CRB-rapport. 5,1% loonsverhoging is een provocatie

Het voorstel van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven om een loonnorm van 5,1% voorop te stellen voor de komende twee jaar is een regelrechte provocatie. Dat percentage komt overeen met de voorziene indexering de komende twee jaar. Met andere woorden: naast de index, krijgen we niets. Dat voorstel is onaanvaardbaar na een aanhoudende ondermijning van onze koopkracht.

Economische recessie

De CRB brengt een sober beeld van de economische situatie en de ontwikkeling van de lonen. De raad erkent dat de wereldeconomie een vertraging “en zelfs een recessie” kent, “de huidige systeemcrisis bevat alle ingrediënten om in de Verenigde Staten te leiden tot een ernstige recessie.” De theorie dat er een ontkoppeling zou zijn tussen de Amerikaanse en de Europese economie, werd door “de feiten weerlegd”. Zo moet de CRB erkennen. De Raad voegt er aan toe: “Als de huidige tendensen aanhouden, is het niet uitgesloten dat de Europese muntunie voor het eerst in haar geschiedenis een recessie zal doormaken tijdens het tweede semester van dit jaar.”

Dat wordt aangegrepen om geen loonsverhoging toe te kennen naast de index. De CRB moet erkennen dat alle cijfers voorlopig zijn aangezien de economische situatie er snel op achteruit gaat. In september ging de CRB nog uit van 6,4%, maar dat werd naar beneden herzien tot 5,1% (in de versie van het CRB-rapport op haar website, wordt het cijfer van 6,4% nog vermeld). Bovendien wordt erop gewezen dat de werkloosheid zal toenemen, volgens de vooruitzichten van het IMF zullen er in 2009 zowat 80.000 werklozen bijkomen.

Dalende inflatie?

Op dit ogenblik is er een inflatie van bijna 5% op jaarbasis. In oktober daalde dit cijfer tegenover september, maar aangezien dit vooral kwam door de daling van de olieprijzen steeg het indexcijfer. Met een inflatie van 4,72% blijft dit cijfer vrij hoog. Het is niet volledig duidelijk waarom het inflatiecijfer tegen volgend jaar meer dan zal halveren, de CRB en het Planbureau rekenen op een forse daling van de productie en de consumptie en bijhorende prijscorrecties. Met andere woorden: ook in dit scenario wordt uitgegaan van een dalende koopkracht (op basis van een sterk stijgende werkloosheid).

De CRB gaat er blijkbaar van uit dat deze inflatie niet blijft duren en de komende twee jaar sterk zal afnemen als gevolg van de economische crisis. De raad denkt dat de index in 2009-2010 met 5,1% zal toenemen. Elders in haar rapport vermeldt de CRB dat de consumptieprijzen zouden stijgen met respectievelijk 2,7% en 2% in 2009 en 2010, maar “dit vooruitzicht houdt geen rekening met het effect van de financiële strubbelingen.” Er wordt dus eigenlijk toegegeven dat er gegokt wordt met betrekking tot de dalende inflatie. Voor de buurlanden wordt overigens telkens rekening gehouden met meer dan 3% in 2009.

Dalende olieprijzen

Enkel indien de inflatie lager uitvalt dan verwacht, zou er ruimte zijn voor loonsverhogingen. Wellicht wordt gehoopt op een verdere daling van de olieprijzen en het feit dat dit niet in de index wordt verrekend sinds de doorvoering van de gezondheidsindex in 1995 (met het Globaal Plan). Die redenering werd reeds ondermijnd met de begrotingsvoorstellen van de regering-Leterme die een deel van de prijsverminderingen voor brandstof laat doorvloeien naar de staatskas. Naast de regering zal ook het patronaat tegemoetkomingen eisen voor de dalende olieprijzen. Opvallend detail: de CRB erkent dat de prijsstijging van de olie versterkt werd door “speculatieve bewegingen op de financiële markten”. Wij hebben dus meer betaald om hun speculatie te betalen en nu de prijzen een beetje dalen, zouden wij evenveel moeten blijven betalen op basis van een ondermijning van de reële lonen en extra belastingen op olieproducten.

De CRB erkent overigens indirect dat het een gok is om de loonnorm te baseren op de voorspelling van een dalende olieprijs. “De inflatoire spanningen blijken nu wel af te nemen, maar de onderliggende oorzaken van de inflatie zijn nog steeds aanwezig. Een nieuwe opstoot (bijvoorbeeld onder impuls van nieuwe olieprijsstijgingen) kan bijgevolg niet worden uitgesloten.”

Onvoldoende

Op 1 mei lanceerde Rudy De Leeuw nog het idee dat de lonen met 10% zouden moeten toenemen in 2009-2010. Met de prijsstijgingen die we vandaag zien, zou dat amper een reële stap vooruit betekenen. Maar zelfs een vooruitgang bovenop de index is blijkbaar niet aanvaardbaar voor de CRB. Daarom wordt een lage verwachting voorop gesteld inzake de ontwikkeling van de index en wordt het voorstel inzake loonnorm beperkt tot de index. Wellicht zal de index sneller ontwikkelen, maar dan is het aan de sectoren om al dan niet de indexering te beperken via een all-in akkoord.

Een loonnorm van 5,1% zou totaal onvoldoende zijn. De CRB erkent dat een groot aantal werkenden valt onder een stelsel waarbij de indexering op jaarbasis gebeurt. Dat is een uitstel van de aanpassing van de lonen aan de stijgende levensduurte. In veel sectoren zal de aanpassing voor 2008 – met een bijzonder sterke stijging van de index – op 1 januari (of februari) 2009 worden doorgevoerd en bijgevolg deel uitmaken van de loonnorm 2009-2010. Daarmee zou de volledige marge voor deze periode al worden toegekend op de eerste dag van deze tweejaarlijkse termijn…

Ook voor sectoren die met de “indexsprong” (bedoeld wordt: aanpassing van de lonen als de index over een periode van vier maanden met gemiddeld 2% is gestegen, deze term wordt in het CRB-rapport gebruikt maar mag niet worden verward met de “indexsprongen” uit de jaren 1980 toen een aanpassing van de lonen werd overgeslagen) werken, is het niet uitgesloten dat er begin 2009 nog een indexaanpassing wordt doorgevoerd op basis van de inflatie van 2008. Hierna zou er nog ruimte zijn voor één indexaanpassing wat niet realistisch is.

Vakbonden moeten dit voorstel verwerpen

Het voorstel van een loonnorm van 5,1% zou de aanpassing van de lonen beperken tot de indexering en zelfs op dat vlak is 5,1% weinig realistisch. Dit betekent dat er totaal geen ruimte zou zijn om iets te doen aan onze koopkracht. Nadat de grote bedrijven jarenlang recordwinsten hebben geboekt terwijl onze koopkracht verder werd ondermijnd, is dat een regelrechte provocatie. De deur wordt nog een klein beetje open gelaten door te verwijzen naar het eerste scenario waarbij een loonnorm van 6,4% werd voorgesteld, maar zelfs dat volstaat niet. Het blijft immers onder de som van de index en de stijgende productiviteit en leidt dus eveneens tot een achteruitgang van onze reële lonen.

De vakbonden moeten dit voorstel verwerpen en nu reeds beginnen met het informeren en mobiliseren van de leden om een krachtsverhouding uit te bouwen die verder bouwt op de acties voor koopkracht de afgelopen maanden. Als die acties enkel leiden tot voorstellen die een onderhandelde achteruitgang voor de werkenden betekenen, zal verzet nodig zijn. Het patronaat heeft de afgelopen weken haar arrogantie laten zien met de aanvallen op het stakingsrecht. De woede aan de basis is aan het groeien. Een akkoord op basis van de voorstellen inzake loonnorm die nu voorliggen, maakt weinig kans indien er effectief over zou worden gestemd binnen de vakbonden. Zal de vakbondsleiding daar nu al rekening mee houden?