Internationale perspectieven: inspelen op periode van snelle veranderingen
Afgelopen weekend vond in Nieuwpoort het nationaal congres van LSP plaats. Op deze site brengen we verslagen van de verschillende discussies. Op vrijdagavond werd gestart met een inleiding over de internationale perspectieven door een bezoeker van het Internationaal Secretariaat van het CWI. We publiceren een samenvatting van deze inleiding.
Deze periode wordt gekenmerkt door veranderingen. Met dit congres moeten we nagaan wat de veranderingen in de wereldsituatie zijn en welke lessen we daaruit kunnen trekken. Dit is een erg interessante periode waarin de gebeurtenissen bijzonder snel ontwikkelen. Het is een periode van schokken, met de mogelijkheid van revolutie en contrarevolutie. Dit stelt ons voor nieuwe taken en uitdagingen.
Aan deze nieuwe periode zijn er wel verschillende kanten. Het kapitalisme is in crisis en dat is op zich een bevestiging van de marxistische analyses. Onze perspectieven en analyses worden bevestigd, maar tegelijk mogen we niet vergeten dat deze crisis miljoenen mensen in de armoede terecht brengt. Miljoenen arbeiders en armen worden getroffen door armoede, werkloosheid en miserie. Twee dagen geleden nog schatte een VN-rapport dat bijna 1 miljard mensen wereldwijd onvoldoende te eten hebben. Dat is het resultaat van wat er gebeurde voor de laatste ontwikkelingen van de crisis. Duizenden en miljoenen arbeiders dreigen nu hun job te verliezen of zijn deze al aan het verliezen. Wij staan niet te juichen omwille van deze crisis, we begrijpen immers wat het betekent voor miljoenen en zelfs miljarden mensen. Jammer genoeg was deze crisis het onvermijdelijke gevolg van de kapitalistische crisis. Het is niet iets waar we naar uitkeken, maar een gevolg van dit systeem.
Deze crisis biedt ook kansen: we moeten de arbeidersbeweging terug opbouwen en een kracht uitbouwen die in staat is om de samenleving te veranderen. Deze crisis leidt tot een immense woede en ongenoegen. In veel landen zien we dat met een vijandigheid tegenover de bankiers. In de VS werd overgegaan tot de arrestatie van verschillende bankiers om in te spelen op de woede tegenover de bankiers. Zo werd gisteren nog een voormalige topman van een Amerikaanse beurs Nasdaq opgepakt wegens de derde grootste fraude ooit uit de geschiedenis van de VS en dat voor een waarde van 50 miljard dollar.
De gebeurtenissen zullen niet in een rechte lijn ontwikkelen. Maar iedere poging van de kapitalisten om hun systeem te redden is vandaag onvoldoende om de crisis te vermijden. Er zijn iedere dag nieuwe aankondigingen van reddingsplannen met miljarden die in de economie worden gestopt. Vandaag kondigde Japan aan om miljarden in de economie te pompen, het vorige plan was er pas twee maanden geleden en volstond niet om de crisis tegen te houden. Tegelijk kondigde de EU een nieuw plan aan voor 260 miljard dollar. Deze plannen vertragen de crisis en de inkrimping van de economie echter niet.
We zien in de ene na de andere economie een daling van de productie en een toename van de werkloosheid. In de VS is zowat 12% van de werkende bevolking werkloos, vorige maand hebben een half miljoen arbeiders hun job verloren. En dat zal er niet op verbeteren, het ergste moet nog komen. Aanvankelijk zijn het vooral de tijdelijken die geraakt worden door het verlies van jobs, maar hierna volgen ook andere lagen van arbeiders. De burgerlijke economen zijn erg bang van een langdurige recessie zoals in de jaren 1930. Er wordt wanhopig geprobeerd om dat te vermijden.
Er wordt niet geprobeerd om een recessie op zich te vermijden, dat is immers niet mogelijk, maar wel om een depressie te vermijden. Alle regeringen zijn daartoe hun beleid aan het veranderen met een enorme en wereldwijde bocht. We zien dat onder meer met de nationalisaties of semi-nationalisaties in de banksector. Er wordt ingezien dat het geen goed idee was om Lehman Brothers eerder dit jaar failliet te laten gaan. Nu wordt zelfs nagedacht over de mogelijkheid om de drie grootste automobielbedrijven in de Verenigde Staten te nationaliseren om een failliet te vermijden. De discussie over de garanties voor de Amerikaanse automobielsector toont het belang aan van de gewijzigde politiek. De republikeinen verzetten zich tegen het garantieplan omdat ze eisten dat de vakbonden onmiddellijk zouden akkoord gaan met loonsverlagingen. Dat maakt meteen duidelijk dat er enkel wordt genationaliseerd om de belangen van de kapitalisten veilig te stellen. Dit betekent niet dat we de nationalisaties niet steunen, het toont het bankroet aan van het kapitalistisch systeem. Maar het zijn geen socialistische nationalisaties. Wij verzetten ons tegen compensaties voor de patroons, en komen op voor de verdediging van de lonen en levensstandaard en een volledige arbeiderscontrole en arbeidersbeheer van de sleutelsectoren van de economie.
Het plan om de Amerikaanse automobielsector te redden, toont het groeiende belang van protectionisme in de economische verhoudingen. Er wordt immers enkel voorgesteld om de eigen Amerikaanse bedrijven te redden, andere bedrijven met vestigingen in de VS zullen geen centiem hulp krijgen. Dat leidt tot klachten van andere bedrijven die zich afvragen waarom de Amerikaanse bedrijven hulp krijgen en zij niet. In andere landen in Europa, Japan, Korea,… zullen we gelijkaardige ontwikkelingen zien waarbij verschillende landen de eigen automobielindustrie steunen.
Deze tendens naar meer protectionisme zorgt in Europa voor meer spanningen tussen de verschillende grote machten. Maandag was er een bijeenkomst van Brown en Sarkozy met een discussie over de economische situatie, waarbij de Duitsers bewust niet waren uitgenodigd. Vanuit Duitsland kwam er hierop onmiddellijk kritiek op het beleid van Brown. Opnieuw werd duidelijk dat de spanningen in de EU aan het toenemen zijn. Een aantal kleinere Europese landen zijn wel blij dat ze in de eurozone zitten omdat gedacht wordt dat dit een vorm van bescherming biedt. Het voorbeeld van Denemarken, een klein land buiten de eurozone, wordt vaak aangehaald. Dat land kent een diepe crisis en wordt erg hard getroffen door de recessie. Het Deense voorbeeld wordt door andere landen gebruikt om de voordelen van de eurozone te benadrukken. Dit vormt de basis waarop het Ierse establishment hoopt alsnog een meerderheid te vinden in een nieuw referendum over het verdrag van Lissabon.
Deze crisis is vandaag geen louter financiële crisis meer, maar een volledige crisis van het kapitalisme. In grote delen van de wereld is er een sterke daling van de levensstandaard. Een Nigeriaanse kameraad legde op een internationale bijeenkomst uit wat de gevolgen van de crisis in dat land zijn. Nigeria heeft niet echt geprofiteerd van de recente groei en de hoge olieprijzen, de massa’s zagen geen enkele verbetering in hun levensomstandigheden. Maar bij de eerste problemen in de kapitalistische economie, zien de massa’s wel direct de gevolgen ervan voor hun levensstandaard die verder afneemt.
Deze crisis heeft wereldwijde gevolgen en zorgt voor meer spanningen in verschillende regimes waarbij er steeds minder stabiliteit is. In zekere zin zagen we dat deels ook met de gebeurtenissen in Griekenland de afgelopen dagen. De rellen en acties daar hebben hun oorsprong in specifieke elementen van de Griekse geschiedenis met de ervaring van de militaire dictatuur die het land overheerste tot in 1974. Maar ook de val van de levensstandaard, nog versterkt na het einde van de Olympische Spelen, en het hoge niveau van jongerenwerkloosheid spelen een rol. Een aantal commentatoren stellen zich de vraag of de acties in Griekenland geen eerste voorbeeld zijn van verzet in Europa op een ogenblik van economische crisis. De Griekse acties tonen hoe snel een beweging kan ontwikkelen, er wordt ook getoond hoe diep de wanhoop en woede aanwezig zijn in de samenleving. Dat verklaart mee waarom er rellen waren, maar het geeft ook aan dat een beweging een verkeerde richting kan uitgaan indien er geen sterke arbeidersbeweging aanwezig is om een weg vooruit aan te bieden. Het ingooien van ruiten bij kleine winkeliers zal immers niet leiden tot een grotere steun voor een radicale beweging tegen het regime en het establishment.
Het is geen toeval dat er vandaag een toename is van de interesse in socialistische ideeën. Burgerlijke economen moeten gaan argumenteren waarom het socialisme geen antwoord zou bieden en waarom een gereguleerd kapitalisme zou volstaan. De politiek van neoliberale dereguleringen hebben een enorme bijdrage geleverd aan de mogelijkheid van speculatie en hebben dat versneld. Maar de neoliberale politiek op zich was geen toeval.
Begin jaren 1990 stelden wij dat het kapitalisme in een periode van depressie was terecht gekomen, geen depressie zoals in de jaren 1930 maar een periode van een bijzonder beperkte groei. Historisch gezien doet het wat denken aan het einde van de negentiende eeuw. Op bepaalde ogenblikken leek die analyse niet erg correct omdat er een sterke toename was van de wereldhandel en de productie. Maar die groei was grotendeels gebaseerd op een toename van consumptie op basis van schulden en krediet. Dat krediet werd deels gefinancierd door speculatie op de huisvestingsmarkt. In andere gevallen was het via het lenen bij banken of het uitdelen van kredietkaarten. Dat vormde de financiële basis voor de globalisering van de afgelopen jaren. Dit kon niet blijven duren, ooit moet een schuld worden terugbetaald. Wij waarschuwden dat deze situatie niet kon blijven duren en soms was het moeilijk om daar steeds op terug te komen. Nu is het echter duidelijk dat de periode van groei op basis van krediet ten einde is gekomen. Zelfs indien er na enkele maanden opnieuw groei zal zijn, zal dit bijzonder trage groei zijn.
De kapitalisten zijn nu ongerust en willen een lange depressie vermijden. Daartoe doen ze afstand van hun neoliberale verleden en wordt terug met interesse uitgekeken naar Keynes. Wij moeten duidelijk zijn in onze analyse van het Keynesianisme, in delen van de arbeidersbeweging krijgt het Keynesianisme immers heel wat steun. Een steeds groter deel van de bevolking wil immers dat de overheid iets doet aan de economische situatie, wat vaak gepaard gaat met een vorm van primitief Keynesianisme. Keynes was geen socialist, maar een verdediger van het kapitalisme. De politiek van het Keynesianisme met de New Deal van Roosevelt hebben de crisis ook niet beëindigd, het heeft hoogstens geleid tot een stabilisering van de situatie in de VS en een beperkte groei midden jaren 1930. Tegen het einde van de jaren 1930 was de New Deal niet meer voldoende om de Amerikaanse economie te stimuleren en te laten groeien, in 37-38 was er een nieuwe economische crisis. Het was pas met de productie van de oorlogsindustrie dat daar een antwoord op werd geboden.
Hoe moeten we in onze dagelijkse activiteiten antwoorden op het idee van staatsmaatregelen en Keynesianisme? Ons antwoord op de Amerikaanse crisis van de automobielindustrie is er een goed voorbeeld van: wij komen op voor de nationalisatie van bedrijven en zelfs van volledige sectoren van de industrie. Tijdens de bankencrisis kwamen we internationaal op voor de nationalisatie van de banken. Wij verzetten ons wel tegen de kapitalistische nationalisaties en komen op voor een socialistische nationalisatie: onder arbeiderscontrole en met arbeidersbeheer. Met die ideeën komen we tussen om duidelijk te maken wat de beperkingen zijn binnen het kapitalistisch systeem en hoe we verder kunnen gaan om aan een echt alternatief te werken. Bedrijven die in de problemen komen, moeten we nationaliseren om jobs te redden. We kunnen het ook verbinden aan plannen om de productie te heroriënteren en aan te passen, er moeten geen auto’s gebouwd worden om auto’s te bouwen. Er moet ook over alternatieven worden nagedacht.
De discussie over programma is vandaag van enorm belang. De komende periode zal er één zijn van revolutie en contrarevolutie. Er zijn een aantal gelijkenissen met de periode van de jaren 1930. Niet dat het fascisme op de agenda zou staan of de Tweede Wereldoorlog, maar het is een uitzonderlijke periode met immense mogelijkheden voor de arbeidersbeweging. In de jaren 1930 waren er grote veranderingen in verschillende samenlevingen, met nieuwe partijen, splitsingen in andere, het opzetten van grote en nieuwe vakbonden (zoals de Amerikaanse vakbonden). In de jaren 1930 werden veel landen nog gedomineerd door koloniale overheersing en waren er grote bewegingen tegen de koloniale onderdrukking. Ook de komende jaren zullen er grote veranderingen zijn en zullen wij een grote rol kunnen spelen. Daarom is de discussie over perspectieven zo belangrijk.
In de VS zien we steeds meer een keerpunt. En dan bedoelen we niet zozeer de verkiezing van een eerste zwarte president, maar wel het feit dat deze verkiezingen een uitdrukking vormden van een massaal verzet tegen de Republikeinen, het oude liberalisme en de oorlog in Irak. Daarom vierden miljoenen Amerikanen het einde van Bush bij de presidentsverkiezingen. Eind januari zullen miljoenen mensen naar Washington trekken om te zien hoe Obama effectief de nieuwe president zal worden. Wat betekent die massabeweging? Enerzijds zijn er grote illusies in Obama, maar tegelijk zal er steeds meer druk zijn om eigen acties op te zetten zeker indien blijkt dat Obama niet in staat is om echte verandering te brengen.
Vorige week werd een klein bedrijf in Chicago bezet door arbeiders die niet werden uitbetaald. 400 arbeiders in een land als de VS betekent niet zo veel. Maar deze kleine fabrieksbezetting was nationaal nieuws in heel het land. Het werd gezien als een concreet voorbeeld van arbeiders die zich verzetten. De gouverneur van Illinois, de staat waarin Chicago zich bevindt, werd enkele dagen later opgepakt wegens corruptie. Dat was een paar dagen nadat die gouverneur naar de bezetting trok en daar stelde dat hij de arbeiders steunde in hun verzet tegen de sluiting. Niet dat wij die gouverneur steunen, hij is wellicht effectief corrupt. Maar het is wel opvallend dat de arrestatie gebeurde na dit bezoek aan de fabrieksbezetting.
Regeringen moeten steeds meer maatregelen nemen die ze aanvankelijk wellicht niet wilden nemen. In Venezuela zal de houding van de arbeidersbeweging beslissend zijn op een ogenblik dat de olieprijzen aan het dalen zijn. Er is druk op de regering van Chavez om meer te breken met het kapitalisme. Als Chavez overgaat tot meer nationalisaties, blijft echter de vraag wat het karakter ervan zal zijn indien het louter van bovenaf is zonder enige reële arbeiderscontrole. De onafhankelijke arbeidersbeweging in het land staat relatief zwak en de pogingen om een bureaucratische controle van bovenaf op te leggen, versterken die onafhankelijke arbeidersbeweging niet bepaald.
De arbeidersbeweging is in veel landen niet opgewassen tegen de uitdagingen waarvoor we staan. De meeste voormalige arbeiderspartijen zijn volledige burgerlijke partijen geworden. In veel landen was er een scherpe bocht naar rechts binnen de vakbonden. Veel vakbondsleiders aanvaarden de logica van het kapitalisme. Enkele dagen geleden nog zagen we dit in Groot-Brittannië met de grootste vakbond in de staalindustrie die het patronaat een loonsverlaging van 10% voorstelde indien er geen ontslagen zouden komen. Het patronaat had nog geen loonsverlaging gevraagd en de vakbondsleiders dachten slim te zijn door het zelf voor te stellen. Het feit dat de arbeidersbeweging niet voorbereid is op deze crisis zal leiden tot nieuwe problemen en ontwikkelingen.
Het kan ertoe leiden dat rechtse, racistische of populistische krachten inspelen op de effecten van de crisis en het gebrek aan een ernstig antwoord van de arbeidersbeweging om zelf een grote steun op te bouwen voor hun nationalisme of racisme. Zeker in Europa zien we dat rond de kwestie van arbeid door migranten.
In verschillende landen waren er verschillende antwoorden op de crisis: in sommige landen was er een verlammend effect met een angst onder brede lagen. In België zagen we daar deels een voorbeeld van: na de beweging voor koopkracht, werd vooral opgekomen voor het behoud van jobs. De laatste weken was het in een aantal landen soms moeilijker om offensief naar buiten te komen.
In sommige landen werd snel gereageerd op de crisis en de gevolgen ervan. Dat was bijvoorbeeld het geval in Ierland met een enorme reactie op de besparingen van de regering in de gezondheidszorg, het onderwijs,… De regering moest een deel van de aanvallen op de gezondheidszorg intrekken na massaal verzet. Tegen de onderwijsbesparingen zijn er ook massale protesten, maar de vakbondsleiding probeert de beweging wat af te remmen. Onderwijs is overigens in heel Europa een belangrijk thema dat tot acties leidt. In Italië, Spanje, Frankrijk, Duitsland,… waren er massale acties tegen besparingen in het onderwijs. Vandaag is er een algemene staking in Italië tegen de onderwijsbesparingen. In een land als Italië moet je natuurlijk kijken naar de sfeer en de deelname aan zo’n algemene staking, het feit dat het op een vrijdag is maakt al duidelijk dat de vakbondsleiding niet wil dat het onmiddellijk wordt opgevolgd door nieuwe acties.
Sommigen hopen dat de crisis wel zal voorbijgaan en hopen zelf niet al te veel geraakt te worden, maar anderen beginnen wel vragen te stellen over deze crisis en willen weten van waar die crisis komt en hoe er iets tegen kan worden gedaan. Het kan zelfs leiden tot een versterking van voormalige reformistische partijen.
Zelfs in Griekenland zien we dat Pasok een stijging kent in de peilingen en dat Syriza in de peilingen haar positie van het begin van het jaar niet consolideert. De partij stond begin dit jaar op 18% in de peilingen en is gedaald tot 8%. Dat komt deels door de vaagheid van de partij, maar ook door het feit dat Pasok wordt gezien als een “minder kwaad” dat mogelijk de ergste elementen van de crisis kan wegnemen. Deze ontwikkeling is voor ons belangrijk omdat het wijst op de noodzaak van onze voorstellen in nieuwe linkse formaties (tegen coalities met burgerlijke partijen, voor een offensief socialistisch programma).
Tegelijk moeten we duidelijk maken dat de groei van de steun voor een partij als Pasok tijdelijk is, eens de partij in de regering zit zal die steun opnieuw verdwijnen. Het betekent niet dat we onze oproep voor nieuwe formaties niet meer doen, maar we moeten soms voorzichtig zijn in de manier waarop we het naar voor brengen. Zo moeten we een zekere sympathie tonen voor die arbeiders en jongeren die denken dat Pasok een minder kwaad zou zijn, wel met die opmerking dat we denken dat ze zullen teleurgesteld worden. Linkse formaties als Syriza zullen onder druk staan om toe te treden tot zogenaamd “progressieve” coalities met Pasok. Hetzelfde zien we met Die Linke in Duitsland waar de partij blijft verklaren dat ze met de SPD in coalitie wil gaan op nationaal vlak op basis van een programma rond drie of vier punten. In nieuwe formaties komt het er niet enkel op aan om op te komen voor een socialistisch programma, maar ook om in die formaties te pleiten voor de noodzaak om een meerderheidssteun te verwerven voor dat socialistisch programma en dus pleiten tegen een politiek van coalities.
Voor ons zal het vooral belangrijk zijn om te zien hoe wij tussen komen. Ons programma is van cruciaal belang daarbij: het linken van directe verandering aan de noodzaak van het veranderen van de samenleving. En op die basis moeten we zien welke initiatieven wij kunnen nemen. De komende periode zal er één zijn van plotse veranderingen, scherpe wijzigingen, schokken,… Het belangrijkste daarbij is dat er veranderingen zullen zijn in het bewustzijn. Er wordt al breed begrepen dat deze crisis de verantwoordelijkheid van de kapitalisten zelf is. Sommigen zullen nu enkel stellen dat de crisis werd veroorzaakt door de bankiers, maar het zal niet lang duren vooraleer duidelijk wordt dat het de kapitalisten in het algemeen zijn die verantwoordelijk zijn. Niemand zal denken dat het de arbeiders zijn die verantwoordelijk zijn, terwijl wel duidelijk is dat die arbeiders en armen de eerste slachtoffers van die crisis vormen.
Deze crisis zal niet rechtlijnig ontwikkelen. Het is nog onduidelijk wat er exact zal gebeuren, het zal wel een diepgaande recessie zijn. Het is niet zeker of het een depressie als in de jaren 1930 zal zijn, het is zelfs onwaarschijnlijk dat het een exacte kopie zal zijn van wat we in de jaren 1930 in de VS zagen met een sterke afname van de productie en miljoenen arbeiders die werkloos werden. Maar de komende jaren zullen erg moeilijk zijn voor de werkenden en hun gezinnen. Iedere achteruitgang van de economie zal leiden tot een achteruitgang van de levensstandaard. Het geld dat nu wordt uitgegeven zal moeten betaald worden en de regeringen en patronaat zullen het door de arbeiders willen laten betalen.