Bankencrisis leidt tot nieuw politiek steekspel
Nadat de verschillende commissies en werkgroepen rond communautaire kwesties stilzwijgend werden begraven, leek het alsof het tijd was voor een nieuwe rode draad voor de vergadertijgers van de traditionele partijen: de Fortis-commissie was geboren. Voor een overgrote meerderheid van de bevolking is de discussie die daar wordt gevoerd even onbegrijpbaar als het kluwen van operaties dat werd opgezet om lucht te verkopen op de financiële markten.
Uitverkoop van Fortis
Even probeerde de regering-Leterme om het falen op communautair vlak te verbergen achter het “succes” van de aanpak van de bankencrisis. Dat “succes” bleek gebouwd te zijn op los zand. Fortis werd opgekocht met als bedoeling het zo snel mogelijk door te verkopen, zelfs indien dat vooral een koopje zou zijn voor BNP Paribas.
De Nederlandse regering kreeg ABN Amro en Fortis Nederland aan de helft van de prijs die Fortis destijds voor ABN Amro had betaald. BNP Paribas mocht de rest van Fortis, met uitzondering van rommelhypotheken, voor een klein prijsje overnemen. Het stuntelige optreden van de regering zorgde er meteen voor dat de gemeenschap garant werd gesteld voor 150 miljard euro.
Waarom werd Fortis niet in gemeenschapshanden gehouden (en onder controle van vertegenwoordigers van de gemeenschap geplaatst) om de belangen van de spaarders en werknemers centraal te kunnen stellen? Die vraag was niet aan de orde, de traditionele politici houden de discussie eensgezind beperkt tot de vraag of de zogenaamde scheiding der machten niet werd geschonden.
Scheiding der machten
De Fortis-commissie boog zich over de contacten tussen regering en gerecht in het kader van de rechtszaak rond Fortis. Dat zou een inbreuk vormen op de scheiding tussen rechterlijke en uitvoerende macht. Alsof een gerechtelijk apparaat waar politieke benoemingen schering en inslag zijn, los staat van andere onderdelen van de machtsstructuren. Zoals de aanvallen op het stakingsrecht bij Carrefour duidelijk maakten, is die scheiding der machten helemaal van geen tel als het gaat over het inperken van de verworven rechten. Slechts enkele eenzame rechters durfden de onafhankelijkheid van het sociaal conflict te respecteren, terwijl de anderen klakkeloos ter wille van het patronaat stonden. Als de heisa rond de gesprekken tussen kabinetsleden, rechters en leden van het openbaar ministerie overigens iets duidelijk heeft gemaakt, dan wel dat het establishment een klein wereldje van “ons kent ons” vormt.
De contacten tussen CD&V-figuren op de kabinetten van Vandeurzen en Leterme met CD&V-figuren in gerechterlijke kringen waren reeds bekend. De Fortis-commissie maakte duidelijk dat er ook contacten waren vanop het kabinet van Reynders (MR) en dat er in totaal meer dan 70 contacten waren. Die contacten volstonden blijkbaar niet om het gerecht volledig in de pas te laten lopen en de verkoop van Fortis zonder meer te laten passeren. Het Hof van Beroep besliste dat goedkeuring door een aandeelhoudersvergadering nodig was. Een zelfde beslissing zou een jaar geleden overigens geen enkele deining veroorzaakt hebben.
Wie moet opdraaien voor de kosten?
De centrale vraag in de discussie over Fortis zou moeten zijn wie de prijs voor de gevolgen van de crisis zal betalen. De afgelopen jaren werden recordwinsten geboekt door de banken: Fortis maakte in 2006 en 2007 telkens zo’n 4 miljard euro winst, Fortis, KBC en Dexia waren in 2006 samen goed voor meer dan 10 miljard euro winst! Toen het goed ging, kregen de aandeelhouders ruime dividenden. Nu het slecht gaat, moeten de gemeenschap en de werknemers ervoor opdraaien.
Dat is de logica van alle traditionele partijen en de bedrijfswereld. Sinds augustus werden miljarden euro gemeenschapsmiddelen uitgetrokken voor de banksector, toch vinden we in de top-10 van collectieve afdankingen sinds 1 augustus twee banken terug (Dexia en ING met respectievelijk 350 en 530 afvloeiingen). Bovendien dreigt de gemeenschap opgezadeld te worden met een torenhoge schuldenlast als gevolg van de overheidstussenkomsten en garanties.
Het schandaal van de hele Fortis-affaire wordt niet zozeer gevormd door telefoontjes met balorige magistraten. Het is de uitverkoop van Fortis zelf die problematisch is. Er is volgens ons nood aan een volledige nationalisatie van de financiële sector, maar niet om deze te saneren ten koste van het personeel en de gemeenschap. De banken en kredietinstellingen moeten onder democratische controle van de gemeenschap worden geplaatst zodat de behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal kunnen staan.