelde in het Brusselse justitiepaleis. Bij een huiszoeking in 2004 vonden de speurders bij een advocaat niet alleen bewijsmateriaal van oplichting maar ook vonnissen die rechter Francine De Tandt nog moest uitspreken. Het onderzoek hiernaar werd afgeremd door het parket-generaal dat teveel schade vreesde voor het gerecht. De directeur van de federale gerechtelijke politie van Brussel legde het dossier voor aan het parket-generaal bij het Hof van Cassatie, maar ook daar kwam geen groen licht voor verder onderzoek.

Terwijl wij als gewone mensen bij de minste fout meteen op de hielen worden gezeten om pakweg een parkeerboete te betalen of een boete omdat een fietslicht niet functioneert, gelden er andere normen en regels voor de gerechtelijke top. Daar wordt amper opgetreden tegen corruptie en omkoping. Integendeel, er werd zelfs aan meegewerkt vanuit het gerecht. Advocaat Robert P. perste bedrijfsleiders af nadat hij zwarte vermogens van deze bedrijfsleiders had opgespoord. Voor zijn afpersing kreeg de advocaat hulp van verschillende rechters en raadsheren bij het Hof van Beroep die voor de nodige vonnissen en arresten zorgden. Rechter De Tandt die hierbij betrokken was, werd intussen voorzitster van de Rechtbank van Koophandel. Een tuchtonderzoek vormde geen probleem, dat tuchtonderzoek was in handen van raadsheer Blondeel die eveneens genoemd wordt in het afpersingsdossier. Er wordt vermoed dat er naast deelname aan afpersingspraktijken ook gevallen van omkoping waren.

Het is onduidelijk op welke manier het onderzoek verder zal worden gevoerd. Minister De Clerck kondigde aan dat het dossier is overgemaakt aan “de bevoegde gerechtelijke overheid”, maar meer details zijn niet bekend. De betrokken rechters blijven gewoon zetelen tot het onderzoek is afgerond.

De wijze waarop het gerecht volslagen los en boven de samenleving lijkt te willen staan, doet natuurlijk vragen opwerpen over de rol van het gerecht vandaag. Strijdbare syndicalisten weten hoe het gerecht zich de afgelopen maanden en jaren steeds voor de kar van het patronaat liet spannen om eenzijdige verzoekschriften van patronale advocaten letterlijk over te nemen. Dat hierbij een aantal juridische regels met de voeten werden getreden, leek de betrokken rechters niet te deren.

Rechters worden vandaag aangesteld door de Hoge Raad voor Justitie dat is samengesteld uit magistraten en door de senaat benoemde externen (hoofdzakelijk advocaten, professoren en andere figuren uit de juridische wereld). Van enige democratische controle op het gerecht is geen sprake. Terwijl het gerecht officieel de belangen van de gemeenschap moet vrijwaren, heeft de gemeenschap geen controle op dat gerecht. Waarom worden rechters niet verkozen door de gemeenschap waarbij ze permanent afzetbaar zijn?