Vraag en Antwoord. Enkele antwoorden aan een scholier

Regelmatig krijgen we vragen van scholieren en studenten die in het kader van taken op school informatie en/of standpunten zoeken. We kunnen niet altijd op alle vragen antwoorden of taken in de plaats van jongeren maken. Maar waar er ruimte is, proberen we toch om antwoorden naar voor te brengen of om scholieren en studenten op weg te zetten. Zo kregen we onlangs de vraag van een Mechelse scholier naar een standpunt over vergrijzing, klimaat en de EU. Onder meer op basis van eerder gepubliceerde teksten probeerden we te antwoorden. We publiceren hier telkens vraag en antwoord.

Jan (Antwerpen)

Vraag

Vergrijzing is een probleem waar vooral Europa mee te kampen heeft. In andere delen van de wereld ziet de demografische piramide er omgekeerd uit. Kunnen of moeten we tot een evenwicht komen door jonge werkkrachten uit landen met een jonge bevolking naar onze contreien te halen of is de activering van de eigen bevolking een beter idee?

Is het inderdaad zo dat de pensioenen onbetaalbaar worden? Welneen! Waar in 1980 5,4% van het bruto binnenlands product (bbp) werd besteed aan pensioenen, is dat vandaag 5,2%. Bovendien gaf de overheid in 2006, ondanks het feit dat de werkloosheid en de kosten van de gezondheidszorg de voorbije 30 jaar fors gestegen zijn, nog steeds slechts 16,7% van het bbp uit aan sociale zekerheid, tegenover 16,2% in 1980.

De sociale zekerheid is niet onbetaalbaar. Het huidige “tekort” wordt niet veroorzaakt door de vergrijzing, maar werd tijdens 30 jaar van neoliberaal beleid bewust georganiseerd door de continue daling van de overheidstussenkomst en van de zogenaamde patronale bijdragen. Het is daartegen dat we moeten ageren, zonder in onderhandelingen te stappen die de structuur zelf van de sociale zekerheid ondermijnen.

LSP is voorstander van het activeren van de bevolking, maar dan wel op basis van kwaliteitsvolle en goedbetaalde jobs. Sinds de jaren ’80 is de geproduceerde rijkdom in ons land verdubbeld, maar we stellen vast dat een groot deel van deze welvaart slechts een minderheid in de samenleving ten goede komt. Wij pleiten voor een 32-uren werkweek met behoud van loon (minimaal 1500 euro netto) en bijkomende aanwervingen. Op die manier willen we tot een volledige tewerkstelling komen en zal de extra rijkdom die door de tewerkgestelde arbeiders geproduceerd wordt niet meer grotendeels naar de winsten van aandeelhouders van grote bedrijven vloeien, maar evenredig worden verdeeld over de gehele bevolking. Dit staat in tegenstelling tot het vaak helse werkritme en het lage loon waar het merendeel van de werkende bevolking vandaag mee te maken krijgt. In deze omstandigheden pleiten we voor het behoud (of het herstellen) van het brugpensioen op 55 jaar.

Wij zijn van mening dat vrijwillig naar ons land geëmigreerde arbeiders een volwaardige job, aan de arbeids- en loonsvoorwaarden die geldig zijn in ons land, aangeboden moeten krijgen. Dit om te vermijden dat geëmigreerde arbeiders aan verhoogde uitbuiting blootgesteld worden en gebruikt worden om de hier geldende arbeids- en loonsvoorwaarden onder druk te zetten. Als Open-VLD minister van Migratie Annemie Turtelboom pleit voor economisch migratie dan heeft ze uiteraard net de bedoeling om de zonet geschetste negatieve spiraal van arbeids- en loonsvoorwaarden te bevorderen. We hebben voldoende arbeidskrachten voorhanden – er zijn meer dan 1.000.000 mensen die een uitkering krijgen van de RVA en dus minstens onvolledig tewerkgesteld zijn – om de welvaart te creëren die nodig is om onze gepensioneerden van een rustige en mooie oude dag te doen genieten. Het is dus niet nodig om bussen gastarbeiders aan te voeren. Meer nog: het leegzuigen van de rijkdommen en de extreme uitbuiting in de neokoloniale landen door Westerse multinationals moet stoppen. Net als de barbaarse oorlogen waar Westerse regeringen, met de VS op kop, rechtstreeks of onrechtstreeks een hand in hebben. De bevolking van de neo-koloniale landen moet zelf, in alle vrijheid, kunnen beslissen over haar toekomst en het beheer van de eigen economie.

Vraag

Kan onze aarde de druk van o.a. transport nog aan of moeten we eerder kleinschaliger denken, zodat de keten tussen producent en consument korter wordt en de vrachtwagen die beide verbindt minder nodig is? Of zou dat een grote tot onoverkomelijke stap terug betekenen? Zullen er net ook door samenwerking op wereldvlak milieuvriendelijkere oplossingen uit de bus komen? Welke rol zal Europa hier dan in spelen? Het voortouw nemen en milieuvriendelijke en energiezuinige maatregelen promoten kan immers een verlies aan economische slagkracht ten voordele van China of de VS betekenen.

Vandaag, na 15 jaar intensief onderzoek, is er geen twijfel meer mogelijk: uitstoot van koolstofgas is de boosdoener inzake klimaatverandering, maar de menselijke activiteit wordt door verschillende studies als belangrijkste oorzaak hiervan bestempeld. Het laatste rapport van het Intergouvernementeel panel inzake klimaatverandering (IPCC) stelt dit met 90% zekerheid te kunnen zeggen. Op wereldschaal is de energieproductie alleen al verantwoordelijk voor 24% van alle uitstoot, gevolgd door de industrie met 23% (of 47% voor deze twee sectoren). Daarna volgt de landbouw, die 17% voor haar rekening neemt, terwijl transport en de ontbossing ieder verantwoordelijk zijn voor 14% van de uitstoot. Op de laatste plaats komen de gebouwen, met 8%. Natuurlijk verschillen deze gegevens van land tot land. In België werd in 2002 76% van alle uitstoot veroorzaakt door bedrijven en de regering.

In al deze sectoren worden de beslissingen genomen door een handvol managers en aandeelhouders van grote multinationale bedrijven, en regeringen die de belangen van de bedrijven veilig stellen. Het is duidelijk dat het kapitalistisch beheer van de productiemiddelen, waarbij winstmaximalisatie centraal staat, desastreuze gevolgen heeft voor mens en milieu. Voorhanden technologieën die de huidige productieprocessen milieuvriendelijker kunnen doen verlopen, worden niet geïmplementeerd omdat het de kosten doet oplopen en dus de winsten in gedrang brengt.

In de transportwereld veroorzaakt het wegtransport alleen al 81% van de broeikasgassen ter wereld (51% voor het passagierstransport en 30% voor het goederentransport). De voorbije twee decennia is het goederentransport gestegen met 170%. Het aantal personenwagens op aarde is sinds 1987 verdubbeld, en het luchttransport (verantwoordelijk voor 13% van de uitstoot) is met 76% gestegen sinds 1990. De bedrijven hanteren vandaag de dag de tactiek van “just in time”-leveringen en de “zero-stock”. Deze praktijk komt voort uit de wil van het patronaat om de goederenstocks te verminderen. Goederen die worden opgeslagen, brengen immers geen geld op. Nu worden goederen pas geproduceerd na bestelling, wat er voor zorgt dat, om de bestelling snel te laten leveren, de noodzakelijke ingrediënten in constante circulatie moeten zijn, vaak per vrachtwagen. In Frankrijk is het wegtransport van goederen verantwoordelijk voor 94% van de CO²-uitstoot uit transport, en dit zal nog toenemen met het gebruik van biobrandstoffen. Gemiddeld wordt er in Europa elk jaar 600 km spoorweg ontmanteld.

Het korter maken van de keten tussen producent en consument is geen kwestie van een onoverkomelijke stap terug, maar een kwestie van het terugdringen van het winstbejag in de transportsector. Hoe langer de keten, hoe meer de goederen in kleinere hoeveelheden, duizenden kilometers vervoerd kunnen worden, hoe meer winsten er kunnen gemaakt worden. Dit staat investeringen in grootschalige transportmiddelen (zoals ondergrondse transportbanden tussen industriezones) in de weg. Je schetst het zelf in je vraag: wie het wel doet heeft een "concurrentieel nadeel". LSP pleit voor de nationalisering onder arbeiderscontrole en -beheer van de transportsector, wat massale investeringen in nieuwe technologie mogelijk zal maken. Enkel zo zullen verouderde transportmethodes, zoals vrachtwagenvervoer, vervangen kunnen worden door meer efficiënte en milieuvriendelijke wijzen van transporteren. Op de EU zullen we hiervoor niet moeten rekenen (zie vraag 4).

Vraag

Heeft het binnen een geglobaliseerde wereld nog zin om als land zowel dienstensector als industrie naast elkaar te laten bestaan? Europa zou zich als blok op die dienstensector kunnen concentreren, op innovatie en wetenschap, terwijl we productie overlaten aan bijvoorbeeld het Oosten (India, China, …), een denkbeeld waarbij de wereld in feite als één groot land fungeert. Of heeft elk land of blok toch de verschillende sectoren die er zijn nodig, al was het maar omdat niet ieder lid van de bevolking er zich in kan schikken om wetenschapper te zijn of net arbeider?

Het uitbouwen van een economie die louter op diensten gebaseerd is, is een utopie. Met de 15.000 jobs in de grote autofabrieken zijn er in Vlaanderen ongeveer 100.000 jobs, waarvan een groot deel in de dienstensector, rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden. Het verdwijnen van de autoproductie zou een groot deel van deze jobs onmiddellijk in gevaar brengen. In de meeste landen vormt de industriële productie de basis van de economische activiteit, waar rond een waaier aan dienstensectoren opgebouwd werden, vaak gefinancierd met de rijkdommen gecreëerd in de industriële basissectoren. Landen waar dit evenwicht sterk verstoord is, zoals in Ijsland waar nog meer dan elders via de financiële sector – een dienstensector – jarenlang virtuele rijkdommen gecreëerd werden, worden vandaag het hardst getroffen door de economische crisis.

Heel deze redenering geldt des te meer voor de dienstensector van de "innovatie en wetenschap". Waarom zou een multinational met fabrieken in China beroep doen op Belgische wetenschappers als er in China 1,2 miljard inwoners zijn, waar met de rijkdommen die gecreëerd worden in de aangetrokken industriële sectoren perfect een onderwijssysteem kan uitgebouwd worden dat voldoende wetenschappers van "Westers niveau" moet kunnen afleveren? Meer nog: je mag niet vergeten dat innovatie en wetenschap zeer arbeidsintensieve bezigheden zijn, waardoor de "loonkosten" er nog veel meer doorwegen als in, bijvoorbeeld, een autofabriek, waar de kosten van de fabrikant slechts voor 7% uit loonkosten bestaan. Producten als Windows van Microsoft worden bijvoorbeeld voor een groot deel ontwikkelt in India, door programmeurs die 60 of meer uur per week, voor geen geld, Microsoft software ontwikkelen.

LSP pleit dus voor het behoud van de industriële sectoren in ons land. We willen dat de sleutelsectoren in de economie genationaliseerd worden onder arbeiderscontrole en -beheer. Op die manier kunnen de arbeiders in een bedrijf, en de consumenten van de producten, op democratische wijze beslissen op welke wijze er aan de behoeften tegemoet gekomen zal worden, en hoe het productieproces georganiseerd moet worden.

Vraag

Bovenstaande vraag ging over de standpunten die Europa zou moeten innemen, maar een tweede, algemene vraag die eigenlijk nog losstaat van de drie bovenstaande thema’s is: hoe zal ze die moeten realiseren? Kan de Unie als overkoepelende organisatie eenvormige wetten opleggen aan al haar lidstaten of is het beter om het huidige systeem waarin in elk land zijn autonomie bewaart, te behouden?

De Europese Unie is een instantie die werd opgericht om de belangen van de Europese grootindustriëlen te behartigen. De EU stond de afgelopen 30 jaar garant voor een neoliberaal beleid. Het is onder druk van de EU dat overheidsbedrijven als De Post en de NMBS dienen geliberaliseerd te worden, dat ons hoger onderwijs aangepast wordt naar Angelsaksisch model, dat de vennootschapsbelastingen, en dus inkomsten voor de staat, dalen… Politici in de nationale regeringen gebruiken systematisch het argument dat de privatiseringen en besparingen die ze doorvoeren opgelegd werden door Europa. De instellingen van de EU zullen ook nu weer een centrale rol spelen in het afwentelen van de kosten van de economische crisis op werkende mensen hun gezinnen. We mogen geen enkel vertrouwen hebben in de EU!

Tegelijk merken we dat de EU de tegenstellingen tussen de nationale belangen van haar lidstaten niet kan overkomen. Toen de Belgisch-Franse bank als Dexia op het randje van faillissement stond, was er eerder sprake van een machtsstrijd tussen de Franse en Belgische regering dan dat beide lidstaten van de EU samenwerkten aan de redding van de bank. Er is ook nooit een eengemaakt reddingsplan voor de Europese economie gekomen, terwijl dat de EU nu net daar het verschil zou kunnen maken. Toen de VS de oorlog in Irak startten, slaagde de EU er ook niet in om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen, op grond van de verschillende nationale belangen.

LSP is een organisatie met zusterpartijen over heel de wereld, waaronder in de meeste Europese landen. Wij zijn voor eenheid van de arbeidersklasse wereldwijd, en dus ook in Europa. Eenheid in het verzet tegen de neoliberale afbraak van de Europese Unie, en voor de opbouw van een Europese tegenmacht, gebaseerd op de organisatie van de arbeidersklasse in de verschillende nationale staten, en verenigt in een grote internationale wereldpartij voor het socialisme! Wij mogen ons niet te baseren op kapitalistische instellingen zoals de EU om een politiek in onze belangen te voeren, immers, dan zullen we bedrogen uitkomen. De jongeren en werkende mensen zullen zich zelf moeten organiseren op basis van een socialistische programma om zich te bevrijden van de ketenen van het kapitalisme.


Enkele verwijzingen

De eerste twee paragrafen uit de reactie op vraag 1 komen uit dit artikel.

Een aantal paragrafen uit het stuk over ecologie komen uit de brochure van Nicolas Croes