Nieuwe aanslag in Pakistan. Politieschool in Lahore aangevallen

Een aanslag op een politieschool in de Pakistaanse stad Lahore heeft geleid tot minstens 13 doden en 100 gewonden. Met de aanslag toonden de islamitische groepen dat ze overal in het land kunnen toeslaan. Bovendien getuigden ze van het nodige lef om net een politieschool aan te pakken waar zich op dat ogenblik zowat 780 agenten in opleiding bevonden. Het ziet er niet naar uit dat de regering-Zardari snel tot meer stabiliteit zal kunnen komen.

De aanslag gebeurde in de buurt van Lahore, in het dorp Manawan, op amper enkele kilometers van de grens met India. Lahore is de hoofdstad van Punjab, de provincie met het grootste aantal inwoners en ook de meeste industriële centra. De afgelopen maanden waren er ook in Lahore meerdere aanslagen en acties van islamitische groepen. Daarmee wordt duidelijk gemaakt dat het probleem van geweld en confrontaties zich niet beperkt tot de Noordwestelijke Grensprovincie. De aanslagen van de afgelopen maanden vonden in alle delen van het land plaats.

Deze aanslag werd opgeëist door Baitullah Mehsud, leider van de Tehrik-i-Taliban groepering. Mehsud eiste de verantwoordelijkheid op in een telefoongesprek met Reuters. Hij bevindt zich in de stammengebieden in Waziristan (Noordwestelijke Grensprovincie). Eerder werd bekend dat minstens één mogelijke dader was opgepakt en dat deze van Afghaanse afkomst zou zijn. Pakistaanse media berichten dat in het district Dinnur deze morgen zowat 40 verdachten werden opgepakt.

De afgelopen dagen kregen verschillende aanslagen in Pakistan ook bij ons enige media-aandacht. Nochtans is er reeds maandenlang een opmars van aanslagen en geweld in het land. Daarbij zijn al tientallen doden gevallen en uiteraard neemt ook het onveiligheidsgevoel onder bredere lagen van de bevolking toe. Er kan op elk ogenblik op gelijk welke plaats in het land wel een aanslag plaatsvinden.

Die dreiging is een uitdrukking van de sterkere positie van de Pakistaanse islam-fundamentalisten. In de Noordwestelijke Grensprovincie werd op een aantal plaatsen de macht van de lokale Taliban in de praktijk erkend door het regime. De Taliban-groepen hebben zich versterkt op basis van een breed gedragen ongenoegen tegenover de regering die niet in staat is om betaalbaar voedsel en vrede te voorzien voor iedereen. Radicale Taliban-groepen die nooit over een grote electorale aanhang beschikten, kunnen daarop inspelen. Bovendien spelen deze groepen de etnische kaart door op te komen voor een regionaal Pashtoon-regime dat zowel in Afghanistan als Pakistan terrein wint.

President Zardari (PPP) heeft geen antwoord op die ontwikkeling. Hij is zelf verbrand omwille van de steun die zijn partij in het verleden gaf aan de ontwikkeling van de koran-scholen in de Noordwestelijke Grensprovincie waar de Taliban werd opgeleid. Tot op vandaag zit de PPP nationaal in een coalitie waartoe ook de JUI-F behoort, een islamitische partij die overging tot het opzetten van deze koranscholen. Daarnaast zijn delen van het establishment, onder meer in het leger en de geheime dienst, nog steeds betrokken bij het steunen van de Taliban in de Noordwestelijke Grensprovincie of andere terreurgroepen die vanuit Kasjmir opereren en daar met regeringssteun getraind werden voor operaties in het door India bezette deel van Kasjmir. Het was één van die laatste groepen die verantwoordelijk was voor de aanslagen in Mumbai enkele maanden terug.

Het opdrijven van het aantal aanslagen in Pakistan en de toenemende regionale spanningen ondermijnen de regering van Zardari. Een deel van de bevolking heeft nog illusies in een mogelijke koerswijziging indien Nawaz Sharif aan de macht zou komen, maar voor steeds meer arbeiders en boeren wordt het duidelijk dat er geen politiek alternatief is dat opkomt voor hun belangen. In Punjab is de partij van Sharif overigens aan de macht (deze regering viel een maand geleden, maar dit werd vandaag ongedaan gemaakt door de rechters die beslisten dat de broer van Sharif er regionaal premier kan blijven).

Het politieke vacuüm ontwikkelt zich op een broeihaard van sociale problemen. De voedselcrisis vorig jaar is hard aangekomen bij bredere lagen van de bevolking. De stijgende prijzen leidden tot problemen voor de arme bevolking. Een meerderheid van de bevolking leeft in armoede en is analfabeet. De hoop in traditionele partijen om het lot van de massa’s te verbeteren, wordt telkens opnieuw doorprikt. Dat biedt openingen voor groeiende regionale tegenstellingen en voor een opmars van onder meer de Taliban in het noordwesten van het land.

De enige manier om deze toename van chaos te stoppen en om te keren, is met een socialistisch antwoord. Door de productie en de landbouw onder controle van de gemeenschap te plaatsen, is het mogelijk om planmatig aan de behoeften van de meerderheid van de bevolking tegemoet te komen. Enkel dan zullen regionale tegenstellingen overwonnen worden en zal het mogelijk zijn om reactionaire groepen zoals de Taliban terug te dringen. Het imperialisme en kapitalisme zijn verantwoordelijk voor de creatie van dat monster, zij zullen er geen antwoord op bieden.