Regionale verkiezingen in Venezuela
Vorige zondag waren er in Venezuela regionale verkiezingen voor de gouverneurs, burgemeesters en regionale vertegenwoordigers. 14 miljoen mensen waren kiesgerechtigd en trokken al vrij vroeg in de ochtend naar de stembus. Dit waren de tweede regionale verkiezingen in het proces van de “Bolivariaanse Revolutie” (de eerste vonden plaats in 2004).
In de 22 provincies werden gouverneurs verkozen naast 330 lokale afgevaardigden en 225 federale vertegenwoordigers. Er waren zowat 8.000 kandidaten van duizenden politieke organisaties, zowel nationale, regionale als onafhankelijke organisaties. Dat blijkt alvast uit de officiële cijfers van de CNE (Consejo Nacional Electoral, de nationale kiescommissie), het regeringsorgaan dat verantwoordelijk is voor verkiezingen.
De vice-voorzitter van de PSUV (Socialistische eenheidspartij van Venezuela, de partij van Chavez), verklaarde op een persconferentie: “De Bolivariaanse regering won in 17 van de 22 provincies bij de verkiezingen, president Chavez bevestigde dat deze triomf de steun van de bevolking voor het socialistisch project van de 21ste eeuw aantoont. De zes provincies die door de oppositie werden gewonnen, vormen geen overwinning voor hen.”
Overwinning voor oppositie of consolidatie van het Bolivariaanse project?
Deze resultaten betekenen uiteraard een vooruitgang voor de oppositiekrachten die schijnbaar de weg van de samenzweringen hebben verlaten om Chavez te bestrijden via democratische wegen. Het is mogelijk dat de oppositie een planning op langere termijn heeft en dat het zich nu vooral zal concentreren op de volgende gemeenteraadsverkiezingen en de nationale parlementsverkiezingen van 2009.
De Bolivariaanse beweging kent heel wat tegenstellingen, maar behoudt wel de meerderheid van de gouverneurs en de steun van de bevolking. Het kan lijken dat de oppositie krachtiger wordt en de Bolivariaanse beweging terrein verliest. Van de zes gouverneurs van de oppositie zijn er vier nieuwe en onder hen bevindt zich de gouverneur van Caracas, de hoofdstad van het land. De andere drie gouverneurs raakten aan de macht in Taxhira, een staat die grens aan Colombia, de centrale staat Carabobo (met de belangrijkste zeehaven van het land), en Miranda waar de PSUV-kandidaat voorheen werd gezien als de opvolger van Chavez en de erfgenaam van het Chavismo als leider van de reformistische vleugel van de partij.
We moeten kijken naar de veranderingen in het beleid van de regering en de situatie in het land zelf. De oppositie slaagde er in om haar controle over de staat Zulia, aan de grens met Colombia en met meeste olierijkdommen van het land, te behouden. De oppositie wordt daar geleid door Manuel Rosales die steun geeft aan een beweging voor meer autonomie (onder de slogan “voor een liberaal en kapitalistisch onafhankelijk Zulia”), een beweging die vergelijkbaar is met de Media Luna beweging in Bolivia. De staat werd regelmatig bezocht door Chavez en ook tijdens de campagne gaf Chavez het meeste aandacht aan deze staat. De president dreigde zelfs even om de oppositiekandidaat in de gevangenis te gooien op basis van beweringen inzake corruptie. We moeten nog zien of dat dreigement zal worden uitgevoerd. Maar alles samen controleert de oppositie nu zes regio’s met een groot strategisch belang, drie ervan hebben grote bevolkingsaantallen: 2,1 miljoen kiezers in Zulia, 1,7 miljoen in Miranda en 1,3 miljoen in Carabobo. Samen gaat het om deelstaten die 37% van het nationale electoraat omvatten. Dat kan leiden tot een nieuw stadium van de Bolivariaanse revolutie.
De sociale en politieke situatie voor de verkiezingen
Venezuela probeerde de afgelopen periode zonder succes om een socialistisch model op te bouwen zonder te breken met de structuren van het kapitalisme en de burgerlijke staat dat het overerfde. Deze regering heeft heel veel sociale investeringen gedaan en hervormingen die zeker ten goede kwamen aan de meest gemarginaliseerde delen van de samenleving. In 1998 leefde 50% van de bevolking in armoede, volgens officiële statistieken is dat vandaag afgenomen tot zowat 20% van de bevolking. Maar de bevolking vraagt vandaag nog hetzelfde als toen Chavez in 1998 aan de macht kwam: een antwoord op de onveiligheid, de eis van nieuwe jobs, degelijke huisvesting, goede openbare diensten en maatregelen tegen de stijgende levensduurte.
Dit jaar was er in Caracas al een inflatie op voedselproducten en basisbehoeften tussen 28% en 30%. Het minimumloon van de arbeiders nam dit jaar eveneens met 30% toe. Het aantal gewelddaden in Caracas neemt echter toe, hierdoor is moord de derde belangrijkste doodsoorzaak geworden volgens bepaalde studies van mensenrechtenorganisaties. Pas van 2006 is de overheid begonnen met een echte bouw van huizen en zelfs dat jaar werd minder dan 50% van het oorspronkelijke doel om 200.000 woningen te bouwen, gehaald. Het tekort aan woningen neemt ieder jaar met zo’n 100.000 eenheden toe.
Het probleem is dat de staat dezelfde is als die werd nagelaten door de burgerlijke regeringen van het verleden. Het staatsapparaat heeft zich de afgelopen 10 jaar geconsolideerd, wat de corruptie, bureaucratie en inefficiëntie onder bepaalde ministers verder heeft gestimuleerd. De tegenstellingen en zwakheden in het proces zorgen ervoor dat de oppositie kansen krijgt om in haar campagne subtiel op deze punten nadruk te leggen. Vier jaar geleden was het ondenkbaar dat een oppositieleider een openbare instelling zou bezoeken om er een politieke campagne te voeren of zichzelf zou voorstellen in arme wijken zonder er weg gejaagd te worden door de overgrote meerderheid van de bevolking. Tijdens deze campagne kon de oppositiekandidaat voor het gouverneurschap in Caracas zonder problemen zichzelf gaan voorstellen in een belangrijke openbare gezondheidsinstelling. Hij werd niet aanvaard door heel wat arbeiders, maar hij was wel in staat om campagne te voeren en een zekere echo te vinden. In een anoniem interview in de media, stelde een arbeider die de oppositiekandidaat steunde dat zij aan de kant van Chavez stond, maar nu de oppositiekandidaat steunde omdat ze de corruptie van de huidige gouverneur beu was en dat de situatie er enkel maar erger op werd, de lonen werden niet op tijd betaald en er werd niet geluisterd naar de eisen van het personeel. Om de gouverneur af te straffen, zou ze voor de oppositiekandidaat stemmen. Dat is een uitdrukking van het bewustzijn van de bevolking en het gevolg van het feit dat de beloofde veranderingen niet werden gerealiseerd. Dit voorbeeld kan een idee geven van wat er vandaag in Venezuela gebeurt na tien jaar van revolutie en contra-revolutie.
De Patriottische Alliantie
Zoals bij alle vroegere electorale processen, was er een coalitie van politieke organisaties die Chavez steunen in een poging om de krachten te bundelen en eenheidslijsten te vormen. Deze alliantie werd de “Polo Patriotico” genoemd. In het verleden haalde deze alliantie goede resultaten. Een kandidaat van de Chavisten verloor bijvoorbeeld in 2004 in de deelstaat Miranda, in het centrum van het land, maar kon door de steun van de andere partijen van de patriottische alliantie alsnog een voorsprong nemen op de kandidaat van de verenigde oppositie. Vandaag komt er wat druk te staan op de andere partijen van de alliantie. Het bureau van de PSUV riep in het midden van dit jaar een aantal interne partijbijeenkomsten samen zodat de militanten hun kandidaten zouden kunnen verkiezen. Dat werd aanvankelijk voorgesteld als een vorm van revolutionaire democratie in de partij, maar het leidde al snel tot politieke meningsverschillen tussen de verschillende stromingen binnen de partij en met andere partijen van de alliantie. Een groot aantal mogelijke PSUV-kandidaten kreeg immers niet de plaats die werd verhoopt.
Anderen slaagden er wel in om de interne verkiezingen te winnen, maar uiteindelijk werd hun overwinning niet gerespecteerd omdat de beslissing van de partijvoorzitter, Chavez, werd opgelegd. Hierdoor trokken een aantal PSUV-kandidaten zich terug en besloten ze op te komen met andere politieke organisaties. De positie van de andere partijen in de alliantie is nog complexer. Het bureau van de PSUV stelde haar kandidaten voor als de enigen, de andere partijen werden gezegd dat ze deze kandidaten moesten steunen. Dat leidde natuurlijk tot conflicten met deze partijen. Het bureau van de PSUV, met ook president Chavez zelf, haalde regelmatig uit naar de andere partijen en beschuldigde hen ervan contra-revolutionair te zijn en de leiding van de Chavisten niet te aanvaarden. Uiteindelijk bleef er door het interne geruzie weinig over van de alliantie van revolutionaire krachten die de Bolivariaanse revolutie ondersteunen, in de meeste regio’s was er slechts een onderhandeld akkoord en in andere was er niet eens een alliantie of akkoord. De PSUV stelde haar eigen kandidaten voorop en ook de PPT en de PCV (Communistische Partij) deden dit. De oppositie slaagde er wel in om de eenheid te behouden tot bij de verkiezingen.
De grootste deelname in 10 jaar
Bij deze verkiezingen was de opkomst in het verleden altijd beperkt met 40% tot 50% die niet kwam stemmen. Bij deze regionale verkiezingen werd geen massale deelname verwacht, maar toch kwam 65% stemmen. Dat is de hoogste verkiezingsdeelname in 10 jaar. Het was geen typische campagne want er was geen brede mobilisatie met een agressieve confrontatie tussen de aanhangers van Chavez en de kandidaten van de oppositie. Heel wat van zijn eigen kandidaten waren onpopulair, waarop Chavez zelf campagne ging voeren om er een soort van referendum van te maken. Hij verklaarde meermaals dat zijn kandidaten de kandidaten van het volk waren en een garantie vormden voor de verderzetting van zijn macht. Hij stelde dat de verdere vooruitgang van de Bolivariaanse revolutie op het spel stond en dat daarom iedere revolutionair voor zijn kandidaten moest stemmen. Volgens onofficiële cijfers stemden meer dan 5 miljoen mensen voor de kandidaten van de regering en 4 miljoen voor de oppositie. Dat vertaalde zich in 17 gouverneurs voor de Chavisten en 6 voor de oppositie.
Welke perspectieven voor de komende periode?
De financiële crisis van 2008 wordt erger en president Chavez verklaarde aanvankelijk dat dit geen impact zou hebben in Venezuela, maar de afgelopen weken moest hij dat perspectief bijstellen. Chavez riep de bevolking op om zijn besparingsbeleid voor het komende jaar te sturen. De val van de olieprijs de afgelopen maanden is een enorm probleem voor Chavez, meer dan 60% van de nationale begroting is afhankelijk van de olie. Van de 100 dollar inkomsten die het land kent door export, komt 90 dollar van olie. Deze inkomsten dienen grotendeels om de publieke uitgaven voor sociale programma’s te financieren. Tegelijk wordt een groot deel ervan gebruikt om voedsel te importeren en zo de interne vraag te voldoen op een ogenblik dat de eigen landbouwindustrie daar niet toe in staat is.
De regering zal ongetwijfeld de situatie van dichtbij opvolgen en zal onder druk komen te staan om besparingen door te voeren, wat door de oppositie kan worden aangegrepen om haar aanvallen op te drijven en te wijzen op het feit dat de revolutie niet in staat is om te voldoen aan de basisbehoeften van de bevolking. De voorzichten voor 2009 zijn niet eenvoudig voor gelijk welke reformistische tendens die de massa’s probeert te manipuleren voor haar eigen belangen. In deze situatie zullen strijdbewegingen intenser worden en zullen er meer eisen zijn rond legitieme eisen, waarbij de regering net zomin als de oppositie een antwoord zal kunnen bieden. Mogelijk zullen beide kampen elkaar proberen verantwoordelijk te stellen met de oppositie die beweert dat de regering niet genoeg middelen besteedt aan sociale terreinen, terwijl de regering alle besparingsmaatregelen op de financiële crisis zal afschuiven.
Tegenover dit mogelijk scenario moeten revolutionairen opkomen voor een socialistisch programma en een strijd om het proces te verdiepen. De globale financiële crisis is een crisis van het kapitalisme dat de arbeiders wil laten betalen. We moeten de volledige nationalisatie van de financiële sector eisen om zo een einde te maken aan de financiële en economische monopolies die vandaag worden gecontroleerd door de vijf machtigste families van het land en de multinationals. Door de sleutelsectoren van de economie onder de democratische controle van het georganiseerde volk in hun gemeenschappen, de landloze boeren en de arbeiders te plaatsen, kunnen democratisch verkozen comités worden opgezet om de economie te plannen op basis van de reële behoeften van de bevolking.
Dat zou een eerste concrete stap in de richting van een omvorming van de huidige structuren zijn om naar het socialisme te gaan. Op straat zal er nood zijn aan een constante mobilisatie van de revolutionaire sectoren om de bevolking te leiden in haar strijd voor gerechtvaardigde eisen. We mogen het initiatief niet overlaten aan de oppositie, dat zou een fatale fout zijn voor de linkerzijde. De arbeidersbeweging moet ook de crisis van haar politieke leiding oplossen en zelf vooraan gaan staan in de beweging. Als de arbeidersbeweging zich de komende periode niet kan herstellen en haar democratische basis kan vernieuwen met een nieuwe laag van opkomende arbeidersleiders, dan zullen deze verkiezingen mogelijk een keerpunt hebben gevormd omdat de oppositiepartijen zichzelf sterker konden naar voor schuiven en uiteindelijk mogelijk zelfs de controle over het land kunnen overnemen.
We willen hiermee enkel waarschuwen voor de zwakheden van het Bolivariaans socialistische model. Dat model heeft nog niet geleid tot een verandering of omvorming van het systeem. De reformisten proberen een origineel socialisme uit te vinden waarbij ook de pro-kapitalistische sectoren voordelen zouden bekomen. Dat is een uitdrukking van een ideologische en programmatorische zwakte van de revolutionaire beweging in ons land. De beweging moet verder gaan, de financiële crisis heeft ons getoond dat de neoliberale kapitalistische ideologie heeft gefaald. Het bevindt zich in een defensieve positie en moest zich terugtrekken naar een ideologische periode die het reeds dacht te hebben overwonnen. De kapitalisten dachten dat de overheid niet meer moest tussenkomen in de economie en dat de superioriteit van de markten niet meer in vraag werd gesteld. Nu moesten de kapitalisten terugkeren naar maatregelen zoals gedeeltelijke nationalisaties. Venezuele heeft nog altijd de kans om een succesvolle socialistische revolutie door te voeren, maar dat zal afhankelijk zijn van een koerswijziging van de Bolivariaanse leiding of de opkomst van een georganiseerde en bewuste revolutionaire arbeidersbeweging met duidelijke socialistische perspectieven. De komende periode zal er zonder enige twijfel één zijn van revolutie of contrarevolutie.