Het belang van inheemse bewegingen in Latijns-Amerika

Op de laatste dag van de Latijns-Amerikaanse vormingsweek van het CWI werd dieper ingegaan op het belang van inheemse bewegingen in Latijns-Amerika en hun verhouding tot de belangrijke taak van de opbouw van marxistische krachten op het continent. Die discussie werd voorafgegaan door een kort verslag van de Venezolaanse kameraden over het referendum in dat land.

De discussie over de inheemse bewegingen werd ingeleid door Celso uit Chili. Celso heeft een jarenlange ervaring in de strijd van de Mapuche bevolkingsgroep. Hij stelde dat de kapitalisten bang zijn van de groei van de bewegingen van inheemse bevolkingsgroepen omdat de onstabiliteit van hun systeem kan versterken. Daarom verzetten de kapitalisten zich actief tegen de inheemse bewegingen.

De beweging van inheemse volkeren is niet nieuw, ze kent een geschiedenis die meer dan 500 jaar terug gaat in de strijd tegen kolonialisme en imperialisme. Het grootste deel van de marxistische beweging in Latijns-Amerika heeft echter geen juiste aanpak van deze kwestie en beschouwt de problematiek als gewoon een extra sociaal probleem. De historische “Thesen van Pulacayo” van de door Trotskisten geleide Boliviaanse mijnwerkers stelden in 1946 een revolutionair plan voorop om de macht te grijpen, maar in de thesen werd niet eens verwezen naar de strijd van de inheemse bevolkingsgroepen terwijl meer dan 60% van de bevolking in het land van inheemse afkomst was.

Dit is een beperking waarop we moeten antwoorden in de komende periode. De kameraden uit Bolivia hebben aangegeven dat ze een ernstige discussie in de organisatie willen om na te gaan hoe we met onze slogans en materiaal kunnen ingaan op de rol van de inheemse boeren in de strijd voor een socialistische omvorming van de samenleving.

In zijn inleiding las Celso een email van Adam van onze Boliviaanse afdeling voor waarin hij naar de mening van andere Latijns-Amerikaanse militanten vroeg. Hij vroeg dit omdat de inheemse boeren op dit ogenblik het meest radicale en gemobiliseerde deel van de samenleving vormen. De meeste contacten die we hebben in het land zijn zonen en dochters van inheemse boeren die verhuisd zijn naar de stad Cochabamba om daar te studeren en/of te werken. Adam merkte ook op dat de inheemse boeren, in tegenstelling tot de niet-inheemse boeren, geen instinctief kleinburgerlijk bewustzijn hebben, maar eerder in de richting van een socialistisch bewustzijn gaan met eisen rond het collectiviseren van de grand onder de controle van de inheemse gemeenschappen. Adam vroeg zich in de mail af of het correct zou zijn om te stellen dat een socialistische revolutie in een land als Bolivia kan worden geleid door zowel de arbeidersklasse als de inheemse boeren.

Celso stelde dat dit pas het begin van een discussie vormde en dat er veel verschillende onderwerpen aan bod moeten komen, niet alleen de kwestie van leiding. We moeten het bewustzijn van de inheemse boeren analyseren en rekening houden met hun standpunten rond collectief bezit van eigendom en bijhorende wijze om beslissingen te nemen. We moeten begrijpen dat het voor de inheemse bevolking niet alleen om land gaat, maar ook over territorium en de strijd voor autonomie. De inheemse gemeenschappen beschouwen zichzelf als deel van aparte inheemse naties. We moeten dat op een respectvolle en voorzichtige wijze benaderen.

Tenslotte stelde Celso dat de inheemse beweging direct ingaat tegen de belangen van het imperialisme en kapitalisme omdat ze opkomt voor land, territorium en autonomie. In Chili gaan de Mapuches een constante strijd aan met de multinationals die door de regering worden gesteund. De Mapuches genieten voor die strijd wel een enorme steun onder brede lagen van de bevolking in Chili.

Belang van inheemse strijd

Het belang van dit thema is niet beperkt tot de werking van het CWI in Bolivia, maar ook in andere landen neemt de strijd van de inheemse bevolking een belangrijke plaats in. De volledige werking van het CWI op het continent ziet het belang in van de inheemse strijd en wil deze mee centraal stellen. We zullen onze analyse en discussies over dit thema dan ook verdiepen om onze standpunten aan te scherpen.

Omwille van de beperkingen op het vlak van tijd voor de vorming, werd voor de discussie nog kort ingegaan op het belang van de Peruviaanse marxist José Carlos Mariátegui die een diepgaande analyse maakte van de inheemse kwestie. Lenin stelde dat revolutionairen ondanks de brutale aanvallen van de kapitalisten tijdens hun leven, na hun dood vaak voorgesteld worden als ongevaarlijke helden. Dat is wat we ook zien met Mariátegui die door academici, sociaal-democraten, de communistische partij,… wordt gebruikt. Zijn revolutionaire opvattingen worden verwrongen voorgesteld om zo steun te zoeken voor abstracte of reformistische opvattingen.

Nochtans was Mariátegui een oprechte revolutionair die een belangrijke bijdrage leverde aan het marxisme, niet alleen op het vlak van het belang van de inheemse strijd maar ook op het vlak van internationalisme. Hij stelde dat het socialisme misschien wel als doctrine in Europa was ontstaan, maar daarom nog geen Europese doctrine is. In Latijns-Amerika heeft het socialisme een basis onder de inheemse bevolking en cultuur. Marxisten moeten dat begrijpen om hun beweging te kunnen ontwikkelen.

In de discussie over de inheemse bewegingen en Mariátegui kwamen kameraden uit alle Latijns-Amerikaanse afdelingen tussen, alsook de vertegenwoordiger van het Internationaal Uitvoerend Bureau. Er waren heel wat belangrijke tussenkomsten die benadrukten dat er verschillen zijn tussen de arbeidersbewegingen in de verschillende landen, als marxisten moeten we daar rekening mee houden en het belang van inheemse bewegingen niet onderschatten.

Er werd ook gewezen op het verband tussen de ontwikkeling van het kapitalisme in Europa en het plunderen van de inheemse culturen en rijkdom in Latijns-Amerika. We moeten dit erkennen en voorzichtig zijn als we het hebben over de “vooruitgang” die door het kapitalisme werd gebracht. Die vooruitgang ging voor miljoenen mensen ten koste van de vernietiging van hun beschaving.

Sascha van de Duitse afdeling van het CWI en bezoeker namens het Internationaal Uitvoerend Bureau merkte op dat deze discussie de sterkte van het CWI als marxistische organisatie aantoont, wij zien het marxisme immers niet als een afgewerkt geheel en zijn bereid om moeilijke kwesties zoals de rol van inheemse boeren in een socialistische revolutie op te nemen. Hij benadrukte dat inheemse boeren een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van massabewegingen en revolutionaire bewegingen, ze doen dat niet enkel als boeren maar ook als onderdeel van de arbeidersklasse. Dat is een nieuw gegeven in onze discussies en we moeten er dan ook dieper op ingaan. Het feit dat we nu aanwezig zijn in landen waar de inheemse beweging het sterkste staat, zal ons begrip ervan versterken.

Na deze discussie werd de tweede Latijns-Amerikaanse vormingsweek afgesloten door André uit Brazilië. Hij stelde dat de vijf dagen van intense politieke discussie de dringendheid van onze werking aantoonde. De vormingsweek was een succes met meer dan 100 aanwezigen uit Brazilië, Venezuela, Chili, Bolivia, Griekenland, Duitsland, VS en België. Er waren ook zes leden van het CLS uit Brazilië, waarmee onze Braziliaanse afdeling de komende periode hoopt te fusioneren.

Met de kapitalistische crisis verandert alles, maar ook de uitbouw van onze krachten op het continent is aan het veranderen. De afgelopen jaren zijn we in Brazilië meer een nationale organisatie geworden in de plaats van een groep die vooral lokaal actief was in Sao Paulo. In Chili werd de werking opnieuw dynamischer en er werden nieuwe groepen opgezet in Venezuela en Bolivia. De komende periode zijn er ook mogelijkheden in Mexico, Argentinië, Costa Rica, Nicaragua, Honduras, Guatemala en Peru. We zijn nog een jonge organisatie in Latijns-Amerika, maar zelfs met onze beperkte krachten zijn we bereid om tussen te komen een rol te spelen in de strijd voor socialisme op het continent.